Gods schepping

Helium diffusie in Biotiet

http://www.tasc-creationscience.org/

Geschreven door Dan Reynolds, Ph D, op zaterdag 1 september 2001

Vertaald door Ir A.Hekstra

het Instituut voor Schepping Onderzoek, Creation Research (ICR; www.icr.org ) rapporteerde in het oktober 2001 nummer van de nieuwsbrief Acts and Facts (Vol. 30, No. 10, oktober 2001; http://www.icr.org/pubs/af/pdf/af0110.pdf en http://www.icr.org/headlines/ratereport.html ) dat de groep RATE (Radioisotopes and the Age of The Earth) krachtig experimenteel bewijs vond voor een jonge Aarde en perioden van snel nucleair verval in het verleden. RATE heeft diverse onderzoek voorstellen gedaan in hun boek Radioisotopes and the Age of the Earth (ICR en CRS, 2000; http://www.icr.org/rate.html ), geschreven door Larry Vardiman, Andrew A. Snelling, en Eugene F.Chaffin om de radiometrische datering te bestuderen.

Een van de voorstellen van RATE was om de diffusie snelheid van radioactief verval van elementen zoals uranium, te bestuderen. Aan uranium gerelateerde elementen worden veel gevonden in mineralen zoals zirkonen die deel uitmaken van biotiet. Bij het verval van deze elementen stralen zij in het gastheer gesteente een alfa deeltje uit, een blote helium kern bestaande uit 2 protonen en 2 neutronen. Het alfa deeltje neemt elektronen op uit de steen en wordt dan een helium atoom. De mate van helium productie schijnt op het ogenblik constant te zijn en onveranderlijk over een breed scala van combinaties van temperatuur en druk. Het helium diffundeert dan over enige afstand door de steen tot het de atmosfeer bereikt. Het verbazingwekkende feit is, dat er tegenwoordig grote hoeveelheden helium in zirkonen worden gevonden. Wij weten dat de diffusie snelheid van helium door zirkoon groot is; wat wij niet wisten was de diffusiesnelheid van helium door biotiet. Dit is wat RATE wilde meten.

Twee andere feiten moeten wij noemen: de hoeveelheid radiogenetisch lood en de leeftijd van radiohalo’s. Radioactieve elementen zoals uranium zijn vaak geconcentreerd in gesteente als kleine punt bronnen.

Als uranium vervalt, wordt het een ander element dat ook radioactief is. Dit element vervalt dan opnieuw in weer een andere element. Deze verval serie gaat door, totdat de niet radioactieve en stabiele isotopen van het element lood (206Pb, 207Pb) zijn gevormd. Het alfa verval van de diverse radioactieve elementen in de verval reeks veroorzaakt schade en verkleuring aan de gastheer steen waar het alfa deeltje stopt, met als resultaat concentrische ringen (dat zijn ringen van verschillende diameter, maar gemeenschappelijk middelpunt. De diameter van elke ring staat in verhouding tot het alfa deeltje die hem vormde – een energie die uniek is voor elk element). Deze concentrische ringen worden radiohalo’s genoemd.

Poloniumhalo

238U Halo doorsnee

(238U half-waarde tijd = 4,5 miljard jaar)

Figuur 1.3 Uranium Halo Doorsnede

(Uit http://home.hetnet.nl/~genesis/Gentry/Index.htm

Creation’s tiny mystery)

