Pagina's:

 

Home
Persoonlijk
Recepten
Reizen
Nieuws
Taal
Film
Foto's

gastenboek

 

C'est Arno!

 

 

 

Links:

anagrammen
Onze Taal

Archief:

april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008

november 2008
oktober 2008
september 2008

augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008

januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007

augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007

maart 2007
februari 2007
januari 2007

 


taalweetjes

mei 2009

meteen naar de index
of zoek alfabetisch:

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


13/5/09
mei
Naar wie is de maand mei genoemd?

Mei is waarschijnlijk genoemd naar Iupiter Maius, de god die de groeikracht brengt. Evenals andere maandnamen heeft het Nederlands dit woord in de zevende eeuw uit het Latijn overgenomen. Jupiter was de oppergod van de Romeinen, en maius betekent "de grotere". Bedoeld werd de god Jupiter als scheppende macht.
Anderen denken dat bij de naam van deze maand wordt verwezen naar een oude natuurgodin Maia; zij is de dochter van Faunus, een Romeinse natuurgod, beschermer van vee en akkers en brenger van vruchtbaarheid. Ze is bovendien de echtgenote van Vulcanus, de Romeinse vuurgod. Maia is de vrouwelijke vorm van Maius.
Nog een andere mogelijkheid is dat de maandnaam maius zonder tussenkomst van goden of godinnen is afgeleid van magnus ("groot") en de simpele betekenis had van "maand van het groter worden, groeimaand".
De Oudnederlandse benaming was winnemanoth,  waarbij winne een oud woord voor "weide" was. Later werd dat geherinterpreteerd als wonne ("verlangen, vreugde"), een woord dat in het Duits nog steeds voorkomt. Uit winnemaand ontstond wonnemaand, een nu verouderde benaming, die in sommige streken nog steeds bestaat.

uit: kalender Onze Taal 2008


 

 

april 2009

11/4/09
koppeltekens
Vul waar nodig de koppeltekens in: "De studerende 20 jarigen uit de 20ste eeuw zijn inmiddels vaste klanten in 3 sterrenrestaurants."

Juist is: "De studerende 20-jarigen uit de 20ste eeuw zijn inmiddels vaste klanten in 3-sterrenrestaurants." Althans, volgens het Witte Boekje (2006). Het Groene Boekje (2005) schrijft 3 sterrenrestaurants voor.

20-jarig is een samenstelling die bestaat uit het getal 20 en het bijvoeglijk naamwoord jarig; zo'n samenstelling wordt met een streepje geschreven. Ook mogelijk is twintigjarig.
In 20ste eeuw is 20ste een bijvoeglijk naamwoord bij eeuw; net als de meeste andere combinaties van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden wordt dit los geschreven. Vergelijk ook: nieuwe computer, mooie jas, enz. In 20ste (of 20e) zelf staat geen spatie.
3-sterrenrestaurants is een samenstelling van het getal 3 en de woorden sterren en restaurants. Net als in 20-jarigen wordt in het Witte Boekje dan een streepje geschreven. Het Groene Boekje (2005) schrijft ook 20-jarigen, maar ziet 3 sterrenrestaurants als een samenstelling van restaurants en het "spatiewoord" 3 sterren.

uit: kalender Onze Taal 2008

 

4/4/09
april
Waar komt de naam van de maand april vandaan?

Het woord april is ontleend aan de Latijnse maandnaam aprilis, een verkorting van aprilis mensis ("aprilmaand"); aprilis was aanvankelijk het bijvoeglijk naamwoord bij mensis. De verdere herkomst is onzeker. Er wordt wel gezegd dat het verwant is met aperire, dat "openen" betekent. In deze lentemaand gaat alles open (bloemen, planten, etc.). Waarschijnlijker is dat de naam ontleend is aan het Etruskisch, dat het misschien weer uit het Grieks heeft. Het zou dan teruggaan op de naam 'Aφρο als verkorting van 'Aφροδιτη, de Griekse godin van de liefde.
De Oudnederlandse benaming van deze maand was ostermanoth, letterlijk "paasmaand". Het geschrift waarin deze maand voor het eerst wordt vermeld, is vertaald uit het Duits. Monat is Duits voor "maand" en Ostern voor "Pasen", wat overeenkomt met het Engelse Easter. Ostern/Easter is een vertaling uit het Latijn: de christelijke erediensten die vroeg op paasmorgen werden gehouden, werden wel albae (paschales) genoemd. (Paschales is het meervoud van het Latijnse bijvoegelijke naamwoord paschalis, dat "van Pasen", "paas-" betekent.) Albae is het meervoud van alba, "het vroege morgenlicht". In de albae herdacht men de wederopstanding van Christus uit het graf in de vroege ochtend. De vertaling van albae in het Duits en het Engels leverde Ostern en Easter op. Het morgenrood begint immers in het oosten!

uit: kalender Onze Taal 2008

  

 

maart 2009

28/3/09
er voor in
Wat is juist: er voor in staan, ervoor in staan, ervoor instaan, ervoorin staan, er voor instaan, er voorin staan, er voorinstaan of ervoorinstaan?

Er zijn twee mogelijkheden.
Ervoor instaan betekent "zich er aansprakelijk voor stellen" of "garanderen": "Ik sta ervoor in dat dit tot een goed einde wordt gebracht", "Wij staan niet in voor de gevolgen." Het werkwoord is hier instaan, dat door Van Dale (2005) wordt omschreven als "garant staan, borg zijn (voor)". Daarbij hoort het vaste voorzetsel voor.
De andere mogelijkheid is er voorin staan, waarbij er niets anders is dan een verwijzing naar een locatie, een plaatsaanduiding - vervangbaar door daar of op die plaats. Voorin geeft ook een plaats aan: "in het voorste deel". Daarbij kan dan het werkwoord staan voorkomen: "Een bus kan flink slingeren; er voorin staan is beter dan achterin."
Bij dit soort combinaties worden twee hoofdregels aangehouden:
1. het werkwoord is een eenheid; 2. er vormt meestal een combinatie met een voorzetsel, tenzij er  "op die plaats" betekent.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

20/3/09
pièce de résistance
Waarom wordt een hoofdgerecht ook wel pièce de résistance genoemd - letterlijk "stuk van verzet"?

Een pièce de résistance is in het culinaire taalgebruik hetzelfde als een hoofdschotel. De letterlijke vertaling is "stuk van weerstand". De Trésor de la langue française (1999) omschrijft de woorden de résistance als "dont on ne vient pas à bout", wat we kunnen vertalen met: "waarvan je niet gauw de weerstand breekt".
Het lijkt een vreemde manier om een hoofdgerecht, dat toch vooral aantrekkelijk moet zijn, te omschrijven: alsof het voedsel bedwongen moet worden. Maar dat bedwingen verwijst vooral naar de overvloedige hoevéélheid, want de Grand Larousse de la langue française (1976) omschrijft pièce de résistance als een "plat, surtout de viande, où il y a beaucoup à manger" ("schotel, vooral met vlees, waar veel aan te eten valt").
Naast "hoofdgerecht" betekent pièce de résistance meer in het algemeen "belangrijkste onderdeel": "Het programma was divers, maar het pièce de résistance was de uitreiking van de prijs."

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

14/3/09
sieraad
Is het woord sieraad afgeleid van sier, dat we kennen uit goede sier maken?

Het woord sier in de zegswijze goede sier maken heeft niets te maken met sier in sieraad, (ver)sieren of sierbestrating. Het eerste sier is ontleend aan het Frans en het tweede aan het Duits.
Het Franse chère betekende aanvankelijk "gezicht" en die betekenis had chiere/siere ook in het Middelnederlands. Via de betekenis "welwillendheid, gastvrijheid" ("een vriendelijk gezicht tonen") ging het in het Nederlands uiteindelijk "feest, vrolijkheid" betekenen. Zo kon men goede sier maken. In het Frans ging chère "maaltijd, eten" betekenen.
Het Duitse zier betekende "mooi". Het is verwant met het Nederlandse tier, dat nog voorkomt in vertier en goedertieren. Het Duits heeft vaak een z- waar het Nederlands een t- heeft; vergelijk ook zehn ("tien") en Zahl ("getal"). Van zier werd in het Middelhoogduits zierot ("versiering") afgeleid, dat zich later ontwikkelde tot Zierat, een woord dat als sieraad ontleend werd in het Nederlands. Het achtervoegsel -od/-ot/-at diende in de Germaanse talen tot de vorming van zelfstandige naamwoorden. Het komt eveneens voor in armoede (vroeger armode) en kleinood. In het Duits komt het ook nog voor in Heimat en Einöde ("woestenij").

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

 

8/03/09
loft
Een penthouse is al heel wat, maar een loft is helemaal het summum van stedelijk woongenot. Wat is de herkomst van loft?

Het woord loft voor "grote, als woning ingerichte dakverdieping van een gebouw" is ontleend aan het Amerikaans-Engels. Het bestaat nog niet zo lang in het Nederlands. Zo was in 1990 in de NRC te lezen over "drie gigantische "lofts"" in New York. Lofts staat hier tussen aanhalingstekens, wat bewijst dat het nog geen gewoon woord was. Een jaar later schreef de NRC over "de loft van het Atriumgebouw"; hier gaat het om een gebouw in Amsterdam.
In het Engels heeft loft de algemene betekenissen "vliering, zolder(kamer), ruimte onder het dak". In het Amerikaans-Engels ging het vanaf de zestiende eeuw ook specifiek "een van de bovenste verdiepingen van een pakhuis of fabriekspand" betekenen. De nieuwe betekenis waaronder het woord ook in Nederland bekend is geworden, raakte in de Verenigde Staten in zwang toen veel oude fabriekspanden werden omgebouwd tot woongebouwen: de ruime maten maakten hoge, vrij in te delen woningen zonder tussenmuren mogelijk.
Het Engelse woord is ontleend aan het Oudnoorse loft, een nevenvorm van lopt, dat "lucht, hemel, zolderkamer" betekende. Etymologisch gezien is dat hetzelfde woord als het Nederlandse lucht, dat uit luft is ontstaan.

terug

uit: kalender Onze Taal 2008

1/03/09
non
Is het woord non voor "kloosterzuster" identiek aan het Latijnse en Franse non ("niet, nee")? Is men dit woord dus gaan gebruiken omdat kloosterzusters een heleboel dingen niet mogen?

Dat het woord non ("kloosterzuster") identiek zou zijn aan het Latijnse en Franse non, dat "niet" of "nee" betekent, hoor je vaak, maar het klopt niet: het is pseudo-etymologie. In werkelijkheid is non in de betekenis "kloosterzuster" een ontlening aan het Latijnse nonna, dat "voedster, kinderverzorgster" betekende. In het christelijk Latijn kreeg het de betekenis "kloosterzuster". Vervolgens is het in verschillende Europese talen terechtgekomen, in het Duits bijvoorbeeld als Nonne, in het Zweeds als nunna en in het Engels als nun. Het Middelnederlandse nonne ontwikkelde zich tot het Nieuwnederlandse non.
Van oorsprong is nonna een kindertaalwoord, zoals mama en papa, en het komt in diverse varianten dan ook in heel wat Indo-Europese en niet-Indo-Europese talen voor. De betekenis verschilt per taal. Zo betekent het Griekse ναννα "tante", het Perzische naneh "moeder", het Russische няня "kindermeisje", het Italiaanse nonna "grootmoeder", net als het Egyptisch-Arabische nena. Vermoedelijk hoort de Engelse nanny ook in dit rijtje thuis.
In Nederlanse katholieke kringen heeft het woord non vaak een negatieve gevoelswaarde. Ook het verouderde Franse woord nonne wordt soms schertsend gebruikt.

terug


februari 2009

21/02/09
taalquiz
Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?
Apk-keuring, bommoeder, havo-leerling, ISBN-nummer. (hint: met spelling heeft het niets te maken.)

Bij het woord havo-leerling zit het tweede deel (leerling) niet al in het eerste (havo) besloten - in tegenstelling tot de samenstellingen met bom ("bewust ongehuwde moeder"), ISBN ("internationaal standaardboeknummer") en apk ("algemene periodieke keuring").

1. Welk woord met havo- had wél in het rijtje gepast?

2. Wat is niet waar?
a. Etos (winkel) is de afkorting van "eendracht, toewijding, overleg en samenwerking"
b. HEMA (winkel) is de afkorting van "Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam"
c. KING (pepermunt) is de afkorting van "Kwaliteit in Niets Geëvenaard"
d. o.b. (tampons) is de afkorting van "ongemerkt beschermd"

3. Welke betekenis hoort bij welke afkorting?

bv             
bv.
BV
B.V.

a. Beata Virgo "de zalige maagd" (Maria)
b. besloten vennootschap
c. bekende Vlaming
d. bijvoorbeeld

1. havo-onderwijs
2. d (o.b. staat voor "ohne Binde", oftewel "zonder verband")
3. bdca

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

14/2/09
dragonder
Een ander woord voor cavalerist ("soldaat te paard") is dragonder. Wat heeft dit woord met een draak te maken?

Het Nederlands heeft het woord dragonder voor "cavalerist" ontleend aan het Duitse Dragoner. Tussen de n en de -er werd een d ingevoegd, zoals dat ook is gebeurd bij donder, dat uit don(n)er komt.
In het Frans valt het woord dragon voor "dragonder" samen met dragon voor "draak". Volgens sommigen zouden de soldaten dragons zijn genoemd naar de afbeelding van een draak op het vaandel waaronder ze streden. Volgens anderen was het Franse woord een aanduiding voor het handvuurwapen waarmee ze waren uitgerust, en werd het wapen dus vergeleken met een "vuurspuwende draak". Het Engels maakt verschil tussen dragon ("draak") en dragoon ("dragonder"), die beide ontleend zijn aan het Franse dragon. In dragon is de klemtoon naar de eerste lettergreep versprongen; in dragoon, een jongere ontlening, is de klemtoon op de tweede lettergreep gebleven.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

7/2/09
februari
Aan welke god heeft de maand februari zijn naam te danken?

Het woord februari heeft niets met een god te maken. Het is ontleend aan de Latijnse maandnaam februarius, dat verkort is uit mensis februarius, "reinigingsmaand": men diende zich te reinigen voordat in maart het nieuwe jaar zou beginnen.
De Babyloniërs hadden al een jaar van twaalf maanden, waaraan ze nu en dan een dertiende maand toevoegden om de kalender gelijk te houden met de seizoenen. Bij de Romeinen telde het jaar oorspronkelijk tien maanden; januari en februari ontbraken. Het jaar werd gevolgd door een onbenoemde winterperiode. In de zevende eeuw voor Christus werd deze periode toebedeeld aan de maandnamen januari en februari. Doordat februari de laatste maand was, was dat de maand bij uitstek om eventuele schrikkeldagen aan het jaar toe te voegen.

uit: kalender Onze Taal 2008 

terug


januari 2009

30/1/09
dragon
Heeft dit woord met een draak te maken?

Het keukenkruid dragon (Artemisia dracunculus, "slangekruid") zou niet alleen een probaat slaapmiddel zijn en bescherming bieden tegen slechte adem, volgens het volksgeloof zou het ook een tegengif zijn tegen slangenbeten.
Het woord is een ontlening aan het Middelfranse dragon; dit was een variant van targon, dat in het Nieuwfrans estragon heeft opgeleverd en in het Engels is ontleend als tarragon. Dragon is vanuit Frankrijk naar het Nederlandse taalgebied overgebracht en er bestaat dan ook geen inheemse naam voor.
Het Frans heeft dragon/targon overgenomen uit het Arabisch, dat tarkhun (uitgesproken als tarchoen) weer heeft ontleend aan het Griekse δρακοντιον ("slangewortel; kleine draak"), een verkleinwoord van δρακον, dat zowel "draak" als "slang" betekent. Waarom deze plant in het Grieks naar een reptiel is genoemd, is niet duidelijk. Misschien dat het dichte wortelnetwerk een rol heeft gespeeld, of misschien bestond ook toen al het volksgeloof in het kruid als tegengif.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

24/1/09
gulp
Welke taal heeft dit woord van het Nederlands geleend?

Het Russische gul'f is de gulp van een broek. Het is ontleend aan het Nederlands, net als het synoniem klapan, dat teruggaat op het Nederlandse klap of klep: vroeger werd de gulp wel bedekt door een lap stof, een soort klep. In het Russisch is zowel gul'f als klapan inmiddels verouderd, maar dat geldt beslist niet voor het woord brjuki, dat teruggaat op het Nederlandse broek. Aanvankelijk duidde men met brjuki een ruime matrozenbroek aan, maar inmiddels is brjuki net zo algemeen in gebruik als het Nederlandse broek. De Russische namen voor broeksoorten staan, net als de Engelse, in het meervoud - broeken bestaan immers uit twee delen. Brjuki heeft de meervoudsuitgang -i en ook woorden als pantalony en štany ("lange broek") zijn meervoudsvormen.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

17/1/09
in of op
Wat is juist: "Wij trouwen in het gemeentehuis" of  "Wij trouwen op het gemeentehuis"?

"Wij trouwen in het gemeentehuis" en "Wij trouwen op het gemeentehuis" zijn beide correct; er is wel een licht betekenisverschil. Bij het eerste ligt de nadruk erg op het feit dat er binnen in het gemeentehuis getrouwd wordt. "Wij trouwen op het gemeentehuis" is neutraler; hier wordt meer de functie van de locatie bedoeld.
Iets anders ligt het bij "U kunt de coupons inleveren op/bij de vestiging in Waalwijk." Hier legt de zin met op vrij veel nadruk op de precieze locatie, terwijl bij meer de nadruk vestigt op het inleveren.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

10/1/09
taalquiz
Braille is het wel, maar gebarentaal niet. Augustus wel, maar september niet, diesel wel, maar benzine niet. Guillotine wel, maar hakbijl niet. En teddybeer wel, maar mens-erger-je-niet niet. Wat zijn braille, augustus, diesel, guillotine en teddybeer wel wat de andere niet zijn?

Het zijn eponiemen, oftewel woorden die naar personen zijn genoemd.

1. Ik reis van Tabasco, via Daiquiri en Gorgonzola, naar Limerick en Badminton. Welke landen doe ik aan?

2. Midgetgolf, bebop, zombie, tonic en squash...
a. ontbraken in het Groene Boekje van 1995.
b. zijn ongeveer in dezelfde tijd in het Nederlands terechtgekomen.
c. zijn genoemd naar Amerikaanse steden, dorpen en rivieren.

3. Naar welke "Teddy" is de teddybeer genoemd?

1. Mexico, Cuba, Italië, Ierland en Groot-Brittannië.
2. b (rond de jaren vijftig)
3. Theodore Roosevelt

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

2/1/09
januari
Welke god heeft zijn naam gegeven aan de maand januari?

