Gods schepping

Sterren licht en Tijd: 

De Bijbel en de Wetenschap ondersteunen een Jonge Aarde Kosmologie

http://www.tasc-creationscience.org/

Niveau SA

Geschreven door Dan Reynolds, Ph D op maandag, 1 augustus 2005

Vertaling: Ir A. Hekstra

                                                 Binair Spiraal Stelsel

Van Nasa: Binaire spiraal sterrenstelsels NGC 2207 (links) en IC 2163 (rechts)

staan naar schatting 114 miljoen lichtjaren verwijderd van de Aarde.

een belangrijke vraag welke de jonge Aarde creationisten nog hebben te beantwoorden is de (sterren)licht-tijd kwestie. Dat wil zeggen als de schepping slechts 6.000 jaar oud is zoals de Bijbel zegt, hoe is het dan mogelijk dat wij sterrenstelsels zien, die miljoenen, ja miljarden lichtjaren van ons verwijderd zijn?

Er zijn verschillende mogelijkheden geopperd om deze vraag te beantwoorden, o.a. verval van lichtsnelheid, licht geschapen in transit, rijpe scheppingstheorie, en de witte-gaten kosmos (WHC) theorie van de natuurkundige Russ Humphreys(1). In dit artikel bespreken we de WHC theorie van Russ Humphreys en zullen de kritiek van de astronoom Hugh Ross(2) beantwoorden.

Russ Humphreys’ WHC theorie is zowel bijbels als wetenschappelijk correct. Het scheppingsverhaal uit Genesis 1 wordt recht toe recht aan aanvaard als feitelijk gebeurde geschiedenis met de volgorde van de gebeurtenissen zoals genoemd. In de Bijbel vindt Humphreys ook ondersteuning voor een eindige grootte van het heelal (Ps 147:4), de uitdijing van de ruimte(3) (Ps 104:2), en de jonge leeftijd van de Aarde (scheppingsweek en genealogieën) en andere(4). Hij gebruikt deze aanduidingen samen met de relativiteitstheorie om de WHC te formuleren. Wetenschappelijk omvat de theorie het relativiteits effect bekend als de zwaartekracht-tijd uitdijing. Einstein’s theorie van de relativiteit voorspelt, en experiment bevestigt, dat alle natuurkundige processen in verschillende zwaartekrachtsvelden verlopen met verschillende snelheden; hoe groter de zwaartekracht hoe langzamer het proces. Dr Humphreys heeft aangetoond dat in een eindig en uitdijend heleel met de melkweg nabij het centrum(5), het zwaartekrachtsveld op Aarde groter is dan de verre kosmos op dag 4 van de scheppingsweek. De klokken op Aarde liepen dus veel langzamer dan in de verre kosmos; terwijl enkele uren verliepen op Aarde, verliepen natuurkundige processen miljarden jaren in de verre kosmos waardoor het sterrenlicht van deze verre gebieden de Aarde bereikte op dag 4.

Of dit inderdaad zo verlopen is als beschreven door WHC hangt af van de geschiedenis van de massa distributie in de kosmos. De Big Bang gaat ervan uit dat de dichtheid van de materie in het heelal (genomen op voldoende grote schaal) in essentie dezelfde was in alle plaatsen en gegeven tijden. Dat betekent dat er nooit een centrum van de massa is geweest of een plaats waar de zwaartekracht aanzienlijk verschilde dan van enige andere plaats (weer als de schaal groot genoeg is). Deze aanname die het Copernicaanse principe wordt genoemd, stelt dat het heelal homogeen is en isotroop (dat het heelal er overal gelijk uitziet, ongeacht waar je heengaat of in welke richting je kijkt) en dat er daarom geen speciale plaatsen zijn. Als dit waar is dan zou er geen zwaartekracht-tijd uitdijing-effect werkzaam zijn geweest tijdens de vorming van het heelal en zou de WHC ongeldig zijn. Daartegenover stelt de WHC dat er wel een rand is aan de materie van het heelal waarbuiten de dichtheid materie van de dramatisch verminderd. De WHC ziet de verdeling van de materie in het heelal gelijkmatig binnen een gedefinieerd volume waarbuiten slechts lege ruimte is. De astronomen noemen dit type kosmische geometrie begrensd, omdat de materie in dit type heelal een grens kent. Verder denkt men dat de melkweg dichtbij het centrum van het totale heelal ligt, een zeer speciale plaats! De zwaartekracht in deze opstelling van de materie zou variëren van plaats tot plaats maar het krachtigste zijn in of nabij het centrum. Als dit beeld van de kosmos juist is dan zouden de zwaartekracht-tijd uitdijing effecten werkzaam zijn geweest gedurende de scheppingsweek zoals de WHC theorie beweert.

