Banner Gods schepping

Bewijs voor een recente Schepping

http://www.tasc-creationscience.org/

Geschreven door David Plaisted, Ph. D

Vertaling: Ir A. Hekstra

Eden

Eindnoten zijn aangegeven met letters 
Literatuur verwijzingen met cijfers

als je miljoenen jaren toevoegt aan de Bijbel, is dit wat je krijgt. Overgenomen van: Answers in Genesis. 

De ouderdom van de Aarde staat centraal in de discussie tussen creationisten(a) en evolutionisten(b).

Volgens de evolutionisten zou een jonge Aarde (van 6000 jaar) evolutie niet mogelijk maken, en een oude Aarde zou een letterlijke lezing van het Bijbel verhaal over de Schepping tegenspreken.

Het geloof in een oude Aarde is gebaseerd op traditionele datums voor geologische tijden, welke variëren in de honderden miljoenen jaren, welke worden bepaald met radio-isotopen datering methoden. Standaard radiometrische dateringen worden gebruikt om de leeftijden van fossielen houdende lagen van de Aarde te bepalen. Maar er is veel kritiek op de resultaten gebaseerd op verschillende isotopen dateringsmethoden, en er zijn veel gevallen waarbij de uitkomsten totaal verschillen van de verwachtingen. Geologen weten dat er een meerdere factoren zijn, die de oorzaak vormen van foute uitkomsten en dat deze factoren soms moeilijk te herkennen zijn. Daardoor bestaat er steeds twijfel over radio-isotopen dateringsmethoden. Creationisten hebben echter bewijs geleverd, dat de geologische kolom(c) veel jonger is dan de honderden miljoenen jaren, maar tot nu toe hebben zij geen kwantitatieve methoden (gebaseerd op metingen) om de leeftijd van fossielen of de geologische lagen te meten(d). Noch hebben zij een uniforme verklaring waarom de radio-isotopen metingen zulke hoge leeftijden geven. Dit heeft creationisten in het nadeel gebracht in de discussies over dateringen, en dat is een obstakel geweest in de algemene aanvaarding van een jonge aarde.

Er is nu bewijsmateriaal dat verklaart waarom de dateringsmethoden met radio-isotopen  zulke hoge leeftijden aangeven voor fossielen houdende lagen. Deze bewijzen geven ook een kwantitatieve maat van de werkelijke ouderdom van de fossielen. Dit bewijsmateriaal laat zien, dat de geologische kolom op Aarde, vanaf het Cambrium gesteente werd gevormd in enkele duizenden jaren in plaats van 100’en miljoenen jaren, zoals aangenomen werd in de traditionele geologie. Dit ondersteunt de moderne creationistische visie, en geeft dateringsmethoden aan die meer in overeenstemming zijn met het Bijbelse Scheppingsverhaal. Dit bewijsmateriaal legt ook uit waarom traditionele methoden uitkomen op hoge leeftijden als resultaat van versneld verval(e), in plaats van enkele duizenden jaren op een jonge Aarde. Sneller verval kon ook de oorzaak van de wereldwijde Vloed zijn, omdat bij sneller verval veel hitte wordt geproduceerd in de aardkorst, waardoor de ravage kon ontstaan. Dit bewijsmateriaal toont niet op directe wijze de ouderdom van de Aarde aan, maar suggereert dat de Aarde jong is.

In feite past een aantal feiten zo goed, dat men zich afvraagt hoeveel bewijs er nodig is voor een wijziging in de gangbare theorie. Hoeveel bewijs is er nodig voor de wetenschappelijke wereld om te aanvaarden dat de geologische kolom zeer snel werd gevormd, in duizenden in plaats van miljoenen jaren? Of is het geval, dat er nooit voldoende bewijs kan zijn om ze te overtuigen? Ik denk dat het nieuwe bewijs zo overtuigend is dat de wetenschappelijke wereld moeite zal hebben om het te verwerpen in een debat. Maar wat de reactie ook zal zijn, het bewijs is zo overtuigend dat vele academisch opgeleide mensen overtuigd zullen zijn van de vergissing van de huidige aannamen van honderden miljoenen jaren voor de geologische kolom.

In het verleden hebben vele creationisten geprobeerd de oude radiometrische dateringen te verklaren door aan te nemen dat het systeem verstoord was.

Radiometrische dateringsmethoden berusten op berekeningen van de hoeveelheid ouder materiaal X en de hoeveelheid dochter materiaal Y, dat een vervalproduct is van X. Als we aannemen dat op het moment T in het verleden er geen Y was, en dat er geen X of Y in of uit het systeem kon lekken, dan, kon door het meten van de hoeveelheid X en Y aanwezig in het gesteente en de snelheid van verval, de leeftijd worden berekend, dat wil zeggen de tijd verlopen sinds T. Hoe meer Y en hoe minder X, hoe ouder het gesteente. De uitkomsten geven altijd miljoenen jaren aan. Creationisten vermeldden dat de uitkomsten veel te hoog waren, omdat Y oorspronkelijk al aanwezig was, of het systeem was niet lekvrij. Maar de geologen hebben uitgekiende methoden ontwikkeld om zulke mogelijkheden te verantwoorden. Verder lijkt het ongewoon, dat zoveel verschillende isotopen methoden grote ouderdom zouden aangeven als die slechts het resultaat waren van verstoringen in het systeem. Verstoringen kunnen de tijden zowel te groot als te klein maken. Creationisten denken nu, dat veel van de radioactiviteit in korte tijd plaatsvond, omdat de vervalsnelheid in het verleden veel groter was dan nu.

Er zijn twee processen waarbij radioactief verval plaatsvindt: alfa verval en bêta verval. Bij alfa verval wordt een alfa deeltje vrijgemaakt uit de kern. Een alfa deeltje bestaat uit twee protonen en twee neutronen(f). Dit is de kern van een helium atoom, en als een alfa deeltje wordt uitgestoten, krijgt het spoedig 2 elektronen en wordt een helium atoom. Helium wordt dus gevormd door alfa verval. De andere methode van verval is bêta verval, waarbij een elektron of een positron wordt uitgestoten uit de kern, een neutron wordt dan een proton, of omgekeerd. Het kan ook dat een elektron wordt gevangen door de kern. Als de verval snelheden hoger waren in het verleden, dan is het redelijk om aan te nemen dat alfa verval en bêta verval ongelijk zijn versneld, omdat zij zo totaal verschillende processen zijn.