Het woord januari is ontleend aan de Latijnse maandnaam ianuarius, een verkorting van mensis ianuarius, dat "Janusmaand" betekent. Janus of Ianus (in het Latijn betekent zijn naam letterlijk "doorgang") was bij de Romeinen de god van deuren en stadspoorten, van de in- en de uitgang, en van de overgang van het oude naar het nieuwe. Hij werd met twee gezichten voorgesteld, omdat hij zowel het verleden als de toekomst kon overzien. Iemand met een januskop is een dubbelhartig mens.
De vroeg-Romeinse kalender telde slechts tien maanden en begon in maart. De maanden januari en februari werden in de zevende eeuw voor Christus aan de Romeinse kalender toegevoegd, en wel achteraan. Januari was echter de eerste maand na de winterse zonnewende, en daarmee stond deze maand toch enigszins voor een natuurlijk begin; later lieten de Romeinen de hele kalender bij deze maand beginnen.
 

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

 


 

december 2008

27/12/08
mail
Mail is tegenwoordig een heel gewoon Nederlands woord geworden, vooral in e-mail. Hoelang bestaat dit woord al in het Nederlands en met welk verouderd, oorspronkelijk Nederlands woord is het verwant?

Het woord mail (vermoedelijk uitgesproken als [meel]) komt in het Nederlands al voor in de eerste helft van de negentiende eeuw. Toen betekende het "brievenpost naar en van overzeese gewesten, vooral Oost- en West-Indië". Zo schreef De Génestet in 1848: "Gij weet, ons brengt die Mail de brieven van September." Hij schreef ook een gedicht met de titel "De Mailbrief". Het Nederlands heeft het woord overgenomen van het Engelse mail ("zak, brievenzak, post"). In het Engels is het ontleend aan het Franse male voor "zak", dat in de huidige Franse vorm malle "koffer" betekent.
Het Frans heeft het woord uit het Germaans. Het komt voor in verschillende Oudgermaanse talen, zoals het Oudhoogduits. In het Middelnederlands treffen we het vroeg in de dertiende eeuw aan als male ("reiszak, koffer"). Ook eeuwen later wat het nog een heel gewoon woord. Cats schrijft in de zeventiende eeuw: "Dees' male, die my dient om boeken in te steken"; hier betekent het "tas". En in de negentiende eeuw schrijft Nicolaas Beets: "Ik gaf den conducteur, die met de maal [= reistas, koffer] naar binnenging, mijn vijfje." Het woord male/maal is nu verouderd, evenals mail in de negentiende-eeuwse betekenis.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

20/12/08
onbevlekte ontvangenis
In 2006 bracht een vrouwtjesvaraan zonder voorafgaande bevruchting een nakomeling voort. Trouw kopte: "Onbevlekte ontvangenis". Wat is er onjuist aan deze kop?

Trouw suggereert dat onbevlekte ontvangenis betekent dat iemand maagd is maar tóch een nakomeling voortbrengt. Maar onbevlekte ontvangenis heeft niets te maken met seks.
Er zijn vanouds allerlei misverstanden rond deze uitdrukking. Ontvangenis duidt op "conceptie van een vrucht", "het moment van verwekking/bevruchting". Velen denken ten onrechte dat het hier over Jezus gaat: die zou "zonder zonde" zijn verwekt, dat wil zeggen, zonder dat er seks aan te pas kwam. In werkelijkheid gaat het over Maria, en seks heeft er helemaal niets mee te maken. Het kerkelijk leerstuk van de onbevlekte ontvangenis houdt namelijk in dat Maria, toen zíj ter wereld kwam, niet "besmet, bevlekt" was met de erfzonde (de zonde die - volgens de christelijke leer - sinds de zondeval van Adam en Eva op iedereen overgaat). Het leerstuk van de onbevlekte ontvangenis werd in 1854 afgekondigd door paus Pius IX.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

 

12/12/08
konstabel
Wat is de overeenkomst tussen een maarschalk en een konstabel ("onderofficier")?

Een maarschalk en een konstabel ("onderofficier") werkten vroeger allebei in een stal. De twee woorden hebben een gelijksoortige betekenisontwikkeling ondergaan. De maarschalk was oorspronkelijk een "paardenknecht" en de konstabel een "stalmeester".
Het woord konstabel is ontleend aan het Oudfranse conestable ("stalmeester"); het is de voortzetting van het Latijnse comes stabuli voor "stalmeester, stalgraaf". Comes is het woord dat (via de verbogen vorm comitem) in het Frans comte ("graaf") is geworden, en dat het Engels overgenomen heeft als count.
Uit de betekenis "stalmeester" ontwikkelde zich die van "bevelhebber over de ruiterij". Ten slotte werd de Nederlandse konstabel een "onderofficier bij de mairne". In het Frans is de connétable opgeklommen tot "grootofficier, opperbevelhebber". Maar in het Engels heeft constable de betekenis "politieman" gekregen, en hetzelfde geldt voor konstapel in het Zweeds.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

6/12/08
chic, chique
"Haar jurk is heel chic/chique."
"Zij droeg een chique/chice jurk."
Wat is juist:
chic, chice of chique?

Als we geen e horen, schrijven we gewoon chic: "Haar jurk is heel chic", "Hij droeg een chic pak." Als we [sjieke] zeggen en aan het eind van het woord dus een e horen, dan schrijven we die ook. Chice zou echter de onjuiste uitspraak [sjiese] opleveren; daarom verandert de c van chic in qu: "Ze had een groene, maar wel chique jurk", "Hij had geen chique pakken", "Ze hadden een chique woning." Chique is dus de verbogen vorm van chic.
De vergrotende trap krijgt eveneens qu: "Haar jurk was chiquer dan de bruidsjurk." Hier horen we immers ook duidelijk de e in de laatste lettergreep. De overtreffende trap wordt gewoon gevormd door -st achter chic te zetten: "Zij had de chicste jurk."
In het Frans betekent chique overigens "pruimtabak". Het Nederlands gebruikt daarvoor het woord sjiek.

uit: kalender Onze Taal 2007 

terug
 


november 2008

28/11/08
meier
Hebben de woorden hofmeier en kletsmeier iets met elkaar te maken?

Dat de woorden hofmeier en kletsmeier iets met elkaar te maken hebben, kunnen we alleen begrijpen als we kijken naar de geschiedenis van het woord meier. In de Middeleeuwen was meier, zoals al blijkt uit hofmeier, in eerste aanleg de benaming voor een belangrijke functie, vergelijkbaar met die van een baljuw, drost of schout. Zijn ambstgebied heette een meierij, zoals we die kennen uit de Meierij van 's-Hertogenbosch. Meier is eigenlijk hetzelfde woord als het Franse maire ("burgemeester"). Het is afkomstig van het Latijnse maior, dat "groter, de meerdere" betekent.
AL vroeg ging meier naast "rentmeester" en "overheidspersoon" ook "pachter" aanduiden. Tot aan het eind van de twintigste eeuw werd het woord in deze zin nog als juridische term gebezigd: de beklemde meier was "iemand die het beklemrecht [= gebruiksrecht] op een stuk land heeft".
Uit tal van Middelnederlandse teksten blijkt dat meier van oudsher in een ongunstige betekenis of context kon worden gebruikt. Dat heeft geleid tot samenstellingen met een negatieve gevoelswaarde, zoals brommeier, kletsmeier en lulmeier. En dat heeft er ook voor gezorgd dat het werkwoord meieren beslist niet als positief wordt ervaren; het betekent "zaniken".

uit: kalender Onze Taal 2007

 

terug

22/11/08
gezelligst
"Sinterklaas is het meest gezellige feest van het jaar." Moet dat niet gezelligste zijn?

Het ene feest is gezellig, het andere gezelliger en er kan maar één feest het gezelligst zijn. De overtreffende trap van een woord wordt gevormd door er -st achter te zetten: diep - diepst, aardig - aardigst, intellectueel - intellectueelst. Het maakt daarbij niet uit hoe lang een woord is. "Sinterklaas is het gezelligste feest van het jaar" is dus een correcte zin.
Soms is het niet mogelijk om de overtreffende trap met -st te vormen. Dat is bijvoorbeeld het geval als een woord zelf al eindigt op -st. In dat geval wordt de overtreffende trap omschreven met behulp van meest: robuust - meest robuust, ongepast - meest ongepast. We gebruiken eveneens meest als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op -s, -isch, -sk of -de: meest vers, meest idealistisch, meest grotesk, meest rigide.
De omschrijving met meest kan eventueel gebruikt worden om extra nadruk te geven: "De Boekenweek is het meest geliefd bij alleenstaanden." De Boekenweek is bij velen geliefd, maar het méést bij alleenstaanden. Deze constructie lijkt onder invloed van het Engels (the most original idea, the most intelligent student) overigens steeds vaker voor te komen, ook in gevallen waar gewoon een overtreffende trap met -st gebruikt kan worden.

uit: kalender Onze Taal 2007

 

terug

15/11/08
compound
In het Nederlands is het woord compound onder meer bekend als aanduiding voor een omheind terrein dat in gebruik is bij een persoon, een legeronderdeel, enz. Met welk uit Indonesië ontleend woord hangt compound in deze betekenis samen?

Het woord compound in de betekenis "omheind terrein" hangt samen met het uit Indonesië stammende woord kampong. Het Nederlands heeft kampong in de koloniale tijd ontleend aan het Maleise kampung ("omheind erf, dorp"). In steden en andere grotere nederzettingen stonden vaak diverse inheemse kampongs verspreid tussen de bebouwing van de kolonisten, maar in het buitenland kon kampong synoniem worden met "dorp". Het woord komt in het Nederlands voor vanaf het begin van de zeventiende eeuw, aanvankelijk in combinatie met geografische aanduidingen, bijvoorbeeld in "op de reê [= rede] voor Campong-Java".
Het woord kampung is in 1679 ook in het Engels terechtgekomen, maar is daar veranderd in compound - onder invloed van het toen al bestaande Engelse compound ("samenstelling"). De vormen zijn dus samengevallen.
Aan het eind van de twintigste eeuw ontleende het Nederlands dit Engelse woord in enkele specifieke betekenissen, zoals "afgesloten eigen terrein van bedrijf of instelling waarop buitenlandse werknemers gehuisvest zijn" en "omheinde verblijfplaats van een leger (bijvoorbeeld bij buitenlandse vredesmissies)".

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

7/11/08
mint, munt
Betekenen de woorden mint en munt hetzelfde?

Nee, mint en munt zijn vaak niet hetzelfde.
Munt kan het best gereserveerd worden voor het kruid met de kenmerkende frisse smaak. Het heeft in samenstellingen de voorkeur boven mint als het om het plantje en zijn toepassingen gaat: aardbeienijs met muntblaadjes, muntthee.
Mint
betekent volgens Van Dale "pepermunt". Je komt het tegen als aanduiding van allerlei pepermuntachtige snoepjes. Vaak wordt er een pepermuntsmáák mee aangeduid. Hoe chemischer het wordt, hoe meer mint voor de hand ligt: tandpasta met mintsmaak, mintsnoepjes, mintkauwgom.
Tot slot is mint ook een kleur, als verkorting van mintgroen: mintgroene bekleding, een stropdas in de kleuren mint en wit.

uit: kalender Onze Taal 2007 

terug
 


oktober 2008

31/10/08
hoofdletters
Waar ontbreken nog hoofdletters in de volgende zin? "De miss twiggy verkocht al voordat de tong picasso op tafel kwam met een onschuldige monalisaglimlach de monalisavervalsing."

Juist is: "De miss twiggy verkocht nog voordat de tong picasso op tafel kwam met een onschuldige monalisaglimlach de Mona Lisavervalsing."

Mona Lisavervalsing krijgt twee hoofdletters, omdat er sprake is van een direct verband met het kunstwerk de Mona Lisa. In alle andere gevallen hebben de woorden een algemene betekenis gekregen, waardoor de hoofdletter van de eigennaam is verdwenen.
Een miss twiggy is een "zeer slanke vrouw" (Miss Twiggy was de bijnaam van een zeer slank fotomodel in de jaren zestig). Een mysterieuze, enigszins treurige glimlach noemen we een monalisaglimlach. En picasso betekent "met een kleurrijk garnituur van groenten of vruchten geserveerd".
Het is soms lastig te bepalen of de eigennaam nog een rol speelt of niet. Dat maakt een dictee met woorden als beatlehaar, beatrixkapsel, elviskuif, harrypotterbril en pyrrusoverwinning tot een heuse tantaluskwelling.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

23/10/08
verkleinwoordjes
Welke verkleinwoorden zijn niet juist? "Het jockeytje reed met zijn logétjes voor het eten van een karbonaadje bij het soupeetje op zijn pony'tje nog een rondje om het villaatje."

Soupeetje en logétjes zijn niet correct gespeld. De volgende zin is helemaal correct: "Het jockeytje reed met zijn logeetjes voor het eten van een karbonaadje bij het soupertje op zijn pony'tje nog een rondje om het villaatje."

Woorden die op eindigen, krijgen in de verkleinvorm ee: logeetje is dus juist, net als attacheetje, cafeetje en sateetje.
Het verkleinwoord van souper was tot oktober 2005 in de officiële spelling soupeetje, maar sinds het verschijnen van het nieuwe Groene Boekje is het soupertje. Het grondwoord souper blijft dus intact.
Woorden op -y krijgen een apostrof in de verkleinvorm (pony'tje, baby'tje, puppy'tje) maar als aan de y een klinker voorafgaat, is dat niet nodig (jockeytje, displaytje).
Woorden op -ade krijgen als verkleinvorm -aadje: karbonaadje, balustraadje, escapaadje. Let op: bij lade en chocolade wordt uitgegaan van de vormen la en chocola; daarom zijn laatje en chocolaatje juist. Woorden op -a eindigen in de verkleinvorm immers altijd op -aatje: villaatje, slaatje, mamaatje.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

17/10/08
monitor
Het woord monitor is etymologisch verwant met monster. Hoe is dat mogelijk?

Het woord monitor in de betekenis "computerscherm" is in het Nederlands ontleend aan het Engels. Het Engelse woord is overgenomen van het Latijnse monitor, dat "waarschuwer, adviseur" betekent, en een afleiding is van het werkwoord monere ("herinneren aan, manen, waarschuwen"). In het Engels heeft de betekenis zich ontwikkeld van "bewakingsapparaat" en "controlescherm" tot "computerscherm".
Op hetzelfde Latijnse monere is ook het woord monster terug te voeren, zowel in de betekenis "staaltje" als de betekenis "gedrocht".
In de betekenis "staaltje" is het ontleend aan het Oudfranse monstre ("staal, proefstuk"), een afleiding van het werkwoord monstrer, dat nu in het Frans nog bestaat als montrer ("tonen"), een afleiding van het zelfstandige naamwoord monstrum ("aanwijzing, voorteken"), dat net als monitor is afgeleid van het Latijnse monere. Monster in de betekenis "gedrocht" is ontleend aan datzelfde monstrum, dat ook "bovennatuurlijk wezen, gedrochtelijk wezen" was gaan betekenen.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

 

11/10/08
met de knollen de pot in
Wat gaat met de knollen de pot in?

De uitdrukking met de knollen de pot in gaan geeft aan dat iemands inkomsten helemaal opgaan aan dagelijkse levensbehoeften, zonder dat hij iets opzij kan leggen of aan een speciaal doel kan besteden. Een variant is: met de rapen de pot in gaan. Knollen en rapen golden vroeger als basisvoedsel. In een interview in het Eindhovens Dagblad van 8 januari 2005 staat te lezen: "Als die opgebouwde rechten [vakantiebonnen] voortaan elke maand bij het loon worden uitbetaald krijg je er makkelijk vijftig euro per week netto bij. Dat geld gaat met de knollen de pot in. Ik denk dat maar heel weinig mensen het op kunnen brengen dat geld apart te houden."
Maar met de knollen de pot in gaan kan ook een andere betekenis hebben, namelijk "er wordt niets gepresteerd".  Een Nederlander die in Argentinië een boerenbedrijf heeft, vertelde in 2006 dat zijn aanwezigheid op de boerderij vereist is: "Ik denk dat het oog van de meester het paard vet maakt. (...) Als ik er niet zou zijn, gaat het hier met de knollen de pot in."

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

4/10/08
vandyking
Wat zou vandyking betekenen in de volgende Engelse zin? "The peaks rose above them, vandyking the sky."

Een vertaling van "The peaks rose above them, vandyking the sky" luidt: "De pieken verhieven zich boven hen, de hemel kartelend." Alle Engelse woorden in de zin zijn algemeen bekend en duidelijk, met uitzondering van vandyking. Waar komt dit woord vandaan?
Vandyking is afgeleid van de naam van de Vlaamse kunstschilder Antoon van Dyck of van Dijck (1599-1641), die vooral bekend is vanwege zijn portretten. Van Dyck vestigde zich in 1632 in Engeland, waar hij werd geridderd en de titel "sir" kreeg. In 1635 werd hij hofschilder van de Engelse koning Karel I. Van Dyck geldt als oprichter van de Engelse school voor schilderkunst. De voor Van Dyck geportretteerden droegen vaak een bepaalde diep ingesneden puntkraag die vandyke wordt genoemd, in de Engelse spelling van zijn naam. Hiervan afgeleid is het werkwoord to vandyke voor "diep uitsnijden" - en dit werkwoord komt voor in de zin "The peaks rose above them, vandyking the sky."
Veel geportretteerden droegen ook een kort puntpaardje, een vandyke beard. Tot slot heeft de dikwijls door Van Dyck gebruikte diepbruine kleur geleid tot de benaming vandyke brown, in het Nederlands Van Dijck-bruin.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug


september 2008

27/9/08
taalquiz Surinaams
Ik stond als een van de nieuwe Surinaamse woorden in het nieuwe Groene Boekje van 2005. De pers vond mij prachtig en kleurrijk, maar de toenmalige Surinaamse minister van Onderwijs noemde mij in Onze Taal "oerlelijk". Volgens hem was het woord elleboog in Suriname veel gebruikelijker. Welk woord ben ik?

Handknie.

1. Meer Surinaams-Nederlandse woorden. Welk woord betekent wat?

bacove
cellulair
porknokker

a. banaan
b. goudzoeker
c. mobieltje

2. En wat hebben okseltruitje, wiet en zwamp te betekenen?

3. Het van oorsprong Surinaamse Kwakoe-festival in de Bijlmer dankt zijn naam aan het bekende Kwakoe-beeld in Paramaribo, dat precies een eeuw na de afschaffing van de slavernij onthuld werd. Dankzij de naam van dit beeld weten we dat afschaffing plaatsvond in een hoog gebouw / op een woensdag / tijdens een hagelbui.

