de cyborgs zijn onder ons
helder horen/helder zien
kunstmatig leven in opkomst
een dagje niksen
Connection Magazine logo

GEN 2015

een futuristische vervolgserie
lentenummer 1997

De collectieve gekte van het einde van de XXe eeuw heeft zich ook tot ver in de XXI eeuw doorgezet, tenminste bij de grote massa van de wereldbevolking. Maar de grote rampen van 2012 hebben ook veel wereldburgers tot nieuwe inzichten en een nieuw gedrag gebracht. In talloze nieuwe communes, groepjes en netwerken houden zij kontakt met elkaar.
Een aantal van hen hebben elkaar gevonden in het 'Global Eco Network' (GEN). Voor hen zijn vriendschap, creativiteit en een nieuw bewustzijn de drijvende krachten. Gezondheid, milieu en spiritualiteit zijn de topics waar zij zich mee bezighouden en zij experimenteren graag met nieuwe, duurzame technologieën. Via 'backtracking' - een methode om vanuit de toekomst het verleden te beïnvloeden - zoeken zij contact met de lezers van Connection in 1997.
Op deze pagina is Shakti aan het woord, 30 jaar, moeder van Noa en partner van Arendt, de persoon die al verschillende malen aan het woord was in dit Magazine.

DE CYBORGS ZIJN ONDER ONS

Global Eco Network 2015 : Arendt is momenteel in Beijing. Er dreigt een oorlog uit te breken tussen China en de Verenigde Staten over de hegemonie in Azië (en daarmee over deze hele planeet) en Arendt moet daar met enkele vrienden een paar zaken regelen. Ben benieuwd hoe ik hem weer terugzie, want er gebeurt altijd veel met hem op zijn tochten.

Deze nacht heeft hij mij gevraagd contact op te nemen met Connection en iets te vertellen over de 'cyborgs'. Graag, want daar voel ik een bijzondere band mee. Niet dat ik het helemaal eens ben met hun ideeën en manier van leven, maar zij hebben momenteel veel invloed en ik ben geboren in het jaar dat Donna Haraway het inmiddels beroemd geworden 'Cyborg Manifesto' uitgaf. Dat was in 1985, nu 30 jaar geleden.

Mijn moeder was toen feministe en heeft er mij vaak over verteld. Donna Haraway was in die tijd professor in de geschiedenis van het bewustzijn aan de universiteit van Santa Cruz USA. Wat haar stoorde was dat de hele feministische beweging zo negatief deed over de technologie en daarmee het oude vooroordeel van de Westerse mannenwereld opnieuw bevestigde: vrouwen hebben geen verstand van modems en computers, van geavanceerde apparaten en superefficiënte laboratoria. Vrouwen hebben geen hersens, alleen gevoel.

Donna Haraway stelde dat, als de vrouwen daar geen antwoord op konden geven, zij in het derde millennium nog meer naar de marge van de samenleving zouden worden gestoten. En dat wilde zij kost wat kost voorkomen. Daarom kwam zij met fantasieverhaal dat insloeg als een bom: dat van de 'cyborg'.

ondoorgrondelijke samenhang

'Als je om je heen kijkt,' zei Donna,' dan zie je dat we in een totaal vertechniseerde wereld leven. Overal om ons heen bevinden zich technische apparaten die ons gadeslaan en informatie geven. Computerfreaks leven zelfs helemaal in die wereld. Ze hebben soms nauwelijks nog kontakt met hun directe omgeving omdat ze zich steeds meer identificeren met de door hen zelf opgeroepen en bestuurde 'virtuele wereld'. Maar dit is slechts één kant van de zaak.'

'De andere kant die we zien is dat die technische wereld ook binnen in ons leeft. Er zijn nu reeds zoveel mensen die pacemakers, stomazakjes, siliconenborsten en kunstnieren hebben laten inplanten. En dit is nog maar het begin. Binnenkort kunnen ook alle spieren met geïmplanteerde electronica worden aangestuurd en zullen chips in de hersenen voor de rest zorgen. De techniek is ons lichaam al binnengedrongen.'

'Als je dat ziet kun je je afvragen: waar is nog de grens tussen mens en machine? Moeten we niet zeggen dat we die grens aan het afschaffen zijn? Dat we heel intieme verbindingen kunnen aangaan met machines? Dat we - of we het willen of niet - gewoon machinemensen aan het worden zijn?' 'En als dat zo is,' vervolgde Donna dan vaak haar betoog, ‘moet je dan niet eerlijk zijn en het beestje gewoon bij de naam noemen? Juist, noem jezelf een cyborg - een cybernetisch organisme - want dat ben je ondertussen geworden.'