Het eerste bewijs voor versneld verval in het verleden heeft te maken met het dateren van zirkonen. Deze hebben het element zirkonium samen met enkele andere elementen. Zirkonen worden veel in bijouterieën gebruikt. Zirkonen worden gebruikt voor isotopen datering omdat hun kristal structuur uranium en thorium bevatten maar geen lood, waardoor zij geschikt zijn voor uranium-lood en thorium-lood datering. Uranium en thorium vervallen naar lood, zodat je kunt verwachten dat het lood in het zirkoon afkomstig is van verval, en dat dus de leeftijd van het zirkoon kan worden berekend. Alhoewel deze aanname zijn beperkingen heeft, is het idee principieel correct. Zirkonen op aarde geven dateringen van ongeveer 4 miljard jaren.

Uranium en thorium verval in lood via verschillende stappen, waarvan een aantal alfa verval betreffen. Zo wordt dus helium gevormd. Dit helium zou snel uit het zirkoon diffunderen. Dus als zirkonen werkelijk honderd miljoenen of zelfs miljarden jaren oud zouden zijn, zou er geen helium uit verval overgebleven kunnen zijn. Maar belangrijke hoeveelheden helium zijn gevonden in sommige zirkonen die isotopen dateringen geven van 1,5 miljard jaren. Tot nu toe heeft nog niemand de snelheid van helium diffusie in zirkonen gemeten. In 2000 begon het RATE project(1) proeven om de diffusie snelheden van helium in zirkoon en biotiet te meten. Op basis van deze gegevens, werd de ouderdom van deze zirkonen berekend(2). Met andere woorden, een leeftijd werd berekend op basis van het nu nog meetbare helium in het zirkoon. De leeftijden berekend op deze manier waren tussen 4.000 en 14.000 jaar! Deze resultaten ondersteunen de hypothese van versneld nucleair verval en zijn een sterk wetenschappelijk bewijs voor de jonge Aarde van de Bijbel. Dit betekent dat de beweerde leeftijden van 1,5 miljard jaren van deze specifieke zirkonen corresponderen met werkelijke leeftijden tussen 4.000 en 14.000 jaren. Dit suggereert dat alle oude dateringen in werkelijkheid corresponderen met jonge leeftijden. Maar deze resultaten tonen niet dat nog oudere dateringen in dezelfde tijdschaal zouden vallen. Het zou interessant zijn om zirkonen te testen die nog oudere isotopen dateringen kregen om te zien of dit nog aanwezige helium een universeel verschijnsel is.

Het volgende bewijs voor een recente schepping wordt geleverd door 14C datering. 14C wordt gevormd in de bovenste atmosfeer door kosmische straling (alfa en bêta deeltjes van de zon) waarna het langzaam vervalt. Hoe ouder een organisch monster is, hoe minder 14C het bevat omdat het monster niet opnieuw 14C opnemen nadat het is afgestorven. Een opmerkelijke ontdekking gedurende de laatste 20 jaar is dat, bijna zonder uitzondering, bij testen met de hoog gevoelige accelerator mass spectrometer (AMS) methoden, de organische monsters van alle delen van het fossielen register aantoonbare hoeveelheden 14C bevatten! Giem onderzocht de literatuur en maakte een tabel van ca 70 gerapporteerde AMS metingen van 14C in organische materialen in de geologische kolom, die volgens de gewone geologische tijdschaal allang 14C dood zouden moeten zijn.(3) Het meest opmerkelijke is dat alle monsters van het fossielen register aantoonbare hoeveelheden 14C bevatten. Voor de metingen, die het meest betrouwbaar werden beschouwd, bleken de 14C/C verhoudingen te vallen in het traject 0,1 – 0,5 procent van de moderne 14C/C verhouding (procent modern Carbon, pmc). 1 pmc komt overeen met 57.000 jaren, hogere waarden komen overeen met nog jongere leeftijden. Dit betekent dat de hele geologische kolom vanaf het Cambrium minder dan 57.000 jaar oud is. Enkele wetenschappers hebben geprobeerd uit te leggen, dat dit 14C een vervuiling is, maar hun pogingen om één en ander weg te werken faalden alle, en bovendien, ander bewijs gaf aan dat het geen vervuiling betrof.

Organisch materiaal geeft voortdurend een hogere 14C/C verhouding dan het pre-Cambrisch anorganisch materiaal. Daaruit blijkt dat dit 14C geen ruis is en geen vervuiling. Als dat wel zo was, zou je niet verwachten dat er zulke systematische verschillen in waren. De hoeveelheid 14C moet dus wel betekenen dat de Aarde heel jong is.

Hier is dus additioneel bewijs dat monsters waarvan beweerd is, dat zij honderden miljoenen jaren oud zijn, in feite minder dan 75.000 jaar oud zijn. Als het verval vroeger groter was dan nu, dan was de werkelijke leeftijd veel minder dan 57.000 jaar oud. Er is tevens reden om aan te nemen dat de biomassa voor de Vloed ca 100 keer zo groot was als nu, waardoor het 14C met een factor 100 verdund zou zijn. Dit betekent dat de leeftijd van de Aarde minder dan 40.000 jaar is. De monsters zouden dan een leeftijd hebben van 10 tot 20 duizend jaar. Een andere factor is dat de hoeveelheid 14C in de atmosfeer vroeger aanzienlijk minder was dan thans.

