Gods schepping

Kon de ijstijd veroorzaakt zijn door de Vloed ?

http://www.tasc-creationscience.org/

Mark Stephens

Niveau: SA

Geschreven door Mark Stephens, MCS op Maandag 2 augustus 2004.

Vertaling: Ir. A.Hekstra

Deel 1 "De Opbouw"

als ik mij de conversatie goed herinner, ging het ongeveer als volgt:
"Die gletscher daar is 30.000 jaar oud," zei onze boot kapitein en gids, terwijl ik met andere toeristen samen, naar de plek keek vanuit onze gehuurde boot in de Prins Willem Kanaal dichtbij Valdez in Alaska begin september 1998. Ons extra boeiend vertelde onze gids: "Interessant is dat wetenschappelijke waarnemers hebben geconstateerd dat de gletscher een ongewone smelting heeft onderg
aan waardoor de gletscher in de afgelopen 10 jaar over een afstand van 11 km zich heeft teruggetrokken." Ik deed een snelle berekening: 30.000 jaar/10 jaar = 3.000 en 3000x11 km = 33.000 km dat de gletscher zou hebben bewogen in 30.000 jaar en zei tegen onze kapitein en gids: "Met de snelheid die U aangeeft voor de gletscher, zou hij om de aarde hebben kunnen reizen (ca 39.000 km) in 30.000 jaar tijd. Ik ben creationistisch wetenschapper en ik geloof dat de gletscher eerder 4.000 – 5.000 jaar oud is en ontstaan is uit catastrofale gebeurtenissen, in plaats van uniformitarische aannames gemaakt door naturalistische evolutionistische wetenschappers van wie u waarschijnlijk uw informatie heeft ontvangen." Het duurde niet lang of een andere man in ons gezelschap iets zei en onze gids vertelde: "Weet u, ik ondersteun wat deze man zegt. Het is even plausibel als wetenschappelijk als wat u net zei."

Zo ontstond een conversatie tussen enkele toeristen betreffende de zogenoemde feiten uit de wetenschap, gebaseerd op het naturalistische evolutionistische denken dat het publiek typisch van gidsen voorgeschoteld krijgt in onze Nationale Parken vergeleken met ander waardevolle wetenschappelijke waarnemingen gebaseerd op de creationistische wetenschappelijke zienswijze.

Met mijn eigen ervaring en mijn verhaal hierboven als stimulans, stel ik voor dat wij de wetenschappelijke waarnemingen, die de IJstijd ondersteunen ontstaan na de Genesis Vloed(1), nader bestuderen. Voor meer en diepergaand wetenschappelijke informatie en studie dan in dit korte artikel kan worden gegeven, raad ik u aan een kopie van dit boek te kopen door contact op te nemen met het Instituut voor Schepping Onderzoek of neem contact op met TASC.

In het voorwoord van het boek, schrijft R.H.Brown, een creationistisch wetenschapper, dat tot de jaren 1990, de creationistische literatuur kritisch deficiënt was met betrekking tot de uitleg van de continentale bedekking met ijs. Michael J. Oard heeft een enorme bijdrage geleverd, aan een gezond begrip van het bewijsmateriaal voor continentale ijs bedekking vanuit een Bijbelse bewijsvoering. Oard is voor deze bijdrage voorzien van zijn competentie als professioneel meteoroloog, uitputtende studie van het wetenschappelijk bewijsmateriaal met betrekking tot de ijstijd vorming, en een vertrouwen dat Mozes alleen betrouwbare historische gegevens heeft weergegeven. Brown schrijft: "op de basis van het principe dat de Schepper slechts waarheid spreekt en consistent is, moet het mogelijk zijn gezonde interpretaties van Zijn werk te vinden die volledig overeenkomen met het getuigenis gegeven in de Bijbel. Genesis 7 en 8 geven een verslag van een catastrofe (de Genesis of de Vloed van Noach, kortweg de Vloed) die het oppervlak van de planeet Aarde volkomen veranderde. Gegevens in Genesis 11, samen met gegevens in 1 Koningen 6:1; Exodus 12: 40,41; Genesis 47:9, 25:26, 21:5, en 12:4, plaatsen deze catastrofe ongeveer 4.350 jaar geleden (2.350 v. Christus) of 1.656 jaar na de Schepping.(2) (We zullen voor de telling na de Schepping de term a.M. = anno Mundi gebruiken)