1. acb
2. "mouwloos T-shirt", "onkruid" en "moeras".
3. op een woensdag (volgnens een Afrikaanse traditie worden op woensdag geboren jongetjes Kwakoe genoemd)

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

20/9/08
penthouse
Een penthouse is de luxueuze bovenverdieping van een flatgebouw. Waar komt dit woord vandaan?

Het element house in penthouse is er min of meer per ongeluk in terechtgekomen. Het woord penthouse luidde vroeger pentice en nog eerder pentis. Omdat het oorspronkelijk een aanbouw of bijgebouw aanduidde, een loods of een schuur, dus een "aanhangend huis", werd het woorddeel -ice in de loop van de tijd opgevat als house. Zo kon pentice vervormd tot penthouse.
Het Middelengelse pentis was een verkorting van het Oudfranse apentis, dat eigenlijk "aanhangsel" betekende. Het is in feite hetzelfde woord als het Latijnse appendix ("aanhangsel, supplement"), dat een afleiding is van het werkwoord appendere.
Het penthouse als "bovenverdieping van een flat" is een betekenisuitbreiding die in het Amerikaans-Engels is ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw. Het was toen nog een vrij neutrale aanduiding. Vanaf het midden van de twintigste eeuw kreeg het woord in de Engelstalige landen een luxe tintje: een penthouse is van alle gemakken voorzien en biedt een weids uitzicht. In het Nederlands raakte het woord eind jaren zeventig, begin jaren tachtig bekend.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

13/9/08

10/9/08
pinguïn
Wat is de bron van de Engelse naam penguin, de Franse naam pingouin en de Nederlandse naam pinguïn?

De naam voor een rechtop lopende watervogel gaat waarschijnlijk terug op de Welshe samenstelling pen gwyn, die "wit hoofd" betekent. Deze naam is door de Engelsen overgenomen als penguin, waarmee zij de in 1844 uitgestorven reuzenalk aanduidden, een vogel die in de zeeën van Newfoundland leefde. Toen zeelieden op het zuidelijk halfrond een hierop lijkende vogel tegenkwamen, noemden ze deze ook penguin.
Al tijdens de Eerste Schipvaart, de eerste zeireis die de Nederlanders om de Kaap maakten, in 1595, schreven zij in hun verslag over "groote water vogelen die genoemt worden Pinguijns" - een naam die zij uit het Engels kenden. De Fransen leerden de naam pingouin in 1598 kennen via Franse vertalingen van een scheepsjournaal van de Nederlander Willem Lodewijcksz. Hij trok mee met de Eerste Schipvaart, die onder leiding van Cornelis de Houtman via Kaap de Goede Hoop naar Indië voer. Lodewijcksz tekende de gebeurtenissen op tijdens deze reis, die bijna tweederde van de bemanning het leven kostte. Omdat andere West-Europese landen geïnteresseerd waren in de winstgevende handel met Azië, werden verslagen van de Nederlandse zeereizen daarheen nauwkeurig bestudeerd, en op die manier leerde men ook namen voor de vreemde flora en fauna kennen, zoals het woord pinguïn.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

6/9/08
copy, kopie, kopij
Wat is het verschil tussen deze woorden?

Een kopie is een (reserve)afdruk van een origineel: een fotokopie bijvoorbeeld, of een gekopieerde cd of dvd, of een reservebestand op de computer.
Kopij is een oudere vorm van kopie, maar het wordt tegenwoordig in een andere betekenis gebruikt: tekst die als basis voor drukwerk dient. "De kopij wordt na correctie drukklaar gemaakt."
Copy is een vakterm: "tekstgedeelte van een advertentie",  schrijft het Witte Woordenboek (2007). Dit woord komt ook terug in copywriter ("schrijver van reclameteksten"). Copy, kopij en kopie kunnen dus niet door elkaar gebruikt worden.

uit: kalender Onze Taal 2008 

terug

 


augustus 2008

30/8/08
hij, zij, het, zijn of haar?
1. Maxeda B.V. is de moederorganisatie van onder meer de Bijenkorf. ... besloot vorig jaar om ... winkelketen Hema te verkopen.
2. De Stichting Lezen en Schrijven bestrijdt analfabetisme in Nederland. ... doet dit sinds 2004.
3. De EO is een bekende christelijke omroep. ... heeft ruim vijfhonderdduizend leden.

1. Maxeda B.V. is de moederorganisatie van onder meer de Bijenkorf. Het besloot vorig jaar om zijn winkelketen Hema te verkopen.
2. De Stichting Lezen en Schrijven bestrijdt analfabetisme in Nederland. Zij doet dit sinds 2004.
3. De EO is een bekende christelijke omroep. Hij heeft ruim vijfhonderdduizend leden.

De meeste namen van bedrijven zijn onzijdig; er wordt dan naar verwezen met het en zijn. Het onzijdige karakter van de namen blijkt uit constructies als "het grote Maxeda". Als de naam van een bedrijf of instelling als hoofdwoord een mannelijk of vrouwelijk woord bevat, past de verwijzing zich daaraan aan. In "de Stichting Lezen en Schrijven" is stichting het hoofdwoord; omdat dat een vrouwelijk woord is, wordt ernaar verwezen met zij. EO staat voor "Evangelische Omroep"; het hoofdwoord is omroep, dat mannelijk is; vandaar de verwijzing met hij.
De toevoeging B.V. in Maxeda B.V. verandert in gewone teksten niets aan de verwijzing met zijn. B.V. staat voor "besloten vennootschap", en vennootschap is een vrouwelijk woord. B.V. is echter niet het belangrijkste deel van de naam: dat is Maxeda. Omdat op dat woord de nadruk ligt, blijft het juiste verwijswoord zijn.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

 

26/8/08
de bonte hond
Wat betekent bekend  staan als de bonte hond?

Bekendstaan als de bonte hond geeft aan dat iemand een slechte reputatie heeft. Volgens sommigen is het een verbastering van De Bondt zijn Hond. De Bondt was een Leidse schout die bijzonder aan zijn hond gehecht was. Toen die in 1634 doodging, regelde het baasje een heuse rouwstoet, waarin ook talloze notabelen meeliepen.
Maar de uitdrukking is al veel eerder aangetroffen, en wel in Campens Gemeene Duytsche Spreeckwoorden (1550). Waarschijnlijk gaf de bonte hond oorspronkelijk alleen aan dat iemand om wat voor reden ook erg opviel en daardoor bij iedereen bekend was. In 1624 schreef Bredero: "Hij [= Schyn-heyligh, een roomse geestelijke die erg van eten en drinken houdt] is bekent als de bonten hond met de blaeuwe staert, op lijckmaeltijen, op slujten van huwlijcken, op bruiloften (...) is hij over al govert in 't voorste [= haantje-de-voorste]". Ook de uitbreiding met de blaeuwe staert wijst erop dat niet de slechte naam belangrijk was maar het opvallen. Dat laatste werd pas belangrijk in de achttiende eeuw. In Het koddig en vermakelyk Leven van Louwtje van Zevenhuizen (1752) schreef G. van Spaan: "Deze schoeije [= schoft] (...) was in alle de kroegen, en hoerhuijzen bekent als den bonten hond.

uit: kalender Onze Taal 2008 

terug


 

juli 2008

26/7/08
dope
Waar komt het Engelse dope voor "drugs" vandaan?

Het Engelse woord dope ("drugs") is ontleend aan het Nederlandse doop, dat vroeger werd gebruikt als benaming van de stof waarin men iets doopt, de saus. In die betekenis namen de Nederlanders het woord mee naar Amerika. In de achttiende eeuw was dope de aanduiding voor een dikke vloeistof die men kon eten, of voor een vloeistof die gebruikt kon worden als smeermiddel, vernis en dergelijke. Verder ging men het ook gebruiken voor het dikke stroopmengsel van opium dat toentertijd gerookt werd, en vervolgens voor drugs in het algemeen. Deze betekenis werd de belangrijkste, en in deze betekenis werd het woord door vele talen, waaronder het Nederlands, uit het Engels overgenomen.

uit: kalender Onze Taal 2008

terug

19/7/08
de vinger geven
Over welke vinger gaat het als je iemand de vinger geeft?

Iemand de vinger geven betekent volgens Van Dale: "uitdagend je middelvinger naar iemand opsteken". Op 16 maart 2005, een mooie lentedag, schreef Adriaan Jaeggi na een fietstochtje in zijn weblog: "Het rook lieflijk naar uitlaatgassen en zelfs het schelden van de chauffeur die mij sneed en die ik de vinger gaf, had een roze randje."
Waarom juist de middelvinger? In zijn boek Gestures (1979) schrijft de gedragsdeskundige Desmond Morris dat de middelvinger hier symbool staat voor de penis. In woorden uitgedrukt: "Fuck you!" De uitdager laat als het ware zijn penis zien. Aangezien een grote penis meer indruk pleegt te maken dan een kleine, is de middelvinger de beste "afbeelding" van de penis. Het is dan ook geen wonder dat de uitdrukking een variant heeft gekregen: iemand de dikke vinger geven.
In kringen van computerliefhebbers heeft zich een nieuwe betekenis ontwikkeld. Je pc de vinger geven betekent "de pc uitzetten met de aan-/uitknop" - dus zonder het keuzemenu te gebruiken.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

12/7/08
komma
Waar of niet waar? Voor en mag nooit een komma staan.

Dat er geen komma voor en zou mogen staan, is een al heel lang bestaande mythe. Er is in elk geval geen enkele taalkundige reden om zulke komma's te vermijden. Zeker in langere zinnen is een komma voor en vaak heel prettig; de komma geeft dan een rustpunt aan in de zin.
Soms zijn zinnen lastig te lezen zonder komma: "We zorgen langs de singel voor nieuwe bomen en planten bovendien een aantal heesters." Zonder komma denkt de lezer eerst dat bomen en planten bij elkaar hoort. Veel duidelijker is "We zorgen langs de singel voor nieuwe bomen, en planten bovendien een aantal heesters." Nu lezen we planten als werkwoord en niet als zelfstandig naamwoord.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

5/7/08
paljas - pias
Een paljas en een pias zijn beiden potsenmakers, clowns. Hebben deze beide woorden iets met elkaar te maken?

Paljas en pias zijn in feite hetzelfde woord. Maar ze zijn niet in dezelfde tijd in onze taal gekomen. Het eerste kwam er in de zeventiende en het andere in de negentiende eeuw.
Paljas is afkomstig van het Franse paillasse ("strozak"), een afleiding van het Franse paille ("stro"), dat ontstaan is uit het Latijnse palea voor "kaf, stro". In regionaal Nederlands bestaat nog het woord palie ("kaf, schilfer, schub") zoals in de paliën van een snoek. Heel misschien is het Latijnse palea verwant met het Latijnse pellis ("huid") en daarmee met ons woord vel.
De vorm paljas bevat de lj van de oorspronkelijke Franse uitspraak van paillasse. Het Franse woord is vermoedelijk ontleend aan het Italiaanse pagliaccio ("strozak"), een afleiding van paglia ("stro"). Het woord pagliaccio werd in de toneelwereld aanvankelijk gebruikt voor een goochelaar of kunstenmaker, omdat hij gekleed was in een kostuum dat aan een strozak deed denken. Deze betekenis kreeg nog steun door de opera van Ruggiero Leoncavallo I Pagliacci uit 1892, een inmiddels klassieke opera over straattheater, met clowneske figuren.
De jongere vorm pias gaat terug op de uitspraak [pajas], de moderne Franse uitspraak van paillasse. Toen pias aan het Frans ontleend werd, werd er geen verband meer gelegd met een strozak of een paljas.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 


juni 2008

28/6/08
muziekstukken
Schrijf je titels van muziekstukken met een hoofdletter?

De titels van muziekstukken worden in elk geval geschreven met een beginhoofdletter: Dromen zijn bedrog, Born in the USA, La mer. In andere talen krijgen soms meer woorden een hoofdletter dan in het Nederlands gebruikelijk is. U kunt ervoor kiezen de originele titel inclusief hoofdletters over te nemen, maar vernederlandsen heeft de voorkeur. We schrijven dus Like a Virgin of vernederlandst Like a virgin.
In de klassieke muziek hebben veel werken een titel die ook als algemene soortaanduiding voorkomt. De context maakt meestal duidelijk of zo'n woord als naam wordt gebruikt of niet: "Veel componisten hebben een requiem geschreven, maar mijn favoriet is het Requiem van Mozart." Soms hebben stukken helemaal geen titel, maar worden ze aangeduid met een volgnummer. Een werk met zo'n nummer kan op meerdere manieren aangeduid worden: "de vijfde symfonie van Beethoven", "Mahlers symfonie nr. 2 in C klein" en "Beethovens negende". Delen van muziekstukken schrijven we met een kleine letter: adagio, couplet, gloria, refrein.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

18/6/08
poel, pool, poule
Vul  poule, poel of  pool in: "Als Nederland de ...wedstrijden wint, sta ik op kantoor bovenaan in de EK-..."

"Als Nederland de poulewedstrijden wint, sta ik op kantoor bovenaan in de EK-pool."

Poel is een aanduiding voor een ondiep water, een modderplas of moeras. Het aan het Frans ontleende woord poule (uitspraak: "poel") is een "indeling in groepen bij een toernooi". Het van oorsprong Engelse pool (uitspraak "poel", eventueel met een iets langere oe dan in poule) is een "systeem van weddenschappen waarbij de uitkomst van sportwedstrijden geraden moet worden". Pool  kan overigens ook "voorraad/verzameling waaruit geput kan worden" betekenen; die betekenis zien we bijvoorbeeld terug in banenpool.

terug

 

11/6/08
telefoonnummers
Hoe moeten telefoonnummers genoteerd worden?

Er zijn verschillende notaties voor telefoonnummers, onder meer afhankelijk van het type nummer. Vaste nummers en faxnummers worden meestal geschreven als (010) 123 45 67, maar we komen ook 010 - 123 45 67  tegen. Als het netnummer uit vier cijfers bestaat, verandert de notatie iets: (0313) 12 34 56 of 0313 - 12 34 56. De cijfers tussen haakjes geven aan dat het nummer weggelaten kan worden als men vanuit dezelfde regio belt. 0800- en 0900-nummers noteren we altijd zonder haakjes - deze cijfers kunnen immers niet achterwege blijven: 0800 - 1234, 0900 - 123 45 67. Ook mobiele nummers schrijven we zonder haakjes: 06 - 12 34 56 78. De spaties rond het streepje kunnen ook worden weggelaten: 0800-1234, 06-12 34 56 78.
De schrijfwijze van internationale nummers is als volgt: +31 10 123 45 67. Het plusteken geeft de internationale toegangscode aan, die per land verschilt; vanuit landen in de Europese Unie moet eerst 00 gedraaid worden, in de Verenigde Staten 011. Daarna volgt de landcode (31 om naar Nederland te bellen, 32  voor België), het netnummer zonder de eerste nul en het abonneenummer. Ook bij mobiele nummers en 0800- en 0900-nummers vervalt de nul na de landcode: +31 6 12 34 56 78. Deze nul mag tussen haakjes toegevoegd worden: +31 (0)800 - 1234.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 


mei 2008

31/5/08
alkoof
In de meeste Nederlandse huizen is geen alkoof meer te vinden. Hoe komen wij aan het woord alkoof?

Een alkoof is een zijkamertje, een tussenkamertje, soms met een gordijn als afscheiding en vaak met een bed erin. Wij hebben het woord overgenomen uit het Frans, waar alcove (in dezelfde betekenis) voor het eerst is aangetroffen in 1646. Het Franse woord is op zijn beurt ontleend aan het Spaanse alcoba, dat afkomstig is van het Arabische al-qubba voor "de koepel, het gewelf" (al is hier net als in bijvoorbeeld alcohol een lidwoord). Overigens heeft dat woord niets te maken met ons woord koepel, dat is afgeleid van het Italiaanse woord cupola.
We treffen het woord alkoof voor het eerst aan in 1662 op een plattegrond van het Trippenhuis (een beroemd Amsterdams gebouw aan de Kloveniersburgwal 29). Hierop is duidelijk tweemaal een "allecove" zichtbaar (net boven de centrale trappen). Bouwhistoricus Zantkuijl vermeldt bij de plattegrond dat het de eerste keer is dat dergelijke ruimtes in Nederland werden gebouwd. Hij schrijft ook dat de alkoof in Nederland in de jaren zestig van de zeventiende eeuw al gauw in de mode raakte door gravures van een zekere Jean La Pautre. Kennelijk heeft de uitvinding van deze aparte slaapnis dus snel internationale navolging gevonden.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

24/5/08
vogeltje
"Kijk eens naar het vogeltje!" zeiden fotografen vroeger. Welk vogeltje bedoelden ze?

"Kijk eens naar het vogeltje" werd vroeger gezegd wanneer de fotograaf op het punt stond een portret- of groepsfoto te maken. Het vogeltje in kwestie was op een meterhoog statief gemonteerd. De fotograaf kon het met luchtdruk laten bewegen. "Mensen waren in die tijd een beetje bang en verlegen", legde Roel Fokken, directeur van het Fotografica Museum in Doesburg, uit aan een journalist van De Gelderlander. "Om hen iets vriendelijker omhoog naar de fotograaf te laten kijken, werd het vogeltje gebruikt." In het genoemde museum is een fotostudio te bezichtigen van omstreeks 1890, met zo'n statief annex vogeltje.
Inmiddels staan er geen vogeltjes meer boven camera's gemonteerd, en de uitdrukking heeft dan ook een iets andere betekenis gekregen: "in de lens van de camera kijken". Daarbij kan het ook om een tv-camera gaan. In 2001 velde NRC Handelsblad een oordeel over de dubbelpresentatie van Joop van Zijl en Catherine Keyl: "Ze [moeten] niet naar elkaar maar naar het vogeltje (...) kijken."

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

17/5/08
zwartgalligheid
Hoe komen we aan het woord zwartgalligheid?