Er is zelfs meetbaar 14C in diamanten. Dr. Baumgardner(4) stuurde een diamant voor 14C datering naar het laboratorium. "Het was voor het eerst dat dit werd gedaan, en het antwoord kwam terug: positief – d.w.z. dat de diamant, die in de Aarde gevormd was in het pre-Cambrium, radioactief koolstof (14C) bevatte, alhoewel dat niet het geval had moeten zijn. Dit is zeer opvallend, omdat een diamant zeer sterke verbindingen kent binnen het kristalrooster, dat betekent dat er geen enkele manier bekend is waarom biologische vervuiling kan zijn opgetreden. De leeftijd van 57.000 jaar is dus een bovenlimiet van de geologische kolom. En deze leeftijd is verder verlaagd nu de helium diffusie resultaten zo dramatisch hebben aangetoond dat er in het verleden een versnelling is opgetreden in het radioactieve verval."

Het feit dat met isotopen bepaalde datums over het algemeen honderden miljoenen jaren te oud zijn, en 14C dateringen duizenden jaren te oud zijn, is ook bewijs van versneld verval, want 14C verval is veel sneller. In het algemeen zou men verwachten, dat als verval veel sneller plaatsvindt, alle radioactieve systemen met ongeveer met dezelfde extra snelheid zouden toenemen. Dit geldt in het bijzonder als de oorzaak van de snelheidstoename was dat een grote hoeveelheid radioactief materiaal de Aarde zou bereiken, want een kern die geraakt wordt door straling zou een grote hoeveelheid energie krijgen en zou hoogstwaarschijnlijk in verval raken, ongeacht zijn halfwaarde tijd. 14C heeft een korte halfwaarde tijd, wat betekent dat het relatief instabiel is en snel vervalt, dus het aantal atomen dat per tijdseenheid vervalt is relatief groot. Uranium en Thorium en andere substanties gebruikt voor isotopen datering, hebben een veel grotere halfwaarde tijd, bijna allemaal in de miljarden jaren. Dit betekent dat deze materialen veel stabieler zijn en verval gebeurtenissen zijn zeer zeldzaam, en het aantal verval gebeurtenissen per tijdseenheid is erg klein. Dus als er extra verval gebeurtenissen per tijdseenheid zijn, zouden deze extra gebeurtenissen minder zijn bij 14C, dan bij uranium en thorium verval gebeurtenissen. Dit betekent dat de 14C berekende leeftijd verhoogd zou worden met een veel kleinere verhouding dan de leeftijden berekend met uranium of thorium verval. Dit is in feite ook wat men waarneemt met 14C dateringen typerend in het traject van 60.000 jaar of minder en uranium en thorium leeftijden in de honderden miljoenen jaren.

In de volgende tabel worden de gebruikelijke halfwaarde tijden getoond, waaruit blijkt hoeveel langer vele halfwaarde tijden zijn in vergelijking met die van 14C:

Radioactieve ouder

Stabiele dochter

Halfwaarde, jaren

Kalium 40

Argon 40

1,25 miljard

Rubidium 87

Strontium 87

48,8 miljard

Thorium 232

Lood 208

14 miljard

Uranium 235

Lood 207

704 miljard

Uranium 238

Lood 206

4,47 miljard

Koolstof 14

Stikstof 14

5730

In het voorgaande werden helium behoud in zirkonen en 14C dateringen jong genoemd als bewijs voor recente Schepping en voor versneld verval in het verleden. Zo’n toename in verval snelheden zou een groter effect hebben op leeftijden, die berekend zijn met isotopen met grote halfwaarde tijd dan met korte halfwaarde tijden.

Ook hebben alfa en bêta verval verschillende processen. Zo kan het zijn, dat zij niet in dezelfde mate beïnvloed worden door een toename in de verval snelheid. Ongelijkheid in de leeftijden bepaald met alfa en bêta verval, is dus bewijs voor verstoord verval. Samenvattend zou men het volgende bewijs kunnen verwachten van versneld verval in het verleden: 14C dateringen moeten veel jonger zijn dan leeftijden bepaald met bijvoorbeeld K-Ar, U-Pb, enz. Alfa en bêta dateringen moeten verschillen. En leeftijden bepaald met elementen met lange halfwaarde tijden, moeten meer beïnvloed zijn dan leeftijden bepaald met elementen met korte halfwaardetijden. Dit bewijs is gepubliceerd in het artikel van Austin e.a.(5) Dit artikel gaat uit van berekende leeftijden uit "isochrons." Dit is een methode om het oorspronkelijk aanwezige hoeveelheid dochter materiaal Y te berekenen. Dit wordt berekend door verschillende monsters te nemen uit hetzelfde gebied en de hoeveelheid ouder en dochter materiaal in ieder monster te meten. Een ander isotoop van Y, niet door radioactief verval geproduceerd, wordt ook gemeten. Het is redelijk aan te nemen dat oorspronkelijk alle isotopen van Y op vergelijkbare manier waren verdeeld in de monsters. Op deze manier kan men schatten hoeveel Y oorspronkelijk aanwezig was in elk monster, tenminste tot aan een constante factor. Als men de hoeveelheid dochter materiaal weet die oorspronkelijk aanwezig was, kan men de leeftijd van de monsters bepalen. Met isochrons kan men ook nagaan of het systeem verstoord is geweest sinds het begin. Isochrons controleren dus zichzelf. Er zijn twee soorten isochrons, gesteente isochrons en mineraal isochrons.

Mineraal isochrons gebruiken een ander mineraal voor ieder monster. Gesteente isochrons kunnen verkeerde leeftijden aangeven tengevolge van mengingen. Maar dit is geen probleem voor minerale isochrons. Daarom zijn minerale isochrons – alhoewel iets duurder – betrouwbaarder. De overeenkomst van metingen tussen gesteente en mineraal isochron verschaft uitstekend bewijs voor de juistheid van de meting en dat het systeem niet is verstoord geweest. De meeste isotopen datums zijn model leeftijden berekend met eenvoudig metingen van de hoeveelheid ouder en dochter materiaal in een monster, en slechts enkele metingen zijn gedaan met isochrons. En van de isochron metingen is slechts een klein deel gebaseerd op minerale isochron metingen. Dus slechts een klein deel van de isotopen dateringen hebben een ingebouwde betrouwbaarheid; de rest is onderworpen aan allerlei fouten.

