
Polonium Radio Halos: Verschillende Interpretaties door Creationisten.
Niveau: SA
Geschreven door Dan Reynolds, Ph.D. op zondag 1 januari 2006
Vertaling: Ir A.Hekstra
onge Aarde creationistische
wetenschappers, die het met elkaar eens zijn betreffende de bijbelse
boodschap met betrekking tot de Schepping, kunnen best van mening
verschillen over de interpretatie van natuurlijke fenomenen. Dat is het
geval met de wetenschappers Robert Gentry (1) en Andrew Snelling (2) betreffende de radiohalo’s.(3)

Radiohalo’s zijn gebiedjes van verkleuring in gesteente die radioactieve elementen bevatten die alfa verval ondergaan. Alfa verval vindt plaats als een radioactief element een energie rijk alfa deeltje uitstraalt . Een alfa deeltje bestaat uit 2 protonen en 2 neutronen, de kern van een helium atoom. Een alfa deeltje wordt uitgestraald met een hoeveelheid energie die karakteristiek is voor het ouder radioactief element. Een uitgestoten alfa deeltje reist van het ouder atoom vandaan in rechte lijn totdat zijn kinetische energie is opgeraakt. Eenmaal tot rust gekomen neemt het elektronen uit zijn nieuwe omgeving op waarbij de omgeving wordt gekleurd en een helium atoom wordt gevormd. De alfa deeltjes worden willekeurig welke richting ook uitgestraald maar stoppen allemaal op dezelfde afstand van het ouder atoom (Figuur1). Nadat genoeg alfa deeltjes zijn uitgestraald ontstaat een bolvormige schaal van verkleuring. Dwarsdoorsneden van deze verkleurde gebiedjes kunnen met een optische microscoop worden bestudeerd.
Het Uranium (238U) isotoop vervalt uiteindelijk in lood (206Pb) via 14 tussen elementen, waarvan er 8 zijn ontstaan na alfa verval (zie Figuur 2). Elk van deze tussen-elementen kunnen een radiohalo vormen, met zijn eigen typerende grootte.
In
theorie kan gloeiend heet water uranium en zijn dochters (verval
producten) vervoeren door het gesteente heen langs splijtvlakken en
gangen. Soms kan, gedurende het transport, een element reageren met
materiaal van het gesteente en vast komen te zitten. Op deze plekken
kunnen meer atomen van hetzelfde element zich verzamelen. Uiteindelijk
zullen genoeg atomen verzameld zijn nodig(4) (er zijn 108 atomen nodig) om een radiohalo te vormen. Radiohalo’s verdwijnen als de temperatuur hoger dan 1500 C(5) wordt, en heet water transport stopt beneden 500 C. Dus ze bestaan alleen bij temperaturen tussen 50 en 1500
C. Het gesteente heeft dit temperatuur traject slechts gedurende enkele
weken, omdat het stromende water de warmte op efficiënte wijze kan
verwijderen. Naarmate het verzamelde element vervalt, vormt zich de
radiohalo en accumuleren de verval producten. Alle verval producten
hebben hetzelfde middelpunt. Het resultaat is dus een aantal
concentrische schalen van verkleuring.
Diverse technieken zijn ontwikkeld om de radiohalo’s te bestuderen. Alfa verval tijdens het transport vormt alfa terugstoot afdrukken op het gesteente, die onder een microscoop kunnen worden bestudeerd, na behandeling van een gesteente spleet met zuur. Zo kan zelfs één enkele kras gezien worden. Uranium ondergaat zowel verval als splijting. Splijting afdrukken kunnen zichtbaar worden gemaakt met dezelfde techniek. Als uranium door het gesteente beweegt zouden splijtingsafdrukken het pad van de beweging verraden. Met massa spectrometer technieken kan men de centra van de radiohalo’s analyseren. Zo kan men ook de verval producten van de splijting bepalen. Fotografische emulsies en neutronen bombardementen zijn gebruikt om na te gaan of de centra van de radiohalo’s nog steeds radioactiviteit bevatten.
Er zijn drie isotopen van polonium (Po) in de verval reeks van 238U. Dit zijn 218Po, 214Po, en 210Po,
met halfwaarde tijden van respectievelijk 3 minuten, 164 microseconden
en 138 dagen. Het verbazingwekkende is dat er radiohalo’s zijn in
het precambrische graniet (het basis gesteente van de Aardkorst) die
uitsluitend toegeschreven kunnen worden aan deze polonium isotopen
zonder enig teken van radiohalo’s van voorganger elementen, dat
wil zeggen, dat het polonium zonder ouder lijkt, dus "verweesd" is.
