Ja, de Bijlmerramp kan opnieuw
gebeuren
Bron: AD
041002
Door Bert Huisjes
Precies tien jaar geleden stortte de El Al-vrachtjumbo LY-1862 neer
op twee flats in de Bijlmer. Hoe groot is de kans op herhaling van zo'n vliegramp?
Tot een halve minuut voor de crash lijkt het een gewone noodlanding te
worden. Even voor half zeven 's avonds, kort na het opstijgen, valt de oliedruk weg in
motor 3. In rustige bewoordingen meldt gezagvoerder Fuchs dat hij terugkeert naar
Schiphol; hij wil landen op de lange Buitenveldertbaan.
Slechts zeven minuten later is de Bijlmer veranderd in een inferno. 25 seconden voor
inslag is er ineens wél paniek in de stem van de piloot: `Going down, going down!' En:
`Ooooh, mijn god' in het Hebreeuws. Er vallen 43 doden: de bemanning, een passagier en
bewoners van de Bijlmer. Jaren later, in 1999, zal een parlementaire enquête de ramp tot
in detail reconstrueren.
Vandaag is het precies tien jaar geleden dat de jumbo neerstortte. Veel lessen zijn uit
het ongeluk getrokken. Het parlementaire onderzoek leverde een lijst op van 22
aanbevelingen. Nog eens 89 mysteries rond de ramp (mannen in witte pakken, supergeheime
lading) werden ontzenuwd. Of ze werden zodanig onderzocht dat ze óf onwaarschijnlijk óf
onmogelijk blijken te zijn. Het grote Bijlmer-complot bestaat niet.
Toch blijft één vraag actueel. Kan een dergelijke vliegramp bij Schiphol zich opnieuw
voltrekken? Het antwoord daarop is ondubbelzinnig: ja. Met de huidige 400.000 vluchten per
jaar is de kans op `een groot ongeluk' bij Amsterdam eens in de 16 jaar, heeft het
Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium berekend.
Een op de 6,4 miljoen vluchten verongelukt. Amsterdam doet het daarmee goed in verhouding
tot het risico wereldwijd: een op de 1,3 miljoen. Een klein risico, lijkt het. Toch waren
er sinds de Bijlmer-ramp op Schiphol al tal van bijna-rampen, waar slechts mateloos geluk
de afloop bepaalde. Een KLM Cityhopper maakte een mislukte doorstart in 1994 (drie doden).
Drie jaar later schoof een Transavia-toestel van de baan (geen doden). In 1998 ontstnapte
een vol passagierstoestel ternauwernood aan een ramp, doordat het net op tijd kon stoppen
voor een Boeing die werd versleept. Onlangs nog landde een toestel op een landingsbaan in
aanbouw.
Een near miss heet het in vaktermen, als toestellen in de gevarenzone zijn geweest. Near
misses komen in Nederland geregeld voor, maandelijks. In 2000 waren er 12 voorvallen,
rapporteerde de luchtverkeersleiding. Woordvoerder Wentink: ,,Het gaat om incidenten
waarbij toestellen te dicht bij elkaar kwamen. Die worden allemaal onderzocht, om te zien
of procedures moeten worden aangescherpt.''
Toch bieden ook de beste procedures geen garanties. Want rampen hebben vrijwel nooit één
oorzaak. Ze zijn altijd een unieke samenloop van omstandigheden, zeggen deskundigen.
Afzonderlijk zijn die te overzien, maar samen en in een bepaalde volgorde zijn ze fataal.
Ook de Bijlmer-ramp had niet hoeven gebeuren. Bij de Boeing was het een materiaalfout die
de ramp inleidde. Ophangbouten bleken verzwakt, waardoor een motor afbrak en een tweede
meesleurde. Het toestel kon evenwel nog gewoon landen. Het werd pas een ramp toen de
kapitein een bocht indraaide en remkleppen omlaag zette, onwetend dat beide motoren wég
waren. Het toestel raakte direct in ernstige onbalans en kwam in een bocht omlaag terecht.
Fuchs directe bevel `Flaps up! Flaps up!' had geen enkel effect meer.
Uiteindelijk was de Bijlmer-ramp het gevolg van een menselijke fout, zoals in 84 procent
van de vliegrampen tussen 1980 en 2001. Pas ver daarna komen het weer, mankementen aan het
vliegtuig of een fout door de verkeersleiding. Zelfs de schokkende vaststelling tijdens de
enquête dat de Boeing, volgens de grondwerktuigkundige, met tal van gebreken was
opgestegen, deed daar niets aan af. Het defect aan de bouten was van tevoren niet vast te
stellen geweest. De fabrikant liet later alle toestellen van het type 747 aanpassen.
Toch volgden er 22 aanbevelingen van de enquêtecommissie. Een deel betrof de veiligheid.
Zo zou de verkeersleiding op haar radarschermen moeten beschikken over zicht op de
onderliggende bebouwing. Het voorstel werd overgenomen door de minister, alleen in de
praktijk werkt het niet. Een vliegtuig in nood is in luttele seconden niet om een woonwijk
heen te sturen. Wentink: ,,Er wordt nog op gestudeerd.'' Andere aanbevelingen leidden tot
internationale aanpassing van de regels, zoals de verplichting dat ladingspapieren te
allen tijde beschikbaar moeten zijn.
CDA-Kamerlid Theo Meijer, die het parlementaire onderzoek leidde, zegt desondanks tevreden
te zijn. ,,Zestien aanbevelingen zijn overgenomen. Die gingen niet alleen over veiligheid,
maar ook over hoe onderzoek moet plaatsvinden, hoe slachtoffers moeten worden opgevangen,
hoe een overheid moet reageren. Er is lering uit getrokken. Dat was merkbaar bij de rampen
in Volendam en Enschede.''
Het meest opmerkelijke gevolg van de Bijlmer-ramp, zeggen deskundigen, is echter vooral
dat sindsdien wordt nagedacht over het risico van vliegrampen voor mensen op de grond. Een
nieuw inzicht. In de statistieken is het aantal dode burgers op de grond weliswaar klein
vergeleken bij het aantal slachtoffers onder passagiers, toch weegt dit `groepsrisico',
mede onder druk van de publieke opinie, steeds zwaarder. Zeker als het gaat om uitbreiding
van luchthavens, zoals de aanleg van nieuwe landingsbanen.
Alleen, veiliger is het er gek genoeg niet van geworden. Volgens het Nationaal Lucht- en
Ruimtevaartlaboratorium is wonen rond Schiphol nog steeds veilig, maar is de kans dat het
misgaat, is de laatste jaren zonder twijfel `iets' gestegen door de toename van de
bebouwing. Tot ongenoegen van sommige verkeersleiders. Zo voerde een nieuwe vertrekroute
vanaf de Kaagbaan bij Schiphol tot voor kort expres over een onbebouwde strook land.
Inmiddels wordt hier, tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep, een Vinex-wijk aangelegd -
Bijlmer-ramp of niet. |