Zelfs als er extra betrouwbaarheidsfactoren zijn ingebracht in de dateringsmethoden, dan nog verschillen de datums sterk. Austin e.a. geven een voorbeeld waarbij twee verschillende systemen (d.w.z. dateringen gemeten met twee verschillende verval processen) beide met intern bewijs van overeenkomst, doordat zowel gesteente als mineraal isochrons met elkaar overeenstemmen voor elk systeem, maar de dateringen verkregen met de twee systemen komen niet met elkaar overeen. Dit betekent dat men twee leeftijden, A1 en A2 berekend voor het ontstaan. Zowel A1 als A2 hebben elk een uitstekende basis voor hun juistheid, gebaseerd op de overeenkomst tussen gesteente isochron en mineraal isochron voor A1, en ook voor A2. Maar de leeftijden A1 en A2 komen niet met elkaar overeen. De enige redelijke verklaring is dat er een verandering in de verval snelheid was, en dat de extra snelheden voor beide verschillend waren. Verder blijkt dat deze gegevens overeenkomen met een hogere snelheid voor het alfa verval dan voor het bêta verval, en hoe langer de huidige halfwaardetijd hoe groter de versnellingsfactor. Er is dus uitstekend bewijs voor een toename van de vervalsnelheden in het verleden. Volgens Austin(6) zijn zulke verschillen tussen juiste dateringen (gesteente en mineraal isochrons) vrij normaal in de literatuur. Er is dus veel bewijs voor een verandering in verval snelheden.

Isotopen dateringen op Aarde, verkregen met verschillende methoden, komen vrijwel nooit met elkaar overeen, maar dit is niet het geval met meteorieten. Er zijn bepaalde meteorieten die altijd ongeveer 4,5 miljard jaren aangeven met verschillende methoden. Er moet dus een ander proces werkzaam geweest zijn in deze meteorieten dan op Aarde. Misschien is de 4,5 miljard jaar het gevolg van een oud heelal, of het is het gevolg van een verandering van de natuurkundige constanten heel vroeg tijdens de schepping, waardoor alle verval processen gelijkelijk sneller liepen. Een andere factor is dat dezelfde processen die leiden tot afwijkende dateringen op Aarde ook in de meteorieten hadden moeten leiden tot verschillende dateringen, maar dat gebeurde niet. Een mogelijkheid is dat de straling die de Aarde bereikte niet de meteorieten bereikte of ervan werden afgeschermd. Een andere mogelijkheid is dat de straling van de zon afkomstig was. Voorwerpen verder van de zon, ontvangen minder straling; een voorwerp tien keer zover van de zon zou slechts 1 procent van de straling ontvangen. Dit zou als resultaat hebben dat de verval snelheid veel minder zou zijn toegenomen en kleinere verschillen in de dateringen verkregen worden met verschillende methoden. Een variatie van de isochrons methode, de isochrons methode, wordt gebruikt om de leeftijden van sterren vast te stellen. Deze leeftijden zijn vrijwel altijd in de miljarden jaren. Zij zijn waarschijnlijk ook het resultaat van een oud heelal of verandering in de vervalsnelheden in de vroeg jaren van de schepping.

Er is ook bewijs voor een versnelling van de mutatie vorming in het verleden, gebaseerd op genetische diversiteit. De genetische diversiteit van een soort meet de waarschijnlijkheid dat twee op toevallige wijze gekozen individuen ongelijke basis paren in hun DNA hebben. Als de soort groot is zal de genetische diversiteit na verloop van tijd toenemen. Als er mutaties plaatsvinden zal een aantal individuen in de soort meer gaan verschillen in hun DNA. Bij een grote soort, kunnen we de ouderdom van de soort bepalen als we de genetische diversiteit en mutatiesnelheid kennen. Dit geeft de oudste leeftijd van de soort aan, of meet de tijd sinds de soort nog klein was. Deze methode is toegepast op het menselijk ras, gebruikmakend van mitochondrisch DNA. Mitochondrieën zijn de energie fabrieken van de cel en converteren ADP in ATP, dat door de cel wordt gebruikt om energie te produceren. Mitochondrieën hebben hun eigen DNA en delen onafhankelijk van de cel; elke cel heeft meerdere mitochondrieën. Ook is typerend voor mitochondrieën dat zij via de moeder overgedragen worden op kinderen, maar er komen uitzonderingen voor. Door de mutatie snelheid van mitochondrisch DNA te meten en de genetische diversiteit van het menselijk ras te berekenen, krijgt men een leeftijd van iets meer dan 6000 jaren sedert de gemeenschappelijke vrouwelijke voorouder van het menselijk ras (mitochondrische Eva)(7). Biologen proberen deze jonge leeftijd te verklaren door aan te nemen dat de mutatie snelheid van het mitochondrisch DNA in het verleden veel lager lag dan nu om onbekende reden.

Het is niet alleen het menselijk ras wiens ouderdom, op deze wijze gemeten, jong is, maar vele andere soorten eveneens, zoals wolven, jakhalzen, honden, eenden, vogels, E.coli, en drosofila (fruitvliegje). De meeste van deze leeftijden zijn gebaseerd op de aanname dat mitochondrieën in andere organismen muteren met ongeveer dezelfde snelheid als in mensen. Biologen zijn verrast door deze geringe diversiteit in vele organismen. Dit is opzienbarend bewijs voor een recente schepping, maar het is helaas verwaarloosd door creationisten.