In zijn boek wil Michael Oard de wetenschappelijke gegevens die de oorzaak van de ijstijd ondersteunen door de catastrofale gebeurtenissen (snelle veranderingen over enkele honderden tot duizenden jaren) van de wereldwijde Vloed vergelijken met de uniformitarische gebeurtenissen (langzame, geleidelijke veranderingen over honderdduizenden tot miljoenen jaren) getheoretiseerd door naturalistische evolutionisten. Brown eindigt zijn voorwoord in Oard’s boek door te zeggen dat Bijbel getrouwe creationisten blij zullen zijn met de gedetailleerde weergave van gegevens in de Bijbel, die een weer/klimaat model mogelijk maken waarmee Oard een wetenschappelijk gezonde verklaring geeft voor continentale ijsvorming ten gevolge van de wereldwijde Vloed. Als achtergrond voor dit artikel en om de geweldige gebeurtenissen van deze grote catastrofe van deze Vloed, scherp in ons geheugen te prenten, stel ik voor dat we die gebeurtenissen bekijken zoals die in Genesis 7:11-12 zijn beschreven.

"11 In het zeshonderdste jaar van Noachs leven – 1656 a.M. - op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet. 12 Veertig dagen en veertig nachten lang zou het op de aarde stortregenen.

Een ander boek waarvan ik gebruik maak voor dit artikel is Life in the Great Ice Age(3) door Michael Oard en zijn vrouw, Beverly Oard. Dit boek is minder technisch dan het eerste en weeft een ijstijd verhaal voor kinderen en volwassenen met slechts matig technische wetenschappelijke achtergrond terwijl uitgezocht wordt welke wetenschappelijke gegevens en waarnemingen van grotere waarde zijn, de naturalistische evolutionistische visie of de creationistisch wetenschappelijke visie die de Vloed ondersteunt en onze Schepper God.

Laten we eens kort kijken naar enkele conclusies die Michael Oard noemt(4) gebaseerd op zijn wetenschappelijke gegevens en meteorologische waarnemingen en zijn conclusie dat de IJstijd veroorzaakt zou kunnen zijn door de Vloed. Volgens Oard, zijn de vereisten voor het ontstaan van een IJstijd een combinatie van veel koude zomers en hoge sneeuwval in de winters. Meer dan 60 theorieën zijn in het verleden aangeboden met betrekking tot de IJstijd, maar alle hebben ernstige gebreken, inclusief de tegenwoordig populaire astronomische theorie. Oard zegt dat het mechanisme voor het ontstaan van de ijstijd catastrofaal is en niet gebaseerd op het uniformitarische principe. In het bijzonder wordt de ijstijd behandeld als gevolg van de Vloed, die het klimaat zodanig beïnvloedde dat onmiddellijk een ijstijd zich kon ontwikkelen tot een ijsdek gedurende ongeveer 500 jaar en een smelt periode van ongeveer 200 jaar zodat het totaal voor de na-Vloed ijstijd ca 700 jaar(5) duurde. Van de Vloed heeft nooit iemand kunnen bewijzen dat het een fabeltje is. Het werd alleen verondersteld een fabel te zijn door mensen van wetenschap gedurende de laatste 200 jaar. Maar er is een grote hoeveelheid bewijsmateriaal voor een overstroming van de hele Aarde door een gigantische vloed. Bijvoorbeeld, vele sedimentaire lagen zijn snel afgezet door grote, krachtige stromingen, zonder enig teken van erosie ertussen in.(I) Meer dan 100 Vloed legendes in culturen rondom de wereld bieden ondersteuning. De Bijbel vertelt duidelijke dat de Vloed wereldwijd was, niet regionaal of lokaal.(6) Er zijn veel theorieën over de oorzaak en het aantal ijstijden geweest. Een goede theorie komt goed overeen met de fysieke waarnemingen. De Vloed en de veranderingen in het klimaat tengevolge van vulkanisch as en warmere oceanen kunnen het beste de oorzaak en de ontwikkeling van de ijstijd verklaren.(7) De ijstijd had invloed op de gehele wereld, in het bijzonder de midden en hogere breedtegraden. In Europa ontwikkelden zich gletschers in de bergen van Noorwegen en Zweden. Omdat het nabije oceaanwater warm was, nam het vele jaren voordat de gletschers zich verspreiden in het laagland van deze landen. Geleidelijk naarmate de oceanen afkoelden, bedekte het ijs alles wat nu noord en centraal Engeland, Denemarken, noord Duitsland, noord Polen en noordwest Rusland is. IJs bedekte bijna geheel Canada en veel van de noordelijke Verenigde Staten. Het bereikte noord Missouri. Een gigantische ijskap bedekte Groenland en het continent Antarctica. Kleiner ijskappen bedekten de Zwitserse Alpen en andere bergruggen van de wereld op midden- en hoge breedtegraad. Vulkanisch as in de stratosfeer, tengevolge van de vele vulkanische uitbarstingen tijdens en na de Vloed (was het de bedoeling dat de Aarde zou worden vernietigd?) koelden ook de Tropen. Vele Tropische bergen hadden ook sneeuwkappen. Sommige mensen denken dat een ijstijd koude winters nodig heeft. De winters zijn nu koud genoeg. In Siberië zijn de winters bitterkoud, maar er is geen ijslaag daar. Wat werkelijk nodig is zijn koele zomers zodat de sneeuw van de winter niet smelt. Ook zouden winters natter moeten zijn, zo nat dat de sneeuw hoog opgetast wordt. Vanwege de koelere zomers en meer sneeuw, wordt de winter sneeuw steeds dikker elk jaar. Na meerdere jaren wordt het gewicht van de sneeuw zo groot dat de sneeuw samengeperst wordt tot ijs.(8) Als we hierover nadenken zou de Vloed dus het beginstadium veroorzaken van de IJstijd. De enorme aantallen vulkaanuitbarstingen veroorzaakten een groot kleed van vulkanische as en stof dat gedurende vele jaren in de atmosfeer bleef hangen. Water voor de Vloed barstte uit van de ondergrondse "fonteinen van de grote diepte" (zie hydroplaat theorie) Dit hete en zoute water mengde zich met het relatief koelere oceaanwater, dat echter warmer was dan tegenwoordig. De enorme uitbarstingen tot boven de atmosfeer in de ruimte, zorgden ook voor de menging van het warme zoute water met het oceaanwater en het van het land drainerende water. Aan het einde van de Vloed was het oceaanwater overal warm, van pool tot pool en van boven naar beneden in de diepte.(9)