Vooral onder de intelligentia van de feministen was er veel respect en bewondering voor Donna. Haar 'Manifesto' was inspirerend, werd vaak geciteerd en becommentarieerd. Het was een visioen waarin de oude tegenstellingen tussen de mens en zijn machines, maar ook tussen de seksen en de rassen verdwenen zou zijn. Was er in de ondoorgrondelijke cyborg immers nog verschil tussen man en vrouw of tussen blank en zwart? Donna's 'Manifesto' verwoordde een visioen waarin niet meer de oude tegenstellingen, maar de nieuwe samenhang tussen alles en iedereen beschreven werd. Het was een definitieve breuk met de oude, door Westerse mannen beheerste, verdeelde wereld.

gezond wantrouwen

Misschien was ik het vergeten, maar toen ik in 2008 - ik was toen 23 jaar oud - in mijn linkeroor een cochleair implantaat, ofwel een electrische binnenoorprothese, kreeg, moest ik weer aan Donna denken. Ik kon vanwege een ongeluk al jaren rechts niets meer horen en de dokter had mij uitgelegd dat ik een microfoontje in mijn oor zou krijgen dat alle geluiden zou opvangen en omzetten in voor mij verstaanbare geluiden. Omdat niets meer hielp, heb ik er in toegestemd.

Maar ik heb daarbij gevraagd of ik de prothese mocht zien en bekijken vóór die bij mij werd ingeplant. Dat vond men goed. Maar toen ik ermee begon te praten, keken de dokters wel raar op. Ik heb ze uitgelegd dat ik er kontakt mee zocht omdat het een deel van mij zou gaan worden. Dat mijn lichaam en dit implantaat verschillende trillingen hebben en dat die op elkaar moesten worden afgestemd. Daar hadden ze niet bij stilgestaan, maar gelukkig vonden ze het idee interessant. Het paste in een onderzoek dat een van de artsen deed naar komplikaties bij dit soort implantaten. Ik heb nooit komplikaties gehad en volgens mij komt dat omdat ik me eerst heb kunnen afstemmen op de prothese.

Bij de routine onderzoeken die in de tijd daarna plaats vonden kwam dit nog wel eens ter sprake. Ik kon de artsen een gezond wantrouwen bijbrengen ten aanzien van hun eigen opvattingen over het lichaam. Want de manier waarop ze toen in 2008 nog hart- en hersentransplantaties verrichtten, maakte duidelijk dat ze het lichaam nog steeds beschouwden als een dode machine.

Eén arts heb ik zover gekregen dat hij een cursus ging volgen over het 'fijnstoffelijke lichaam', het energieveld rond ons lichaam. Toen ik hem onlangs toevallig zag, vertelde hij trots dat hij nu ook met acupunctuur bezig was. Maar in dat gesprek viel me op dat hij er toch nog niet veel van had begrepen, want toen ik wegging vroeg hij terloops of ik al een donorcodicil getekend had. Ik moest toen heel hard lachen. 'Je geeft toch niet zomaar je organen weg voor transplantatie op willekeurige mensen! En wie weet wanneer ik echt dood ben?' zei ik. Maar dat begreep hij nog niet.

Ondertussen zie ik op het WWFW Beeldscherm hier dat Arendt uit Beijing kontakt met me zoekt. Ik stop dus maar. Graag tot een volgende maal.





zomernummer 1997

HELDER HOREN/HELDER ZIEN

Global Eco Network 2015: De fantasie viert momenteel weer hoogtij. Niet vreemd na een aantal decennia waarin ‘no-nonsense’ - gewoon nuchter en efficiënt alles uitzoeken en regelen - het motto was. Het einde van de XXe eeuw was een tijdperk waarin een aantal saaie technokraten het voor het zeggen hadden. Visie of fantasie hoefde niet, het moest gewoon praktisch zijn en verder geen flauwekul.

Er waren natuurlijk wat uitbarstingen, zoals in de jaren ‘60 toen een tijd lang ‘de verbeelding aan de macht was’. En ook in latere jaren waren er enkele fantasierijke uitbarstingen - zoals de punks - maar over het geheel genomen was het leven saai.

