Gods schepping

Snelle Geologische processen

 http://www.tasc-creationscience.org/

Geschreven door Dan Reynolds, Ph D. Deel I op dinsdag 1 april 2003 en Deel II op 1 mei 2003.

Vertaald Door Ir A.Hekstra

Deel I

Uranium en Polonium halo'ser zijn veel natuurlijke processen die volgens evolutionistische geologen vele duizenden tot miljoenen jaren nodig hebben. Creationisten hebben echter lange tijd volgehouden dat de meeste geologische processen snel plaats vinden onder gunstige omstandigheden. Enkele van deze fenomenen zijn onder andere de vorming van het precambrische graniet ‘basis’gesteente van de Aardkorst, radioactief verval, vorming van kloven, vorming van versteende bossen, steenkool vorming, het snelle afzetten van sediment lagen, vorming van klastische dijken (Klastisch gesteente = afzettingsgesteente dat is gevormd uit de losgeraakte fragmenten van reeds bestaande gesteenten), vorming van uitgebreide fossielen velden, stalactiet en stalagmiet vorming. Bewijs voor de snelle vorming van het granietisch basis gesteente is afkomstig van de studie van polonium radiohalo’s.(1) Polonium, één van de verval elementen van de Uranium vervalreeks die eindigt in lood. Het vervalt door de uitstoting van alfa deeltjes (helium kernen) met karakteristieke kinetische energie. Deze alfa deeltjes dringen door in het omringende gesteente en komen uiteindelijk tot rust en vormen helium gas, door het opnemen van elektronen uit de omgeving. Het gesteente is verkleurd waar de alfa deeltjes stoppen. Na accumulatie van voldoende deeltjes ontstaat een bol van verkleuring. Doorsneden van de bol verschijnen als een ring die men een radiohalo noemt. Het laatste verval product van polonium is lood. Het lood kan worden geanalyseerd om te weten te komen welke isotopen het bevat. Verschillende elementen geven een verschillende halo en verschillend loodisotoop.

Van de meeste van deze elementen die halo’s vormen, denkt men dat ze afkomstig zijn uit uranium en dat zij door hydrothermale actie (transport door heet water) verplaatst zijn in het graniet. Men kan het pad waarlangs de alfa deeltjes zijn verplaatst en die ouder en dochter elementen verbindt waarnemen, ook al was het slechts één gebeurtenis. Studies hebben aangetoond dat er miljoenen polonium halo’s zijn in graniet, die ringen hebben en lood, dat alleen afkomstig is van polonium en die geen paden hebben die ouder en het dochter polonium met elkaar verbinden. Een ander interessant detail met betrekking tot de radiohalo’s is dat zij verdwijnen bij temperaturen beneden het smeltpunt van graniet. Omdat sommige polonium isotopen een zeer korte halfwaarde tijd hebben (één zelfs korter dan 1 seconde), is de enige mogelijke conclusie onmiddellijke schepping. Met andere woorden, het polonium is gelijktijdig geschapen als het graniet en toen het graniet relatief koel was. Het lijkt erop dat het graniet is ontstaan door het Woord van Iemand. Zie Polonium radio halo’s verschillende interpretaties en Helium diffusie in biotiet.