Afkoelingsmechanismen in combinatie met een universeel warme oceaan, zorgden voor een sneeuwstorm of snelle ijstijd. Vulkanisch as en stof zorgden voor de zomerse afkoeling boven de midden en hogere breedtegraden, door reflectie van een relatief groot deel van het zonlicht terug in de ruimte. Als een sneeuwdek eenmaal is gevormd is de weerkaatsing nog sterker, waardoor de zomers nog sterker afkoelen. Sneeuwdek afkoeling over onbedekte grond is waarschijnlijk karakteristiek direct na de Vloed. Veel van het groene dek was immers verdwenen. Ook de sterkere bewolking, veroorzaakt door de hogere vochtigheidsgraad, zou het effect van de koele zomers nog verder versterken. Het koolzuur gehalte zou na de Vloed zeer hoog zijn als gevolg van het vulkanisme en de afbraak van de organischestof, waardoor de afkoeling zou worden getemperd, maar het zou snel zijn afgenomen naarmate de ijstijd vorderde, maar wel een lange nawerking hebben nadat de andere koelingsmechanismen geleidelijk waren verdwenen.

Oceaan stromingVoor een voortgezette ijstijd is het noodzakelijk dat de midden en hoge breedtegraden voortdurend worden gekoeld. De vulkanische as en het stof van de Vloed zou na enkele jaren zijn neergedwarreld, maar uitgebreid vulkanisme op veel grotere schaal dan wij de afgelopen 200 jaar hebben meegemaakt, zou de vulkanische afkoeling kunnen hebben voortgezet. Een grote hoeveelheid geologische bewijsmateriaal getuigt van deze grote ijstijd uitbarstingen. Andere afkoelingsmechanismen zouden zijn voortgezet.

De oceanen naast de zich ontwikkelende ijsdekken, en in het pad van stormen, blijven warm, tengevolge van oceaan stromingen in horizontale en verticale richting. Het water koelde af door verdamping en contact met de koude continentale lucht vanaf het ijsdek, en werd dichter en zonk naar grotere diepten, terwijl het vervangen werd door warmer water vanuit de midden breedtegraden en uit de diepere oceaan lagen. Oceaan stromingen ontstonden langs de oost kusten van Afrika en noord Amerika(II) en transporteren warmer water naar het noorden. Terwijl het diepere oceaan water geleidelijk opwarmt, koelt het oppervlaktewater en de atmosfeer boven de midden en hogere breedtegraden af, bij het voortschrijden van de ijstijd en de zich uitbreidende ijsvlakten. De ijskappen op de bergtoppen breiden zich uit naar beneden en bedekken spoedig de laagvlakten. Een uniformitarische ijstijd puzzel, die 200 jaar heeft geduurd, is de waarneming dat koudetolerante dieren, zoals het rendier, gelijktijdig leefde met de warmbloedigen, zoals het nijlpaard. Deze laatste zou zelfs verhuisd zijn naar noord Engeland, Frankrijk en Duitsland gedurende de IJstijd. Een ijstijd na de Vloed kan dit unieke verdelingspatroon van dieren verklaren, omdat de winters mild waren, en de zomers koel. En ook zou noordwest Europa aanvankelijk relatief warm zijn vanwege de warme oceaan stromingen en de normale westelijke aanlandige wind. Landbruggen zoals die over de Bering straat en het Engels-Franse kanaal, zouden snelle verspreiding van dieren bevorderen na de Vloed(10) gevolgd door menselijke verspreiding.