Het is ook mogelijk om leeftijden te berekenen op basis van kern DNA diversiteit. Het meeste DNA van een organisme is in de kern en muteert langzamer dan dat in mitochondrieën. De diversiteit van het kern DNA ten gevolge van enkelvoudige nucleotide polymorfismen (SNPs) wordt behandeld door Sachidanandam et al.(8) en is ongeveer 7,51 x 10-4 ; voor het Y chromosoom is de diversiteit ongeveer 1,5 x 10-4 . Leeftijden berekend op basis van het Y chromosoom diversiteit (dat nul zou zijn geweest bij de schepping) zijn iets groter dan die berekend op basis van de diversiteit van het mitochondrisch DNA, en gebaseerd op een Y mutatie snelheid van 6×10-8 per generatie van 20 jaar, zijn ongeveer 25.000 jaren. (Er is reden om aan te nemen dat het Y chromosoom ongeveer twee maal zo snel muteert als andere chromosomen(9). De algemene menselijke mutatie snelheid is geschat op 3×10-8 per basis paar per generatie en kan zelfs hoger zijn.) Zelfs deze 25.000 jaar is niet te ver van het Bijbelse schema en ondersteunt de creationistische visie. Maar deze berekening is deels gebaseerd op evolutionistische aannames. Net als bij het radioactieve verval, is deze hogere leeftijd voor het kern DNA, bewijs voor een versnelling van de mutatie snelheid in het verleden. Omdat kern DNA veel langzamer muteert, zal een stijging van de mutatie snelheid een veel groter effect hebben op de ouderdomsberekening van kern DNA diversiteit dan op ouderdom berekend met mitochondrisch DNA diversiteit.

Als het verval sneller was in het verleden, dan kon de mutatie snelheid ook groter zijn, omdat het stralingsniveau hoger was, straling veroorzaakt namelijk mutaties. Het is bewezen dat kleine hoeveelheden straling al tot onverwacht hoge mutatie snelheden kan leiden bij mensen; volgens Stone: "onderzoekers onder leiding van Yuri Dubrova van de Universiteit van Leicester in Engeland, beschrijven een duidelijk verband tussen hoge radioactieve fallout (neerdalen van radioactieve deeltjes) en verhoogde mutatie snelheden bij families die benedenwinds wonen van de Semipalatinsk nucleaire fabriek … Deze bevindingen ondersteunen een controversieel rapport van Dubrova in 1996 en een andere groep collegae die worm-mutaties en fall-out met elkaar in verband brengen van de explosie in Chernobyl in 1986. Die studie, gepubliceerd in Nature, beschrijft een twee keer zo hoge mutatie tempo als normaal bij kinderen van mannen die leven in het gebied in Belarus dat zwaar werd besmet met cesium 137. In ieder individu bestudeerden zij 8 minisatelliet DNA gebieden die gevoelig zijn voor mutaties … Vergeleken met controle families in een deel van Kazakhstan dat niet was besmet, hadden mensen uit het besmette gebied in Belarus ongeveer een 80 % hogere mutaties snelheid ondergaan, en hun kinderen toonden een gemiddelde stijging van 50%."(10)

En zo past het dus allemaal mooi in elkaar: verhoogd verval leid tot hogere stralingsniveaux en verhoogt de mutaties in mensen! En er is enig bewijs, dat er variatie voorkomt in de verval snelheid. Slusher rapporteert: "Andersen en Spangler houden vol dat hun waarnemingen van statisch significante afwijkingen van de toeval verwachting sterk suggereert, dat een onbetrouwbaarheidsfactor moet worden ingevoegd in ouderdom-dateringsberekeningen."(11)Zulke onregelmatigheden werden waargenomen voor koolstof 14, kobalt 60, en cesium 137. De bron voor deze informatie is Anderson en Spangler(12). Ook Dalrymple erkent zulke onregelmatigheden: "Onder bepaalde omstandigheden, variëren de verval eigenschappen van 14C, 60Co, en 137Ce, alle bêta stralers, enigszins van de ideale toevalsverdeling voorgesteld door de huidige theorie…, maar wijzigingen in de verval constanten zijn niet waargenomen."(13) Dalrymple citeert de referenties van Anderson(14) en Anderson en Spangler.(15) Alhoewel hij beweert geen wijzigingen in de verval constanten te hebben gevonden, geeft hij toe dat er raadselachtige onregelmatigheden in het verval voorkomen.

In het voorgaande is aangegeven dat jonge 14C dateringen bewijzen dat de zeer hoge ouderdom bepaald met isotopen datering overeenkomt met werkelijke ouderdom van enkele duizenden jaren. Ook vastgehouden helium in zirkonen en het patroon van discordanties in isotopen dateringen suggereert een stijging van de verval snelheid in het verleden. Er is ook bewijs dat menselijke mutatiesnelheden in het verleden groter waren dan thans, en dat komt overeen met een hoger stralingsniveau. Voorts suggereert een genetische diversiteit van mensen en andere organismen een oorsprong van enkele duizenden jaren. Referenties van Anderson en Spangler tonen variabele verval snelheden.

Wat kan de oorzaak geweest zijn van de toegenomen vervalsnelheden? Enkele creationisten, waaronder Chaffin(16), Setterfield(17) en Norman opperen een verandering in de basis fysische constanten tijdens de schepping en Noach’s vloed, waardoor een uitbarsting van vroeg verval ontstond. Vroeg tijdens de schepping kunnen de constanten, inclusief de lichtsnelheid, inderdaad anders geweest zijn, en zelfs seculiere wetenschappers hebben dit geopperd. Maar een verandering in de constanten tijdens de Vloed heeft heel veel consequenties, en kan zelfs de basis biologie van het leven hebben veranderd. Maar er is een ander mechanisme mogelijk.

Het volgende commentaar werd geschreven door Wanser(18), een creationistisch natuurkundige, en is van belang: "In feite, zo blijkt, dat als je de kern activeert, gaat het verval veel sneller, waardoor de dingen "ouder" lijken. Onlangs spraken mensen over magnetische sterren die gamma stralen uitstoten; er zijn verschillende manieren waarop radiometrische "klokken" catastrofaal kunnen worden bijgesteld, bijvoorbeeld tijdens de Vloed." Als de kern wordt geactiveerd, is er tijd nodig om weer stabiel te worden. Dat betekent, dat verval snelheden enige tijd na de Vloed sneller geweest kunnen zijn. Een ander mechanisme voor een hogere vervalsnelheid wordt gegeven in Science door Stone.(19) Dit artikel toont aan hoe interacties met elementaire deeltjes oorzaak kunnen zijn voor en verhoogde verval snelheid. Zo’n deeltje is bv de neutrino. Een resultaat onlangs verkregen, toont aan dat neutrino’s materie veel sneller beïnvloeden dan men eerst aannam: "Deze resultaten tonen ook aan dat een andere eigenschap van neutrino’s, welke te maken heeft met hoe zij inwerken op materie, bekend als de mengingshoek, groot moet zijn i.p.v. klein, in tegenstelling tot wat natuurkundigen tot voor kort geloofden."(20) Dus straling, mogelijk gamma straling of neutrino’s zouden de vervalsnelheden kunnen hebben versneld.