De zwartgalligheid stamt uit de leer van de lichaamssappen die de Griekse geneesheer Hippocrates in de vijfde eeuw voor Christus had geconstrueerd. Deze was gebaseerd op de elementenleer. De vier elementen zijn vuur, aarde, water en lucht. Hun kenmerken hebben met temperatuur en vochtigheid te maken: aarde is koud en droog, water is koud en nat, lucht is heet en nat, vuur is heet en droog. De elementen houden verband met de vier lichaamssappen bloed, gele gal, zwarte gal en slijm. Uit de leer van de lichaamssappen is de temperamentenleer ontstaan. Aan de namen sanguinisch, cholerisch, melancholisch en flegmatisch temperament kan men zien welk lichaamssap bij iemand overheersend is.
Het woord flegmatisch is afgeleid van het Griekse φλεγμα voor "slijm"; cholerisch van het Griekse χολη voor "gal". Voor deze twee temperamenten zijn geen echt Nederlandse aanduidingen. Dat is wel het geval bij het sanguinische temperament: iemand die dat heeft is een warmbloedige heethoofd. Sanguinisch stamt uiteindelijk uit het Latijnse sanguis voor "bloed". En de melancholicus ten slotte bezit te veel van de zwarte gal; melancholisch komt van de Griekse woorden μελας ("zwart") en χολη ("gal"). Hij is letterlijk zwartgallig.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

5/8/08
pinksteren
Pasen gaat terug op een joods feest. Geldt dat ook voor Pinksteren?

Pinksteren is de opvolger van het joodse Wekenfeest (Sjavoeot). Het Wekenfeest wordt zeven weken na het joodse paasfeest gevierd, aan het begin van de zomer. Dan werd de eerste opbrengst van de tarweoogst in de tempel gebracht. Het is niet alleen een oogstfeest, maar ook de herdenking van de openbaring aan Mozes van de Tora, "de joodse Wet". Die zou plaatsgevonden hebben in de zuidelijke Sinaï op wat nu de Mozesberg heet.
In het christendom vormt Pinksteren, vijftig dagen na Pasen, het eind van de paastijd. Het is het feest waarop de Heilige Geest "vurige tongen" over de apostelen verspreidde, waarop zij plotseling alle talen konden spreken om het christendom te kunnen verbreiden. In veel talen is het woord voor "tong" hetzelfde als dat voor "taal". In het Frans bijvoorbeeld: langue, maar ook in het Arabisch: lisan.
Voor het feest op de vijftigste dag na Pasen heeft het Nederlands twee benamingen (gehad), die beide "de vijftigste dag" betekenen. Het bekendste woord is Pinksteren, maar daarnaast is (vooral in Vlaanderen) ook Sinxen of Sinksen bekend. Pinksteren gaat terug op het Griekse pentekoste voor "vijftig" en Sinxen is een vervorming van het Latijnse quinquagesima ("vijftig"), een vertaling van het Griekse pentekoste.

uit: kalender Onze Taal 2008 

terug

 


april 2008

26/4/08
kaap
Aan welk Latijns woord is kaap ("in zee uitstekende landpunt") uiteindelijk ontleend?

Het woord kaap ("in zee uitstekende berg of landpunt") bestaat in het Nederlands sinds de zestiende eeuw. Het komt van het Franse woord cap, dat weer uit het Provençaals is overgenomen. In die taal betekent cap oorspronkelijk "hoofd"; het is de voortzetting van het Latijnse caput ("hoofd"). Omdat een kaap als een kop in zee uitsteekt, kreeg cap in het Provençaals ook de figuurlijke betekenis "kaap". Vergelijkbaar is in het Nederlands het woord hoofd zelf, in samenstellingen als havenhoofd ("strekdam aan weerszijden van de ingang van een zeehaven") en landhoofd ("uitstekend stuk aangebrachte grond ter ondersteuning van een brug, viaduct e.d.").
Parallellen zijn er in nog meer talen. Het schilderachtige stadje Cephalú op Sicilië is bijvoorbeeld naar het Griekse woord κεφαλός ("hoofd") genoemd, naar de rots die er vooruitsteekt in zee. Het Arabische woord ra's betekent "hoofd", maar ook "kaap". Een ra's is vaak een toeristisch trekpunt. In vakantie gidsen wordt het meestal gespeld als ras of rass. Het woord raïs voor "hoofd, leider van een gebied of land" is ervan afgeleid.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

19/4/08
(on)beschoft
Als je het woord onbeschoft hebt, bestaat er dan ook zoiets als beschoft?

Nee, het woord beschoft bestaat niet. De herkomst van onbeschoft is niet geheel duidelijk. Het etymologisch woordenboek van Van Dale (1997) en dat van J. de Vries en F. de Tollenaere (2004) noemen twee mogelijkheden. De eerste is dat onbeschoft ontstaan zou zijn als nevenvorm van onbeschaafd, waarbij de ò-klank volgens De Vries en De Tollenaere "gevoeld [kan] zijn als te passen bij de betekenis". Kennelijk vinden ze een o wat platter klinken dan een aa.
De andere theorie legt een verband met scheppen ("vormen, creëren") en schub; Van Dale verwijst hierbij naar het Middelnederlandse werkwoord schobben voor "schuren". Onbeschoft zou dan iets als "ongevormd" betekenen. Deze theorie is volgens De Vries en De Tollenaere aannemelijk gezien de oudste betekenis van onbeschoft: "wanstaltig, lelijk". En de betekenis "ongevormd, ruw, onaangepast" komt inderdaad beter overeen met het huidige gebruik van het woord.

uit: Tijdschrift Onze Taal juli/augustus '05

terug

 

12/4/08
de plank misslaan
Als iemand zich vergist of iets fout doet, kun je zeggen dat hij "de plank misslaat". Waar komt die uitdrukking vandaan?

Er wordt weleens gesuggereerd dat de plank misslaan uit de timmerwereld komt, maar daar worden juist spijkers misgeslagen en geen planken (als iemand naast de spijker slaat, raakt hij juist de plank). Het gaat naar alle waarschijnlijkheid om een vermenging van twee andere uitdrukkingen: de bal misslaan en de plank mis zijn ("naast de plank stappen"). Dit vermoeden wordt al geuit in het bekende spreekwoordenboek van dr. F.A. Stoett (tweede deel) uit 1925.
Het Idioomwoordenboek van Van Dale (1999) licht toe: "De bal misslaan verwijst naar het kegelspel of het kolfspel; de plank mis zijn wilde zeggen dat iemand naast een loopplank of vlonder stapte en in het water viel. ALs je de bal gooit op de kegelbaan, moet hij mooi recht over de plank rollen, anders rolt hij aan het eind van de baan langs de kegels zonder er een om te gooien."
De uitdrukking de bal misslaan bestaat ook nog steeds, alleen wordt ze in Nederland niet veel meer gebruikt. In Vlaanderen daarentegen wel: de bal misslaan is daar zelfs gewoner dan de plank misslaan. De plank mis zijn staat ook nog in Van Dale (1999), maar komt in de praktijk niet of nauwelijks meer voor.

uit: Tijdschrift Onze Taal juni 2005

terug

 

5/4/08
dull
Op welk Nederlands woord gaat het Engelse dull ("saai") terug?

Het Engelse dull is ontleend aan het Nederlandse woord dol ("gek"). Dit woord is in de dertiende eeuw door het Engels overgenomen in de betekenis "niet scherp van geest", vaak gecombineerd met wit ("verstand"): dull wit, dull of witt. In de veertiende eeuw kreeg het de betekenis "niet doortastend, langzaam, traag"; zo schreef de Engelse dichter John Gower in 1393 "My limmes been so dull" ("Mijn ledematen zijn zo traag").
In de zestiende eeuw verschoof de betekenis naar "zeurderig, vervelend, saai". Die betekenis komt voor het eerst aan het einde van de zestiende eeuw voor in The Comedy of Errors van Shakespeare: "Sweet recreation barr'd, what doth ensue / But moodie and dull melancholly?" ("Wat blijft er zonder de zoete ontspanning over behalve chagrijnige en saaie melancholie?") en "Are my discourses dull?" ("Zijn mijn gesprekken saai?"). De betekenis "saai" in het Engels zal haar verbreiding aan Shakespeares werk te danken hebben.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007 

terug


 


maart 2008

29/3/08
Zuid-West-Friesland
Wat is juist: Zuidwest-Friesland of Zuid-West-Friesland?

Zuidwest-Friesland is het zuidwestelijke deel van de provincie Friesland. Zuid-West-Friesland is het zuiden van West-Friesland (een deel van Noord-Holland). Als een aardrijkskundige naam voorafgegaan wordt door een windrichting krijgt zowel de windrichting als de aardrijkskundige naam een hoofdletter. Tussen de windrichting en de aardrijkskundige naam komt een koppelteken: Zuid-Duitsland, Noord-Brazilië, West-Turkije, Oost-Marokko, Zuid-Friesland. Dit geldt ook wanneer een gecombineerde windrichting wordt gebruikt: Zuidwest-Turkije, Noordoost-Marokko, Zuidwest-Friesland. Soms bevat een aardrijkskundige naam zelf al een windrichting: Oost-Vlaanderen, Zuid-Amerika. Ook aan deze namen kan nog een windrichting worden toegevoegd. Dit gebeurt opnieuw met een hoofdletter en een koppelteken: Zuid-West-Friesland, Noord-Oost-Vlaanderen, Noordwest-Zuid-Amerika.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug

 

21/3/08
Pasen
Waar komt het woord  Pasen vandaan?

Zondag is het Pasen, waarbij de kruisiging en opstanding van Christus herdacht worden. Het woord Pasen danken we aan de naam van het joodse paasfeest - waarbij de uittocht van het volk Israël uit Egypte wordt herdacht. Dit feest, dat net gevierd werd rond Christus' kruisiging en opstanding, heet in het Hebreeuws pesach. In het Aramees, de taal van Palestina ten tijde van Christus, en in het Grieks luidt de vorm pascha, dat het Latijn overnam als pascha. In het vulgair Latijn, het Volkslatijn, werd het woord vervormd tot pascua. Pascua was een al bekend woord, dat oorspronkelijk "weide", maar later ook "voedsel" betekende.  En voedsel was uiterst welkom na de lange vastentijd! De meervoudsvorm bij pascua heeft uiteindelijk het Franse woord Pâques voor "Pasen" opgeleverd.
De benaming pascha verspreidde zich vanuit de kerkprovincie Keulen via het Rijnland, Westfalen en de Nederlanden naar Noord-Duitsland, naar het aartsbisdom Hamburg-Bremen, en vandaar kwam het door missionering in de Scandinavische landen terecht. In Noord-Duitse dialecten noemt men het feest Paasche en in Zweden Påsk(a).
De meervoudsvorm Paschen  (later Pasen), in plaats van paasch (paas),  heeft te maken met het feit dat het feest zich uitstrekt over verschillende dagen.

(uit: kalender Onze Taal 2008)

terug

 

15/3/08
d.d.
"Wij kwamen dit overeen d.d. 31 december 2006." Klopt deze zin?

In de zin "Wij kwamen dit overeen d.d. 31 decmeber 2006" is d.d. niet goed gebruikt. De afkorting d.d. van de dato betekent "van de datum, daterend van" en kan alleen na een zelfstandig naamwoord voorkomen. "Onze overeenkomst d.d. 31 december 2006" is dus wel goed.
Er is een makkelijk ezelsbruggetje voor: als d.d. zonder problemen vervangen kan worden door van, is het goed gebruikt. "Onze overeenkomst d.d. 31 december 2006" is hetzelfde als "onze overeenkomst van 31 december 2006". In de zin "Wij kwamen dit overeen d.d. 31 december" kan d.d. alleen vervangen worden door op. Dan is d.d. niet goed gebruikt.
Het woord dato komen we overigens ook weleens met niet-Latijnse voorzetsels tegen: Van Dale (2005) vermeldt na dato en voor dato. De Latijnse naamvalsvorm dato - die in de dato veroorzaakt wordt door het voorzetsel de ("van, vanaf") - heeft het hier gewonnen van het onverbogen datum.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug

 

8/3/08
musculeus
Een musculeus iemand is gespierd. Musculeus is van hetzelfde Latijnse woord musculus afkomstig als het Engelse muscle ("spier"). Wat heeft musculus oorspronkelijk betekend?

Het Latijnse woord musculus betekende "muisje". Het is een verkleinigsvorm van mus ("muis"). Het woord ging ook "spier" betekenen, omdat het vlezige gedeelte van de spier enigszins op een muis lijkt en misschien ook omdat spieren die onderhuids bewegen, doen denken aan een rennende muis. Het Engels en het Duits hebben muscle en Muskel in deze betekenis aan het Latijn ontleend. De afleidingen musculair en musculeus zijn via het Frans in het Nederlands gekomen. Een andere betekenis van het Latijnse musculus was "mossel", alweer vanwege de gelijkenis in vorm. Aan dit musculus danken we ons woord mossel. Het Nederlandse woord muis is etymologisch verwant met het Latijnse mus. Hoe de muis van de hand aan zijn naam is gekomen, is in het licht van het voorgaande niet moeilijk te raden.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug

 

1/3/08
mannequin
mannequin? Dat is toch Frans?

Frans? Nee, Nederlands! Het bekendste Nederlandse uitleenwoord zal  mannetje zijn, of preciezer: mannekin. Dit woord is in het Frans overgenomen en wereldwijd bekend geworden als mannequin ("iemand die kleding presenteert tijdens een modeshow"). Hoe is die grote betekenisverschuiving van "mannetje" naar "model" te verklaren? Het Middelnederlandse mannekin betekende behalve "mannetje" ook "getekend mannetje, poppetje" en later ook "ledenpop, pop, pop met beweegbare leden, gebruikt door schilders en beeldhouwers". In het Frans werd het woord in die laatste betekenis in de zeventiende eeuw overgenomen in kunstenaarskringen. In de negentiende eeuw gingen ook modeontwerpers in Frankrijk gebruikmaken van mannequins, en winkels zetten aangeklede poppen in de etalage. Toen vervolgens in diezelfde eeuw de gewoonte opkwam om kleding te showen door levende mensen, lag het voor de hand deze personen als mannequin te betitelen. Vanuit het modecentrum Frankrijk verbreidden gewoonte en naam zich vervolgens over de rest van de wereld. Ook naar Nederland en België, waar het oorspronkelijk Nederlandse woord in een nieuwe gedaante en betekenis weer thuiskwam.

(uit: kalender Onze Taal 2008)

terug

 


 

februari 2008

23/2/08
etiquette
Het mooie woord kaartje voor een vervoer- of entreebewijs wordt tegenwoordig verdrongen door ticket. Van oudsher was dat in het Engels een kleine nota of rekening. Welke Nederlandse woorden hebben dezelfde basis als ticket?

Het woord ticket voor 'kaartje, prijskaartje, bonnetje' is door het Engels overgenomen van het Oudfranse estiquet(te), dat in het Nederlands zowel het woord etiket als etiquette heeft opgeleverd. In het noordwestelijke Frans van de vroege Middeleeuwen bestond een werkwoord estiquier ('steken in, doorsteken'), dat waarschijnlijk ontleend was aan het Vlaamse sticken ('steken'). Daaruit ontwikkelde zich het zelfstandig naamwoord estiquette ('inkerving in een stok, opschrift, label'), dat in deze betekenis heeft geleid tot het Nederlandse woord etiket. Aan het hof van Filips de Goede, hertog van Bourgondië - die gefrustreerd raakte doordat hij de koningstitel steeds aan zich voorbij zag gaan en die deze frustratie compenseerde met een nooit eerder vertoonde grandeur en plechtstatigheid aan het hof - kreeg estiquette/étiquette de betekenis 'lijst van hofhiërarchie'. Pas in het midden van de achttiende eeuw ontstond de betekenis 'lijst van beleefdheidsvormen', die etiquette bij ons ook heeft.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

16/2/08
loods
Wat hebben de woorden loods en loge met elkaar te maken?

Het Nederlandse woord loods is aan het Franse loge ontleend in een tijd dat dat woord 'eenvoudige slaapplaats' betekende. In de Middeleeuwen duidde het bijbehorende Nederlandse werkwoord loodseren/logeren zoiets als 'kamperen' aan, maar het Werd ook al gebruikt in de betekenis 'bij iemand in huis verblijven'. Het Franse être logé vertaalde men als gelogeerd zijn. Deze constructie is tegenwoordig verouderd, maar komt nog voor in de uitdrukking in de aap gelogeerd zijn, die waarschijnlijk teruggaat op de naam van een bepaalde herberg. Het Franse loge is afgeleid van het middeleeuws-Latijnse lobia, evenals het Engelse lobby ('(wandel)gang'). Lobia zelf is van Germaanse oorsprong en afkomstig van een Oudhoogduits woord dat zich in het huidige Duits heeft ontwikkeld tot Laube ('prieel, galerij'). Laube is verwant met het Duitse Laub ('loof') en het Nederlandse loof, lof en lover. Oorspronkelijk moet een lobia een loofhut zijn geweest, een schutdak of afdak dat uit bebladerde takken bestond en tot beschutting van legertroepen kon dienen. Het Nederlandse woord hiervoor is luif, dat nog in sommige dialecten bestaat, maar dat in de standaardtaal luifel is geworden.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

9/2/08
lijden
Het werkwoord lijden betekende vroeger "gaan". In welke woorden vinden we die oude betekenis nog terug, en hoe zou de betekenisontwikkeling zijn verlopen?

De oorspronkelijke betekenis van liden/lijden was "gaan". Deze vinden we nog terug in verleden ("voorbijgegaan"), (lang) geleden en jongstleden/laatstleden, maar ook in het werkwoord overlijden, dat eigenlijk "overgaan" betekent, dus het overgaan naar een andere wereld. Overlijden is een eufemisme, een verzachtende uitdrukking, voor het taboewoord sterven. Het is al een oud woord. Voor het eerst treffen we overliden aan in de dertiende eeuw. Ook henengane ("het heengaan") in de betekenis "dood" komt al voor in het Middelnederlands.
De betekenisontwikkeling van lijden moet zijn verlopen van "gaan" via "ondergaa", dulden" (zoals in "Dat lijdt geen twijfel") naar "iets pijnlijks ondergaan".

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

3/2/08
kaken
Heeft kaken ("ingewanden van een haring verwijderen") iets met het woord kaak te maken?

Het woord kaak, als onderdeel van het gezicht, is bij vissers het gewone woord voor "kieuw". Het werkwoord kaken is hiervan afgeleid. Bij het kaken, een bewerking die vooral bij de haring wordt uitgevoerd, verwijdert men met een mes de kieuwen en een deel van de aangrenzende ingewanden; door de uitbloeding krijgt de haring een fijnere smaak. Na het kaken legt men de haring in tonnen met zout.
De uitvinding van het haringkaken wordt al sinds vele eeuwen toegeschreven aan Willem Beukels uit Biervliet (Zeeuws-Vlaanderen). Er is zeer weinig over hem bekend, maar hoogstwaarschijnlijk heeft hij inderdaad het haringkaken uitgevonden. Dat moet tussen 1315 en 1330 zijn geweest.
Al in 1332 komen we kaecharinc ("kaakharing, gekaakte haring") tegen in de zinsnede "vj tonnen kaecharinx" ("zes tonnen kaakharing"). Andere vroege citaten zijn: "'t werc der niewe maniere van soutene ofte kaeckene den harinc" ("de toepassing van de nieuwe manier van zouten, oftewel van het kaken van de haring") uit 1407, en "twee caeck meskins, daer men den harinck mede caeckt" ("twee kaakmesjes waar men de haring mee kaakt") uit 1574.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 


januari 2008

26/1/08
wie die
Welke taalverandering is te zien in het spreekwoord
"Wie dan leeft, wie dan zorgt"?

