Gods schepping

Jezus en Genesis

http://www.tasc-creationscience.org/

Geschreven door Fred L. Johnson, PhD op Vrijdag 14 januari 2005

Vertaald door Ir. A. Hekstra

de meeste lezers van dit artikel zullen beamen dat zij Jezus zien als de vlees geworden God, de geïncarneerde God, de zogenoemde "Zoon van God" gelijk aan de Vader.

Toch weet ik dat veel christenen moeite hebben met wat de seculiere wereld heeft gezegd over de schepping in de Bijbel. Vandaag wil ik proberen jullie een reden te geven om te geloven.

Overal om mij heen, waar ik ook kijk, of het nu is in de onmetelijke ruimte van het heelal of in de kleine machinerie van een levercel die talloze vetten en eiwitten vormt, vind ik het prachtige handwerk van een krachtige Vakman. Wij zijn allemaal geïmponeerd door deze natuurlijke wonderen. Vandaag wil ik het niet hebben over genen expressie in placenta cellen en hoe dit prachtige mechanisme spreekt over een Schepper, of over de waarnemingen van een astrofysicus en hoe deze waarnemingen ons tot de conclusie brengen dat het heelal een Ontwerper moet hebben gekend, ook zal ik het niet hebben over de ontdekkingen van een paleontoloog die het een of andere gefossiliseerde skelet heeft gevonden van een uitgestorven dier of hoe zijn vondst spreekt over een recente vloed. Ik hou van die onderwerpen, maar vandaag wil ik het hebben over wat Jezus zelf heeft gezegd over de oorsprong van het heelal en alles wat er in is.

De eerste woorden in de Bijbel getuigen van het bewijs dat de Zoon van God aanwezig was met de Vader, voordat de wereld begon en mede Schepper van het heelal is, samen met de Vader. Nadat God het licht, de aarde, planten, de sterren, de zon, de maan, de vogels, de vissen, de dieren, geschapen had met alleen Zijn Woord, spreekt God met iemand (of meer dan één) en zegt:

‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken (Genesis 1:26, NBV)

Kruis 1In Europa is het  zinnebeeld van het christendom het kruis. Bij protestanten is het kruis leeg, ten teken dat Christus is opgestaan. Bij Rooms Katholieken en bij Orthodoxen is het kruis niet leeg, maar hangt Jezus aan het kruis.

En in het evangelie van Johannes en ook elders lezen we dat tenminste één persoon tot wie God spreekt de persoon van Zijn Zoon is – de Zoon die later zou worden gezonden naar de wereld om een mens te worden net als het schepsel naar wie Hij werd gezonden. Het evangelie van Johannes (1 : 1-5) begint met deze woorden:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.

In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

In zijn brief aan de Kolossenzen (1:15,17) schrijft Paulus:

Beeld van God, de onzichtbare, is Hij, eerstgeborene van heel de schepping: in Hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.

Hieruit blijkt dat Jezus het beeld is van de onzichtbare God, de eerstgeborene in heel de schepping. Jezus is het "Woord" dat er was vanaf het begin. Het verdriet mij, dat er ook velen in de kerk zijn, die twijfelen aan de historische waarheid van wat er in de Bijbel staat. Ik vermoed dat zij onder de indruk zijn van wat velen beweren, dat de wetenschap heeft bewezen dat de verhalen in de Bijbel niet historisch waar gebeurd zijn, maar slechts legenden zijn en dat alles wat de wetenschap niet kan vaststellen slechts mythe is.

Met jullie, die in de geest weten dat God kan worden vertrouwd, maar ook met jullie die nooit God hebben vertrouwd, wil ik delen in wat Jezus heeft gezegd over deze oude geschriften. Voor jullie die Jezus kennen, en voor jullie die moeite hebben met de gedachte dat er iets kan bestaan buiten wat verklaard kan worden in naturalistische benadering, bid ik dat jullie de diepe waarheid van wat geschreven is mogen horen.

De vier evangelisten, Matteüs, Markus, Lucas en Johannes hebben de woorden van Jezus gehoord en vastgelegd. Deze mannen waren met Jezus en hoorden hem zeggen wat zij geschreven hebben. Jezus sprak van vele mensen en gebeurtenissen die in de boeken van Mozes staan, in de boeken van de profeten, in de Psalmen, vaak letterlijk aanhalend wat er in die boeken stond – boeken die duizenden jaren eerder werden geschreven. Jezus’ aanhalingen van die oude gebeurtenissen, lenen geloofwaardigheid aan hun feitelijk gebeuren en aan het bestaan van de mensen die deelnamen in die gebeurtenissen, en aan wat zij zeiden.