Maar waar zou deze straling vandaan gekomen zijn? Een mogelijkheid is een supernova. Er zijn veel supernovae bekend. De Crab nevel is het overblijfsel van een supernova explosie die werd gezien op Aarde in 1054 n.Chr. Hij staat ongeveer 6000 lichtjaren van de Aarde af. In het centrum van deze heldere nevel is een snel ronddraaiende neutron ster, of pulsar, die 30 keer per seconde licht uitstoot. In röntgen foto’s van de Crab nevel, is een ringstructuur te zien en stralen licht die uit de polen komen. Een andere supernova, SN 1987 A, verscheen op 23 februari 1987. Supernovae laten karakteristiek steeds rondtollende neutron sterren, of pulsars, na. Er is ook bewijs, dat supernovae voorkwamen in de buurt van de Aarde in het verleden.

Een artikel dat in september 2003 verscheen in de New Scientist schrijft: "Een vernietigende uitbarsting van gamma stralen kan de oorzaak zijn geweest van één van de grootste massa uitroeiingen op Aarde, 443 miljoen jaren geleden. Een team van astrofysici en paleontologen zegt, dat het patroon van de trilobiet uitroeiing in die tijd lijkt op de te verwachten effecten van een dichtbij zijnde gamma straling uitbarsting (GSU). GSU’s zijn de krachtigste bekende uitbarstingen. Als grote sterren imploderen in zwarte gaten aan het einde van hun bestaan, vuren zij ongelooflijk intense uitbarstingen van gamma stralen uit vanuit hun polen, die zelfs van de andere zijde van het heelal gezien kunnen worden gedurende ongeveer 10 seconden. Melott gelooft dat hij paleontologisch bewijs heeft gevonden dat dit inderdaad gebeurde aan het einde van het Ordovicium ca 443 miljoen jaar geleden, wat de oorzaak was van één van de vijf grootste uitroeiingen van de laatste 500 jaren. De onderzoekers vonden dat soorten trilobieten, die een deel van hun leven besteedden in de plankton laag dichtbij het oppervlak van de oceaan veel harder werden getroffen dan diep-water bewoners, die beschermd waren en in kleiner gebieden leefden. Volgens Melott kon dit ongebruikelijke patroon verklaard worden door een GSU, die waarschijnlijk schepsels zou vernietigen die op het land leven of dichtbij het oppervlak van de oceaan, maar diepzee dieren relatief ongemoeid laten."(21)

Een ander artikel in het januari 2002 nummer van de New Scientist geeft meer bewijs voor een recente supernova dichtbij de Aarde.(22) De onderzoekers vonden atomen van een zeer zeldzame isotoop 60Fe, in monsters genomen van de oceaan bodem. 60Fe is zeldzaam in het zonnestelsel omdat het een halfwaarde tijd heeft van 1,5 miljoen jaar. De groep suggereert dat dit ijzer op Aarde kwam als fall-out van een dichtbij zijnde supernova ongeveer 2 miljoen jaar geleden. Dit is ongeveer de tijd dat de fossielen registratie aangeeft, dat veel mariene weekdieren uitstierven. Donald Clayton, een astronoom aan de Clemson Universiteit, zegt dat het verhaal consequent lijkt: "De hoeveelheid 60Fe gevonden in de afzettingen is ongeveer overeenkomend met wat je kunt verwachten van een supernova die ontploft ongeveer 100 lichtjaren ver weg." Clayton zegt dat de 60Fe worden gevormd wanneer neutronen met hoge energie niveaus vanaf de supernova-kern in de Fe atomen in het aard oppervlak worden geschoten.

Additioneel bewijs werd geleverd in de New Scientist van mei 2002.(23) "Een student aan de Harvard Universiteit ontdekte het verblindende spektakel van een ster in de achtertuin van ons zonnestelsel die bijna tot explosie komt in een supernova. Hij is zo dichtbij, dat als hij tot ontploffing komt voordat hij van ons weg is gegaan, hij het leven op Aarde zou kunnen vernietigen. De afstand tot HR 8210 is momenteel slechts 150 lichtjaar – kleiner dan de 160 – 200 lichtjaar die de minimale veilige afstand wordt geacht van een supernova. Als hij ontploft zou de hoog-energetische electro-magnetische straling en kosmische stralen die hij uitstoot binnen enkele minuten de Aardse ozonlaag vernietigen, waardoor het leven slechts weinig kans zou hebben om te overleven. "Het feit dat er zo’n systeem zo dichtbij is, suggereert dat deze objecten misschien niet zo zeldzaam zijn," aldus Latham. Het feit dat supernovae vrij normaal zijn in de omgeving van de Aarde, maakt het waarschijnlijker dat er één in het verleden plaats vond ook al is de aanname dat zij plaatsvonden honderden miljoenen jaren geleden een vergissing.

Er is dus reden te geloven dat er een supernova plaatsvond nabij de Aarde, en we hebben reden om aan te nemen dat straling van een supernova de vervalsnelheden zou hebben vergroot. Maar welke supernova zou verantwoordelijk hebben kunnen zijn voor de verhoging van de verval snelheden?