Dat is deze eeuw veranderd. Vorige maal heb ik verteld over de ‘cyborgs' , de machinemensen die onder ons leven. Die zoeken hun heil in de techniek. De echte materialisten. Deze maal geef ik informatie over een andere ontwikkeling: opgeroepen door de steeds verfijndere apparatuur van ‘virtual reality’ zijn velen onder ons ook veel gevoeliger geworden voor de fijnstoffelijke, astrale wereld die ook zonder technische snufjes te bereiken is. Velen worden spontaan helderhorend of helderziend. Vooral jonge kinderen hebben dat - onze dochter Noa is absoluut helderhorend - maar ook bij volwassenen komt dat steeds meer voor. En via het WWFW beeldscherm kunnen we daarover gemakkelijk met elkaar communiceren. Even meegenieten?

Ik heb veel contact met een groepje dat zich ‘Besturen Van Boven’ noemt. Zij stellen dat er vreemde dingen aan het gebeuren zijn met ons milieu en onszelf - klopt, het milieu kan al onze lukraak ontwikkelde uitvindingen nauwelijks meer aan en onze lichamen raken ontspoord - en dat er daarom contact gezocht moet worden met onze fijnstoffelijke wereld om zo, vanuit een hoger plan, invloed uit te oefenen op het leven hier.

Vroeger, in het Vissentijdperk, lag daar een taboe op vanuit de georganiseerde godsdiensten. Die meenden ook dat je met die fijnstoffelijke wereld pas contact kon hebben na je dood. Maar wij hebben ontdekt dat zoiets ook al tijdens dit leven hier kan gebeuren. Heel gewoon. Als ik in mijn terminal kijk kan ik binnen een handomdraai een aantal data hierover in beeld krijgen.

fijnstoffelijk

Ik zie dat er een aantal categorieën zijn, waarin ik kan gaan zoeken. Ik kan zoeken onder 'Boven', 'Midden' of 'Beneden'. Ik probeer 'Boven' en kom tot 400.897 items. Teveel voor dit artikel. Ik kies daarom voor een kombinatie waarvan er misschien maar een of twee voorkomen: boven-korenveld-vogel. Inderdaad, niet meer dan 17. Ik tik in ‘Duitsland’ en er komt een verhaal van een zekere Eva D. uit Breitenbach op het scherm. Het meisje vertelt hoe zij fijnstoffelijk werd, toen zij in het boerenreservaat waar zij woonde op een middag buiten liep:

‘Terwijl ik tussen de bloeiende korenvelden van het reservaat ‘Boerenleven Vroeger’ liep, zag ik een Grote Vogel boven mij. Ik vroeg hem mij te laten voelen wat het is een vogel te zijn. Hij schreeuwde eerst iets onverstaanbaars en maakte toen een paar grote cirkels in de lucht. Toen dook hij, greep mij met zijn klauwen en vloog met me de lucht in. Dat was fantastisch!

Toen krijste de vogel weer en liet hij mij los. Ik ervoer een sterke, fysieke reactie in mijn lichaam, werd klein als een leeuwerik en kon enige minuten extatisch in de lucht staan, tot ik in kleine cirkels op de aarde terugkwam. Die fysieke kick bleef nog uren bij me.'

Het intrigeert me. Ik zoek een nieuwe combinatie: zelf-vogel-bergen. Op mijn scherm komt een story van Isi E., uit Santiago. Ze vertelt hoe ze zelf vogel werd: 'Op mijn avondwandeling in de bergen begon ik me plotseling heel licht te voelen. Ik werd bang, maar het was al te laat, want ik begon te vliegen. Beneden me zag ik de schaduw van een vogel, en ik merkte dat ik dat zelf was. Ik ging hoger en hoger, kon niet meer stoppen en vloog langs de wolken, tot ik in de verte een regenboog zag. Vliegend langs de regenboog ontdekte ik een poort, en daarachter licht en veel geesten die mij verwelkomden. De hele nacht verbleef ik bij hen en ik kon me pas tegen de ochtend van hen losmaken.'