Er is nu onweerlegbaar bewijs dat er ooit versneld radioactief verval heeft plaatsgevonden.(2) Het helium dat ontstaat uit radioactief verval wordt vaak in zirkoon gevormd binnen biotiet, een mineraal in graniet. Laboratorium onderzoek heeft aangetoond, dat de diffusie snelheden van helium door zirkoon en biotiet snelle processen zijn. De uranium halo’s in biotiet zijn vaak volledig ontwikkeld, en hebben ringen van alle uranium dochter producten en de lood samenstelling die verwacht mag worden van verschillende ouders; er moet veel helium gevormd zijn uit al dit verval. Het is interessant dat men tegenwoordig veel meer helium vindt in biotiet dan men zou verwachten op basis van de bekende helium diffusie snelheid en de aanname dat de snelheden van radioactief verval van uranium en zijn dochter elementen zijn zoals tegenwoordig. De hypothese die alle gegevens verklaard is dat er één of meerdere episoden moeten zijn geweest in de afgelopen 6.000 jaar met snel en uitgebreid radioactief verval; het helium heeft nog niet de tijd gehad om uit het gesteente te diffunderen. Dit verklaart ook waarom het helium gehalte in de atmosfeer zo laag is (weer constante snelheden aannemend). Deze perioden van snel radioactief verval kunnen in de eerste drie dagen van de schepping of tijdens de vloed hebben plaatsgevonden.

De vulkanische uitbarsting van Mout St Helens in de begin 1980’er jaren, waren een goudmijn voor creatie gelogen.(3) Op 18 mei 1980, vond de eruptie plaats, met een kracht vergelijkbaar met 30.000 atoombommen (Hiroshima klasse) waardoor de top van de berg met bijna 400 m werd verlaagd en 57.600 km2 bos in 6 minuten tegen de vlakte werd gegooid en een aardverschuiving van 0,5 km3 tot gevolg had. Deze aardverschuiving veroorzaakte een golf van 250 m hoogte in het nabijgelegen meer, Spirit Lake, waardoor een bos in het meer werd geveegd. Naderhand bleek het meer bedekt te zijn met 1 miljoen kale boomstammen zonder bast, takken of wortels. De Aardverschuiving liet een krater en lava koepel achter. Modder verschuivingen van drie erupties over een twee jarige periode vormden meer dan 180 m dikke sediment afzetting van fijne laagjes. Een kloof ontstond ter grootte van éénveertigste van de Grand Canyon in vast gesteente in één dag! De kloof heeft nu een stromende rivier, waardoor het lijkt dat de stroom de kloof uitsleet door erosie, maar toch was de kloof er eerst. Het potentieel van catastrofale gebeurtenissen om serieus geologische werk te verzetten is voor altijd vastgelegd.

De 200 m dikke afzetting met fijn laagjes wekt de indruk dat hij afgezet werd door een uniform proces over een lange periode. Snelle afzetting van opvolgende laagjes werd ook voorgesteld in veel andere plaatsen door het ontbreken van biologische verstoring, gebrek van bodemlagen, de aanwezigheid van fossielen die door meerder lagen steken (polystraat), vervorming door zachte afzettingen, en beperkte mate van discontinuïteiten.(4)

Biologische verstoring heeft betrekking op biologische activiteit die kon worden verwacht in een sedimentatie laag als deze lang genoeg onbedekt was gebleven voor een biologische gemeenschap om zich te ontwikkelen. Als deze ontbreekt betekent dit dat de laag niet lang onbedekt bleef. Ook zou bodemvorming plaats kunnen vinden in een onbedekte laag; gebrek aan gronddeeltjes tussen lagen betekent dat de lagen snel na elkaar werden afgezet.

DiscontinuiteitDe aanwezigheid van polystrate fossielen, zoals boomstammen, die meerdere meters door veel lagen heen steken, demonstreren duidelijk snelle afzetting van de lagen. Lagen die afgezet zijn drogen op en worden na verloop van tijd hard en bros. Als de ondergrond omhoog wordt gedrukt, breken en lagen. Als er geen barsten te zien zijn maar er is duidelijk te zien dat de grond omhoog kwam, dan is dat gebeurt toen de laag nog zacht was, dus vlak nadat de lagen zijn afgezet. Er zijn afzettingslagen in de Kabak monoklien in de Grand Canyon die 90 graden bochten maken tengevolge van omhoog drukken van de sedimentaire lagen, maar toch niet gebroken zijn.(5)

Discontinuïteit                         

Discontinuïteiten ontstaan als de gebruikelijke vlakke ligging van sedimentatie lagen wordt onderbroken door lagen die onder een hoek met de eerdere horizontale lagen liggen. Deze situatie suggereert dat er veel tijd lag tussen de afzetting van de horizontale en schuine lagen. Vaak blijkt, als je de lagen verderop – honderden kilometers - bekijkt, dat ze dan steeds meer parallel lopen, zonder enige aanduiding van de oorzaak. Bekijkt men deze discontinuïteiten over korte afstand dan lijkt het net of er een lang tijd ligt tussen de twee afzettingen maar in feite is dat niet het geval.