De Gum nevel is een enorme constellatie aan de hemel in het zuidelijk halfrond, ongeveer 1000 lichtjaren verwijderd, en bereikt 400 van de hemel. Men denkt dat de Gum een restant is van één of meer oude supernovae is. Een pulsar in dit gebied, misschien niet verbonden met de Gum nevel, is de Vela pulsar, die ongeveer 800 lichtjaar is verwijderd en waarvan de leeftijd wordt geschat op 11.000 jaar. Maar als de datering van de pulsar fout is, zoals onlangs is gesuggereerd, dan zou de Vela pulsar veel jonger kunnen zijn, en slechts 4.500 jaar geleden zijn ontstaan, ongeveer de tijd van de Vloed. He restant van de Vela supernova is nu ongeveer 230 lichtjaren ver verwijderd en bedekt ongeveer een hoek die 100 keer zo groot is als die van de volle maan. De Vela pulsar is de helderste gamma stralen bron aan de hemel sterker dan 100 MeV. Hij is nog steeds actief en een logische keuze voor de supernova die de vervalsnelheden in het verleden vergrote. Jueneman was de eerste die voorstelde dat er verband bestaat tussen deze pulsar en de versnelling van de vervalsnelheid.(24) Een recente röntgen foto van de Vela pulsar toont een typische ringstructuur met een lichtstraal die uit een pool tevoorschijn komt.

Een ander bewijs voor recente schepping wordt gevormd door de kometen. Kometen zijn voornamelijk bevroren modder. Dat wil zeggen, men denkt dat zij bestaan uit stof gecombineerd met water, ammonia, methaan, of andere bevroren vloeistoffen. Als een komeet verwarmd wordt door de zon verdampt iets van het ijs en stof ontsnapt. Daardoor zijn kometen zichtbaar voor ons. Iedere keer dat een komeet dicht langs de zon passeert verliest hij 5 – 10 % van zijn materie. Astronomen hebben zelfs gezien, dat zij opbreken in stukjes op hun pad om de zon. Met deze verliessnelheid kunnen zij niet meer dan 100.000 jaar oud worden. Sommige korte omlopende kometen kunnen zelfs geen 10.000 jaar oud worden. Als dat zo is, hoe kunnen er dan kometen overblijven na 5 miljard jaar? Men denkt dat de kometen met korte omloop uit de Kuiper riem afkomstig zijn. Ook denkt men dat er kometen afkomstig zijn uit de Oort wolk. Maar men ontdekte onlangs dat de Kuiper riem slechts 4 % van de noodzakelijke objecten bevatte!(25) Kometen moeten recentelijk gevormd zijn door de één of andere catastrofe. Misschien explodeerde een planeet tussen Mars en Jupiter toen de vervalsnelheid verhoogd werd, waardoor kometen en asteroïden riem werd gevormd, en waardoor ook de vele inslagen op de Aarde kunnen worden verklaard ten tijde van de Vloed.

Nog een ander bewijs voor een stijging in de vervalsnelheid in het verleden, is de correlatie tussen oppervlakte warmte stroming en radioactiviteit van het(26) oppervlakte gesteente. Geologen vonden een raadselachtig verband tussen warmte stroming uit de grond, en de aanwezigheid van radioactieve elementen dichtbij het oppervlak. Dit zou niet zo moeten zijn, als het verval miljoenen jaren langzaam is voortgegaan, want de warmte zou reeds lang zijn verdwenen. Een betere verklaring is dat de warmte productie van een interval van versneld verval in het verleden niet geheel is verdwenen. Het is ook mogelijk dat in de natuur het verval sneller plaatsvindt dan wij ons realiseren, waardoor extra warmte ontstaat.

Tenslotte beweert Robert Gentry geplette polonium halo’s te hebben gevonden en ook initiële uranium radiohalo’s in steenkool afzettingen in talloze geologische lagen waarvan beweerd werd dat die honderden miljoenen jaren oud zijn. De leeftijden die gegeven worden voor naast elkaar liggende geologische perioden zijn praktisch identiek(27). (Dit boek is in vertaling verschenen op de website van Frank van de Laar: http://home.hetnet.nl/~genesis/ Vingerafdrukken van de Schepping, Robert V.Gentry)

Veel bewijsmateriaal is reeds gepresenteerd door creationisten, waaruit blijkt dat er iets mis is met de hoge leeftijden van radiometrische datering op Aarde. Zo ook bijvoorbeeld de erosiesnelheid die veel te hoog is in verband met de aangenomen leeftijd van de continenten, te veel zout komt in de oceanen, te weinig sediment op de bodem van de oceaan, veel bewijsmateriaal voor een catastrofe in de geologische kolom, het gebrek aan uniforme ongelijkheden, polystrate fossielen, overhangingen (http://home.hetnet.nl/~genesis De Hydroplaat theorie, of http://www.creationscience.com/ in de oorspronkelijke taal, Engels) en andere.

Een ander bewijs, dat recent in Science verscheen is het overblijven van restanten van meteorieten na (veronderstelde) 251 miljoen jaren(28).

Eindnoten:

(
a)Creationisten zijn mensen die geloven dat God de Hemel en de Aarde geschapen heeft zoals staat in de Bijbel in Genesis 1.

  (b)Evolutionisten geloven, dat er geen God is en dat de Bijbel een boek van legenden en sprookjes is. Volgens hen is alles door toeval ontstaan. Het leven ontstond uit een cel, een klompje slijm, dat zich steeds verder ontwikkelde, en door splitsing zijn daaruit de planten, dieren en mensen ontstaan in vier miljard jaar. Zij noemen hun geloof wetenschap, omdat zij wetenschappelijke methoden gebruiken voor hun onderzoek en filosofie.

 (c)De geologische kolom is de opeenvolging van aardlagen, van onder (ouder) naar boven (jongste) en waarin fossielen voorkomen die typerend zijn voor elke laag. Het begin van de kolom wordt geschat op enkele honderden miljoenen jaren.

  (d)Er is een uitstekende vertaling verschenen (Dr W. Hoek) van het boekje van Dr A.J.Monty White’s: How old is the earth? (Hoe oud is de Aarde?) In dit wetenschappelijk verantwoorde boekje (124 pagina’s) wordt de leeftijd van de Aarde vastgesteld op tussen 4.000 en 12.000 jaren. Het meest gebruikt wordt de jaartelling van de Ierse Bisschop Usher, die de leeftijd van de Aarde schat op 6.000 jaar, om precies te zijn 6.010 is het jaar, dat wij net in zijn gegaan en in de normale jaartelling 2.006 na Christus, noemen. Zie het apart hoofdstuk hieraan gewijd.

