Schepping

Evolutie kan wel met God, maar Jezus ligt moeilijker

Ben van Raaij, Volkskrant

De keuze

Een curieuze bestseller was het vorig jaar, de bundel Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp. De redacteuren Cees Dekker, Ronald Meester en René van Woudenberg probeerden er ‘Intelligent Design’ mee te introduceren in Nederland: de theorie die een intelligent (goddelijk) ontwerp achter de evolutie ziet. Het boek vloog, mede dankzij de veelbesproken interventie van onderwijsminister Van der Hoeven – eerst op haar weblog, daarna in de Volkskrant – de winkel uit en beleeft inmiddels zijn zesde druk.

Onlangs verscheen een nieuwe bundel van het drietal, met de aan het bijbelboek Jona ontleende titel En God beschikte een worm. Over schepping en evolutie. Dat dit nieuwe boek het succes van zijn voorganger achterna gaat, is echter twijfelachtig. Daarvoor preekt het te veel voor eigen parochie.

De vraag is ditmaal niet zozeer of de evolutie een ‘schitterend ongeluk’ is of sporen van ontwerp vertoont, maar of schepping en evolutie onverzoenlijke tegenpolen zijn danwel juist kunnen samengaan.

Dat laatste is het geval, is kort gezegd de rode draad. Niet schepping en evolutie (of geloof en wetenschap) zijn in tegenspraak, maar de twee erachter schuilgaande wereldbeschouwingen: christelijk openbaringsgeloof versus ‘materialistisch naturalisme’. En een keuze daartussen is niet op wetenschappelijke gronden te maken.

De auteurs van de bundel hebben hun keus uiteraard gemaakt.

Ze dragen vrijwel allemaal varianten van theïsme uit: ze aanvaarden min of meer de naturalistische visie op de kosmos en de evolutie, maar houden tegelijk vast aan het idee dat er een God is die de zaak in gang zet én houdt. ‘Op een mysterieuze wijze werkt de Eeuwige in en door de levende schepselen.’

Zoals de hervormde natuurkundige Jan van Bemmel in zijn bijdrage schrijft: ‘Het bouwwerk in de natuur is voor ieder zichtbaar; je kunt je verwonderen over het bouwplan en trachten dit in wetenschappelijk onderzoek te ontrafelen.

Of er bewondering komt voor de architect is een hoogstpersoonlijke keuze. De hand van de meester herken je alleen als je hem al eerder hebt leren kennen.’

De auteurs van de bundel, het hoeft geen betoog, hébben hem allemaal eerder leren kennen. En hun geloof staat, anders dan het materialisme van ongelovige evolutiebiologen, dan ook niet ter discussie.

‘Intussen hoeft over God niets bewezen te worden. Hij wil door de als zijn evenbeeld gemaakte mens in vrijheid geloofd worden, en gebeden zijn’, aldus wiskundige Piet Wesseling.

Of Dekker c.s. al één ongelovige evolutiebioloog hebben overtuigd van het bestaan van een intelligent ontwerp, valt te betwijfelen. Gereformeerd theoloog Gijsbert van den Brink signaleert wel iets anders.

In het orthodox-christelijk volksdeel verliest het ‘jonge-aardecreationisme’, dat Genesis letterlijk neemt, terrein ten gunste van het idee van een (door God) ‘geleide evolutie’. Christenen zijn, zegt Van den Brink, steeds vaker bereid schepping en evolutie als elkaar aanvullende in plaats van uitsluitende concepten te beschouwen.

Zo draagt de Intelligent Designbeweging bij aan een verzoening met de moderne wetenschap.

Deze terugtrekkende beweging kent wel de nodige voetangels en klemmen, erkent Van den Brink.

Want hoe moet het in een geleide evolutie met de historische Adam en Eva en de zondeval? De in de evolutietheorie als gegeven beschouwde hoge ouderdom van de aarde kan misschien nog met de bijbel worden verzoend, maar niet de afwijzing van het ‘afzonderlijk geschapen zijn’ van de mens.

Dit geldt natuurlijk ook voor de christelijke heilsboodschap tout court. ‘De finale worsteling en het culminatiepunt van het evolutieproces is de paradox van een man aan het kruis, die door God tot goddelijk leven wordt verheven’, zo haalt natuurkundige Arie van den Beukel de Britse moleculair bioloog en theoloog Arthur Peacocke aan. Dát idee ook een plek in de evolutie te geven, wordt voor de auteurs nog een hele toer.

Cees Dekker e.a. (red.): En God beschikte een worm. Over schepping en evolutie. Uitgeverij Ten Have; € 24,90. ISBN 90 259 5644 0

oogstpersoonlijke keuze. De hand van de meester herken je alleen als je hem al eerder hebt leren kennen.’

De auteurs van de bundel, het hoeft geen betoog, hébben hem allemaal eerder leren kennen. En hun geloof staat, anders dan het materialisme van ongelovige evolutiebiologen, dan ook niet ter discussie.

‘Intussen hoeft over God niets bewezen te worden. Hij wil door de als zijn evenbeeld gemaakte mens in vrijheid geloofd worden, en gebeden zijn’, aldus wiskundige Piet Wesseling.

Of Dekker c.s. al één ongelovige evolutiebioloog hebben overtuigd van het bestaan van een intelligent ontwerp, valt te betwijfelen. Gereformeerd theoloog Gijsbert van den Brink signaleert wel iets anders.

In het orthodox-christelijk volksdeel verliest het ‘jonge-aardecreationisme’, dat Genesis letterlijk neemt, terrein ten gunste van het idee van een (door God) ‘geleide evolutie’. Christenen zijn, zegt Van den Brink, steeds vaker bereid schepping en evolutie als elkaar aanvullende in plaats van uitsluitende concepten te beschouwen.

Zo draagt de Intelligent Designbeweging bij aan een verzoening met de moderne wetenschap.

Deze terugtrekkende beweging kent wel de nodige voetangels en klemmen, erkent Van den Brink.

Want hoe moet het in een geleide evolutie met de historische Adam en Eva en de zondeval? De in de evolutietheorie als gegeven beschouwde hoge ouderdom van de aarde kan misschien nog met de bijbel worden verzoend, maar niet de afwijzing van het ‘afzonderlijk geschapen zijn’ van de mens.

Dit geldt natuurlijk ook voor de christelijke heilsboodschap tout court. ‘De finale worsteling en het culminatiepunt van het evolutieproces is de paradox van een man aan het kruis, die door God tot goddelijk leven wordt verheven’, zo haalt natuurkundige Arie van den Beukel de Britse moleculair bioloog en theoloog Arthur Peacocke aan. Dát idee ook een plek in de evolutie te geven, wordt voor de auteurs nog een hele toer.

Cees Dekker e.a. (red.): En God beschikte een worm. Over schepping en evolutie. Uitgeverij Ten Have; € 24,90. ISBN 90 259 5644 0