De vraag rijst dan of er bewijs is voor de ene of voor de andere verdeling van de materie? Dr Humphreys brengt twee mogelijkheden naar voren: gekwantiseerde melkwegstelsel rood-verschuivingen (6,7,8) en gepolariseerde straling afkomstig van de melkwegstelsels (9,10,11,12) en van de kosmische stralingsachtergrond (CMB).(13,14,15)

De frequenties van het licht dat afkomstig is van een ster bevatten informatie over de elementen waaruit de ster bestaat. Ieder element heeft een spectrale vingerafdruk. De meest sterren bestaan voornamelijk uit waterstof (H) Edwin Hubble ontdekte in de 1920’er jaren dat licht afkomstig van enkele "nevels" de vingerafdrukken van de verwachte elementen van sterren had, maar dat gewoonlijk alle frequenties verschoven waren naar langere goflengten, dus rood-verschoven. Verder toonde hij aan dat de rood-verschuiving van de frequenties van het licht overeenkwamen met de afstand tot en de recessie snelheid van een object; hoe groter de roodverschuiving, hoe groter de afstand en de recessie snelheid. De nevels lagen buiten de grenzen van de Melkweg, een revolutionaire ontdekking. Hubble realiseerde zich toen dat de nevels in feite andere melkwegstelsels waren die van ons af bewogen, hoe verder weg hoe groter de recessie snelheid. Hubble’s resultaten bevestigden een voorspelling van Einstein’s algemene relativiteitstheorie, namelijk dat het heelal zich òf uitzette òf samentrok. Tegenwoordig gebruiken astronomen de roodverschuiving regelmatig om de afstand te meten. Onlangs werd door seculiere astronomen ontdekt dat de roodverschuivingen van de melkwegstelsels in onze omgeving gebundeld zijn op regelmatige tussen afstanden tot ongeveer 1 miljard lichtjaren (16) dat wil zeggen dat zij gekwantiseerd zijn. Het effect is zichtbaar voorbij 1 miljard lichtjaren voor enkele tussen afstanden, maar minder voor andere, en schijnt uiteindelijk te vervagen. Dit betekent dat de dichtbij zijnde melkwegstelsels verdeeld zijn over concentrische cirkels met de Melkweg dichtbij het midden. Computer simulaties hebben aangetoond dat melkwegstelsel roodverschuivingen, gezien vanaf één plaats slechts enkele miljoenen lichtjaren van de Melkweg vandaan geen kwantisatie van het licht tonen maar slechts een toevallige verdeling; alleen waarnemers vanuit de juiste plaats zouden het effect zien. De ontdekkingen spreken het Copernicaanse Principe tegen, de basis van de Big Bang theorie, want deze ontdekkingen suggereren dat er wel unieke en speciale plaatsen zijn zoals een centrum en een rand voor de massa van het heelal.

Lees de conclusies getrokken door niet-creationistische schrijvers, die onlangs de gegevens van "pen-straling" van melkweg-roodverschuivings onderzoek bekendmaakten:

De meest verbazingwekkende ontdekking betreft de recente waarnemingen die een schijnbare periodiciteit [regelmatig interval] in de verdeling van de rood-verschuivingen in pen-straling onderzoek van de noordelijke en de zuidelijke polaire gebieden van het melkwegstelsel. Deze onderzoekingen breidden zich uit tot een roodverschuiving van ongeveer z=0,5 [4,8 miljard lichtjaren](17) in beide richtingen, en er is een sterke aanduiding van een periodiciteit van 128h-1 Mpc [410 miljoen lichtjaar] dat zich uitbreidt over 13 perioden. Alhoewel dit resultaat aanvankelijk werd gezien als statistische anomalie, gaf later en meer gedetailleerd onderzoek nieuw bewijs voor de bedoelde periodiciteit op dezelfde schaal.