Het klimaat van Siberië en Alaska zou aanvankelijk mild zijn gedurende de ijstijd. De Arctische oceaan was niet alleen vrij van ijs, maar zou ook relatief warm zijn. De temperaturen boven de omgevende continenten zouden beduidend hoger zijn dan nu het geval is.(11) De warme Noord Atlantische oceaan en Noord Stille Oceaan zouden ook bijgedragen hebben aan de warmte in deze streken, en ook de neerslag was hoger. De wollige Mammoet en vele andere soorten dieren zouden in het noorden een geschikt tehuis hebben gevonden, met voldoende voedsel, in Siberië en Alaska.(12) Wij veronderstellen dit vanwege de miljoenen botten en bewaarde karkassen in het ijs tengevolge van de snelle temperatuur daling aan het einde van de ijstijd.(13)

Tengevolge van het unieke klimaat na de Vloed, is het maximum van de ijstijd zeer snel bereikt in ongeveer 500 jaar. Dit is een schatting gebaseerd op de waarschijnlijke tijdsduur van de heersende processen. De belangrijkste variabele welke deze tijdsduur bepaalde is de oceaanwarmte, waardoor zeer veel vocht aanwezig was. Als de oceaan eenmaal was afgekoeld tot bepaalde drempel waarden, zou de hoeveelheid vocht aanzienlijk verminderen tot kritische waarden en zou het ijs gaan verdwijnen. Volgens Michael Oard is de benodigde tijd om de oceaan af te koelen afhankelijk van de oceanische en atmosferische warmtebalans-vergelijkingen toegepast op het klimaat na de Vloed. Natuurlijk is er speculatie bij een dergelijke schatting. Maximum en minimum inschattingen van de belangrijkste variabelen werden gebruikt. De initiële oceaan temperatuur werd geschat op 300 C en de drempel temperatuur, bij maximale ijsvorming, op 100 C. De tijd om maximale ijsvorming te bereiken werd geschat tussen 174 tot 1.765 jaren. Een zeer korte tijd vergeleken met uniformitarische schattingen. Deze beide cijfers zijn extremen. De beste schatting is waarschijnlijk 500 jaren.(14)

Samenvattend zegt Michael Oard dat de Vloed de basis is voor het ijstijdmodel na de Vloed. Omdat dit model de ontwikkeling van ijsdekken kan verklaren en levensvatbare oplossingen kan geven voor vele nog uitstaande ijstijd mysteries, zal de Vloed ook wel een betere basis zijn voor de voorijstijd vroege aardse geschiedenis. Als het principe van uniformitarische naturalistische evolutie niet de meest recente geologische periode kan verklaren, kan het ook geen goede basis zijn voor alle andere geologische perioden.

 Deel 2: Het smelten.

Omdat de temperatuur van het oceaanwater daalde tot ongeveer 100 C, vond er minder verdamping van water plaatsen waren er minder wolken op de hogere breedtegraden, en zo kon meer straling het aardoppervlak bereiken, en het ijs begon te smelten. Stormen werden droger en feller, terwijl rivieren begonnen te zwellen met smeltwater en sedimenten. Drastische ecologische veranderingen hadden invloed op planten en dieren. Sommige dieren stierven uit, en andere werden gedwongen richting evenaar te verhuizen. In deze tijd werd waarschijnlijk op de mammoet gejaagd in Siberië en Alaska, waar hij niet kon overleven.(15)

De relatief warme oceaan in het glaciale maximum, naar schatting 100 C, zou nog steeds een iets milder klimaat veroorzaken. Het vulkanisme zou nu afgezwakt zijn, en de zonneschijn in intensiteit toegenomen vergeleken met de opbouw fase. De aanwezigheid van ijsdekken zouden nog steeds zorgen voor koude lucht vanaf het continent waardoor de diepe oceanen in hogere breedtegraden verder afkoelden tot ca 40 C. Ook de winter atmosfeer op deze breedtegraden koelde af tot beneden de huidige waarden tengevolge van de verminderde hoeveelheid warmte en vocht in de lucht.(16) De volgende vraag is of de ijsdekken afsmolten gedurende de grote afkoeling? Het antwoord is een duidelijke Ja, en de vereiste tijd verbazingwekkend kort. De wetenschappelijke benadering om de smelttijd te berekenen, is uit de energie balans.(17) Deze benadering dateert van slechts de laatste decennia.(18) De onbekendheid met de energie balans vergelijkingen en hun gebruik in de berekening van de smelttijden is waarschijnlijk de reden waarom nu nog steeds lange smelttijden worden voorgesteld.