Voor de zichtbaarheid van radiohalo’s moet er voldoende radioactief verval zijn om de steen te kunnen kleuren. Als je een volledig ontwikkelde halo kunt zien, betekent dat dat er een grote radioactiviteit heeft plaatsgevonden. Deze uitleg wordt ook ondersteund door de grote hoeveelheden lood in het midden van de halos. De hoeveelheid verval die plaatsvond komt overeen met miljarden jaren, aannemende dat de verval snelheden altijd zo geweest zijn als nu. Wat steeds niet overeenkwam met deze uitleg, was de grote hoeveelheid helium gevonden in de monsters. Er zijn natuurlijk twee modellen voor het radioactieve verval en de ouderdom van de Aarde. Het evolutionistische model zegt dat de snelheid van verval van radio-isotopen altijd dezelfde is geweest als het nu is (uniformitarisme) en dat de Aarde miljarden jaren oud is. Het scheppingsmodel, aan de andere kant, laat de mogelijkheid open voor variërende snelheden van het verval en zegt, dat de Aarde minder dan 10.000 jaar oud is. Gegeven de grote hoeveelheden helium in zirkonen gevonden, voorspelt het evolutionistische model dat de diffusie snelheid van helium door biotiet erg langzaam is terwijl het scheppingsmodel een zeer snelle diffusie voorspelt. Zorgvuldige metingen door RATE op twee stenen toonden aan dat helium diffusie door biotiet inderdaad zo snel was als het scheppingsmodel voorspelde. Dat betekent dat het helium snel was gevormd in het verleden, een paar duizend jaar geleden, mogelijk voor de derde dag van de Schepping en gedurende de Vloed en nog geen tijd heeft gehad om te diffunderen naar de atmosfeer. Dit verklaart ook waarom er tegenwoordig minder dan 0,1 % helium in onze huidige atmosfeer is gebaseerd op evolutionistische aannamen. De voorspellingen van elk model zijn weergegeven in de volgende tabel:

Model

Aannamen

Voorspellingen

Feiten

Schepping

1. Aarde is <10,000 jaar oud.

2. Radio-isotoop vervalsnelheid is groter geweest in het verleden

Snelheid van helium diffusie door biotiet is snel, maar er is nog niet genoeg tijd voorbij om het helium te laten ontsnappen naar de atmosfeer.

1. Hoeveelheid nucleair verval gebaseerd op lood gehalte en radiohalo rijpheid, komt overeen met een oude Aarde als de verval snelheid constant is en hetzelfde als nu.

2. Helium in biotiet monster’s is te groot voor een leeftijd van de Aarde van 4.6 miljard jaren vanwege de grote gemeten diffusie snelheid in biotiet.

3. Er is minder dan 0.1% van het helium voorspelt door het evolutie model in de atmosfeer.

Evolutie

1. Aarde is 4,6 miljard jaren oud.

2. Radio-isotoop verval snelheden zijn hetzelfde in het verleden als vandaag.

Snelheid van helium diffusie door biotiet is langzaam. Anders zouden de hoeveelheden helium in stenen klein zijn, in tegenstelling tot de feiten.

CONCLUSIE: Het scheppingsmodel komt het beste overeen met alle feiten.

Verdeling van de radiohalo’s.

In een ander initiatief van RATE is de verdeling van de radiohalo’s in gesteenten over de hele wereld bestudeerd. Een van de potentieel beste, maar ook omstreden (ook bij creationisten) bewijzen voor een jonge Aarde is de waarneming van schijnbaar ouderloze polonium (Po) radiohalo’s in granieten (Creation's Tiny Mystery, Third Edition, by Dr. Robert V. Gentry; Earth Science Associates, 1992; www.halos.org ; in vertaling in het Nederlands: http://home.hetnet.nl/~genesis/ ). Halos van drie polonium isotopen werden bestudeerd in detail door Dr. Robert Gentry. Deze drie isotopen vindt men in de verval reeks van 238U (238 is de atoommassa van het element, gelijk aan de som van de protonen en neutronen in de kern). Het deel van de vervalreeks waarbij polonium betrokken is is 222Rn (halfwaarde tijd = 3.8 dagen), dat alfa-vervalt om 218Po (3.1 minuten) te vormen, dat in drie stappen omgezet wordt in 214Po (0.0002 seconden), dat in nog eens drie stappen wordt omgezet in 210Po (138 dagen).