Als deze periodiciteit gevonden wordt in de meeste richtingen, zou eenvoudige interpretatie inhouden dat de melkwegstelsels en clusters in alle richtingen op concentrische bolvormen geplaatst zijn, een duidelijke afwijzing van onze kosmologische concepten. Een andere meer aannemelijke uitleg is gebaseerd op het idee dat de waargenomen periodiciteit slechts een visueel effect is als gevolg van de periodieke schommeling van de zwaartekracht constante, en dat de massa dichtheid van het heelal op kleinere schaal homogeen blijft en isotropische is als op de grootste schaal(18,19).

De bundeling van rood-verschuivingen op regelmatige intervallen wordt niet in twijfel getrokken. Het is interessant te vernemen, dat de belangrijkste interpretatie van de gegevens, namelijk dat de melkweg in het midden van concentrische schalen van melkwegstelsels ligt, verworpen wordt als naïef ten gunste van een puur speculatieve uitleg zonder enig precendent of empirische basis. Progressief creationist Hugh Ross citeerde(2) recentelijk uit een artikel(20) dat hij de hele gedachtegang van de gekwantiseerde melkwegstelsel roodverschuiving verworpen achtte, maar hij had het fout. De schrijvers van het artikel beweerden slechts dat er geen speciaal patroon was in de roodverschuivingen van quasi-stellar-objecten (QSOs) die schijnbaar verbonden zijn aan enkele melkwegstelsels; maar het onderwerp van de melkwegstelsel-roodverschuivingen werd niet genoemd. Enkele wetenschappers hebben gesuggereerd dat QSOs zijn uitgestoten uit actieve melkwegstelsels en dat de schijnbare gekwantiseerde roodverschuivingen van deze QSOs bewijs vormen van deze voorgestelde oorzakelijke geschiedenis. Het artikel door Ross geciteerd bestreed de gekwantiseerde QSO bewering, niets anders. Een meer recent artikel(21) dan dat geciteerd door Ross citeerde niet alleen hetzelfde artikel, maar concludeerde dat gekwantiseerde melkwegstelsel roodverschuivingen op grote schaal vaststaat maar op kleine schaal nader bestudeerd moet worden. Het belangrijke punt hier is dat geen studie is vermeld van de gekwantiseerde melkwegstelsel roodverschuivingen, in tegenstelling tot wat Ross beweert.

Welke fysische processen konden de periodieke verdeling van melkwegstelsels verklaren? Dr Humphreys legt uit:

Als God processen gebruikte als onderdeel van Zijn schepping van de sterren en sterrenstelsels op de 4de dag van de Scheppingsweek, dan zijn de kwantisaties het bewijs dat sommige van die processen bolvormig symmetrisch waren rondom ons melkwegstelsel. Bijvoorbeeld zouden wij ons kunnen voorstellen dat er bolvormige schok golven zijn die heen en weer gaan tussen het centrum en de rand van de zich uitbreidende gasbol of het plasma, zoals ik uitleg in de voorlopige kosmogenie in Sterrenlicht en Tijd.

De resonerende golven zouden elkaar verzwakken bij zekere knopen en versterken bij andere, waardoor een patroon van ‘staande golven’ ontstaat, concentrische schalen van dichter gas. God zou dan het gas hebben samengevoegd tot sterren en melkwegstelsels. De daardoor gevormde concentrische patronen van melkwegstelsels zouden complex zijn, met tusenruimten die overeenkomstig zijn met de manier van resonantie.