Klastische dijken vormen een ander bewijs voor snelle opvolgende afzetting. Dit zijn verticale schachten van materiaal die door meerdere sedimentatie lagen steken. Sommige bestaan uit zand en men denkt dat zij zijn ontstaan van bovenaf door erosie en transport van materiaal door openingen in de lagen. Maar er zijn ook gevallen waar de korrel grootte van het zand in de dijk evengroot is als dieper liggende zandsteen lagen en ophoog werd gespoten onder hoge druk. De sleutel tot de verklaring is, dat de zandsteen lagen zacht moeten zijn geweest om dit proces mogelijk te kunnen maken. Dat betekent dat de zandsteenlaag en de lagen erboven allemaal zacht moeten zijn geweest toen de dijken werd gevormd, of met andere woorden, dat de lagen gelijktijdig zijn gevormd.

Deel II

Er is krachtig bewijs voor een snelle opvolgende sedimentatie afzetting, uit de analyse van polonium halo’s die werden gevonden in steenkool monsters uit het Trias, Jura en Eoceen, die volgens sommigen 230 – 60 miljoen jaar geleden werden afgezet. Polonium (210Po) halo’s (halfwaarde 138,4 dagen) gevonden in steenkool van drie verschillende perioden, hebben zeer sterke overeenkomsten hetgeen een sterke aanwijzing is voor snelle vorming. Vele van deze halo’s zijn in feite dubbele halo’s met hetzelfde centrum, maar waar de ene halo ovaal is en de andere rond. De beste uitleg hiervoor is de volgende. Grote bosgebieden stonden onder water. Terwijl het hout verzadigd was met water drong uranium naar binnen. Het uranium verviel en het gevormde lood (210Pb) concentreerde zich in bepaalde plaatsen die men inclusies noemt.(1) Het 210Pb verviel (bèta) tot 210Po dat een halo vormde. Na enige tijd werd het hout samengedrukt een maakte van de polonium radiohalo een ovaal. Dit samendrukken werd waarschijnlijk veroorzaakt door grote hoeveelheden sedimenten uit de Vloed. Het overgebleven polonium verviel ook en vormde een normale ronde halo waardoor de dubbele halo werd gecompleteerd. De dubbele halo’s van 210Po doen vermoeden dat de tijd verlopen tussen het indringen van de radioactiviteit en samendrukken van het hout minder dan een jaar duurde. Bovendien waren de verhoudingen tussen radio-actieve isotopen en dochter elementen hetzelfde in deze afzettingen, waaruit ook bleek dat deze monsters tegelijkertijd waren ingedrongen als de oplossing met uranium. De hoge uranium/lood verhouding, initiële uranium halo’s en hoge 210Pb concentraties in het 210Po halo radio centrum, doen een recente indringing vermoeden (minder dan 10.000 jaar geleden) van de uranium oplossing in het hout. Deze resultaten suggereren dat de drie perioden die 170 miljoen jaren geduurd zouden hebben in feite één korte snelle gebeurtenis vormden overeenkomend met de Vloed, geen miljoenen jaren van laagvorming.