In 1784 schreven de schrijfsters Wolff en Deken in hun briefroman Historie van den heer Willem Leevend: "Die dan leeft, die dan zorgt" ("daar hoeven we ons nu nog geen zorgen over te maken"). Sindsdien heeft het spreekwoord in verschillende stapjes "meegedaan" aan een taalverandering.
Die kon vroeger gebruikt worden als een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent, dat wil zeggen dat die "hij die; degene die" kon betekenen. In de loop van de tijd veranderde de d soms in een w. Zo is de variant "Wie dan leeft, die dan zorgt" in 1898 in Van Dale opgenomen. Van Dale bracht deze verandering overigens maar op één plaats aan, namelijk in een definitie ergens bij het woord plagen. Onder de ingangen leven en zorgen is merkwaardig genoeg steeds de oude vorm blijven staan: "Die dan leeft, die dan zorgt".
Inmiddels is het spreekwoord weer een stapje verder. "Wie dan leeft, wie dan zorgt" blijkt op internet het meest voor te komen: beide d's zijn w's geworden. De oudste variant, die met twee d's, komt het minst voor.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

20/1/08
lego
Het woord lego is een merknaam voor een bepaald type speelgoed. Wat heeft dit Deense woord met het Nederlandse huwelijk te maken?

Het Deense leg godt, dat aan de basis ligt van de merknaam lego, betekent "speel goed". De merknaam werd geïntroduceerd door de Deense timmerman Ole Kirk Christiansen (1891-1958), toen hij een bepaald soort speelgoed begon te maken.
Het tweede woord in leg godt komt overeen met het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord goed. Het eerste woord leg is de gebiedende wijs van het Deense werkwoord lege ("spelen"). Dat werkwoord hoort bij een Oudgermaans zelfstandig naamwoord dat "sprong, dans, spel, gezang" betekende. In het Middelnederlands komt het voor als leec ("lied, gezang"). En dat is ook het tweede woorddeel in wat toen huweleec heette: "spel in de echtverbintenis".  De laatste, onbeklemtoonde lettergreep werd algauw afgezwakt tot lic en vervolgens vereenzelvigd met het achtervoegsel -lijk, zoals in innerlijk, zodat de vorm huwelijk ontstond.
De Oudengelse pendant van het Nederlandse leec/leek was lāc, dus met een lange a. Daarmee werd wedlāc ("huwelijk") gevormd, waarvan het eerste lid hetzelfde woord is als het Nederlandse wedde, dat nu "bezoldiging" betekent, maar vroeger "pand, verdrag, huwelijksgift". Onder invloed van lock voor "slot, verbintenis" ontstond uit wedlāc het Nieuwengelse wedlock "huwelijk" - al is wedding natuurlijk veel gebruikelijker.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

12/1/08
zijn of haar?
Vul zijn of  haar in:
- het parlement en ... leden
- de regering en ... tegenstanders
- de rechtbank en ... medewerkers

- het parlement en zijn leden
- de regering en haar tegenstanders
- de rechtbank en zijn (of haar) medewerkers.

Het parlement is een het-woord en dus een onzijdig woord, waarnaar we bijna altijd verwijzen met zijn. Een uitzondering hierop vormen het-woorden waarbij het biologische geslacht belangrijker is dan het grammaticaal geslacht: meisje, wijfje, vrouwtje, teefje, et cetera. We zeggen dus het meisje en haar vriendinnen. En ook "Het schaap liet haar lam bij zich drinken" is correct.
De regering is een vrouwelijk woord; de meeste de-woorden die eindigen op bijvoorbeeld -ing, -heid, -tie en -schap zijn vrouwelijk. Naar vrouwelijke woorden wordt verwezen met haar.
De rechtbank kan zowel mannelijk als vrouwelijk zijn; in de naslagwerken staat alleen dat het een de-woord is. In dat geval is er in Nederland een voorkeur voor het gebruik van het mannelijke verwijswoord zijn; in Vlaanderen worden deze woorden dikwijls als vrouwelijk aangevoeld.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

5/1/08
carbonpapier - karbonade
Is er een relatie tussen carbonpapier en karbonade?

Zowel in carbonpapier als in karbonade zit het Franse carbon(e) (tegenwoordig charbon) voor "(houts)kool", dat ontstaan is uit het Latijnse carbo (met als verbogen vorm carbonis).
Het Nederlands heeft carbonpapier in het eerste kwart van de twintigste eeuw overgenomen van het Engelse carbon paper, waarin carbon een Frans leenwoord is. De zwarte laag op carbonpapier, waarmee een doorslag op een ander papier wordt gemaakt, is van oudsher van zwarte koolstof, roet.
Het woord karbonade is ontleend aan het Frans carbon(n)ade ("het op houtskool roosteren van vlees", "op kolen geroosterd vlees"), dat afkomstig is van het Provençaalse carbonada of het Italiaanse carbonatat, die beide zijn afgeleid van het Latijnse carbo(n) voor "houtskool". Oorspronkelijk duidde het woord dus een stuk vlees aan dat op een bepaalde manier werd bereid. Men gebruikte daarvoor bepaalde stukken vlees en in Nederland is de betekenis van karbonade daarop overgegaan; het woord betekent nu "klein stuk vlees van rug, schouder, rib of haad van een kalf, lam, schaap of varken", onafhankelijk van de bereidinsgwijze.
In het Frans is het woord inmiddels verouderd; een karbonade heet daar côtelette. In delen van Vlaanderen is karbonade "stoofvlees" gaan betekenen.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug


december 2007

28/12/07
kas - kassa
Wat is de overeenkomst tussen kas en kassa?

Kas (zoals in plantenkas) en kassa gaan terug op hetzelfde Latijnse woord. Het Middelnederlandse casse ("doos, kistje") is ontleend aan het Oudfrans, waar casse "kistje" en in het bijzonder "kistje voor relikwieën" betekent. Dit komt op zijn beurt van het middeleeuws-Latijnse cassa, dat ontstaan is uit capsa ("kist voor heilige voorwerpen"), een betekenisuitbreiding van het klassiek-Latijnse capsa voor "koker, kist, doos".
De betekenis "kist of drager van heilige voorwerpen" kwam nog voor in de zestiende eeuw, maar verdween daarna. Die van "omhulsel" bleef. In de zeventiende eeuw treffen we voor het eerst de betekenis "glazen gebouwtje voor plantenkweek" aan. De samenstelling oogkas ("oogholte") vinden we in de achttiende eeuw.
Kassa is ontleend aan het Italiaanse cassa ("kist of koffer waarin men geld en kostbaarheden bewaart"), dat van dezelfde Latijnse oorsprong is als het bovengenoemde kas. Kassa kreeg als verkorte vorm ook kas naast zich: de twee vormen werden lange tijd als synoniemen naast elkaar gebruikt. Pas in de twintigste eeuw gingen de handelstermen kas en kassa zich definitief van elkaar onderscheiden: een kassa heeft altijd betrekking op een concrete locatie waar men betaalt, terwijl kas vooral een abstract begrip is voor "geldvoorraad".

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

22/12/07
kiwi
Wat hebben de vrucht kiwi en de Nieuw-Zeelandse vogel  kiwi met elkaar te maken?

De vrucht kiwi dankt zijn naam uiteindelijk aan de vogel kiwi. Deze loopvogel werd zo genoemd door de Maori's. Het is een klanknabootsende naam, die de kreet van het mannetje tijdens het paarseizoen weergeeft. Kiwi's zijn ongeveer even groot als kippen. Ze zijn sterk aangepast aan het leven op de grond. Zo hebben ze wel vleugels, maar die lijken geen functie te hebben. De veren van kiwi's zijn haarachtig.
De inwoners van Nieuw-Zeeland worden ook wel kiwi's genoemd, en hetzelfde geldt voor veel zaken die met dit land te maken hebben. De kiwi kan als nationaal symbool van Nieuw-Zeeland worden beschouwd.
De kiwiplant groeide oorspronkelijk alleen in Zuid-China en raakte pas in de negentiende eeuw in Europa bekend. In het Engels werd hij Chinese gooseberry genoemd en in het Nederlands schijnt de naam Chinese kruisbes te zijn gebruikt.
Begin twintigste eeuw werden zaden ervan geïmporteerd in Nieuw-Zeeland. Uit deze zaden wist men daar enkele grootvruchtige klonen te selecteren. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de kiwivrucht door Nieuw-Zeelandse handelaren wereldwijd op de markt gebracht. Zij gaven hem zijn huidige naam.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

15/12/07
stylist
Wat is juist: stilist of stylist?

Stilist en stylist bestaan beide: ze hebben verschillende betekenissen. In stylist herkennen we het Engelse woord style. Daarom is de uitspraak van dat woord ook - doorgaans - [stailist]. De grote Van Dale geeft bij dit woord drie betekenissen: "vormgever", "modeontwerper" en "haarstilist", waarbij we dat laatste woord ook liever als haarstylist zouden schrijven.
Een stilist is iemand die bekendstaat om zijn goede stijl. Dat kan een schrijver zijn, maar bij uitbreiding bijvoorbeeld ook een sporter: "Gunda Niemann was niet bepaald een stiliste; Jan Bos werd daarentegen door iedereen geroemd om zijn prachtige schaatsstijl."

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

8/12/07
leugenares - leugenaarster
Hoe noem je een vrouwelijke leugenaar?

De vrouwelijke vorm van leugenaar is volgens de hedendaagse woordenboeken leugenaarster. In de praktijk komen we echter ook de vorm leugenares tegen, ongeveer even vaak zelfs als leugenaarster. Taalkundig gezien is dit overigens niet verwonderlijk. Van mannelijke persoonsaanduidingen op -aar, zoals zondaar, eigenaar, moordenaar en schuldenaar, wordt de vrouwelijke vorm immers vaak gevormd door -es achter de mannelijke vorm te zetten: zondares, eigenares, moordenares, schuldenares.
Soms zijn er twee vormen mogelijk voor het vrouwelijke woord: we kennen zowel tekenares als tekenaarster en zowel kluizenares als kluizenaarster. Er is wel een subtiel betekenisverschil tussen de vorm op -es en die op -ster: de vorm op -es duidt meer op een vaste eigenschap van iemand. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal  beschrijft dat als volgt: "Eene huichelares of leugenares is eene vrouw, die huichelachtig of leugenachtig van karakter is; maar wie een enkele maal, in een bepaald geval, zich aan huichelarij of aan leugen schuldig maakt, wordt eene huichelaarster of leugenaarster genoemd."

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

1/12/07
je zuster!
Is de uitdrukking je zuster! een uiting van seksisme?

Met de uitroep je zuster! geeft iemand aan dat hij een bewering niet gelooft ("ga toch weg!") of niet accepteert ("dat mocht je willen; ik denk er niet over"). Om de uitdrukking te versterken zet men er soms nog iets lachwekkends achter: je zuster op een houtvlot! In zijn Westfries Woordenboek (1984) vermeldt Jan Pannekeet de variant je zuster op een draaibord! Een draaibord is een draaiende schijf, zoals een geluksrad, een rad van fortuin.
Naast je zuster! zijn er een paar varianten waarin we andere familieleden zien verschijnen: je tante! je grootmoeder! Ze hebben dezelfde betekenis als je zuster! In het boek Zilte Verhalen van Pim Pernel (1925) staat een dialoog waaruit we kunnen afleiden hoe de uitdrukkingen ontstaan moeten zijn:

"De dokter zeit, as je gaat liggen dan ben je d'r bij, dan ga je dood."
"Hij is goed zeg! (...) vertel dat aan je tante zeg."

"Vertel dat aan je tante" wil dus zeggen: "ik geloof je niet, maar je tante vast wél." Evenzo moeten we je zuster! opvatten als "maak dat je zuster wijs". Dat er alleen maar vrouwelijke familieleden in deze uitdrukkingen voorkomen, zal verband houden met een oud vooroordeel: vrouwen kun je van alles wijsmaken.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug


november 2007

24/11/07
doofpot
Met welk doel werd vroeger iets in de doofpot gestopt?

Iets in de doofpot stoppen betekent "zorgen dat iets niet verder uitlekt, dat er niets meer over vernomen wordt". Volgens Van Dale is een doofpot een "pot waarin men turven of kolen dooft":  een metalen of aarden pot met een nauwsluitend deksel, zodat de brandstof al snel dooft, en een volgende keer opnieuw kan worden gebruikt. Hout kan in de doofpot verkolen tot houtskool.
De doofpot ontleende zijn bestaansrecht aan twee dingen: je bespaarde brandstof, en als je van huis moest, voorkwam je dat er brand kon ontstaan. De gedoofde kooltjes waren onderworpen aan officiële voorschriften. De geschiedschrijver Jan Wagenaar meldde in 1765 in Amsterdam, in zyne opkomst (...) dat de bewoonsters van een bepaald godshuis (liefdadigheidsinstelling) "geene doove [= niet meer gloeiende] kolen [mogen] bewaaren, dan onder den schoorsteen, en in doofpotten".
Iets in de doofpot stoppen krijgt in de negentiende eeuw ook een figuurlijke betekenis. Wie een zaak in de doofpot stopt, hoopt dat de kwestie net zo snel uitdooft als kooltjes in een doofpot, zodat er geen opschudding ontstaat.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

18/11/07
dooie mus
Wat betekent iemand blij maken met een dooie mus?

Wie blij gemaakt wordt met een dooie mus, heeft zich laten foppen: hij is blij gemaakt met iets wat uiteindelijk geen waarde blijkt te hebben. Een mus is vanouds het symbool van iets wat onbeduidend of waardeloos is. Een dode mus is zo mogelijk dus nog minder waard.
Al in de Bijbel (Matteüs 10:29) staat dat twee mussen zo goed als niets kosten. Maar sommige vogelliefhebbers denken daar anders over. In het blad BEC Info schrijft Frans Sanders over de vroegere mussengilden. Dit waren jongensclubs die in de zaaitijd mussen doodschoten. Leden van deze verenigingen moesten soms jaarlijks een aantal mussen inleveren - in Halsteren bijvoorbeeld 25. Deden ze dat niet, dan betaalden ze een stuiver boete. Sanders leidt hieruit af dat een dode mus wel degelijk waarde had, meer dan een levende. Het probleem is echter dat de uitdrukking haar logica verliest als je Sanders' lezing volgt: je zou dan verwachten dat de uitdrukking zou luiden: blij met een levende mus.
Behalve mussen golden ook mezen als een symbool van nietigheid en waardeloosheid. Een variant was: blij zijn met een dode mees. "Ik heb mij dan, in mijne gedachten, met een doode mees verheugd", schreef Willem Kist in zijn boek Eduard van Eikenhorst, zijne huisgenooten en vrienden (1810).

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

10/11/07
Engelse werkwoorden
1. Fatima [downloaden] op dit moment jazzmuziek.
2. Het jubileumboek werd [pimpen] en vervolgens [hypen].
3. Ze hebben de laatste tijd veel [fitnessen].
4. Gisteren [overrulen] hij het besluit.

1. Fatima downloadt op dit moment jazzmuziek.
2. Het jubileumboek werd gepimpt en vervolgens gehypet.
3. Ze hebben de laatste tijd veel gefitnest.
4. Gisteren overrulede hij het besluit.

Engelse werkwoorden vervoegt het Groene Boekje zo veel mogelijk als Nederlandse. Als de laatste medeklinker van de stam in 't ex-kofschip (of 't ex-fokschaap) voorkomt, is de verledentijdsuitgang -te, in andere gevallen -de: pimpen (hij pimpt) - pimpte - gepimpt, downloaden (zij downloadt) - downloadde - gedownload, mixen (hij mixt) - mixte - gemixt. Een eventuele dubbele medeklinker aan het eind van de stam vervalt, tenzij die voor de uitspraak van de voorafgaande klinker nodig is: stressen (hij strest) - streste - gestrest, crossen (zij crost) - croste - gecrost, fitnessen (hij fitnest) - fitneste - gefitnest tegenover baseballen (zij baseballt) - baseballde - gebaseballd en passen ("een pass geven"; hij passt) - passte - gepasst.
Soms is het vanwege de uitspraak nodig om de e aan het eind van de werkwoordsstam te laten staan: overrulede [overroelde] geeft de uitspraak beter weer dan overrulde [overrulde]. Daarom is het overrulen [zij overrulet) - overrulede - overruled, racen - racete - geracet en hypen - hypete - gehypet.
Het witte boekje staat overigens ook Engelser uitziende vormen toe, zoals crosste en gestresst.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

2/11/07
zich op de vlakte houden
Waarom juist daar?

Wie zich op de vlakte houdt, houdt zijn mening voor zich en voorkomt daarmee dat hij zich blootstelt aan kritiek. Je zou bij vlakte kunnen denken aan een veilig gebied, een gebied waar de vijand geen vat op je heeft. Maar dat zou vreemd zijn: een vlakte biedt, militair gezien, minder veiligheid dan bijvoorbeeld bergen. We moeten dus aannemen dat vlakte hier een andere betekenis heeft. Een aanwijzing is te vinden in het Groningse dialect, dat óók de uitdrukking zich op de roemte [= ruimte] houden kent, met dezelfde betekenis als zich op de vlakte houden. Dat werpt een nieuw licht op de zaak, want ruimte was vroeger ook een aanduiding voor "het open, vrije veld, (...) ver van andere woningen verwijderd" (Woordenboek der Nederlandsche Taal). Het naslagwerk voegt hieraan toe: "Voorheen was op de ruimte (...) inzonderheid gebruikelijk in den zin van: op een plaats waar men zich vrij kan bewegen, zoodat men kan gaan waar men wil, en vandaar nagenoeg zooveel als: in vrijheid." Het ging dus waarschijnlijk niet om vijandige soldaten, maar om de aanwezigheid van buren. De krant Trouw schreef in 2005: "Als de PvdA de komende weken al komt vergaderen over Afghanistan, dan zal de partij zich op de vlakte houden: geen ja, geen nee."

uit: kalender Onze Taal 2007

terug


oktober 2007

30/10/07
debacle
Wat heeft debacle met kruiend ijs te maken?