Nu ik deze korte story’s weer op mijn terminal zie, bevreemden en ontroeren ze me. Ze roepen bij mij oude herinneringen op, waarover ik me nog steeds afvraag of die fantasie of werkelijkheid waren. Ik weet het niet, probeer verder en kies voor 'Beneden'. Op het scherm lees ik:

- Pushpa L., Cuyamungue: 'Ik ging op de grond liggen, zoals de Sjamaan me had voorgedaan, en ontwaarde een uitgestrekt landschap. Er kwam een zwart insect naar me toe gekropen, daarachter nog een en toen een prachtig hert. Ver weg zag ik donkere mensen met maskers en versieringen op hun naakte huid. Er opende zich een modderig pad vlak voor me en ik ging erop lopen. Het bracht mij tussen duizenden lichtvoetige wezens die onverstaanbare woorden tegen elkaar zongen en rond een enorm verblindend Moederbeeld dansten. Door de lichtflitsen heen zag ik dat het beeld geen hoofd had. Toen ik daarvan schrok, verdween het beeld en voelde ik me weer alleen op de grond liggen. De plaats waar ik lag was warm.'

schemerlicht

- Anne W., Ohio: 'Ik liep door een koud en mistig landschap, en toen ik bij de rivier in een veerboot stapte om overgevaren te worden zag ik een Witte Buffel met ons meegaan. Hij liep voor mij er uit; toen ik aan de andere kant uitstapte was het landschap tot mijn verbazing heel vrolijk en licht. Ik ontmoette er verschillende overleden familieleden en ook mijn vader, die met mij danste. Toen het er te koud werd, werden er takken verzameld en een vuur aangestoken. Iedereen wilde met me praten, tot de Witte Buffel weer kwam en mij terugbracht naar de boot.'

Terwijl ik op mijn terminal telkens nieuwe story’s laat oplichten, voel ik me dromerig worden. Er komen beelden van oude mythen bij me op, oude folkloristische liedjes en sprookjes. Filmbeelden uit mijn jeugd, toen ik Star Wars op video zag en intens meemaakte hoe Luke Skywalker het opnam tegen de Ster van de Dood die de planeet van prinses Leia wilde vernietigen. Miljoenen beelden en fragmenten die nu nog voortleven in het collectieve bewustzijn van de XXIe eeuw. En het wordt me duidelijk: als dit overal en altijd zo speelde, dan kan het toch niet alleen een puur verzinsel zijn. Dan geeft dit toch iets aan van een diepere werkelijkheid, van een fijnstoffelijke wereld die ons omgeeft en om ons geeft.
Graag tot een volgende keer.





herfstnummer 1997

KUNSTMATIG LEVEN IN OPKOMST

Global Eco Network 2015: In Connection 18 meldde ik over de dreigende oorlog tussen China en de Verenigde Staten om de hegemonie in Azië (en daarmee op onze hele planeet). Ik moest toen in Beijing wat zaken regelen. Nu ik weer thuis ben en deze dreiging weer wat geluwd is, worden de echte belangen die in deze strijd speelden, ook helder. Ik heb er met Shakti over gesproken. Het ging wonderlijk genoeg om A-Life, Artificial Life, het nieuwe, kunstmatige leven dat momenteel zichtbaar wordt in computers en robots, in laboratoria en op het WWFW Beeldscherm.

Ontstaat er echt leven in deze kunstmatige omgeving? Er zijn steeds meer signalen die dit bevestigen en natuurlijk waren de marktleiders van China daarin hevig geïnteresseerd. Deze keer wilden de Chinese politici Amerika er buiten houden, en riskeerden daarvoor zelfs een oorlog. Maar die is voorlopig voorkomen. Het is weer rustig aan het front. En intussen ontstaat er steeds meer leven in de computerwereld.

entiteiten op het scherm

Dit leven ontstaat bijvoorbeeld in de computersimulaties. Daar werken er momenteel miljoenen van op aarde. Ze zijn erg in, omdat het vaak veel efficiënter is om iets op een beeldscherm uit te zoeken, dan bijvoorbeeld ter plekke te gaan kijken hoe het werkt. Een aantal zaken kun je veel sneller onderzoeken door hierover rekenmodellen op de computer uit te werken dan door veldonderzoek te doen.

Om een voorbeeld te geven dat ook nog mensen in de XXe eeuw zal aanspreken: Je wilt uitzoeken waarom chimpansees de neiging hebben in groepjes door het leven te gaan, terwijl ze op het gebied van eten en seks elkaars concurrenten zijn. Biologen hebben daarover in de vorige eeuw al veel onderzoek gedaan, maar zijn er niet uitgekomen. Door een computersimulatie van Pauline J.C. Highway is daar helderheid over gekomen. Zij ontwierp op de computer beestjes, die zich aan twee simpele regels dienden te houden: ze kuieren van boom naar boom op zoek naar eten; ontwaren ze een soortgenoot, dan gaan ze kijken of het soms een paringsbereid wijfje is. Toen Pauline J.C. Highway deze nagebootste beestjes in het nagebootste landschap van de computer losliet, bleek dat deze rekenmodellen al snel bij elkaar gingen klitten in mannengroepen. Vanzelf. De computersimulatie had via loslopende rekenmodellen iets kunnen uitleggen over de werkelijkheid van chimpansees in onze reservaten.