Uranium verval reeks

Verval reeks vanaf 238U tot 206Pb

Uit http://home.hetnet.nl/~genesis/Gentry/Index.htm Creation’stiny mystery)

Dr Gentry rapporteerde radiohalo’s van 214Po die geen enkele teken geven van de aanwezigheid van voorlopers en worden daarom ‘zonder ouder’ of ‘wees’ geacht te zijn. Als radioactieve elementen die alfa verval ondergaan door gesteente bewegen in een waterige oplossing onder druk, laten zij "alfa kras sporen" achter die kunnen worden waargenomen ook al is er maar één alfa uitstoot tijdens het transport geweest. Als de elementen door de steen bewegen, hebben zij de neiging te concentreren en op bepaalde punten te blijven die men ‘inclusies’ noemt. De radioactieve elementen in de inclusie vervallen dan en geven de radiohalo’s, waarvan de diameter afhangt van welke elementen het eerst waren in de inclusie en daarna gevormd werden in de verval keten. Zie: Larry Vardiman, ed., et al., Radioisotopes and the Age of the Earth (ICR, 2000), p.408

Daarom vindt men inclusies altijd verbonden met kras sporen van alfa deeltjes die het pad van transport in de steen aangeven. Wat verbaasd is dat Dr. Gentry 214Po halos vond die geen alfa kras sporen kenden maar wel de halos van 214Po en zijn verval producten, en alleen de vervalproducten die verwacht kunnen worden van 214Po in hun inclusies hebben en geen enkele andere. Omdat de halfwaardetijd van 214Po slechts een fractie van een seconde bedraagt betekent dit dat 214Po ter plekke gecreëerd is (primordiaal was) en niet uit 238U verval verkregen. Bovendien, omdat radiohalo’s verdwijnen bij hoge temperaturen betekent hun aanwezigheid dat de gastheer steen koud was toen de halos werden gevormd. Dr Gentry interpreteerde deze resultaten als nuclei-synthese (vorming van de elementen, waarvan evolutionisten denken dat dit plaatsvond in sterren door atoom fusie over miljarden jaren voordat de Aarde werd gevormd) en dat de vorming van de graniet basis van de aardkorst gelijktijdig gebeurde. Sceptici hebben gesuggereerd dat 222Rn (een radioactief gas dat waarschijnlijk snel door het gesteente heen kon dringen zonder alfa kras sporen na te laten en die een radiohalo geeft die bijna zo groot is als die van 210Po), de ware bron is van de 214Po halos. Maar er zijn 214Po halos zonder spoor van 218Po, het isotoop dat direct gevormd wordt uit radon. Anderen zeggen, dat polonium halos altijd in gesteenten voorkomen, geassocieerd met uranium en dat zij er dus op de een of andere manier uit gevormd moeten zijn. Nog anderen zeggen dat de ouderloze polonium halos gevonden zijn in vulkanisch gesteente dat schijnbaar in ander gesteente kan binnendringen, en dat betekent dat het indringende gesteente moet zijn ontstaan na de scheppingsweek. Dat zou betekenen dat de polonium halos niet primordiaal zijn. Meer onderzoek moet worden gedaan naar de vraag welke polonium halos er zijn in dit gesteente en of het secundaire gesteente echt ingedrongen is.

De RATE groep heeft de verdeling van radiohalo’s bestudeerd om enkele van deze vragen op te lossen. De eerste resultaten van hun onderzoek werden gepubliceerd in het oktober nummer van Acts and Facts: Een totaal van 1,144 halos werden geteld en de verdeling was als volgt: 210Po=428, 214Po=292, 218Po=0, 238U=402, en 232Th=22. Een belangrijke vondst van deze verdeling van halos was dat het isotoop van polonium met de kortste halfwaarde tijd van slechts een fractie van een seconde, 214Po, een groot aantal halos heeft opgeleverd, terwijl geen halos werden gevonden van de polonium isotoop die er aan voorafgaat, 218Po, met een langere halfwaarde tijd.

Terwijl uranium halos in deze monsters werden gevonden, betekent de volledige afwezigheid van 218Po halos dat 238U en 222Rn niet de bron kunnen zijn van de 214Po halos. Dit ondersteunt de ouderloze en primordiale status van de 214Po halos. Dit betekent dat de bewering van Dr Gentry, dat ouderloze polonium halos bewijs zijn van het gelijktijdig gebeuren van nuclei-synthese en de schepping van de Aardkorst nog steeds ondersteunt wordt door het bewijs.


Index Antropologie Artikelen Astronomie Bijbellezen Bijbelse Geschiedenis  Biologie
Ouderdom Aarde Diverse Bronnen Filosofie Geologie Gods Handen Klimaat Milieu