Jezus bevestigd de boeken van Mozes (de "Wet") en van de profeten. In Matteüs 5 : 17-19 zegt Hij:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota (kleinste letter in het Hebreeuws), elke tittel (komma) in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.

Zeer specifiek refereert Jezus aan de profetie van Daniël door de teksten uit Daniël 11:31 en 12:11 aan te halen:

Wanneer jullie dus de "verwoestende gruwel" waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten

En even verder haalt Hij aan uit Jesaja 13:11, Ezechiel 32:7, Joël 2:10, en Daniël 7:13:

Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. Matteüs 24:29,30.

Jezus bevestigt tegenover de schriftgeleerden en de Farizeeën dat Jona drie dagen in de buik van de walvis is geweest:

Hij antwoordde: ‘Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van de profeet Jona. Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven. Matteüs 12:39-40

Jezus in zijn instructie aan de twaalf discipelen die op missie gaan om het ‘koninkrijk van de Hemel’ te verkondigen, de zieken te genezen, boze geesten uit te werpen, de lepra lijders genezen en zelfs de doden op te wekken, refereert Hij aan de bovennatuurlijke gebeurtenissen die in het oude Sodom en Gomorra plaatsvonden.

En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten. Ik verzeker jullie: de dag van het oordeel zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad. Matteüs 10:14-15

En weer bestraft Hij de steden waarin Hij wonderen verrichtte en noemt het oude Sodom:

En jij dan, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Want als in Sodom de wonderen waren gebeurd die bij jou gebeurd zijn, dan was het tot op de huidige dag blijven bestaan. Ik zeg je dat op de dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan dat van jou.’ Matteüs 11:23-24

In een vergelijkbaar gedeelte in Lucas 17:28-35, noemt Jezus de vrouw van Lot als een voorbeeld van iemand die vast wilde houden aan het leven, aan wat op het punt stond te worden vernietigd, en daardoor zijn leven te verliezen.

Jezus bevestigd de vernietiging van iedereen in de Vloed van Noach, in Genesis 6-9:

Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt. Matteüs 24:36-39.

Jezus neemt ons nog verder terug in de tijd door Abel, de zoon van Adam, in Genesis 4 te noemen.

Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: "Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen." Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, van het bloed van Abel tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het brandofferaltaar en het heiligdom. Ja, ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ Lucas 11:49-52.

De uitdrukking "de grondvesting van de wereld" slaat op de schepping van de wereld, het maken van de materie. Jezus bevestigd dat het bloed van de mens is vergoten, sedert de schepping van de wereld. Hij zei niet ‘van het begin van de mensheid’ wat hetzelfde zou hebben betekend. De mens heeft God en Zijn profeten verworpen sedert het begin van de schepping, sedert de zondeval.

Als het begin van de wereld werd voorafgegaan door miljarden jaren, dan was die uitspraak onzin, en zou het bloed van de profeten niet vergoten zijn op het tijdstip dat Jezus aangaf. Jezus preciseerde dat nog eens door te zeggen: "van het bloed van Abel tot het bloed van de profeet Zacharia". Abel was de eerste dode mens, hij was een zoon van Adam. Hij leefde ongeveer 3500 jaar v.Chr. Zacharia was de op één na laatste profeet, hij schreef zijn profetie in 520 v.Chr.

Jesaja heeft ook het begin van de mensheid met het begin van de schepping geassocieerd:

Jesaja 40:21,22: Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Is het je niet van meet af aan verteld? Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld? Hij troont boven de schijf van de aarde – haar bewoners zijn als sprinkhanen –, hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen

Paulus schrijft over hetzelfde, hij zegt dat de mens God heeft verworpen sedert het begin van het bestaan van de Aarde:

Romeinen 1:20,21: Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn, want hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en dank gebracht die Hem toekomen.

Paulus schrijft hier over de mensen in zijn tijd, die God niet de eer geven alhoewel zij Hem wel kennen. Ook toen al waren er evolutionisten, ook in de voorgaande Griekse geschiedenis van de filosofie. Zij wilden niets weten van God en Zijn schepping, of van Jezus de Schepper en verlosser van zonden.

