Het klimaat voor en na de Vloed van Noach.

"groei ringen in hout worden veroorzaakt door seizoensvariaties, dus in een omgeving vóór de Vloed, zonder seizoenen, hadden de bomen geen ringen.." Ron Wyatt.

Wij weten feitelijk bijna niets over het klimaat tussen Schepping en Zondvloed.

In Genesis 1 (NBV) lezen wij:

14 God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, 15 en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’

Maar in de vertaling van de NBG51 staat het anders:

14 En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; 15 en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo.

Of zoals de Staten Vertaling van 77 aangeeft:

14 En God zeide:.Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag en tussen de nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! 15.En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.

Wat is het nu: "zij moeten seizoenen (lente, zomer, herfst en winter) aangeven" (NBV) of "aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; .."(NBG51) "en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden" (SV77) ?

1656 jaar later, na de zondvloed, lezen we in Genesis 8 vers 22, nadat Noach en de zijnen de Ark hebben verlaten:

22 Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht – nooit komt daar een einde aan. (NBV)

22 Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden. (NBG51)

22.Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden. (SV77)

Er kan hier geen misverstand over zijn, hier wordt voor het eerst gesproken in de Bijbel over zomer en winter, 1656 jaar na de schepping! !

Hoe ontstaan zomer en winter?

Als de rotatie-as van de Aarde loodrecht staat op het vlak waarin de Aarde draait om de zon, dan zijn er geen seizoenen, geen zomer en winter. Aan het begin van de Vloed moet de Aarde geraakt zijn, door een hemel lichaam, dat groot genoeg was, om de mantel samen met de Aardkorst, een zodanig klap te geven, dat deze verschuiven ten opzichte van de kern (vaste of binnenste kern, en vloeibare kern daaromheen). Men verondersteld dat de as van de kern en die van de mantel, oorspronkelijk wel gelijk waren, d.w.z. samenvielen en dezelfde draairichting kenden, maar dat de verschuiving van de mantel ten opzichte van de veel massievere – ijzer/nikkel - kern verschoof. De twee assen maakten een hoek ten opzichte van elkaar. Omdat de as van de mantel een hoek maakt ten opzichte van het vlak van draaiing van de Aarde om de zon, zal in onze winter het zuidelijk halfrond meer worden beschenen door de zon, dan het noordelijk halfrond. Oorspronkelijk, direct na de Vloed draaide de as van de kern (magnetische as) nog in een richting loodrecht op het vlak van de baan om de zon, maar zeer geleidelijk draait deze as bij. Was de hoek tussen de twee assen aanvankelijk 23,5 graden, nu is deze iets minder. Dit is dezelfde afstand als tussen evenaar en keerkringen.

Image289Het punt van impact van het vreemde hemellichaam, was vermoedelijk het eiland Groenland. Als men een doorsnee van het oppervlak van Groenland tekent, dan blijkt dit eiland een komvorm te hebben, met hoge randen, die net boven het zeeniveau uitsteken. Het vermoeden bestaat, dat oorpsronkelijk het Skandinavische bergland in het oosten, en Baffin eiland en Labrador aan de westkant deel uitmaakten van het Grotere Groenland, maar afgebroken zijn, door de stuwing van de Aardkorst platen in die twee richtingen. Omdat de verschuivingsweerstand naar het westen (botsing tegen de Pacifische plaat) groter was dan van de plaat aan de oostzijde, en deze bovendien een extra zet kreeg toen IJsland ontstond, zijn de afstanden van deze randen tot Groenland niet gelijk aan elkaar.

Direct na de grote klap, verschoven Mantel en Aardkorst in noordelijke richting, dat wil zeggen dat enkele uren na die klap, de noordpool van de magnetische as (draaiingsas van de kern van de Aarde) op Groenland lag, en dus niet was gewijzigd ten opzichte van het vlak van draaiing om de zon. Maar door de wrijving van de kern tegen de onderkant van de mantel, is deze magnetische as langzaam maar zeker "bijgedraaid" naar het westen en ligt de magnetische noordpool nu in noord Canada op Parrey eiland, vlakbij de 100ste Wester-lengtegraad.

Klimaatveranderingen

Was het voor de Vloed zo, dat er geen zomer en winter waren, en er dus over de hele wereld een gelijkmatig klimaat heerste, warmer aan de evenaar en kouder aan de polen (immers de hoek van inval van de zonnestralen was aan de polen nagenoeg nul, en aan de evenaar 900, heerste er toch een gelijkmatiger klimaat. Dit weet men omdat hout van de Ark werd teruggevonden, dat geen jaar-groei ringen kent. Zie het citaat uit het verslag van het onderzoek van Ron Wyatt, die schreef:

"Groei ringen in hout worden veroorzaakt door seizoensvariaties, dus in een omgeving vóór de Vloed, zonder seizoenen, hadden de bomen geen ringen. En dit is precies wat het Amerikaanse team vond! In feite, als het materiaal wel groeiringen had, dan kon het niet de Ark van Noach zijn."

Het hout van de Ark had geen jaar-groei ringen. Er was geen ‘zomer’- en ‘winter’- hout.

In de tijd ná de Vloed, ca 200 jaar, was het zeewater niveau veel lager dan nu. Opmerkelijk is dat als men de zeediepte-lijnen van 200 m bekijkt langs de continenten, deze aan de tegenover liggende kanten van de Atlantische Oceaan bijna naadloos aan elkaar passen. Op deze verschuiving van de aardkorst schollen komen wij later terug.

De continentale vlakten, van de huidige kustlijnen tot de 200 m diepte, waren droog land en hadden hetzelfde klimaat als het hoger gelegen (huidige) land.

Niet alleen steeg het zeewater in deze 200 jaar geleidelijk, maar werden de klimaten ook kouder en ontstonden de ijskappen op de polen en Groenland en IJsland, en ook in de hooggebergten (Alpen, Himalaya, Rockt Mountains en Andes gebergte). De IJstijd had zijn intrede gedaan.

Dat het klimaat bij de polen nog warm was, bewijst het feit, dan men ten noorden van Groenland (ca. bij Kaap Morris Jesup) volgens Velikovsky resten van koraalriffen heeft aangetroffen. Koralen groeien alleen in warm (tropisch water). Ook verondersteld men dat de Eskimo’s in die tijd vanuit Siberië overgestoken zijn naar Noord Canada en Alaska.


Index Antropologie Artikelen Astronomie Bijbellezen Bijbelse Geschiedenis  Biologie
Ouderdom Aarde Diverse Bronnen Filosofie Geologie Gods Handen Klimaat Milieu