De winters werden kouder maar de zomers warmer dan tijdens de opbouwfase, maar koeler dan in het moderne klimaat. De sneeuwval was slechts licht, zodat de meeste warmte in de zomer beschikbaar kwam voor het smelten van de ijsdekken.(19)

Naarmate het klimaat na de Vloed afkoelde bevroor de Arctische oceaan. Zeeijs verspreide zich over de noordelijke Atlantische en Stille Oceanen, en werd uitgebreider dan thans het geval is. Gelijktijdig koelde de atmosfeer ook af, elkaar versterkend. Deze sterke afkoeling kan verklaren, waarom de Arctische Oceaan tegenwoordig bevroren is. Sommige onderzoekers zijn ervan overtuigd dat als de Arctische Oceaan plotseling zou ontdooien hij niet weer zou bevriezen.(20) Blijkbaar heeft een heel wat kouder klimaat dan ons huidige de Arctische Oceaan de eerste keer doen bevriezen.(21)

Ook de tropen koelden iets af tijdens de ijstijd, maar nadat het vulkanisme was afgenomen, warmden de lage breedtegraden sneller op dan de hogere breedtegraden. Dit zou betekenen dat de nood-zuid verdeling van de temperaturen tijdens de opwarmingsfase van de ijstijd groter was dan tegenwoordig, met de grootste gradiënt langs de randen van de ijsdekken. Als gevolg hiervan zou de straalstroom intenser zij en de storm breedtegraad (band) zou dan lager liggen.(22)

Uitsterven van de grote dieren.

We gaan nu het uitsterven van de grote dieren aan het einde van de ijstijd bestuderen. Als de associatie van verschillende dieren van verschillende klimaten al een mysterie is, het uitsterven van vele van deze grote dieren en ook vogels aan het einde, is ook een mysterie. In deze tijd werd het klimaat verondersteld op te warmen volgens de meeste uniformitarische theorieën, in tegenstelling tot de afkoeling van het na-Vloed model. Een verwant onopgelost mysterie van de uniformitarische theorie is de massale sterfte van de wollige mammoet in Siberië en Alaska.(23) Volgens de uniformitarische theorie, die oorspronkelijk 4 ijstijden voorstelde en nu 20 ijstijden(24), overleefden de grote dieren en soorten iedere ijstijd en interglaciaal. Maar alleen aan het einde van de laatste ijstijd stierven veel grote dieren uit en verdwenen zij van gehele continenten. Deze dieren zijn onder meer mammoeten, mastodonten, sabeltand tijgers en luiaards(25). N.Amerika werd in het bijzonder getroffen door het uitsterven van ca 34 soorten grote dieren, vergeleken met slechts 7 – 15 (afhankelijk van de onderzoeker) in alle voorgaande Pleistocene "ijstijden".(26) Bovendien, de grootste dieren werden bijvoorkeur gedecimeerd, en in tegenstelling tot andere uitroeiingen in de geologische kolom, werden de dieren niet vervangen in hun woongebieden door andere dieren.(27) Om het mysterie nog te vergroten, zwierven deze dieren over N.Amerika, Europa en Azië en hadden zij bovendien een grote tolerantie voor allerlei klimaten. Met andere woorden, na 200 jaar van het verzamelen van gegevens zijn de uniformitarische geleerden nog geen stap dichterbij een onderlinge overeenstemming over het uitsterven van de grote dieren. Het probleem ligt waarschijnlijk in hun aanname van het uniformitarisme. Het probleem van het ontbreken van uitstervingen na eerdere ijstijden is, dat er geen eerdere ijstijden waren.