Einde verhaal? Nee. Door een vergissing werd onlangs dit computerprogramma gekruist met een ander programma over een mierenkolonie in de strijd om het bestaan. De programma’s ruilden een aantal toevallig aanwezige instructies. Meestal lopen de programma’s dan dood, maar in dit geval ontstond er een nieuw werkend programma. Er ontstonden nieuwe wezens - kruisingen tussen chimpansees en mieren - en je kon een heel nieuwe wereld in de strijd om het bestaan aanschouwen. Wonderlijk genoeg was in deze wereld niet ‘groepsvorming’ maar ‘seks’ een belangrijke factor voor het verkrijgen van voedsel. In de kleine, vierkante wereld van het computerscherm waren de rekenmodellen een eigen leven gaan leiden en doolden als getransmuteerde entiteiten in hun eigen wereld rond.

nieuwe speeltjes

De Chinese spelletjes-gigant Ho-Shi-La is met dit principe onmiddellijk aan de slag gegaan en heeft in korte tijd 64 nieuwe spelen laten ontstaan. In elk spel kan iedere speler zijn eigen wezens ontwerpen en dat in groot detail, tot de kleur van de huid of de draagtijd van de vrouwtjes. De levende have wordt vervolgens losgelaten op een zelf-ontworpen landschap en de speler mag zelf het spel spelen zoals hij wil: niets doen en zien hoe zijn wereld evolueert. Of ingrijpen door bijvoorbeeld bijvoeren, nieuwe soorten introduceren, genetisch manipuleren of gewoon mutaties bevorderen - zelfs de natuurwetten kan hij wijzigen.

Mijn dochter Noa is er soms niet van weg te krijgen. ‘Zo moet God zich vroeger gevoeld hebben,’ zei ze onlangs gierend van de pret. Soms haalt ze er ook vriendjes of vriendinnen bij als het te moeilijk wordt om een ecosysteem draaiende te houden. Toen ik haar vorige week zaterdag naar bed bracht, nadat ze bijna acht uur achter elkaar met haar speeltjes bezig was geweest, zei ze: ’Het was zo moeilijk vandaag. Volgende keer laat ik lekker alles in het honderd lopen, dat is veel gemakkelijker.’

Een paar dagen later, begin deze week is dat ook gebeurd. Ze had beestjes gemaakt die als enige doel hadden zichzelf te kopiëren. Toen ze het programma had aangezet, was het meteen oorlog geworden. Er waren heuse parasieten ontstaan die razendsnel gebruik konden maken van kopieerinstructies van andere programma’s en zich daardoor veel sneller konden voortplanten. En, vreemd genoeg, toen haar moeder Shakti die avond thuis kwam en van Noa dit nieuwe wonder mocht aanschouwen, waren er al weer nieuwe rekenmodellen ontstaan: beestjes die immuun waren voor deze parasieten. Noa heeft dit spel dagen lang laten draaien tot het zichzelf uitschakelde. Een vreemde gewaarwording.

know-bots in actie

Shakti vroeg me toen of ik dacht dat kunstmatig leven ook echt leven kan voortbrengen?

Ik heb even geaarzeld. Gesimuleerde chimpansees zijn weinig meer dan een rekenmodel, maar toch, door combinaties met andere programma’s gingen ze een eigen leven leiden. Van computervirussen kun je nog zeggen dat ze, net als biologische virussen, grensgevallen zijn die je kunt wegdefiniëren. Maar toch kost het veel moeite je van hen te ontdoen. En wat gebeurde er in de speeldoos van Noa? En hoe moet je je ‘know-bots’ bejegenen, je computerprogramma’s die, door ze aan te spreken, op het WWFW Beeldscherm iets voor je gaan zoeken of regelen? En wat te denken van die ‘know-bots’ die hebben leren spreken en die, in stress situaties, normaal menselijke spraakstoornissen gaan vertonen?