Het woord debacle voor "volslagen mislukking" is nog niet zo oud in het Nederlands. Het dateert uit de jaren tien van de twintigste eeuw.
Debacle komt van het Franse débâcle, dat "ineenstorting, chaos" betekent. Deze betekenis had het in de negentiende eeuw gekregen. Daarvoor, vanaf de zeventiende eeuw, waren er de betekenissen "het kruien van ijs" en "ontruiming van een haven". In 1899 is in het Nederlands debacleren in de betekenis "een haven ontruimen" opgetekend in een woordenboek.
De betekenis "ijsgang" van débâcle bestaat in het Frans nog steeds. Débâcle is een afleiding van débâcler, dat "losgaan, kruien (van ijs)", "een weg banen, ontgrendelen" betekent. Dit werkwoord is met het voorvoegsel dé-/des- ("ont-") afgeleid van bâcler ("sluiten, vastmaken, vergrendelen"). In de vijftiende eeuw had dat de vorm desbacler, met de betekenis "(een schip) losmaken om voor een ander schip plaats te maken". Als algemene betekenis kan dus "losmaken, losraken" worden gezien.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

19/10/07
meld u / meldt u
Wat is juist: "Meld u nu aan als vrijwilliger" of  "Meldt u nu aan als vrijwilliger?"

"Meld u nu aan als vrijwilliger" is correct. De gebiedende wijs schrijven we alleen met een t als het onderwerp in de zin genoemd wordt; vergelijk bijvoorbeeld: "Gaat u zitten" met "Ga zitten". Het u in "Meld u nu aan als vrijwilliger" is niet het onderwerp van de zin, maar het wederkerend voornaamwoord; zich aanmelden is immers een wederkerend werkwoord. Het onderwerp kan in een bevelende zin worden weggelaten, maar het wederkerend voornaamwoord niet. Met onderwerp wordt het: "Meldt u zich nu aan als vrijwilliger" (omdat u u lastig uit te spreken is, maken we daar liever u zich van). Het verschil is duidelijk te horen als we in plaats van zich aanmelden bijvoorbeeld zich inschrijven gebruiken: het wordt dan "Schrijf u nu in als vrijwilliger" en "Schrijft u zich nu in als vrijwilliger".

terug

 

13/10/07
links
Links heeft van oudsher vaak een negatieve gevoelswaarde. Hoe komt dat?

Links heeft zijn negatieve gevoelswaarde te wijten aan het feit dat de meeste mensen rechtshandig zijn, en de minderheid is nu eenmaal de pineut. Recht/rechts is recht en link/links is krom.
Links is afgeleid van het Middelnederlandse link ("onhandig, links"), dat samenhing met het werkwoord linken ("buigen"). De linker-, de "gebogen" hand, staat tegenover de rechter-, de "rechte" hand, die alles "recht", dus "juist" doet. Dat links in het algemeen als ongunstig wordt ervaren, blijkt ook uit het woord sinister ("onheilspellend"), dat teruggaat op het Latijnse woord voor "links": sinister. Verder betekenden het Engelse left, het Middelnederlandse lucht ("links") en het Friese lofts ("links") oorspronkelijk allemaal "zwak, waardeloos". Het Franse woord voor "links", gauche, is van Frankische afkomst. (Veel Franse woorden komen uit het Latijn; veel andere uit het Frankisch, een Germaanse taal.) Gauche is een afleiding van het werkwoord gauchir, dat via guenchir "verbasterd" is uit het Frankische wenkjan, dat overeenkomt met ons wankelen. Ook niet zo "recht" dus. Linke soep!

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

5/10/07
lamme koning
Waarom wordt Lodewijk Napoleon De Lamme Koning genoemd?

Op last van zijn beroeme broer keizer Napoleon I en zeer tegen zijn zin werd Lodewijk Napoleon (1778-1846) in 1806 benoemd tot vorst van het Koninkrijk Holland. Lodewijk wist tijdens zijn kortstondige bewind wel enige sympathie te verwerven bij zijn onderdanen. Hij deed in ieder geval zijn best om voor hun belangen op te komen. Bovendien vielen zijn manmoedige pogingen om het Nederlands machtig te worden, in goede aarde. Het leverde hem de bijnaam De Goede op.
Maar niet alles was kennelijk goed aan Lodewijk, want hij stond ook al snel te boek als De Lamme Koning. Toch kon hij lopen als een kievit en is nergens in de geschiedenisboeken te vinden dat hij verlamd was. Lam betekent hier namelijk niet "verlamd", maar "traag, lui, zonder energie". De spotnaam is een fraai bewijs van de stelling dat bijnamen soms alleen op het oog doorzichtig zijn. Taalkennis blijft vaak een vereiste.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007 

terug


september 2007

28/9/07
insect
Waaraan heeft een insect zijn naam te danken?

Een insect heeft zijn naam te danken aan zijn insnijdingen. Het woord stamt van het Latijnse insectus, het voltooid deelwoord van insecare ("insnijden"). Het is echter niet in het Latijn bedacht, maar in het Grieks. Het Latijnse woord werd door Plinius de Oudere (een beroemd Romeins schrijver en wetenschapper uit de eerste eeuw na Christus) gebruikt als leenvertaling van het Griekse έντομα ("insecten"), dat hoort bij het werkwoord εντέμνειν ("insnijden"). Daarvan is het woord entomologie ("insectenkunde") afgeleid.
Plinius schrijft in zijn Naturalis Historia: "Deze dieren worden terecht allemaal insecten genoemd, vanwege de insnijdingen, soms op de plaats van de nek, soms bij de taille, die het lichaam verdelen in afzonderlijke delen, die slechts door een buisje bijeen worden gehouden." Het Nederlands kende voor "insecten" ook de woorden korve en ghekorve (opgeschreven in 1599), die zijn afgeleid van kerf ("insnijding, inkeping") en kerven ("insnijden"). In een Brusselse roman uit 1857 lezen we: "Gevleugelde kerfdiertjens speelden en gonsden in haren lichtgloed." Kerfdiertje is nu verouderd.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

21/9/07
Magazijn
Het woord magazijn betekent "pakhuis", maar ook "patroonkamer in een geweer". Daarnaast zijn er de verouderde betekenissen "tijdschrift" en "grote, luxe winkel". Welke talen hebben bij de ontlening van dit woord een rol gespeeld?

Magazijn is uiteindelijk ontleend aan het Arabische machzan voor "opslagplaats", dat misschien afkomstig is van een Perzisch werkwoord dat "verzamelen" betekende. Het meevoud van machzan is macházin, dat in het Frans maguesin en later magasin is geworden. Het middeleeuws-Latijnse woord magazenum is bewaard in een document uit 1228, waarin kooplieden uit Marseille het recht krijgen magazijnen te beheren in een Algerijnse kustplaats. Het Nederlands en het Engels hebben het woord in de zestiende eeuw van het Frans overgenomen.
In het Engels heeft magazine een figuurlijke betekenis gekregen: "pakhuis van literatuur, tijdschrift". Vanaf ongeveer 1750 was magazijn vaak een onderdeel van Nederlandse namen van tijdschriften en verzamelwerken. Magazine en magazijn als tijdschriftbenaming hebben we dus aan het Engels te danken. In 1744 wordt het Engelse woord voor het eerst gebezigd in de zin van "patroonkamer in een geweer". Ook deze betekenis heeft het Nederlands uit het Engels overgenomen.
Uit een opslagplaats kan men ook waren verkopen. Dat leverde de Franse betekenis "grote, luxe winkel" op. Deze betekenis werd uitgebreid tot "warenhuis" na de opening van de nieuwsoortige grands magasins in Parijs in de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw.
 

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

 

15/9/07
kouwe kak
Wat is er koud aan kouwe kak?

Kouwe kak is "loos vertoon van deftigheid", zo luidt de omschrijving in de grote Van Dale. Maar wat is het verband tussen deftigheid en koude feces? Allereerst iets over het woord koud. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal duidt dat hier geen temperatuur aan, maar betekent het "onbeduidend, flauw, zouteloos" (zoals in de uitdrukking een koud kunstje). En bij kak zou ook zoiets aan de hand kunnen zijn. Uit de oorspronkelijke betekenis, "uitwerpselen", ontstond een nieuwe: "iets volstrekt onbeduidends". Heel bevredigend is die uitleg niet, want kouwe kak zou dan twee keer hetzelfde zeggen: "een onbeduidend onbeduidend iets". Van Dale oppert dan ook dat kak misschien niets te maken heeft met kakken, maar wel met kakelen: "onbeduidend gekakel".

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

8/9/07
beurs
Een studietoelage wordt ook wel een beurs genoemd. Hoe oud is het woord beurs in deze betekenis?

Beurs stamt uit het Grieks; het Grieks heeft het waarschijnlijk weer aan een andere taal ontleend. Het Griekse βυρσα betekende "gevilde huid, vel, leer" (en ook "wijnzak"). Deze betekenis ontwikkelde zich in het middeleeuws Latijn tot "buidel", "geldbuidel", "kas" en "fonds". Al in de dertiende eeuw kon het Latijnse bursa/byrsa een studiebeurs zijn: met de rente van een fonds kon ondersteuning gegeven worden. Een bursarius (vanaf de twaalfde eeuw) was de beheerder van een fonds. Dit woord leverde in het (vooral Schotse) Engels bursar en bursary op. Het Franse bourse kreeg in 1399 de betekenis "toelage", en het Nederlandse beurs volgde een tijdje later.
Het Middelduitse burse duidde een huis aan waarin jonge lieden (meestal studenten) uit een gemeenschappelijke beurs leefden. Het Duitse Bursch(e) voor "jongen, knaap" is eruit voortgekomen, evenals het Nederlandse woord borst in brave borst en adelborst.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 


augustus 2007

31/8/07
tuig van de richel
Wat betekent richel in de uitdrukking "tuig van de richel"?

In de Amsterdamse schouwburg op het Leidseplein had je bovenin, nog achter de engelenbak, een smal bankje: de richel. Dit bankje werd bevolkt door zeer eenvoudige mensen. Henk Suèr schrijft daarover in Het dagelijks leven van onze voorouders in het midden van de 19e eeuw (1961): "Men [zat] voor zijn zeventig centen op het schellinkje ook nog lang niet rustig. Vooreerst was er het tuig van de richel, het volkje dat voor bijna niets onder het schuine afdak mocht zitten. Maar vanaf de richel had men geen zicht op het toneel." Daarom moest het "richeltjestuig" gedurende de voorstelling staan, of leunen op de ruggen van de mensen vóór hen.
Interessant is - hoewel niet typisch Amsterdams - dat een richel  ook een dikke plank in een koeienstal was, waarop het vee met de achterpoten stond. Daaruit is de zegswijze vee van de richel (voor het eerst opgetekend in 1854) ontstaan, dat "vee van de stal" betekent, "gemeen, verachtelijk gespuis".

uit: kalender Onze Taal 2007

terug


juli 2007

28/7/07
rages en hypes
Wat is het verschil tussen een rage en een hype?

Een rage is volgens Van Dale (2005) een "(algemene) bevlieging, iets wat op zeker ogenblik sterk in de mode is", een hype is "iets wat, m.n. dankzij inspanningen van de media, bij een bep. publiek als mode of sensatie fungeert". Sudoku's en Pokémon zijn rages; de televisieprogramma's Big Brother en Idols zijn hypes. Een hype heeft vaak een negatieve bijklank, zo blijkt uit zinnen als: "Risicomanagement: een hype of een must?", "Podcasting: een hype of een beloftevolle toekomst?" en "E-business: de hype voorbij." Dit negatieve aspect ontstaat mogelijk doordat een hype zo bewust door de media gecreëerd wordt; we hebben er zelfs een werkwoord voor: hypen - iets of iemand kan gehypet worden. Een rage ontstaat (ogenschijnlijk) veel spontaner, en roept dus veel minder negatieve reacties op.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

21/7/07
maarschalk
Wat was de oorspronkelijke betekenis van een maarschalk?

De oorspronkelijke betekenis van maarschalk is "paardenknecht". De maar was het mannetje van de merrie, en een schalk was een knecht, een dienaar, een slaaf. Schalks ("guitig") is een afleiding van schalk in de (latere) betekenis "deugniet, guit".
De betekenisontwikkeling van maarschalk in de vroege Middeleeuwen ging als volgt: van "paardenverzorger" naar "hoefsmid, paardenarts", voorts "stalmeester, kwartiermeester, vorstelijk of stedelijk ambtenaar die toezicht houdt op het leger" en "ambtenaar van de bisschop van Utrecht, belast met de hoge rechtspraak op het platteland".
In het hele Frankische Rijk is het woord hogere functies gaan aanduiden, van "stalmeester" via "hofmeester belast met de zorg voor de paarden en stallen" tot hoge ambtelijke en militaire functies. Uit de Germaanse talen is het woord als maréchal in het Frans terechtgekomen. In omgekeerde richting hebben het Nederlands en het Duits begin zeventiende eeuw van het Franse maréchal de betekenis "officiersrang boven die van generaal" overgenomen.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

 

14/7/07
tattoo
Wat is de bron van het Engelse woord tattoo?

Het Engelse tattoo heeft twee betekenissen: "signaal voor de soldaten om 's avonds naar hun kwartier te gaan" en "tatoeage". De laatste betekenis is ontleend aan het Polynesisch, maar de eerste gaat terug op het Nederlandse taptoe. Dit woord is een verkorting van: 't is tap toe, dat wil zeggen "de biertap is dicht". Het Engels heeft het woord in de zeventiende eeuw overgenomen, toen er diverse oorlogen tussen de Nederlanders en de Engelsen werden gevoerd. Ook in het Zweeds is het woord overgenomen (als tapto), en in het Russisch (als taptu, later tapta). Tot slot kennen het Indonesisch en het Papiaments taptu.
In het Nederlands gebruiken we taptoe tegenwoordig ook in de betekenis "parade van een muziekkorps". Die betekenis kennen het Indonesisch en het Papiaments ook. In het Engels wordt tattoo nog gebruikt voor een militaire avondparade.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug

 

 

7/7/07
marechaussee
Is marechaussee in het Frans hetzelfde als in het Nederlands?

Het Nederlands heeft marechaussee van het Frans overgenomen, maar tegenwoordig is marechaussee in het Frans uitsluitend een historisch begrip voor "bereden politie" of wordt het schertsend gebruikt voor "politieagent".
Het woord is in het Nederlands tweemaal ontleend. De eerste keer in de dertiende eeuw als marisauchie aan het Oudfranse mareschaucie ("rechtsgebied van een maarschalk als gerechtelijk ambtenaar", "veiligheidswacht te paard"). De tweede keer aan het Franse maréchaussée "bereden-politiekorps belast met de handhaving van de openbare orde", een betekenis die zich tegen 1700 had ontwikkeld. Het Franse woord is een afleiding van marescal (tegenwoordig maréchal), dat aan het Duits is ontleend en dat in feite hetzelfde woord is als het Nederlandse maarschalk.
In Frankrijk is tegen het eind van de zeventiende eeuw onder de oude benaming maréchaussée een landelijk bereden-politiekorps ontstaan, dat tot taak had op te treden tegen opstanden en rellen. Tijdens de Franse Revolutie, in 1790, veranderde het nieuwe bewind de naam van dit korps in gendarmerie nationale.
In Nederland is de marechaussee na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks meer bereden, althans niet te paard.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug


juni 2007

30/6/07
in de aap gelogeerd
Waar komt deze merkwaardige uitdrukking eigenlijk vandaan?

Wie in de aap gelogeerd is, is er "slecht aan toe". Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt dat De Aap de naam van een herberg was waar men het slecht had of gemakkelijk bestolen werd.
Volgens Jeffrey de Vries in De IJ-dijker (2005, nr.3) ligt de oorsprong van het oer-Hollandse spreekwoord op de Zeedijk nr. 1 in Amsterdam, in het houten café dat vroeger In 't Aepjen heette. De afgemeerde Oost-Indiëvaarders zochten hun vertier natuurlijk op een steenworp afstand van de kade. En dan kwam je in de rosse buurt terecht, of, vanaf 1519, in stadsherberg In 't Aepjen.
Volgens de Vries konden de zeebonken geregeld de rekening niet voldoen. Ze betaalden dan in natura en brachten een aapje of ander exotisch dier mee voor de kastelein. De beesten zaten echter onder de vlooien en luizen, en zeelieden die - stomdronken - boven de herberg overnacht hadden (in hangmatten of leunend op slaapbalken), liepen vaak krabbend rond. "Jij hebt zeker in de aap gelogeerd", riep men dan meewarig.
Overigens waren die hangmatten in het slaapgedeelte van de herberg aan draagbalken in het lage plafond bevestigd. Een voorbeeld van zo'n draagbalk is in het huidige etablissement Int Aepjen nog te zien.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug

 

22/6/07
boulanger
Wat heeft een Franse bakker, een boulanger, met het Nederlands te maken?

De Franse aanduiding voor een bakker, boulanger, is in een zeer ver verleden afgeleid van het Nederlandse bol. De bolletjes uit de Lage Landen waren kennelijk al vroeg vermaard: zo werden in 1532 in een Nederlandse tekst "Ronde off weyten bollen" ("ronde of tarwebollen") genoemd.
In de twaalfde eeuw heette een bakker in Noord-Frankrijk boulenc, eigenlijk "iemand die ronde broodjes maakt". In het middeleeuws Latijn sprak men van een bulingarius. Deze woorden leidden tot de modern-Franse benaming boulanger, die de oude woorden fournier (van four, dat "oven" betekent) en pesteur (van het Latijnse pistor, dat "bakker" betekent) verdrong.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

16/6/07
godverdomme - godverdorie
Er zijn de vervloekingen godverdomme en godverdorie.  De tweede is volgens sommigen een bastaardvloek, die door klankvervanging uit de eerste is ontstaan. Klopt dat?

Hoogstwaarschijnlijk zijn godverdomme en godverdorie twee aparte vloeken en hebben ze niets met elkaar te maken.
Traditioneel wordt godverdomme beschouwd als samentrekking van God verdoem(e) mij/me; maar die uitdrukking heeft de vorm van een zelfverwensing, terwijl men gewoonlijk "van zich af" vloekte. Godverdomme wil dus eerder "God verdoeme u" zeggzen, waarbij verdomme teruggaat op de Hollandse dialectvorm verdommen van verdoemen, zoals blomme(n) naast bloemen staat. Er bestaan talrijke klankvarianten van deze vloek, zowel gelijkwaardige als eufemistische of humoristische, bijvoorbeeld goddomme, potverdomme, potverblomme, en verkortingen in varianten als verdomme, verdulleme, verdikkeme.
Godverdorie
moet de betekenis hebben "Dat God je van het verstand berove". Het is afkomstig van het Middelnederlandse werkwoord verdoren, dat "van het verstand beroven", "misleiden, bedriegen" betekent en een afleiding is van het Middelnederlandse woord dore/door voor "zot, dwaas". Ook van deze vloek bestaan heel wat verbasteringen en klankvarianten, zoals potverdorie, potverdrie(dubbeltjes), snotverdorie, goddorie, potjandosie en gedverderrie.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

9/6/07
zo gek als een deur
Iemand kan zo gek als een deur zijn. Wat voor deur wordt hier bedoeld?