In het vraaggesprek met de Farizeeën, die Hem onder druk wilden zetten, door te vragen: "Is het een man wettelijk toegestaan om zich van zijn vrouw te laten scheiden voor welke reden dan ook?" antwoordde Jezus:

Matteüs 19:3-6: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’ En hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden; ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’

Ook hier staat weer ‘bij het begin’. Over de schepping van de vrouw en het huwelijk schrijft Genesis 2:

Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit:

‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: Vrouw, een uit een man gebouwd.’

Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.

(Tussen haken  2 opmerkingen

1. Wij weten natuurlijk dat de eenwording van man en vrouw niet alleen in het vlees is, maar ook in de geest. Let maar eens op je moeder of je vrouw, hoe zij met hart en ziel voor haar man zorgt, en altijd klaar staat voor hem en haar kinderen.

2. Uit deze laatste tekst zou je opmerken, dat de man bij zijn vrouw intrekt. Maar wij doen het tegenwoordig andersom: de vrouw, neemt niet alleen de naam van de man aan, maar trekt ook bij de man in het huis in dat zij samen gebouwd hebben, of gekocht of gehuurd. Als hij moet verhuizen vanwege zijn werk, gaat zij ook met hem mee. Natuurlijk de kinderen ook. Natuurlijk weet ik best dat er uitzonderingen zijn, maar ik spreek hier over het algemeen, wat doen de meeste mensen).

Terug naar ons onderwerp:

Merk ook hier op de referentie, dat God de mensen schiep ‘in het begin’ Vóór de schepping van hemel en aarde en als wat daarin is, was er dus niets, geen miljarden jaren.

Bert Thompson, directeur van Apologetics Press, schreef:

"Jezus plaatste de eerste mensen aan het begin van de schepping. Als je deze waarheid verwerpt, zul je wel geloven dat:

Elk van deze beweringen is natuurlijk god-lasterlijk."

Dus wat doe je? Het antwoord dat je geeft op deze vraag zal jouw eeuwigheid bepalen.

Ik was goed en wel bezig met de voorbereiding voor dit artikel toen ik iets vreemds opmerkte in de bijbel-gedeelten die ik las en wat ik nog nooit eerder had opgemerkt en zeker niet verwachtte. Lees ze nog eens na en ontdek dat vele van deze teksten een zeer krachtige verwerping inhouden door Jezus van hen die de God van deze schepping hebben verworpen. In veel van deze teksten sprak Jezus tegen hen die zullen worden beoordeeld om hun ongeloof.

Lukas 24:25 e.v. Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.

Ierse KruisEigenlijk is het oordeel, waarvan Jezus sprak, al begonnen sedert Adam en Eva de eerste keer tegen God zondigden. Fysieke dood en het lijden kwamen in de wereld als een natuurlijk gevolg van die eerste zonde, en overheerst nu nog altijd.

Het kruis, gefotografeerd 

op een kerkhof in Engeland

Wij zien de gevolgen van onze zonden om ons heen. Wij zien de dood en het lijden, het doden en de angst, iedere dag weer opnieuw. De hele schepping kreunt en wacht op de verlossing van deze verschrikkelijke toestand.

Maar, houdt moed! Uit liefde voor Zijn schepselen, is God Zelf naar ons toe gekomen, Immanuël, in de vorm van een mens, geboren uit een vrouw, met ons vlees en bloed zodat wij God zouden kunnen zien, om ons te redden van onze erbarmelijke staat door Zijn plaatsvervangende dood, om ons leven te geven samen met Hem!

En als Hij terugkeert zal Hij niet alleen ons redden maar ook de Aarde. Het zal een Aarde zijn die vrij is van de Vloek beschreven in Genesis, vrij van zonde, vrij van dood, vrij van corruptie. Dit zal het land zijn dat God beloofde aan Abraham en zijn zaad als een eeuwigdurende verbond. Jesaja beschrijft dat land en lees hoe anders dat land zal zijn, een Aarde als de Aarde voor de zonde:

Jesaja 11: 1-9

Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de HEER.

Hij ademt eerbied voor de HEER; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten.

Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen. Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden.

Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.

Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.

Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan.

Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.

Bijbellezen

Home

Artikelen