Benschop's
Home Page Genealogie
![]()

De familienaam "Benschop" is, zoals te verwachten
verbonden aan het dorp Benschop
in de Lopikerwaard. De tak Benschop in deze Genealogie voert terug naar
Dirck
Gerritsz, voor wie op 16-11-1642 samen met Marrichien Wiggers te
Polsbroek
attestatie wordt afgegeven om elders (Benschop) te trouwen. Zijn ouders
zijn
vermoedelijk Gerrit Dirckz en Aeltgen Serien.

Trouwboek Benschop, 1642
Halverwege de 17e eeuw vertrekken Dirck Gerritsz en Marrichien Wiggers uit Benschop. Ze steken de Lek over en vestigen zich in Hoornaar, waar ze de naam Benschooper, de Benschopper of kortweg Benschop aannemen. Er vertrokken meer inwoners uit Benschop. Zij vestigden zich ergens anders waar ze ook de naam Benschop aannamen. Zodoende zijn er meerdere takken Benschop, die dus niet vanzelfsprekend aan elkaar gerelateerd zijn.
Deze webpagina bevat een aantal genealogische wetenswaardigheden over Benschop, verzameld gedurende de afgelopen 25 jaar.
Op deze webpagina vindt u een
aantal genealogie-gegevens van o.a. de geslachten Benschop,
Brand, Deelen, van der Ent,
Smit, van Herk. Via de
inhoudsopgave Genealogie
hiernaast klikt u naar de betreffende pagina's. Er is een Index van de Kwartierstaat
Benschop-Smit, met stamreeksen naar
de meest voorkomende achternamen.
De knop Links verwijst naar andere genealogie-pagina's.
Voor de liefhebbers is er nu een complete Parenteel Gerrit Dirksz Benschop en een Kwartierstaat Benschop met een Index. Let op: het opvragen kost enige tijd.
Er zijn dus meerdere takken Benschop, die niet allemaal met elkaar verbonden zijn. Van één andere tak zijn ook de de gegevens vermeld. Het betreft de: Stamreeksgegevens Claes Sijmonsz Benschop waarvan ook de Parenteel Claes Sijmonsz Benschop is opgenomen. Met dank aan Pieter Cornelis Benschop te Soest.Het bestand bevat inmiddels ruim 10.000 personen. Dank aan iedereen die mij tot nu toe heeft geholpen. Het onderzoek is nog gaande. Aanvullingen zijn welkom!
Overigens: mocht u bezwaar hebben tegen vermelding van uw naam op deze site dan kunt u ook contact opnemen met ondergetekende. Dan wordt uw naam verwijderd.
In zijn geschiedkundige kroniek
"Lopikerwaard, doop en kerspel tot
1814" vermeldt W.F.J. den Uyl over de naam:
"De ontginning die ten laatste in de aanvang van de 12e eeuw noordelijk van Lopik werd ondernomen, heeft haar naam stellig ontleend aan de concessiehouder Benno of Benne (vleivorm van Bern(h)ard). In de oudst bekende schriftelijke vermelding - die van 1275 - wordt zij Benscoep genoemd, en in de acten van iets jongere datum: Benscope, Benscop en Bendscop. Dat "koop" (coep) tot "kop" verzwakte acht men niet vreemd; evenmin dat "scop" tot "schop" werd."
Benno "kocht" dus een stuk grond, dat bekend werd als "Benno's-koop". Zoiets kwam kwam vaker voor in die omgeving. Vergelijk in dit verband ook de namen van andere dorpen in die buurt als Boskoop, Nieuwkoop en Willeskop.
Sinds de 12e eeuw
behoorde de "kerkgift" Benschop toe aan Gijsbrecht
van Amstel, Heer van IJsselstein. Hij legde in 1279 een verklaring af,
waaruit
blijkt dat zijn ouders en grootouders Heren waren geweest van heel
Benschop.
In 1291 erfde Gijsbrecht van IJsselstein het van zijn, in dat jaar overleden, vader Arnoud van Amstel. Na de dood der Amstels, na de moord op Floris V, kwam het "leengoed" te behoren tot de zgn. achterlenen. Het is nadien eigendom geworden van Guy van Henegouwen, die in 1300 Bisschop van Utrecht werd. Via een huwelijk met diens dochter werd het later weer beleend aan Gijsbrecht en diens zoon Arnoud. Echter kort na het midden van de 14e eeuw zijn deze Heren van IJsselstein uitgestorven. De goederen kwamen in handen van de Egmonds en nadien via Anna van Buren, die in 1551 huwde met Prins Willem I van Oranje, in handen van haar zoon Philips Willem. Tot 1795 zijn de Oranje's Heren van IJsselstein gebleven. In dat jaar nam de Franse Republiek de domeinen van de Prins van Oranje in bezit en stond die vervolgens af aan de Bataafse Republiek. In 1798 werden ze nationaal eigendom.
Bij de provinciale herindeling in 1814 ging Benschop over van Zuid-Holland naar Utrecht. Bij de gemeentelijke herindeling in 1989 is o.a. Benschop samengevoegd met Lopik.