  (e)Bij scheikunde of natuurkunde leer je dat Uranium atomen (‘ouder’ materiaal) door het uitstoten van deeltjes uit hun kernen vervallen tot andere atomen, het laatste lood (‘dochter’ materiaal). Ieder verval kost tijd. Door nu de tijden vanaf het eerste verval tot het laatste bij elkaar op te tellen krijg je de leeftijd. In de praktijk meet men de hoeveelheid oudermateriaal en de hoeveelheid dochter materiaal, en omdat de verval snelheid bekend is, kan men dan de ouderdom berekenen uit de verhoudingen.

  (f)Een neutron is een proton(+) plus een elektron(-), en is daarom neutraal, ongeladen.

Home

 

Artikelen


Literatuur

 (1)Vardiman, L., Snelling, A.A. and Chaffin, E.F. (Eds.) (2000) Radio-isotopes and the Age of the Earth: A Young-Earth Creationist Research Initiative, Institute for Creation Research, California, and Creation Research Society, St. Joseph, Mississippi.
Robert V. Gentry schreef een boek over zijn levenslange onderzoek naar de Polonium halos en publiceerde dit op de website: http://www.halos.com/book/ getiteld Creation’s Tiny mystery.

  (2)Humphreys, D.R., Austin, S.A., Baumgardner, J.R., and Snelling, A.A. (2003) Helium Diffusion Rates Support Accelerated Nuclear Decay. Fifth International Conference on Creationism, Geneva College, Beaver Falls, PA, August 4-9

  (3)Giem, P. (2001) Carbon-14 content of fossil carbon. Origins 51:6-30

  (4)Wieland, C. (2003) RATE group reveals exciting breakthroughs!, http://www.answersingenesis.org/docs2003/0821rate.asp

  (5)Austin, S.A., Snelling, A.A., Hoesch, W.A. (2003) Radioisotopes in the Diabase Sill (Upper Precambrian) at Bass Rapids, Grand Canyon, Arizona: An Application and Test of the Isochron Dating Method. International Conference on Creationism, Geneva College, Beaver Falls, PA, August 4-9.

  (6)Austin, S.A. (2000) Mineral Isochron Method Applied as a Test of the Assumptions of Radiometric Dating. Radioisotopes and the Age of the Earth: A Young-Earth Creationist Research Initiative, Institute for Creation Research and Creation Research Society, Santee, CA, 95-121

  (7)Gibbons, Ann (1998) Calibrating the Mitochondrial Clock. Science 279 (5347): 28-29

  (8)Sachidanandam, R., Weissman, D., Schmidt, S.C., Kakol, J.M., Stein, L.D., Marth, G., Sherry, S., Mullikin, J.C., et al. (2001) International SNP Map Working Group. A map of human genome sequence variation containing 1.42 million single nucleotide polymorphisms. Nature 409: 928-933

  (9)Crow, J. (1997) The high spontaneous mutation rate: Is it a health risk? PNAS 94: 8380-8386

  (10)Stone, R. (2002) DNA Mutations Linked to Soviet Bomb Tests. Science 295: 946

  (11)Slusher, H.S. (1981) Critique of Radiometric Dating. Technical Monograph 2 (2nd ed.), Institute for Creation Research, Santee, CA, 46

  (12)Anderson, J.L., Spangler, G.W. (1974) Radiometric Dating: Is the ‘Decay Constant’ Constant? Pensee, 31

  (13)Dalrymple, G. Brent. (1984) How Old is the Earth?: A Reply to `Scientific’ Creationism. Proceedings of the 63rd Annual Meeting of the Pacific Division, AAAS 1 (Part 3), American Association for the Advancement of Science 66-131.

  (14)Anderson, J. L. (1972) Non-Poisson distributions observed during counting of certain carbon-14-labeled organic (sub) monolayers. Phys Chem J 76: 3603-3612

  (15)Anderson, J.L., Spangler, G.W., (1973) Serial statistics: Is radioactive decay random? Phys Chem J 77: 3114-3121

  (16)Chaffin, E.F. (2000) Theoretical Mechanisms of Accelerated Radioactive Decay. Radioisotopes and the Age of the Earth: A Young-Earth Creationist Research Initiative, ICR and CRS, Santee, CA 305-331

  (17)Setterfield, B. Norman, T. (1987) The Atomic Constants, Light, and Time. SRI International. Menlo Park, California

  (18)Wanser, K. (1999) Creation Ex Nihilo 21(4): 40

  (19)Seife, C. (2000) Furtive Glances Trigger Radioactive Decay. Science 288:1564

  (20)Zimmer, C. (2002) Darwin's Avian Muses Continue to Evolve. Science 296: 633

  (21)Hecht, J. (2003) Gamma rays may have devastated life on Earth, New Scientist

  (22)Samuel, E. (2002) Supernova "smoking gun" linked to mass extinctions. New Scientist

  (23)Samuel, E. (2002) Supernova poised to go off near Earth. New Scientist

  (24)Jueneman, F.B. (1972) Industrial Research Sept: 15

  (25)Schilling, Govert (2003) Comet 'Factory' Found to Have Too Little Inventory. Science 301:1304

  (26)(2000) Radioisotopes and the Age of the Earth: A Young-Earth Creationist Research Initiative, ICR and CRS, Santee, CA, 80

  (27)Gentry, R. V. et al. (1976) Radiohalos in coalified wood: new evidence relating to time of uranium introduction and coalification. Science 194: 315-318

  (28)Kerr, R. (2003 ) Has an impact done it again? Science 302:1314-1316

Index Antropologie Artikelen Astronomie Bijbellezen Bijbelse Geschiedenis  Biologie
Ouderdom Aarde Diverse Bronnen Filosofie Geologie Gods Handen Klimaat Milieu