‘Lieve Shakti,’ zei ik uiteindelijk, ‘als we alles op een rijtje zetten, dan lijkt het erop dat er nieuw leven kan ontstaan in de wereld van de laboratoria, de rotbots en de computers. Maar zo praat ik alleen vanuit hetgeen we samen kunnen zien. In Beijing heb ik echter nog iets anders ontdekt. China en Amerika maakten ruzie over het leven dat in computers ontstaan kan. Dat wijst erop dat er iets aan de hand is dat wij nog niet weten, maar dat voor hen een oorlog waard is. We moeten maar afwachten.’

Shakti kijkt me vol liefde aan met haar mooie bruine ogen. Ik voel een warme gloed in me opkomen en we stralen beiden even. Op dat moment besef ik iets belangrijks en fluister in haar oor: ‘Wat er ook gebeurt, Shakti, zo’n moment als dit kan nooit worden nagebootst.’



winternummer 1997

EEN DAGJE NIKSEN

Global Eco Network 2015: In Connection 20 meldde ik het vreemde verschijnsel A-Life, een onbekende vorm van ‘Artificial Life’ die momenteel vanuit laboratoria, computers en robots ons dagelijks leven binnenstapt. We weten er nog geen raad mee. Bovendien is dit maar één van de vele bijverschijnselen van onze op hol geslagen wereldeconomie. Elke paar weken ontwikkelt zich wel weer iets nieuws, waar we mee moeten leven.

Het ergste is dat we bovendien nauwelijks tijd hebben om stil te staan bij wat er momenteel gebeurt. Het oude adagium van de vorige eeuwen ‘ik denk, dus ik ben’ is al helemaal vervangen door ‘ik ren, dus ik ben’. Rennen, een volle agenda, enorme werkdruk zijn de ingrediënten van het leven van iemand die een baan heeft. Zelf heb ik er ook mee te kampen gehad. Maar dat is nu voorbij. Mijn partner Shakti, die wel zag dat ik dit niet lang meer zou volhouden, heeft de rem erop gezet. Zij kwam op een gegeven moment met onze dochter Noa op haar armen op mijn beeldscherm in het kantoor. En Noa zei: ‘Pappa heeft veel geld, maar weinig tijd voor mij. Ik heb het liever andersom.’

Ik heb het begrepen en met een paar vrienden binnen GEN 2015 een netwerk van ‘Down-Shifters’ opgericht. Wij gaan het rustiger aan doen. Moeilijk? Ja, maar ons leven wint weer aan kwaliteit. En feitelijk blijkt dat we er niet eens zoveel voor hoeven in te leveren.


Een paar zaken zijn onmiddellijk veranderd. Zo ben ik thuis weer zelf gaan koken, in plaats van wekelijks minstens driemaal uit te gaan eten of een traiteur op te roepen. En, ook nieuw, Shakti is weer saxofoon gaan spelen in plaats van alle muziek digitaal te kopen. Ik was helemaal vergeten hoe plezierig het is haar te horen spelen. Kwaliteit krijgt nu een andere betekenis. En ook Noa is happy. We doen weer ouderwets spelletjes, hebben weer tijd voor onszelf en elkaar. Dat is een enorm winstpunt. Ondertussen worden we echter door de vloedgolven van de allesoverheersende markteconomie telkens hiervan weggezogen. Het wordt ons steeds moeilijker gemaakt gewoon even tijd vrij te maken voor onszelf en elkaar. Waarom?

tijddieven

Het vooruitzicht in de XXe eeuw leek heel anders. Mensen zouden gemakkelijk 75 jaar kunnen worden in plaats van de luttele 50 jaar die hen vóór het tijdperk van de industrialisatie en informatica was toebedeeld. Snelle auto’s, wasmachines, grootschalige landbouwmethoden en computers zouden ons veel meer tijd geven dan mogelijk was in het tijdperk voor de industrialisatie. Telecom en faxen zouden boodschappen duizendmaal sneller rond de aarde brengen dan vroeger de postduiven konden doen. En reizen? In een mum van tijd zou je bijvoorbeeld van Deventer in Rome kunnen komen. Iedereen zou een zee van tijd hebben.

