Darwin’s geestelijke raadsel
Geschreven door Isaac Manly, MD op dinsdag 1 juli 2003
Vertakling: Ir A. Hekstra
r zijn tegenstrijdige berichten over Darwin’s geloof. Wij
weten dat zijn vrouw een devote christin was, en wij weten dat hij een
theologische opleiding volgde aan de Universiteit van Cambridge, maar
er voor koos niet bevestigd te worden.
Gedurende meer dan 50 jaar is beweerd dat hij zich bekeerde tot Christus aan het einde van zijn leven. In één verhaal, dat rondging onder de titel "Darwin’s laatste uren" haalde een engelse evangeliste "Lady Hope" aan, en beweert dat hij haar vroeg met zijn bedienden en enkele buren te spreken over "Christus en Zijn redding". Maar in een boek onder redactie van Emmett L. Williams, en voorbereid en geschreven door Professor Wilbert H. Rusch and John W. Klotz, wordt bovenaangehaald verhaal absoluut en stellig ontkend. In zijn brieven karakteriseerde Darwin zichzelf als agnost (niet gelovig). Het lijkt erop dat Darwin’s geestelijke geloof is gestikt in zijn eigen theorie, hetgeen een voortdurend gevaar is voor mensen die het evolutionisme aanvaarden als de waarheid. Hij was chronisch ziek in zijn latere leven met darm klachten, die een psychologische spanning suggereren, en als arts verbaasd mij dat niets.
Omslag van het boek Degeneratie, geschreven door Peter Scheele.