't Dorp Benschop in de Baronny van IJsselstein, 1744
In diverse publikaties wordt melding gemaakt van de
"Heerlijkheid"
Benschop. Zo vermeldt W.F.J. den Uyl:
"In een gedrukte "Lijste van de vrije ende ridder Hoffsteden in de provincie van Utrecht, van de jare 728 bekend, berustend in het archief van de ambachtsheerlijkheden Dijkveld en Rateles, staan onder Benschop vermeld: "Snellenberg" (1300) en "Van de Houff" (1300), waarmee blijkbaar de zgn. "Oude Hoeve" wordt bedoeld. In de beleningsakten en in andere stukken, die op Benschop betrekking hebben, wordt deze Oude Hoeve meermalen genoemd. Veelal in verband met de 32 morgen lands, die aan haar grensden. Een andere maal is er sprake van 2 hoeven lands, geheten het "Hofland".
Aangezien al in zo vroege tijd dit bezit der Amstels als "oude" hoeve wordt aangeduid, lijkt het alleszins waarschijnlijk, dat zij de oorspronkelijke vestigingsplaats van de Heren te Benschop is geweest. Een kasteel in de latere zin van het woord zal het oorspronkelijk wellicht niet zijn geweest, maar in ieder geval wel een binnen grachten gelegen weerbaar huis."
Het huis "Snellenberg" is later eigendom geworden van Willem van Snellenberg, die in 1469 schout van Utrecht was, en Arend van Snellenburg, die in 1500 in de Utrechtse Ridderstand stond beschreven. Het is in de 18e eeuw in handen gekomen van de Milan de Visconti's. Het latere herenhuis van die naam is in de 19e eeuw afgebroken. Er zouden echter nog kelders van het oudste huis onder de grond te vinden zijn.
De naam Benschop wordt ook in verband gebracht met de
moord op
Graaf Floris V (1296).
In de tegenwoordige geschiedenisboeken is daarover niets te vinden. Het
"Biografisch woordenboek der Nederlanden" van A.J. van der Aa uit 1852,
bevattende "levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op
eenigerlei wijze in ons vaderland vermaard hebben gemaakt", vermeldt
echter:
"Benschop (Arent van) was één der Edelen, die tegen Graaf Floris V zamenspanden, en, bij het gevangen nemen van dien vorst, nadat Herman van Woerden 's Graven paard bij den toom gevat had, hem de sperwer uit de hand rukte. Na de moord bevond zich Benschop, benevens Kostijn van Boternisse, Alewijn en Willem van Teylingen, Willem van Saanden en anderen, op het slot Kronenburg, toen het door Wijt van Henegouwen bemagtigd werd; deze gaf Gerard van Velzen, van Saanden en nog eenige anderen aan het volk, tot stilling van zijne woede, over, doch deed Benschop, Teylingen en nog twee anderen, naar het slot Kervenheim in Kleefsland voeren.
Wanneer Benschop uit zijn gevangenschap ontslagen zij, vindt men niet geboekt, maar in 1304 bevond hij zich onder den aanhang van Jan van Renesse. Met deze en anderen nam hij, na de nederlaag der Vlamingers voor Zierikzee, de vlugt uit Utrecht, en begaf zich naar de Lek, tegenover Beuzichem, voornemens met een schouw den stroom over te varen.
Al vechtende werden ze de schouw ingejaagd; daar zij zich in grooten getale in dat vaartuig begaven, kantelde het om en Arent van Benschop vond, met Jan van Renesse en eenige andere Edelen, zijnen dood in den golven, den 16e Augustus 1304."
Over
de juiste toedracht van de moord op Floris V en de politieke
verwikkelingen in die tijd is een studie gemaakt door de Vlaming Henri
Obreen,
van de Universiteit van Gent. Zijn uit 1907 daterend boek "Floris V"
is o.a. gebaseerd op de beschrijving van een tijdgenoot van Floris:
Melis Stoke.
De moord was voorbereid door een complot, dat zich gesteund wist door
de Engelse
koning Edward I, die Floris wilde straffen, omdat deze
vriendschappelijke banden
had aangeknoopt met Frankrijk.
Nadat Floris, op uitnodiging van de Edelen was uitgereden voor de
valkenjacht,
werd hij opgewacht door een kleine stoet van samenzweerders:
"..Aemstel, Woerden, Velsen, waarbij zich Arent van Benschop, een zoon van Aemstels broeder Arnoud, Gerard van Crayenhorst, willem van Teylingen, Willem van Zaenden en enkele anderen hadden aangesloten, reden de vorst tegemoet; het beslissend ogenblik was gekomen. Woerden, die voorop reed, vatte Floris' paard bij den teugel, zeggend:
"Uwe
hoghe spronghe zijn ghedaen:
Ghi ne sult niet meerder voeren driven,
...heer meester, Ghi moet bliven
onse ghevanhen, wien lief of leet..."
Toen men Floris vanuit zijn gevangenschap op het Muiderslot wilde overbrengen naar een andere plaats, stuitte men op een groep boeren, die hem wilde bevrijden, waarna Floris door van Velsen met een vijftal zwaardsteken werd gedood.
Naast de slechte
verstandhouding die Floris met zijn Edelen had opgebouwd,
was er voor hen echter nog een ander motief voor de moord.
Prof.dr.F.W.N. Hugenholz haalt daarover in zijn boek "Floris V" een
andere strofe aan van Melis Stoke:
"Al dede Gherijt van Velsen quaet,
dat quam alleen bi sulker daet
dat sijn wijf was jammerlike vercraft
Daertoe dede de Grave sijn macht
ende onsuverde sijn goede wijf."
Zonder de daad van de Edelen te billijken, is er enige rechtvaardiging te vinden in het feit dat Floris zich had vergrepen aan de vrouw van één van hen (Machteld van Woerden, vrouw van Gerard van Velsen).
Met
uitzondering van Gerard van Velsen zijn allen ontkomen. Zoals vermeld
is
Arent van Benschop in 1304 verdronken. Hij had een dochter Elisabeth,
die in
1310 samen met haar man, Steven van Almelo, afstand deed van haar
vaderlijk
erfdeel in Benschop en Polsbroek.
Gijsbrecht had een zoon, Arnoud, die in 1363 overleed. Hij had alleen
twee
dochters, zodat ook dit geslacht van Heren van Benschop uitstierf.
De kans op blauw bloed is dus uitgesloten. Eén ding is echter
zeker: daarmee
hoeven wij, als huidige Benschoppen, ook geen wroeging te hebben over
de moord op Floris V.
Een opvallende wetenswaardigheid is, dat er ook een roos
bestaat met de naam
Benschop.