Iemand kan zo gek zijn als een deur of zo link als een looien deur. De deur in deze zegswijze is niet de deur die je open en dicht kunt doen; het is hier een oud woord voor "nar", "zot". Zoals de afsluitende (of toeganggevende) deur verwant is met het Duitse woord Tür, zo is deur in de betekenis "dwaas" verwant met het Duitse Tor ("dwaas"), maar ook met het Engelse dizzy en met duizelig.
De twee "deuren" zijn van verschillende oorsprong, maar ze hebben in het Middelnederlands toevallig dezelfde vorm gekregen: dore. We lezen bijvoorbeeld in de legende Beatrijs: "die dore al wide open" ("de deur helemaal wijd open"). En in Jacob van Maerlants Der naturen bloeme lezen we: "Die dit merket, es gheen dore" ("Hij die dit opmerkt, is geen dwaas"). Het waren dus homoniemen en dat zijn het nog steeds, getuige zo gek als een deur.
Toen dore/deur ("dwaas") in onbruik raakte, konden uitdrukkingen met dit woord geherinterpreteerd worden. Zo kon de combinatie looien deur ("loden deur") ontstaan, waarbij loden een versterking, versteviging van de deur met lood aangeeft. En dat is dan niet deur in de betekenis "dwaas".

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

3/6/07
Alexanderplatz
Is het in een Nederlandse tekst de Alexanderplatz of het Alexanderplatz?

Buitenlandse woorden en namen krijgen in het Nederlands vaak een lidwoord dat past bij een Nederlands equivalent van het woord. In het Duits is Zeitschrift een vrouwelijk woord, maar tijdschrift is onzijdig, en daarom zeg je in het Nederlands ook eerder het Zeitschrift: "Dat las ik in het Zeitschrift für Geopolitik." Zo zegt een Nederlander ook: "Sinds het Einigungsvertrag komen steeds meer Oost-Duitsers naar het Schwarzwald", omdat verdrag en woud allebei het-woorden zijn.
Nu lijkt dit principe bij der Alexanderplatz ("Alexanderplein") niet op te gaan. ALs we aan het plein zouden denken, zouden we immers het Alexanderplatz verwachten, terwijl de Alexanderplatz veel gebruikelijker is in het Nederlands. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat namen die op Platz eindigen sterker aan het bijna gelijkluidende woord plaats (een de-woord) doen denken dan aan het het-woord plein. Dit soort vrije associatie is ook te vinden bij andere buitenlandse namen. Le Louvre wordt in het Nederlands bijvoorbeeld het en niet de Louvre, doordat we bij deze naam een museum of een paleis (beide een het-woord) voor ons zien. Op dezelfde manier wordt das Matterhorn in het Nederlands de Matterhorn, vanwege de associatie met een berg (een de-woord).

uit: kalender Onze Taal 2007

terug


mei 2007

28/5/07
pupil
Wat heeft pupil in de betekenis "beschermeling" te maken met pupil als benaming voor een deel van het oog ("oogappel")?

Het woord pupille ("pupil, oogappel") treffen we voor het eerst in het Middelnederlands aan, in een medisch geschrift uit 1351. Het is ontleend aan het Franse pupille met dezelfde betekenis, dat zich heeft ontwikkeld uit het Latijn. In deze taal was pupilla het verkleinwoord bij pupa ("pop, meisje") en betekende het behalve "weesmeisje" ook "oogappel" vanwege de sterk verkleinde weerspiegeling van zichzelf die men ziet als men een ander diep in de ogen kijkt, zoals geïllustreerd door de uitdrukking "Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen." Strikt genomen vormen de iris en de pupil samen de oogappel, maar dit onderscheid werd niet altijd gemaakt.
Het Latijnse woord pupa was de vrouwelijke vorm van pupus ("jongetje"). Het daarvan afgeleide pupillus betekende "onmondige knaap, wees" en vandaar ook "minderjarige onder voogdij". In deze betekenis is pupil eveneens in de Europese talen terechtgekomen. De betekenis "leerling" (in relatie tot een leermeester) is in ons taalgebied minder gebruikelijk. Dat geldt ook voor het Frans en het Duits, maar niet voor het Engels, waar de betekenis "leerling" de meest voorkomende is.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

22/5/07
vechten tegen de bierkaai
De Bierkade uit de uitdrukking vechten tegen de bierkaai bevond zich in Amsterdam. Maar waar precies?

Als er een hopeloze, niet te winnen strijd wordt gevoerd, dan heet het: vechten tegen de bierkaai. In het tweede deel van het Algemeen Nederduitsch en Friesch dialecticon (1874) beschrijft Johan Winkler negentien "tongvallen" die in het achttiende-eeuwse Amsterdam werden gesproken. Je had bijvoorbeeld het Noorsebossies, het Komkommerbuurts en het Gebed-zonder-ends, maar natuurlijk ook het veel bekendere Kattenburgs, het Zeedijks en... het Bierkaais.
Het Bierkaais werd gesproken in een "labyrint van steegjes en dwarssteegjes, gelegen in den vierhoek tusschen Warmoesstraat, Oudekerksplein, Voorburgwal en Pijlsteeg." De bierkaai was vroeger de benaming van de kaai ("kade") waar het aangevoerde bier werd opgeslagen. In Amsterdam was de Bierkade het deel van de Oudezijds Voorburgwal dat vlak bij de Oude Kerk lag. De bewoners van de Bierkaaise buurt waren ruwe klanten, die het geregeld aan de stok hadden met de bewoners van de Jonker- en Ridderstraat en van de Jodenhoek. Dit was het beruchte hoopvechten, een soort volksvermaak waarbij troepen jongens of mannen uit verschillende buurten te hoop liepen om tegen elkaar te knokken. Wie tegen de Bierkaai vocht, kon ervan opaan dat hij de strijd zou verliezen.

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 

12/5/07
esprit d'escalier
Wat wordt bedoeld met esprit de l'escalier?

De uitdrukking esprit de l'escalier (of esprit d'escalier) duidt op een "geestige inval die te laat komt, als mosterd na de maaltijd" (Van Dale). De Duitsers spreken van een Treppenwitz; in het Nederlands hebben we er geen eigen woord voor (maar trapgrap zou niet zo gek zijn). Letterlijk vertaald: een "geestigheid op de trap", iets wat je te binnen schiet als je al weg bent. In 1995 bekende de tv-presentator Ursul de Geer in het Eindhovens Dagblad "last van esprit d'escalier te hebben".
De uitdrukking is gebaseerd op een passage in de dialoog Paradoxe sur le comédien (1830) van Denis Diderot, al komt de uitdrukking daar niet letterlijk in voor. Een van de twee gespreksgenoten vertelt over een opmerking die de schrijver Marmontel eens tegen hem maakte. "Die opmerking brengt me van mijn stuk en snoert me de mond, want een gevoelig man als ik, die zijn oren wijd open heeft staan voor alles wat tegen hem te berde wordt gebrachtv, raakt in paniek en is pas weer zichzelf als hij onderaan de trap staat" (in het Frans: "ne se retrouve qu'au bas de l'escalier").

uit: kalender Onze Taal 2007

terug

 


5/5/07

enkelvoud of meervoud
Is deze zin juist: "Wij waren toevallig bij het hotel waar Dan Brown met zijn vriendin arriveerden?

Juist is "Wij waren toevallig bij het hotel waar Dan Brown met zijn vriendin arriveerde." Het werkwoord arriveren moet hier in het enkelvoud staan omdat de nadruk op Dan Brown logt. Ook als na met een meervoud volgt, blijft het werkwoord in het enkelvoud staan: "Om negen uur arriveerde Jan, (samen) met zijn ouders." Als het onderwerp van de zin enkelvoudig is en een constructie met c.s. of cum suis ("met de zijnen/haren") bevat, staat het werkwoord ook in het enkelvoud: "Femke Halsema c.s. wil zo veel mogelijk groen in Nederland behouden."
Bij een onderwerp dat uit twee of meer delen bestaat die door en met elkaar worden verbonden, komt er doorgaans wel een meervoudige persoonsvorm: "Wij waren toevallig bij het hotel waar Dan Brown en zijn vriendin arriveerden."

uit: Onze Taal kalender 2007

terug


april 2007

29/4/07
daadkrachtig, krachtdadig
Is er een verschil tussen krachtdadig optreden en daadkrachtig optreden?

Er kan een klein verschil zijn. In de praktijk worden daadkrachtig en krachtdadig vaak zonder betekenisonderscheid door elkaar gebruikt; ze zijn min of meer synoniem. Wel associëren veel taalgebruikers krachtdadig met kracht of geweld, bijvoorbeeld in "De politie trad krachtdadig op." Wie die associatie wil vermijden, kan beter kiezen voor het wat neutralere "De politie trad daadkrachtig op."
Een ander verschil is dat daadkrachtig eerder van personen wordt gezegd en krachtdadig meestal van zaken of handelingen. Verder blijkt uit een internettelling dat daadkrachtig in Nederland vaker wordt gebruikt dan krachtdadig; in België is het andersom.
Daadkrachtig betekent van oorsprong "energiek, vol werklust". Het is afgeleid van daadkracht ("kracht om daden te verrichten, werkkracht, werklust"). Dat is van oorsprong een germanisme (een vertaling van het Duitse Tatkraft), maar inmiddels is het ingeburgerd. Krachtdadig betekent oorspronkelijk "kracht toepassend, krachtig werkend". De twee woorden hebben elkaar in de loop der tijd beïnvloed; ze kunnen beide zowel "energiek, flink" als "doortastend, voortvarend" betekenen.

uit: Tijdschrift Onze Taal juli/augustus '05

terug

 

 

24/4/07
erwt
Waarom schrijf je erwt met een w? Die spreek je toch niet uit?

Erwt wordt inderdaad uitgesproken als [εrt]. Dat we een w schrijven, heeft te maken met de geschiedenis van dit woord. Oudere vormen waren bijvoorbeeld erwete, erweete en arveete, waarin de w (of v) het begin van een nieuwe lettergreep was. Rond de achttiende eeuw werd het woord in de standaardtaal verkort tot erwt; de uitspraak werd nog verder vereenvoudigd tot [εrt]. Een van de basisprincipes van het Nederlandse spellingsysteem is dat bij de schrijfwijze van een woord rekening wordt gehouden met vroegere vormen daarvan; dat is de reden dat er in erwt een w staat. Vergelijkbare woorden zijn ambt en bedompt: vrijwel niemand spreekt in ambt een b uit of in bedompt een p, maar etymologisch gezien zijn de b en p wel op hun plaats: ambt is een verkorting van ambacht, en bedompt is afgeleid van damp. De v-achtige klank van erwt mag dan in de standaardtaal verdwenen zijn, in sommige dialecten wordt hij nog uitgesproken; in het Twents en Achterhoeks zegt men bijvoorbeeld [arfte]. Ook in het Duits wordt een tussenletter geschreven: Erbse, maar in de Scandinavische tegenhangers van erwt is die tussenletter verdwenen (Noors ert, Zweeds ärt, etc.), evenals in het Friese eart.

uit: Tijdschrift Onze Taal juni 2005

terug

 



14/4/07
dupe
Iemand kan zwaar gedupeerd raken, de dupe van iets worden. Sommige etymologen beweren dat de etymologie van  dupe met een vogel te maken heeft. Welke vogel zou dat zijn?

Het Franse woord dupe, waar het Nederlandse van afkomstig is, zou volgens sommige etymologen te maken hebben met de vogel hop. Deze vogel, die in het Frans huppe heet, in het Oudfrans hupe en in het Latijn upupa, zou superdom en een geboren loser zijn. Uit d'hupe ("van de hop") zou dupe zijn ontstaan.
Een andere verklaring gaat uit van het Franse huppe, dat "kuif" betekent, een homoniem van de hop, die toevallig ook een zeer geprononceerde kuif heeft. Misschien is de huppe ("kuif") zelfs wel naar de vogel genoemd. Volgens deze verklaring zou dupe afkomstig zijn van het werkwoord d(e)hupper ("ontdoen van de kuif"). Dan ben je (als vogel in kwestie) inderdaad wel echt gedupeerd!
Hoogstwaarschijnlijk heeft dupe niets met de vogel te maken, maar is het in het Frans ontleend aan het vijftiende-eeuwse Nederlandse woord dupe of duipe(n) ("sukkel, iemand die met gebogen hoofd loopt"), een woord dat met diep en dopen te maken heeft. Het Nederlands heeft het daarna terugontleend.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug

 

7/4/07
sjoege
De Jiddische zegswijze "Kaan schuwe is aach schuwe" betekent "geen antwoord is ook een antwoord". In welke vorm is schuwe in de Amsterdamse volkstaal overgegaan?

Een Amsterdammer is bij het minste of geringste geneigd om uit te roepen dat hij ergens wel of geen sjoege van heeft: "kennis, verstand". Het Jiddische sjoewe, een variant van tesjoewe ("antwoord"), is in de volkstaal dus overgegaan als sjoege. De g zou eraan zijn toegevoegd door niet-Joodse sprekers die verband legden met het woord mesjogge. Dat is overigens niet verwant aan sjoewe; mesjogge komt van het Hebreeuwse mesjoega ("gek").
Varianten met sjoege zijn: sjoege krijgen ("contact hebben met de andere sekse", "sjans krijgen"), sjoege nemen ("de zaak bekijken") en geen sjoege geven ("zich gedeisd houden" of "niet reageren"). Een voorbeeld van de laatste zegswijze is te vinden in Amsterdammers (1941) van Nono (pseudoniem van de Amsterdamse volksschrijver J.B. Uges): "As ík die Golfers was geweist, dan hat ik me luikes gehouwe en stiekum gdoargetuind [= met grote passen doorgelopen]. Je mot mit sukke klaanigheides gein sjoege geife."

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug


maart 2007

31/3/07
koefnoen
Wat betekent het als je een koefnoentje voor een voorstelling hebt?

In 2004 was bij de AVRO voor het eerst het humoristische programma Koefnoen te zien, waarin Paul Groot en Owen Schumacher, bijgestaan door diverse gastacteurs, hun kijk op het leven en de actualiteit schetsten aan de hand van persiflages, sketches en nepdocumentaires. Koefnoen is een Jiddisch woord, dat teruggaat op de Hebreeuwse letters kof en nun, de k en de n, en dat ironisch gebruikt wordt als afkorting voor kost niks. Koefnoen is dus "gratis, voor noppes". En dan is de stap naar koefnoentje, een "vrijkaartje", snel gemaakt.
Al in zijn vierdelige romancyclus De Jordaan, verschenen tussen 1912 en 1925, gebruikte Israël Querido koefnoen regelmatig. Bijvoorbeeld in deel II, Van Nes en Zeedijk: "Op de gesondheid fan de dooje, die nou veur koefnoen in de hemel knijst [= rondkijkt]!" bedronk Piet. "Mit al s'n gejatte koetseséfies-blinkers [= juwelen]," lachte scherp de Suikerjas."

terug

 

24/3/07
puree
Onder puree verstaan we meestal een gerecht van fijngestampte aardappelen. De kern van het woord is puur ("zuiver"). Wat heeft dat met die fijngestampte aardappelen te maken?

Het woord puree bestaat al sinds het Middelnederlands in onze taal. Zo lezen we in 1351 "pureye van witten erweten" ("puree van witte erwten"). Pureye was ontleend aan het middeleeuws-Latijnse purea of porea, dat "gereinigd, van schillen e.d. ontdaan" betekent, dus "puur".
Aangezien de introductie van de aardappel in onze keuken pas na 1544 plaatsvond, moeten we niet direct aan aardappelpuree (met een klontje boter, melk en nootmuskaat) denken. In de Middeleeuwen pureerde men vooral érwten, om er soep van te maken of om ze te gebruiken als geneesmiddel. Na de zestiende eeuw raakte het woord pureye in onbruik.
De aan de aardappel gerelateerde betekenis dateert uit het eind van de negentiende eeuw. Het Nederlands ontleende het woord puree voor de tweede keer - deze keer aan het Frans. De betekenis "reinigen van schillen en vezels" was in het Frans op de achtergrond geraakt ten gunste van "fijnstampen" of "door een zeef wrijven". Het Nederlands nam deze nieuwe Franse betekenis over. Op de menukaart treft men tegenwoordig puree van alle mogelijke grondstoffen aan.

terug

 

 

17/3/07
Onstuimig
Waar komt het woord onstuimig vandaan? Er bestaat toch niet zoiets als stuimig?

Onstuimig ("wild") is een oud Duits leenwoord; het gaat terug op het bijvoeglijk naamwoord ungestüm. In middeleeuws Duits bestond daar volgens Kluge etymologisches Wörterbuch der deutschen Sprache (2002) nog wel een positieve tegenhanger van: gestueme, dat "rustig, zacht" betekende. In het Nederlands is alleen de versie met un- overgenomen.
In ouder Nederlands bestonden verschillende vormen: ongestuim, ongestuimig, onstuim en onstuimig. Zo schreef J. Oudaen in 1674: "Wat eischje [= wat wil je] razend mensch, met dit onstuim gebaar [= gedrag]?" En bijvoorbeeld Vondel gebruikte meermalen de zinswending de ongestuime baren.
Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal werd in de zeventiende eeuw het woord stuimig weleens gebruikt, soms in dezelfde betekenis als onstuimig, soms in de tegenovergestelde betekenis. Dit woord is echter geen lang leven beschoren geweest.

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug

 

 

10/3/07
pui
Tegenwoordig wordt onder een pui meestal een "gevel" of "onderste deel van een gevel" verstaan. Toch heeft het woord in oorsprong iets met "voet" te maken. Hoe zou die betekenisontwikkeling zijn gegaan?