De miljoenen boomstammen die in Lake Spirit terechtkwamen na de uitbarsting van Mount St Helens, hebben getoond dat steenkool vorming en verstening ook snel kunnen plaatsvinden.(2),(3) De stammen waren kaal, zonder bast, zijtakken of wortels. Deze delen van de bomen werden op de bodem van het meer teruggevonden. Deze dikke laag vegetatie toont, dat turf snel gevormd kan worden. Alles wat nodig is om het proces te voltooien is hitte, en dat werd geleverd door de vulkaan, en een catalist, de vulkanische as. Men vindt in vulkanische gebieden vaak vulkanisch as in de steenkool.

Versteende bossen vindt men op veel plekken op de wereld. Twee bekende zijn Specimen Rug in het Yellowstone Park, en het versteende bos op de westpunt van Java (vlakbij de Krakatau).

Het Specimen Rug bos, zou zijn gevormd door 27 verschillende bossen die hebben geleefd over vele duizenden jaren. Men verondersteld dat een groeiend bos wordt bedekt door water en sedimenten waarin het versteend als er een hittebron bij is. Later trekt het water zich terug en groeit er opnieuw een bos. Dit proces zou zich 27 keer hebben herhaald. Bij het onderzoek in Spirit Lake bij Mount St Helens vond men een waarschijnlijker mechanisme voor de vorming van versteend bos. In het veengebied werden stammen gevonden die rechtop stonden, begraven op verschillende diepten in het sediment op de bodem van Spirit Lake. Naar het schijnt zonken de water verzadigde stammen, met de wortel bal eerst, naar de bodem van het meer en werden op verschillende diepten begraven door de instromende modder. Interessant is dat ook bij Specimen Rug de bomen geen takken, bast en wortels hebben slechts de stam en wortelbol waren over. Ook interessant is het feit dat de groeiring patronen, die men ziet in bomen van verschillende lagen bij Specimen Rug hetzelfde waren, hetgeen erop wijst dat de bomen uit hetzelfde bos afkomstig waren, niet opeen volgende bossen die over lange perioden gegroeid waren. Het gevonden materiaal suggereert, dat Petrified Forest bij Specimen Rug werd gevormd in korte tijd door een snelle catastrofe waarbij het bos werd ontworteld, verplaatst door water en bedolven onder sedimenten op verschillende diepten.

De Grand Canyon is een juweel dat iedereen onmiddellijk zou moeten bezoeken. De noordelijke rand heeft een hoogte van ongeveer 2700 m terwijl de zuidelijke rand ongeveer op 2100 m hoogte ligt. Op het diepste punt loopt de rivier de Colorado door een kloof ongeveer 1600 m onder het oppervlak. In 1994 hebben creationistische wetenschappers een "gebroken dam" theorie voorgesteld voor de catastrofale vorming van Grand Canyon.(4) Deze theorie stelt dat er eens grote hoeveelheden water stonden ten oosten van de huidige kloof, waarschijnlijk grote meren overgebleven van de Vloed. De sedimentatie lagen waar doorheen de kloof was gevormd waren nog maar net afgezet door de Vloed. Een natuurlijke dam scheidde het grote meer (zuidelijk Utah) van het land waar de kloof doorheen liep. De dam werd doorbroken door een geologische gebeurtenis, waarschijnlijk een aardbeving, waardoor de gigantische hoeveelheden water door de kloof konden wegstromen naar zee. Het overblijfsel van dat enorme meer dat door de Grand Canyon afstroomde, is de Colorado Rivier van vandaag. Het is interessant om te lezen, dat sommige neo-catastrofistische oude-aarde geologen nu ook zo beginnen te denken zoals blijkt uit de volgende aanhaling uit 2002(5):

"Nieuw onderzoek van de US Geological Survey en de Universiteit van Utah, tonen aan dat bij herhaling dammen van vulkanisch materiaal in de Grand Canyon catastrofaal zijn weggespoeld over de laatste miljoenen jaren, het meest recent ongeveer 150.000 jaar geleden, waarmee enorme vloeden de prachtige Grand Canyon hebben uitgesneden in een geologische oogwenk."