Het als gezaghebbend bekend staand boek "Tuinen" van Pannekoek en Schipper vermeldt deze roos als: Director Benschop, en schaart deze onder de categorie: witte klimrozen. Bij de rozenkwekerij De Wilde in Bussum staat deze roos bekend onder de naam: City of York, 45, hetgeen zou kunnen duiden op een Engelse oorsprong (gekweekt door de directeur van een Engels rosarium?).
Het wapen van Benschop, zoals dat prijkt op het
gemeentehuis en de Hervormde
Kerk in Benschop is een zgn. gemeentewapen. Het behoorde toe aan de
Heren van
Benschop, die in de 14e eeuw zijn uitgestorven.

In 1814 werd op last van koning Willem I, tegelijkertijd met de inwerkingtreding van onze nieuwe grondwet, de zgn. Hoge Raad van Adel ingesteld, met als doel, zo vermeldt het "Utrechts Wapenboek" (1957):
"...om Z.K.H. te adviseren inzake toepassing van de artikelen 42 en 77 der Grondwet en tot het doen van voordrachten, strekkende tot eer en luister en maintain van den Adel en van 's Vorsten Hoogheid.
Op grond hiervan konden (en kunnen) personen of gemeenten een reeds gevoerd wapen aanmelden of een nieuw wapen aannemen. Zo werden in 1816 talrijke dorpen in het bezit van een wapen bevestigd.Verreweg de meeste Utrechtse gemeentewapens zijn ontleend aan die van de oude Stichtse geslachten, welke ter plaatse voorheen hun riddermatig goed bezaten en enkele aan burgerfamilies, die in later tijd de Heerlijke Rechten door aankoop hadden verkregen.
De wapens van Benschop, IJsselstein, Polsbroek en Ruwiel zijn ontleend aan het blazoen van de IJsselsteinse tak der Amstels. De huidige generaties Benschoppen kunnen hieraan derhalve geen rechten ontlenen.
De officiële gegevens zijn te vinden op de pagina van de Nederlandse Gemeentewapens.
Adri Benschop, Abdinckhofstraat 20, 3881 CH Putten,
Nederland
Tel: 0341-358079
Uw reactie is van
harte welkom:
E-mail: a.benschop@chello.nl
Als achtergrondmuziek hoort u: "Eine Kleine
Nachtmuzik" van W.A. Mozart (bron: Laura's Midi
Heaven)
U kunt ook
reageren via mijn:
Gastenboek
Breng ook eens een bezoek aan de webpagina Fotografie: De Ontdekking van het Licht
Of bezoek de pagina's van Marja Benschop-Smit: Ikonen en Sierknippen
Laatst bijgewerkt op: 29 december 2009
Copyright © 1998. Drs. A. Benschop
MHA, Putten, The Netherlands
© All rights reserved.