Een pui was aanvankelijk een stoep of bordes voor het stadhuis of een paleis. Later kon er ook een uitstekend gedeelte aan een gevel, een balkon, mee worden aangeduid. Vervolgens kwam er de puibalk, die de bovengevel droeg, en ging pui "steunende balk of muur" betekenen. De stap naar "gevel", zoals in winkelpuien en puien in flatgebouwen, was toen niet groot meer.
Op een stoep kun je stappen, kun je je voet zetten, terwijl alleen een geveltoerist dat zal doen op de pui van een flatgebouw. Het woord pui is via het Franse poie ("verhoging") afkomstig van het Latijnse woord podium. En dat woord is weer ontleend aan het Griekse πους ("voet"). In de meeste naamvalsvormen van dat woord zit een d; de tweede naamval is bijvoorbeeld ποδος. We kennen dit woord bijvoorbeeld uit podoloog ("voettherapeut"). Het Grieks is etymologisch verwant aan het Nederlands, en de Griekse p komt overeen met een Nederlandse v. Het Griekse woorddeel ποδ- is dus in feite hetzelfde woord als het Nederlandse voet!

terug

 

2/3/07
Arno - Aarts - Nuijten
Wat is de overeenkomst tussen de familienamen Aarts en Nuijten?

De namen Aarts en Nuijten gaan terug op de doopnaam Arnoldus. Het zijn van oorsprong patroniemen: namen die zijn afgeleid van roepnaamvormen van de doopnaam Arnoldus. Arnoldus is een verkerkelijkte vorm van de Germaanse persoonsnaam Arnold of Arnout, die is samengesteld uit de woorden aren en wald ("heersend als een arend"). In roepnaamwoorden viel de tweedelige naam vaak uiteen, waarbij de slot-n van aren als beginletter van de tweede lettergreep werd gezien. Zo ontstonden roepnamen als Aart en Arie tegenover Nolly en Nout. De verschillende varianten hebben vervolgens een enorm aantal familienamen opgeleverd: zowel van de a- als van de n-groep zijn er tot dusverre 120 bekend. Denk bijvoorbeeld aan namen als Aardse, Aarnoudse, Aarnouts, Aarntzen, Aarsen, Aartsen, Aartsma, Aerens, Aernouts, Aerssens, Ahrendt, Arendsen, Arets, Arnds, Arnoe, Arnoldi, Arnoud, Arns, Arntzenius, Arts, Haarts, Harent, Naaijen, Naaijkens, Naudin, Naus, Nauwen, Neij, Neideken, Neutgens, Neuij, Nods, Noijens, Nol, Nolens, Nolet, Nollen, Nolte, Nolthenius, Nooij, Noot, Notten, Nottet, Nous, Nouws, Nuelens, Nuis, Nul, Nulkens en Nuts. De meest voorkomende vorm is Aarts. Sommige vormen zijn duidelijk streekgebonden, zoals de typisch Brabantse vorm Nuijten.

bron: Onze Taalkalender 2007

terug


februari 2007

23/2/07
lenzen
Aan welke peulvrucht hebben lenzen hun naam te danken?

Lenzen hebben hun naam te danken aan linzen. Lens is een wetenschappelijk nieuw gevormd woord uit de zeventiende eeuw. Het is afkomstig van het Latijnse woord lens ("linze") vanwege de vormgelijkenis tussen een linze en een bolle lens. Aan het eind van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw werd door wetenschappers al volop over het fenomeen "lenzen" geschreven, maar pas in 1637 legde René Descartes een verband met een linze: "Un verre en forme de lentille" ("Een glas in de vorm van een linze"). In 1744 staat in een Nederlands boek over miscroscopen: "Lens betekent eigentlyk een klein Glas, dat de gedaante van een Lins heeft". Het woord lins of linze voor de peulvrucht is ontleend aan het Duits. Het moet uit hetzelfde woord ontstaan zijn als het Latijnse lens.

bron: Onze Taalkalender 2007

terug

 

17/2/07
blague
Op welk Nederlands woord gaat het Franse blague ("grap, stommiteit") terug?

Het Franse blague ("grap") is ontleend aan het Nederlandse woord balg ("leren zak, tabakszak"), dat in het Nederlands voornamelijk voortleeft in blaasbalg. De Fransen namen het Nederlandse woord rond 1720 over. In die tijd hadden de Nederlanders internationaal veel invloed op de rookgewoonten; zo waren de Goudse pijpen befaamd. In het Frans werd het moeilijk uitspreekbare -alg omgezet in -lag, zodat balg veranderde in blague. Vanaf het begin van de negentiende eeuw betekende blague niet alleen "tabakszak", maar werd het bovendien overdrachtelijk gebruikt voor "een opgeblazen zaak", vandaar de betekenissen "grap" en "stommiteit".

bron: Onze Taalkalender 2007

terug

 

10/2/07
achilleshiel en achillespees
Zullen de oppositiepartijen de achilleshiel van het nieuwe kabinet weten te vinden?Welke verhalen zitten er eigenlijk achter de uitdrukkingen achilleshiel en achillespees?

Samen met Heracles bezet Achilles de eerste plaats onder de Griekse helden. Hij belichaamde het streven van iedere homerische krijger om alles en iedereen te overtreffen - een streven dat nog steeds het Achillesideaal wordt genoemd, terwijl de naam Achilles een metafoor is geworden voor een mooie en krachtige held. "Niemand is ooit gelukkiger geweest dan jij, Achilles, en niemand zal dat zijn, want toen je nog leefde, hebben wij, de Grieken, jou als een god vereerd", zei Odysseus toen hij de schim van zijn strijdmakker in de onderwereld ontmoette. Dit compliment was wel wat overdreven, want in het begin van de Ilias wordt juist verteld hoe Achilles publiekelijk te schande werd gemaakt doordat opperbevelhebber Agagmemnon hem zijn geliefde bedgenote, Briseïs, afnam. Het gevolg was dat de beledigde held zich wrokkend uit de strijd tegen de Trojanen terugtrok, een beslissing die fatale consequenties voor de Grieken zou hebben. Pas nadat zijn dierbare vriend Patroclus in de strijd was gedood, vertoonde Achilles zich weer op het slagveld om daar een ware slachting aan te richten. Zijn woede was vooral gericht op de aanvoerder van de Trojanen, Hector, die in een spannende tweestrijd meedogenloos zou worden afgemaakt. Om zijn lijk te verminken heeft Achilles een mensonterende daad bedacht. Homerus schrijft erover: "Zo sprak hij en hij dacht na hoe hij het lijk van de goddelijke Hector kon schenden. Hij doorboorde zijn voeten, sneed de twee pezen, van de hiel tot de enkel, los en haalde er rundleren riemen doorheen. Die bond hij aan de wagenbak vast en toen liet hij het hoofd over de grond slepen." De Belgische anatoom Andreas Vesalius (1514-1564) schijnt de eerste te zijn geweest die in zijn boek De humani corporis fabrica naar aanleiding van deze passage geschreven heeft over de tendo Achillis of Achillespees, ook wel aangeduid als tendo calcaneus. In feite was de Achillespees, die de kuitspieren verbindt met het hielbeen, dus een deel van de benen van Hector.

Met de Achilleshiel is een ander verhaal verbonden, dat samenhangt met de geboorte van deze Griekse held. Zijn moeder Thetis was tegen haar zin uitgehuwelijkt aan een sterveling, bij wie zij een eveneens sterfelijke zoon had gekregen. Om de kleine Achilles goddelijke status te verlenen, nam ze haar kind mee naar de onderwereld en dompelde hem in de kille rivier de Styx. Opdat de baby niet door het water meegesleurd zou worden, hield ze hem aan zijn voetje vast en dat werd de enige plek op zijn lichaam waar hij kwetsbaar zou blijken. Hiernaar verwijst de uitdrukking Achilleshiel. De jongen groeide op tot de grootste en sterkste held van het Griekse leger, maar op een kwade dag sloeg het noodlot toe. De god Apollo, die op de hand van de Trojanen was, zorgde ervoor dat een van de vijandelijke pijlen in de hiel van Achilles bleef steken waardoor zijn dood veroorzaakt werd. Zijn hiel is hem dus fataal geworden. In ons spraakgebruikt wordt de Achilleshiel vaak in overdrachtelijke zin gebruikt en betekent dan het zwakke punt, bijvoorbeeld in een redenering.

bron: Imagokalender 2007

terug

 

5/2/07
argusogen
Het zojuist afgesloten regeerakkoord zal de komende tijd door de partijen met argusogen worden bekeken. Hoe ging ook weer precies het verhaal van Argus' ogen?

Het lot van de reus Argus, bijgenaamd de Alziener, was meelijwekkend. Deze gigant die niet minder dan honderd ogen over zijn hele lichaam bezat, was door de godin Hera aangesteld om over Io te waken. Io was de geliefde van Zeus die door hem in een witte koe met kromme hoorns was veranderd om de jaloerse Hera op een dwaalspoor te brengen. Maar deze godin liet zich niet zo gemakkelijk om de tuin leiden en eiste de koe op. De oppergod kon niet veel anders dan toegeven en zijn echtgenote liet het dier bewaken door Argus, van wie, ook als hij sliep, steeds vijftig ogen open bleven, zodat niets aan zijn aandacht kon ontsnappen. De uitdrukking met argusogen bespieden of bekijken komt hiervandaan. De verliefde Zeus stuurde vervolgens zijn zoon Hermes eropaf. Deze wist met zijn kalmerende fluitspel de waakzame Argus in een diepe slaap te brengen. Hij verbrijzelde daarop zijn schedel met een kei en sneed het hoofd met een mes eraf. Aan deze daad dankt hij zijn bijnaam "de Argusdoder". De geschrokken Hera haalde alle ogen van de dode man af en bevestigde die aan de staart van de pauw, de aan haar gewijde vogel.

bron: Imagokalender 2007

terug

 

3-2-07
er is/zijn een aantal
Is het juist om te zeggen: "Een aantal scholieren hebben gisteren gespijbeld"? Of moet het heeft zijn?

Zowel een aantal scholieren hebben als een aantal scholieren heeft is correct. Als een aantal de betekenis "enkele, verscheidene" heeft, mag het werkwoord in het meervoud staan:
- Enkele scholieren hebben gespijbeld.
- Een aantal scholieren hebben gespijbeld.

Als we bij een aantal vooral aan de groep als geheel denken, aan een collectief, heeft het enkelvoud de voorkeur.
- Een groepje (scholieren) zal blijven spijbelen.
- Een aantal scholieren zal blijven spijbelen.

Wanneer aan aantal een bijvoeglijk naamwoord voorafgaat, krijgt een aantal vanzelf de betekenis "groep". Het werkwoord kan in dat geval uitsluitend in het enkelvoud staan: "Een groot aantal scholieren heeft gisteren gespijbeld."
In zinnen waarin het aantal deel uitmaakt van het onderwerp, staat het werkwoord eveneens in het enkelvoud. Het aantal kan immers nooit de betekenis "enkele, verscheidene" hebben: "Het aantal spijbelaars was niet groot."

uit: Onze Taal scheurkalender 2007

terug


januari 2007

27-1-07
Is notengehakt toch niet vegetarisch?
Noot is een oud woord voor "(rund)vee". Bij welk werkwoord zou het horen en waar treffen we noot in deze betekenis nog aan?

Het woord noot voor "(rund)vee" hoort bij het werkwoord genieten, dat oorspronkelijk "profiteren" betekende. De kernbetekenis is "bezit(ten)". Ook het woord nut ("voordeel, profijt") maakt deel uit van deze woordfamilie. Dat eenzelfde woord gebruikt wordt voor "bezit/geld" en "vee" zien we bij het woord vee zelf, dat overeenkomt met het Engelse fee voor "honorarium". Het is etymologisch verwant met het Latijnse pecus/pecu ("vee"), dat als grondwoord heeft gediend voor pecunia ("geld"). Het woord schat heeft oorspronkelijk eveneens "vee" betekend.
In een andere Germaanse taal, het Zweeds, is nöt nog steeds een heel gewoon woord voor "rund", en in het Engels is neat voor "(rund)vee" nog niet zo lang verouderd. In het Nederlands is noot in de betekenis "vee" in onbruik geraakt. In de Middelnederlandse periode bestond het woord noot volop, maar daarna begon het langzaam te verdwijnen. Behalve in Noord-Holland. Daar heb je de Nootweg, Nootsloot, Nootvaart en het Nootpad. Ze werden alle gebruikt voor verbindingen waarover of waarlangs men vee mocht drijven. De plaats Nootdorp (in Zuid-Holland) is waarschijnlijk vernoemd naar zijn veemarkt.

uit: scheurkalender Onze Taal 2007

terug

 

21-1-07
Koning, Keizer, Prins, De Graaf...
Koning, Keizer, Prins, De Graaf, Jonker, Baron... Wat is het motief achter deze adellijke familienamen?

Is iemand met de naam Koning een afstammeling van een koning? Een nakomeling van een bastaardzoon misschien? Edellieden hadden naast wettige kinderen immers vaak "natuurlijke" kinderen.
Tot nu toe is een dergelijke bloedverwantschap niet gebleken. Maar het is voorstelbaar dat zo'n naam een ander soort relatie met een adellijke persoon aangeeft. Iemand kan De Graaf genoemd zijn omdat hij als beheerder van landerijen van een graaf was aangesteld, bijvoorbeeld. Familienamen als Koning, Keizer en Prins vinden meestal hun oorsprong in een herberg of een huis met een sierlijk uithangbord, een pand dat bijvoorbeeld De Koning van Lombardije of In de Drye Princen werd genoemd. De achternaam geeft eenvoudigweg aan dat men daar woonde. Zo verkreeg Pieter Jacobsz Keijser zijn achternaam nadat hij in 1636 in Geervliet herbergier was geworden in het huis waar "de keizer uithing" ("daer uijthangt de Keijser").
Daarnaast kunnen persoonskenmerken, zoals uitstraling van gezag, pretentieuze manieren of uiterlijk, tot bijnamen als De Koning ook op een bepaald ambt hebben gewezen: op de functie van schutterskoning of hoofdman van de stadswacht.

uit: scheurkalender Onze Taal 2007

terug

 

13-1-07
opsodemieteren
Tegen de verkiezingen van 22 november hadden velen van ons gewenst dat Balkenende eindelijk eens zou opsodemieteren. Het lijkt er echter niet van te komen. Waar komt dat woord opsodemieteren eigenlijk vandaan?

Opsodemieteren hoort thuis bij de werkwoorden die met op- beginnen en een verwijdering aanduiden, zoals opdonderen, ophoepelen, opkrassen en oprotten. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) kan het voorvoegsel op- onder meer het begin van een handeling aanduiden: opgaan betekent "op weg gaan", opmarcheren betekent "op mars gaan". Het WNT vervolgt: "Bij deze opvatting sluiten zich aan een aantal ww. die beteekenen: weggaan, zich wegpakken, en die vooral gebruikelijk ijn in de gemeenzame taal, als opdonderen, ophoepelen, opkarren, opkrassen, oprukken enz."
Opsodemieteren is dus ook zo'n woord. Het is gevormd van sodemieteren, een volkstaalwoord dat onder andere "vallen" en "zeuren, hinderlijk zijn" betekent ("Hij is uit het raam gesodemieterd", "Loop niet te sodemieteren"), maar ook "weggaan"("Sodemieter naar je moer"). De oorspronkelijke betekenis is echter "sodomie bedrijven", waarmee meestal homoseks of bestialiteit bedoeld wordt. Sodemieteren is een afleiding van sodemieter of sodomiet, dat in oorsprong "inwoner van Sodom" betekent. De bijbelse stad Sodom stond bekend om zijn "verdorven zeden".

uit: tijdschrift Onze Taal, december 2005

terug

 

9-1-07
steward
De tweede lettergreep van steward  komt ook als onderdeel van een oorspronkelijk Nederlands woord voor. Welk woord is dat?

Het woorddeel -waard- in deurwaarder is in feite hetzelfde woord als -ward  in steward. Het betekent "wacht(er), bewaker". De steward  (in het Oudengels stigweard of stiweard) was aanvankelijk degene die belast was met het toezicht op de huisdieren, die hun onderkomen bewaakte. Het Oudengelse woord stig of sti komt overeen met het Middelnederlandse stie of stye ("stal voor kleinvee, schaapskooi, varkenskot"). Nog in 1599 is swijnstye ("zwijnenhok") opgetekend, dat te vergelijken is met het Engelse pigsty.
Later klom de steward ("stalopzichter") in rang op tot "huismeester", "rentmeester" en "hofmeester". Die laatste functie kreeg hij specifiek op boten. Veel van de termen uit de scheepvaart zijn overgegaan op de luchtvaart, denk maar aan (lucht)haven en boord. Datzelfde is gebeurd met steward en met de vrouwelijke pendant, de stewardess.

uit: scheurkalender Onze Taal 2007

terug

INDEX

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

A

in de aap gelogeerd
achilleshiel en achillespees
Alexanderplatz
alkoof
april
argusogen
Arno - Aarts - Nuijten

B

beurs
blague
bonte hond
boulanger

C

carbonpapier - karbonade
chic, chique
copy-kopie-kopij

D

daadkrachtig, krachtdadig
d.d.
debacle
doofpot
dooie mus

dope
dragon
dragonder
dull
dupe

E

Engelse werkwoorden
enkelvoud of meervoud?
eponiemen
er is/zijn een aantal
er voor in
erwt
esprit d'escalier

etiquette

F

februari


G

zo gek als een deur
gezelligst
godverdomme - godverdorie
gulp

H

hij, zij, het, zijn of haar
hoofdletters

I

in of op
insect

J

januari
je zuster!

K

kaap
kaken
kas - kassa
kiwi
koefnoen
komma
Koning, Keizer, Prins, De Graaf
konstabel
koppeltekens
kouwe kak
met de knollen de pot in

L

lamme koning
lego
lenzen
leugenares - leugenaarster
lijden
links
loft
loods

 

M

maarschalk
magazijn
mail
mannequin
marechaussee
mei
meier
meld u - meldt u
met de knollen de pot in
mint, munt
monitor
musculeus
muziekstukken

N

non
noot

O

(on)beschoft
onbevlekte ontvangenis
onstuimig
opsodemieteren

P

paljas - pias
Pasen
penthouse
pièce de résistance
pinguïn
pinksteren
de plank misslaan
poel - pool - poule
pui
pupil
puree

Q


R

rages en hypes

S

sieraad
sjoege
steward
stylist

T

taalquiz spelling
taalquiz Surinaams
tattoo
telefoonnummers
tuig van de richel

U


V

vandyking
vechten tegen de bierkaai
verkleinwoordjes
de vinger geven
zich op de vlakte houden
vogeltje

W

wie die

X


Y


Z

zijn of haar?
Zuid-West-Friesland
zwartgalligheid
 

Deze pagina is bijgewerkt op woensdag 13 mei 2009 16:50              mail mij