Maar dat blijkt nu een luchtspiegeling te zijn. Sneller kunnen reizen dan vroeger betekende niet vroeger thuis, maar verder reizen. Een reis naar Rome werd gemakkelijk een snelle reis naar - of all places - Koh Pha Ngan. Niet het aantal uren vrije tijd bleek groter te worden, maar alleen de actieradius van reizen, werken of naar school gaan. En de tijd die gewonnen leek te zijn met een sneller productieproces, bleek onmiddellijk opgevuld te worden met nieuwe besognes en taken. Al die tijdbesparende apparaten - videorecorders, mobilofoons, faxen, computerspelletjes, Internetabonnementen - bleken vaak juist meer tijd te gaan kosten. In onze XXIste eeuw zijn wij ze tijddieven gaan noemen.

Zij passen in het proces van ‘economisering’ van het dagelijks leven, waarbij begrippen als concurrentie, ruil, onderhandeling en geld het hele leven hebben gekoloniseerd. Dit heeft het levenstempo op alle niveaus enorm opgedreven. Haast is daarmee ook een deel geworden van vakanties, sport, recreatie, kunst, relaties. Haast heeft in deze domeinen status gekregen. Wie laat merken alle tijd van de wereld te hebben, maakt nergens meer een goede indruk.

'down-shifters'

Het netwerk van ‘down-shifters’ houdt zich bezig met de vraag of we hierdoor nu gelukkiger geworden zijn. Ons antwoord is: nee. We vinden hiervoor steun bij talloze onderzoekers die steeds meer constateren dat deze haast een van de meest ernstige problemen van dit moment is. Zij verziekt onze gezondheid en het milieu.

Wat de gezondheid betreft werd dat al in de vorige eeuw duidelijk. Arbeidspsychologen klaagden toen al dat de werkdruk steeds minder mensen geschikt maakte voor de arbeid. Mensen bezweken vaak onder de werkdruk, werden beroofd van hun tijd om te herstellen en konden eigenlijk niet meer genieten. ‘De expansiedrift van de economie lijkt welhaast ongelimiteerd,’ werd toen al door de economische elite geklaagd. ’Zelfs tijd moet eraan geloven. Tijd is verworden tot een economische factor die steeds schaarser en duurder wordt. Economisering van de tijd haalt de bodem onder onze menselijke waardigheid weg. We hebben geen tijd meer om van de vruchten van ons werk te genieten.’

Wij als ‘down-shifters’ van de XXIste eeuw zien heel scherp hoe mensen die nog werk hebben, hierdoor verworden tot robots in een wereldwijd productieproces. En we roepen iedereen die een volle baan heeft, op af en toe een hele dag te niksen. In het begin is dat moeilijk, want je bent het zo gewoon langs je omgeving heen te jakkeren. De organisatie waar je bij hoort, lijkt je daartoe te dwingen. Maar we hebben steeds meer succes met onze oproep, en onlangs heeft de directeur Strategie Bankwezen Europa onze actie ook gesteund.

Zijn argument was dat hierdoor ook weer gevoel zou ontstaan voor een duurzamer samenleving. Door de ingebouwde haast was alles, dus ook de samenleving en het milieu, tot een wegwerpartikel verworden. Maar het prijskaartje dat daaraan was komen hangen, was voor driekwart van de mensheid onbetaalbaar geworden. Zijn toespraak, die iedereen op het WWFW Beeldscherm kon volgen, begon met de nu al bekend geworden slogan: ‘Een dagje niksen is goed voor de gezondheid en het milieu.’

protest

Natuurlijk kwam er protest. Van de werklozen uit de Europese regio, maar ook van de baanlozen in andere gebieden van de wereld waar veel werkloosheid heerste. Sandra Shantipradip uit India reageerde een dag later al namens de Wereldfederatie Werkloze Flexwerkers en Baanlozen op hetzelfde WWFW Beeldscherm. Zij begon met: ‘Een dagje niksen? Wij niksen altijd. Nu willen wij werk en geld. Werkdruk is een luxeprobleem van een klagerige elite.’

Het officiële antwoord is nog niet gegeven. Maar binnen het netwerk van de down-shifters hebben wij onmiddellijk contact met elkaar gezocht. We hebben berekend dat, als een half miljard werkers een dagje zou niksen, dit voor vijftig miljoen werklozen nieuwe banen zou scheppen. Dat zou de spanning op de arbeidsmarkt enorm verlichten. We zijn momenteel bezig dit idee breed te verspreiden. Het motto is: down-shifters are up-lifters.

Opgetekend door Oj@s Th. de Ronde
copyright Connection Magazine '97

Naar de Inhoudsopgave
To the Tabel of contents