Is het mogelijk dat de ijstijd na de Vloed verantwoordelijk is voor het uitsterven van vele grote dieren? Het antwoord is Ja. Eerst deden deze dieren het goed tijdens de ijstijd met een klimaat met nattere milde winters, in tegenstelling tot de uniformitarische verwachtingen. Alhoewel grote dieren de kou beter kunnen trotseren dan kleine dieren, kunnen zij dat alleen als er voldoende voedsel is. Een natter klimaat zou voldoende voedsel produceren. Gedurende de opbouwfase van de ijsdekken, was het klimaat niet koud genoeg voor het uitroeien van de dieren. Toen de ijsdekken gingen smelten werden de winters kouder, niet warmer zoals sommige autoriteiten geloven. Als gevolg daarvan werden de grootste dieren het zwaarste getroffen door voedsel gebrek. Zij hadden kunnen migreren, maar als het gebied waarover de afkoeling plaatsvond te groot was, konden zij niet op tijd wegkomen naar een geschiktere woonomgeving buiten dat gebied.

Hier komt de mens als jager op het toneel om het karwei af te maken. De mens had zich nu zo ongeveer over de hele wereld verspreid na de ervaring van Babel zoals Genesis 11 beschrijft en had ook het koude klimaat ervaren. Fruit en ander voedsel werd schaars. Hij zal deze grote dieren goede prooien gevonden hebben en waarschijnlijk het enige voedsel beschikbaar. Het feit dat de mensen op grote dieren jaagden, in het bijzonder de mammoet, wordt getoond op grot tekeningen van Neanderthal en Cromagnon grotten van deze dieren.(28) Creationisten beschouwen de Neanderthaler en Cromagnon mensen als gewone mensen en niet als prehistorische voorouders van de moderne mens zoals naturalistisch evolutionaire geleerden deze mensen zien die leefden tienduizenden jaren gelden. In Noord Amerika werden vier mammoeten gevonden met speerpunten in hun botten.(29) Speerpunten werden ook gevonden in mastodonten in noord Amerika en een toxodon in zuid Amerika.(30) Gebrande botten van diverse dieren werden gevonden met restanten van een menselijke cultuur.

Wij kunnen concluderen dat mensen een bijdrage leverden aan het uitsterven van de grote dieren, maar niet dat zij die uitroeiden, zoals de overleving van andere grote dieren bewijst. Klimaat verandering is de andere grote boosdoener. En nogmaals, de reden dat er weinig uitroeiingen waren na de voorgestelde uniformitarische ijstijden, is dat er geen andere ijstijden waren.(31)

Wat gebeurde er met de vele wollige mammoeten in Alaska en Siberië? Dit is een belangrijk onderdeel van wat de gebeurtenissen aan het einde van de smelt periode van de ijstijd. Oard, na diepgaande studie van het bewijsmateriaal van anderen en van zichzelf, komt tot het volgende:

Ten eerste, een miljoen of meer goed doorvoedde mammoeten, samen met andere dieren, leefden in een klimaat dat toen veel warmer was dan het huidige, en zonder permafrost (gedeeltelijk bevroren, veenachtige bovengrond van enkele decimeters dik op een bevroren ondergrond).

Ten tweede, het klimaat werd veel kouder, waardoor de mammoeten stierven maar hun overblijfsel werd bevroren in de permafrost die gelijktijdig zich ontwikkelde. De afkoeling was zeer snel (anders hadden de mammoeten de tijd om uit Siberië en Alaska te migreren, maar niet zo snel dat de meeste andere dieren wel konden ontsnappen.(III)

Ten derde, omdat er zo weinig bevroren karkassen zijn, was de catastrofe niet een snelle lokale vorst, zoals sommige populaire verhalen suggereren. De meeste mammoet karkassen verteerden vóór de bedekking, waardoor er voldoende tijd was voor normale vertering.

Ten vierde, na de begrafenis bleef de grond bevroren tot vandaag. De klimaat verandering naar veel koudere omstandigheden was permanent.

Al met al betreft het dus een vrij snelle verandering van een mild klimaat naar een zeer streng koud klimaat. Het klimaat aan het einde van de snelle ijstijd na de Vloed beantwoord de meeste vragen rondom de dood van de wollige mammoet in Siberië en Alaska.(32)

Michael Oard en zijn vrouw Beverly Oard, in hun onderhoudende en minder technische boek getiteld Life in the Great Ice Age, maken de volgende rechttoe conclusies:

  1. Er is nauwelijks bewijs voor vele ijstijden op land. Praktisch al het ijs puin is van slechts één ijstijd.
  2. Zomers moeten ongeveer 13 tot 260 C afkoelen om een ijstijd te veroorzaken. Het is gemakkelijk deze afkoeling te begrijpen met de unieke klimaat condities die de Vloed volgden. Maar hoe zouden deze zelfde omstandigheden 15 keer of meer kunnen plaatsvinden?
  3. Wisconsin heeft nooit een ijsdek gekend, Het is eenvoudiger om dit niet bevroren gebied uit te leggen met één ijstijd dan met vele. Als er 15 of meer ijstijden waren geweest, dan zou toch zeker één Wisconsin hebben bedekt.
  4. De ijstijd eindigde niet zo lang geleden. Dit kan men concluderen uit het puin. Het meeste ziet er vers uit, alsof het recent is afgezet. Ook de vele glinsterende geschuurde oppervlakken bewijzen dit. Dit bewijst dat het ijs recent verdween en nog aan het verdwijnen is, en niet 10 tot 15 duizend jaar geleden, zoals naturalistische evolutionisten willen doen geloven.(IV)
  5. Vele evolutionistische wetenschappers geloven dat er opnieuw een ijstijd komt. Zij geloven dat er vele ijstijden in het verleden zijn geweest en dat er dus nog meer zullen zijn in de toekomst. Sommigen verwachten de volgende ijstijd vrij spoedig.
  6. De reden dat evolutionisten geloven dat er een nieuwe ijstijd komt is omdat zij niet in de Bijbel geloven, en gissingen maken omtrent de toekomst.

De Oards concluderen: "De Bijbel vertelt ons dat de Vloed van Noach’s dagen éénmalig was. Het was de Vloed, die het klimaat zodanig veranderde dat het de omstandigheden schiep voor de ijstijd. God gaf ons de regenboog als belofte dat Hij nooit meer een wereldwijde vloed zou sturen. Dus kan er ook geen nieuwe ijstijd komen."(33)

De zwakheid van het uniformitarische model.

Aangezien het uniformitarische model niet in staat is om de vele mysteries op te lossen, zou dit model moeten worden verworpen, samen met zijn bijhorende theorieën: de theorie van de evolutie en van de oude aarde. Een revolutie of verandering in beeldvorming in de historische wetenschap zou het resultaat zijn. Vele onderzoeksconclusies zullen moeten worden heroverwogen. De bijdrage aan de wetenschap en het leven zou overweldigend positief zijn. Nieuwe gegevens met betrekking tot de geschiedenis van de Aarde komen ieder weer ter beschikking. Veel van deze gegevens zijn opgenomen in het uniformitarische model, of het nu echte of vermeende gegevens zijn. Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van deze gegevens, omdat het verzamelen van gegevens gebonden is aan de theorie die men aanhangt. Veel van de nieuwe maar ook oude gegevens moeten opnieuw worden beoordeeld binnen de Schepping-Vloed visie. Dit vereist tijd. Duizenden uniformitarische geleerden hebben 150 jaar besteed en miljarden euro’s besteed aan het uniformitarische model van de Aardse geschiedenis. Geduld is nodig om de informatie over een bepaald onderwerp te ontcijferen. Niet elk mysterie uit het verleden zal worden ontrafeld. Creationisten en anderen zullen geduld moeten uitoefenen en niet te snel tot conclusies komen. Maar met tijd en inspanning zullen vele aspecten van het Schepping-Vloed model kunnen worden ingevuld en leiden tot een superieur model van het prehistorische verleden.(34)

Michael Oard concludeert: "Een snelle ijstijd na de Vloed ondersteunt de Genesis Vloed, en ondersteunt de historiciteit van de Bijbel. Het geeft ook geloof in de God van de Bijbel en de geestelijke boodschap in de Bijbel. Een God die de Aarde in handen heeft, kan een wereldwijde Vloed veroorzaken en een ijstijd kan toestaan is een zeer machtige God. Hij is zelfs sterker en intelligenter omdat Hij het Heelal heeft geschapen. Hij is een meester wiskundige, ingenieur en kunstenaar. Alleen de God van kracht en liefde beschreven in de Bijbel kan dat."(35)

Ik ben getraind in het onderwijs van de B vakken en geloof zelf ook niet dat het waarschijnlijk is dat deze precieze opvolging van omstandigheden weer zullen plaatsvinden buiten de unieke omstandigheden veroorzaakt door de catastrofale omstandigheden van de wereldwijde Vloed van de Bijbel. De wetenschappelijke waarnemingen en bewijs materialen gepresenteerd in dit boek van Oard betreffende de ijstijd en rekening houdend met de historische documentatie van de wereldwijde Vloed, zoals in Genesis gegeven in de hoofdstukken 7 en 8, helpen de waarheid van de Bijbel te begrijpen. Ook blijkt hieruit dat werkelijk objectief wetenschappelijk streven en waarnemingen niet in strijd zijn met het scheppingsverhaal van de Bijbel. Wij kunnen wetenschappers zijn en geloven en zien dat de wetenschap het bijbelse scheppingsverhaal ondersteunt. Ook zien wij dat God’s speciale schepping, de mens, niet door toeval over miljoenen jaren is ontstaan, maar door speciale schepping door de schepper God.