Veel van deze polonium halo’s zijn geïsoleerd van enige
nabije uranium halo’s die theoretisch de bron zouden kunnen zijn
van het polonium of van zijn voorgangers. Bovendien er zijn geen
aanwijzingen van alfa terugstoot afdrukken, uranium splijting sporen,
of leidingen die naar deze radiohalo’s leiden gevonden. De
normale voorouder van 218Po is de alfa straler 222Ra, een gas met halfwaarde tijd van 3,8 dagen. Als dit radon gas de voorloper was van 218Po
zou er een spoor gevonden moeten zijn van zijn alfa terugstoot afdruk,
maar er is niets gevonden. Het type lood dat verwacht mag worden van
polonium alleen, is gevonden zonder uranium in de radiohalo centra.
Geen spoor van voorhanden zijnde radioactiviteit was gevonden; de
radioactiviteit verantwoordelijk voor de halo’s was verdwenen,
waarmee extra bewijs werd verkregen dat de halo’s niet afkomstig
waren van uranium. De uitdaging is nu te verklaren hoe deze
halo’s ontstaan zijn, die volgens alle bewijzen alleen van
polonium gevormd zijn. Als je beweert dat zij afkomstig zijn van het
transport van uranium verval producten brengt dat met zich het
probleem, dat je moet verklaren waarom er geen alfa uitstoot afdrukken
of splijting sporen in de buurt van de halo’s zijn. Hoe konden
deze kort-bestaande elementen door het gesteente getransporteerd zijn
zonder een spoor na te laten? De temperaturen waarbij transport en
bestaan mogelijk zijn duren kort tengevolge van de snelle afkoeling.
Bovendien werden ouderloze polonium halo’s gevonden in fluoriet,
een mineraal zonder splijtvlakken en gangen zodat de transport
hypothese absoluut onwaarschijnlijk wordt. De mogelijkheid dat polonium
radiohalo’s afkomstig zijn van een tot nu toe onbekende verval
reeks (niet uranium) wordt experimenteel en theoretisch uitgesloten. De
gegevens suggereren snelle (in minuten) afkoeling en kristallisatie van
de granieten die de polonium halo’s bevatten. Waren zij langzaam
afgekoeld, dan zou de warmte de halo’s hebben uitgewist.
Voorpagina van de Nederlandse vertaling op http://home.hetnet.nl/~genesis/
Daarom kwam Gentry tot de conclusie dat de enige uitleg voor ouderloze polonium halo’s was een snelle schepping van het gesteente met polonium door God. Door deze redenering – omdat polonium niet afkomstig was uit uranium maar door God’s scheppingskracht in een moment geschapen was - reduceerde de tijd nodig voor de nucleosynthese(6) (vorming van de elementen) tot de vorming van de Aardkorst van miljarden jaren tot enkele minuten. De polonium halo’s werden gezien als de vingerafdruk van God’s creatieve werk.
Snelling – bekend met het werk van Gentry en van zijn conclusies – voerde veldonderzoek uit om vast te stellen of er enig bewijs was voor een natuurlijk mechanisme voor de vorming van ouderloze polonium halo’s. Diverse gesteente vormen werden gevonden die ouderloze polonium halo’s bevatten. Hij concludeerde dat deze radiohalo’s afkomstig waren van uranium en niet van directe schepping. Hij redeneerde dat metamorf (Gesteente dat gevormd is uit reeds bestaand gesteente door grote druk of hitte. Het gesteente smelt niet gedurende het proces) gesteente werd gevormd tijdens de Vloed en niet tijdens de schepping’s week. Gentry heeft lange tijd beweerd dat polonium halo’s die in metamorf gesteente gevonden werden afkomstig waren van gesteente geschapen in de scheppingsweek en verplaatst maar verder niet veranderd. In het licht van de gegevens ontdekt door het RATE (Radiometric Dating and the Age of the Earth) project naar perioden met versneld radioactief verval in het verleden (bijvoorbeeld behoud van helium in zirkoon), speculeert Snelling dat polonium halo’s gevonden in metamorf gesteente vormde tijdens de Vloed en een versnelde periode van radioactief verval. Dit laatste zou blijken uit de rijpheid van de geassocieerde uranium halo’s (halo’s van meerdere splijt producten in de reeks) en het aantal splijting sporen, beide overeenkomend met grote hoeveelheden radioactief verval. Aangenomen wordt, dat versneld nucleair verval een rijke bron van polonium en zijn ouder elementen, zou hebben geproduceerd. Geochemische veranderingen in gesteenten produceren vaak water als bij product. Dit hete water zou dan het transport medium zijn voor polonium en zijn ouder-elementen door de splijtvlakken en gangen naar plaatsen waar zij konden accumuleren en uiteindelijk ouderloze radiohalo’s achterlaten. Terwijl Snelling zegt dat de meeste polonium radiohalo’s gewoonlijk geassocieerd zijn met nabij uranium, terwijl Gentry gezien heeft dat polonium halo’s juist verwijderd waren van nabij uranium en schijnbaar geïsoleerd van duidelijke splijtvlakken, kristal defecten of gangen. Bovendien heeft Snelling niet gekeken naar alfa terugstoot afdrukken, hetgeen juist zijn bewering sterk zou ondersteunen. Gentry heeft ooit gezegd dat als iemand een stuk graniet ter grootte van een hand zou kunnen maken met slechts één 218Po halo erin, dan zou hij zijn verklaring van de onmiddellijke schepping van de Aardkorst als vervalsing beschouwen. Het is interessant om te weten, dat als granieten wordt gesmolten en afgekoeld, dan ontstaat rhyoliet, een gesteente met een andere textuur en minerale samenstelling.