Meer bewijs van de catastrofe komt van de enorme fossielen begraafplaatsen verspreid over de hele wereld(6) Deze begraafplaatsen kunnen miljoenen fossiele vissen, dinosaurussen, vogels, reptielen, insecten en planten bevatten. Het kan niet anders dan dat deze begraafplaatsen snel gevormd zijn door het snelle transport en afdekken van levende schepsels door het bewegende water. Voorbeelden zijn de eilanden ten noorden van Siberië, die geheel uit fossielen zijn opgebouwd.

Doorsnee StalagmietTenslotte is er bewijs dat stalactieten en stalagmieten, die prachtige formaties in kalkgrotten, waarvan men dacht dat die 10.000’en jaren nodig hadden om gevormd te worden, in werkelijkheid slechts enkele jaren nodig hebben. Er is bijvoorbeeld een steen waarin een vleermuis is gevangen.(7) Er waren stalactieten in een 55 jaar oude lood mijn in Australië die enkele meters lang waren.(8) Er zijn stalactieten van enkele meters lengte in kamers onder het Lincoln Memorial dat gebouwd werd in 1922.

 

Doorsnede (gepolijst) door een stalagmiet in de grot van Gibraltar. Als wij veronderstellen dat ieder jaar een ring wordt gevormd is deze gigant van meer dan een meter doorsnee, slechts enkele honderden jaren oud. (Is het niet net een afdruk van Gods vinger?) (Foto Ir. A.Hekstra)

Schijnbaar is voor de vorming van stalactieten en stalagmieten niet meer nodig dan stromend water met daarin kalk en mineralen opgelost.

Samenvattend kan men zeggen, dat er nu voldoende en overvloedig bewijs is dat vele geologische processen zeer snel kunnen plaatsvinden. Dit hebben creationisten reeds lang gezegd en geschreven. De werking van water en vulkanisme kan nog steeds zorgen voor snelle processen, zoals erosie, kloven, sedimentatie met fijn sortering, kalkgrotten, begraafplaatsen van fossielen, steenkool vorming. Vele evolutionistische geologen erkennen nu de mogelijkheid van snelle processen, maar blijven volhouden dat tussen deze gebeurtenissen lange tijdsperioden zijn gepasseerd.

Psalm 34 : 8,9 stelt:

De engel van de HEER waakt

over wie hem vrezen, en bevrijdt hen.

Proef, en geniet de goedheid van de HEER,

gelukkig de mens die bij hem schuilt.

Literatuur

(1) Gentry, Robert V. Creation's Tiny Mystery, 3rd Edition (ESA, 1992); on the web at www.halos.com In het Nederlands te vinden in http://home.hetnet.nl/~genesis/

(2) Vardiman, Larry. "RATE Group Confirms Fast Diffusion of Helium in Rocks". Acts and Facts 2001, 30(10); Vardiman, Larry; Snelling, Andew A.; Chaffin, Eugene F. (eds.) Radioisotopes and the Age of the Earth (RATE) (Institute of Creation Research and the Creation Research Society, 2000).

(3) Video: Mount Saint Helens: Explosive Evidence for Catastrophe (ICR)

(4) Morris, John D. The Young Earth (Master Books, 1994)

(5) Austin, Steven A. Grand Canyon: Monument to Catastrophe (ICR, 1994) (book and video).

(6) From the UPI wire service dated Saturday July 20, 2002. HEADLINE: Catastrophic floods built Grand Canyon; dateline: grand canyon national park, Ariz., July 20

(7) Whitcomb, J.C.; Morris, H.M. The Genesis Flood (Baker, 1961).

(8) National Geographic Magazine, October, 1953, p. 442.

(9) Creation Magazine, March-May, 1998 p. 27


Index Antropologie Artikelen Astronomie Bijbellezen Bijbelse Geschiedenis  Biologie
Ouderdom Aarde Diverse Bronnen Filosofie Geologie Gods Handen Klimaat Milieu