Dr Henry Morris geeft in zijn boek Men of Science, Men of God, Great Scientists Who Believed the Bible, een korte biografie van 100 christelijke wetenschappers (o.a. Johann Kepler, Isaac Newton, Louis Pasteur, George Washington Carver, Werner von Braun) die de Bijbel geloofden. Johann Kepler, grondlegger van de fysische astronomie, schreef het motto: "God’s gedachten denken, na Hem", dat vele wetenschappers adopteerden in hun pogingen om de wetenschappelijke principe te ontsluiten van de natuur.(36) Deze wetenschappelijke principes kunnen ons leven werkelijk verbeteren door de erkenning van onze almachtige Schepper God, en ons bereid maken om zijn zegeningen te ontvangen. Ik heb de zegeningen van de wetenschappers Michael en Beverly Oard ontvangen, omdat ik nu de grote IJstijd begrijp die het gevolg was van de Genesis Vloed(37).

Referenties:

(1) Oard, Michael J. (1990) An Ice Age Caused B.y the Genesis Flood, Institute for Creation Research, El Cajon, CA

(2) Brown, R. H. (1990) in Foreword to: Oard, Michael J., An Ice Age Caused By the Genesis Flood, Institute for Creation Research. El Cajon, CA, xi-xii

(3) Oard, M. and Oard, B. (1993) Life in the Great Ice Age, Master Books, Green Forest, AK, p. 72

(4) Oard, M. J. (1990) pp. 187-197

(5) Oard, M. J. (1990) pp. 190-191

(6) Oard, M. J. (1990) pp. 187-188

(7) Oard, M. and Oard, B. (1993) p. 62

(8) Oard, M. and Oard, B. (1993) pp. 62-63

(9) Oard, M. J. (1990) p. 188

(10) Oard, M. J. (1990) pp. 188-189

(11) Newson, R. L. (1973) Response of a General Circulation Model of the Atmosphere to Removal of the Arctic Ice-Cap, Nature 241: 39-40

(12) Oard, M. J. (1990) p. 190

(13) Oard, M. and Oard, B. (1993) p. 67

(14) Oard, M. J. (1990) p. 190

(15) Oard, Michael J. (1990) 109

(16) Oard, Michael J. (1990) 33-91

(17) Oard, M. J. (1990) 109-110

(18) Hay, J. E. and Fitzharris, B. B. (1988) A Comparison of the Energy-Balance and Bulk-Aerodynamic Approaches for Estimating Glacier Melt. Journal of Glaciology, 34 (117): 145

Pollard, J. (1980) A Simple Parameterization for Ice Sheet Ablation Rate. Tellus 32: 384

(19) Oard, Michael J. (1990) 114

(20) Fletcher, J. O. (1968) The Influence of the Arctic Pack Ice on Climate. Causes of Climatic

Change also Meteorological Monographs 8(30), American Meteorological Society, Boston, 93-99

(21) Oard, Michael J. (1990) 110

(22) Oard, Michael J. (1990) 111

(23) Oard, Michael J. (1990) 124-125

(24) Oard, M. J. (1990) pp. 187-188

(25) Oard, Michael J. (1990) 25

(26) Mcdonald, J. N. (1984) The Reordered North American Selection Regime and Late Quaternary Megafaunal Extinctions. Quaternary Extinctions: A Prehistoric Revolution, The University of Arizona Press, Tucson, AZ, 415

(27) Lewin, R. (1987) Domino Effect Invoked in Ice Age Extinctions. Science 238: 1909

(28) Oard, Michael J. (1990) 125, 128

(29) Sutcliffe, A. J. (1985) On the Track of Ice Age Mammals. Harvard University Press, Cambridge, MA 82-104

(30) Marshall, L. G. (1984) Who Killed Cock Robin? Quaternary Extinctions: A Prehistoric Revolution, The University of Arizona Press, Tucson, AZ, 790

(31) Nilsson, T. (1983) The Pleistocene. Geology and Life in the Quaternary Ice Age, D. Reidel Publishing Co., Boston, MA, 415, 428

(32) Oard, Michael J. (1990) 127, 128

(33) Oard, Michael J. (1990) 128-133

(34) Oard, M. J. (1990) pp. 196-197

(35) Oard, M. J. (1990) p. 197

(36) Oard, Michael J. and Oard, Beverly (1993) 70-71

(37) Morris, Henry M. (1982) Men of Science, Men of God?Great Scientists Who Believed the Bible, Master Books, Green Forest, AK, 12-13

Home

 

Artikelen