Het is best mogelijk dat er twee mechanismen zijn voor de vorming van ouderloze polonium halo’s, één door directe schepping door God van de Aardkorst, en de ander een transport mechanisme. Wat verder onderzoek ook aan het licht zal brengen, deze christen wetenschappers hebben hun toewijding aan God en Zijn Woord getoond door hun uitstekende wetenschappelijke werk. Zij tonen hoe christenen van mening kunnen verschillen maar toch beide getrouw blijven aan God’s Woord.
Literatuur en notities
(1) Robert Gentry is erkend specialist inzake radiohalo’s. Hij schreef een boek over dit onderwerp getiteld: Creation's Tiny Mystery (Earth Science Associates, 1992). De figuren in dit artikel komen uit zijn boeken zijn geplaatst met zijn toestemming. Het hele boek is beschikbaar online in het Engels op de website http//www.halos.com/book/index.htm en in het Nederlands op http://home.hetnet.nl/~genesis/ met als titel Vingerafdrukken van de Schepping.
(2) Andrew Snelling is geoloog die polonium radiohalo’s bestudeerde als onderdeel van de recente RATE (Radioisotopes and The Age of the Earth) studie. Resultaten van zijn werk zijn gepubliceerd in
(a) http://www.icr.org/pdf/research/ICCRADIOHALOS-AASandMA.pdf
(b) DeYoung, Don Thousands Not Billions (Master Books, 2005), Hoofdstuk 5;
(c) Snelling, Andrew Impact 386 (August 2005) – on the web at http://www.icr.org/index.php?module=articles&action=view&ID=2467.
(3) Voor een uitstekend overzicht over radiohalos in het algemeen, zie Radioisotopes and the Age of the Earth (ICR, CRS, 2000), Hoofdstuk 8, door Snelling.
(4) Referentie 1, Appendix, Gentry 1968.
(5) Referentie 2b, p. 86.
(6) Nucleosynthese is het proces van element vorming door nucleaire fusie dat plaatsvindt in sterren. Volgens de traditionele astronomie werden alle elementen gemaakt op deze wijze in de sterren gedurende miljarden jaren van stervorming via vele generaties van sterren.
Mededling van Rinus Kiel:
http://people.zeelandnet.nl/kielmp/
Het volgende vond ik op Internet, en het leek mij interessant genoeg om het even te melden.
Recentelijk is bij onderzoekingen in de Jack Hills in het
Murchison-gebied in West-Australië een isotoop van het metaal
hafnium gevonden in zirkoonkristallen in gesteente dat volgens de
gebruikelijke datering rond 4,35 miljard jaar oud is. O.a. de
aanwezigheid van bepaalde zuurstof-isotopen wijst erop dat de aarde
toen koel was, continenten had zoals nu, en ook oceanen die van de
huidige nauwelijks verschillen. De conclusie van de onderzoekers is,
dat de aarde er toen, minder dan 100 millioen jaar vanaf zijn ontstaan,
uit zag zoals nu, en dat zij als het ware in een oogwenk als een koele
planeet moet zijn ontstaan! Volgens de leider van het onderzoek, de
Australische prof. Harrison, hebben we nu meetbare gegevens in handen
over de vroegste geschiedenis van de aarde, in plaats van de mythen
waarmee we het tot nu toe moesten doen. Deze ontdekkingen laten ook
geen plaats aan een zgn. 'oersoep' die voor het ontstaan van leven
nodig zou zijn geweest.
Het verhaal is o.a. te vinden op de volgende Internet-pagina:
http://courses.biology.utah.edu/carrier/2010/Readings/1_18_06_cool_early_earth.pdf
Met vriendelijke groet, Rinus Kiel.
| |
||||||