Staande golven kunnen alleen als er een buitenrand is aan de materie waar de golven tegenaan botsen. Dat betekent ook dat er een geometrische centrum van massa is. Als wij deze grens condities (centrum en rand) in Einstein’s formules van relativiteit invullen krijgen wij de kosmologie die ik eerder heb gepresenteerd in Starlight and Time (Sterrenlicht en tijd). Het centrum van de massa is een centrum van zwaartekrachten, laag in intensiteit maar kosmisch in uitgestrektheid. Dan veroorzaakt zwaartekracht een grote tijd uitdijing in het centrum gedurende één specifiek stadium van uitbreiding.(6)

De gekwantiseerde roodverschuivingen van de melkwegstelsels op verschillende schalen worden ondersteund door heel veel bewijsmateriaal en zijn volledige in overeenstemming met Russ Humphreys’ eindige model van het heelal met de Melkweg nabij het centrum.

Gepolariseerd licht 1Het tweede fenomeen, dat het eindige model van het heelal ondersteund, met speciale plaatsen en richtingen is de polarisatie van radio golven van melkwegstelsels en de CMB. Licht (en alle elektromagnetische straling) beweegt door de ruimte als golven in vlakken (Figuur 1, A).

Gewoonlijk straalt het licht vanuit een bron in alle richtingen (Figuur 1, B). Maar soms is het licht gepolariseerd, dat wil zeggen dat het meeste licht vanuit een bron, in één vlak komt (Figuur 1, C). Zulk licht is bekend als vlak gepolariseerd licht. Het is bekend dat het vlak van de polarisatie kan worden geroteerd door magnetische velden (Figuur 1, D). Met andere woorden, als je kon kijken naar een licht golf die naar je toekomt, zou je een rechte lijn zien die de amplitude van de golf voorstelt. Als er nu een magnetische veld toegepast wordt tussen de lichtbron en de waarnemer, zou de oriëntatie van het licht gebogen worden terwijl het licht door de ruimte reist. Het hoek verschil tussen het vlak voor de afbuiging en er na, is de hoek van afbuiging van het vlak.

 

De licht golven komend van melkwegstelsels reizen in het vlak van het melkwegstelsel (Figuur 2). Wat is waargenomen is dat de hoek van de rotatie van het vlak van polarisatie van radio golven van melkwegstelsels meer toeneemt in sommige delen van de ruimte dan in andere delen en als functie vGepolariseerd licht 2an de afstand.

De rotatie hoek neemt toe van nul tot een maximum als we kijken in de richting van het melkwegstelsel Virgo en dan terug naar nul als men kijkt over een boog van 180 graden. Dit patroon is weer herhaald in de tegenovergestelde richting als men (maar de hoek is nu negatief). De hoek van rotatie neemt ook toe als de afstand van het melkwegstelsel toeneemt. De kortegolf straling van de CMB is ook gepolariseerd op dezelfde manier en richting als die van de radio golven van de melkwegstelsels.

Deze resultaten betekenen dat het heelal een as heeft. Dr Humphreys geloofd dat dit de rotatie-as is, en hij bespreekt deze mogelijkheid in Starlight and Time. De beweging van materie in de roterende ruimte zou een zwak magnetische veld(22) kunnen veroorzaken dat de oorzaak zou kunnen zijn van het roteren van het vlak van polarisatie van het licht en de CMB afkomstig van de melkwegstelsels.

Dr Ross beweert(2) dat een recent artikel(23) het bewijs voor een kosmische rotatie as heeft verworpen, maar weer heeft hij het mis. Het bedoelde artikel noemt het fenomeen van de polarisatie van het licht van de melkwegstelsels of de CMB of de consequenties voor een kosmische as niet eens. Het onderwerp van het artikel was de kleine verandering in de frequentie van radio golven van verre melkwegstelsels veroorzaakt door de beweging van ons melkwegstelsel door de ruimte; het licht van melkwegstelsels in onze richting zou iets blauw verschoven zijn en in tegengestelde richting iets roodverschoven. De schrijvers verkregen het effect door het licht van nabije stelsels af te trekken. Dat de rotatie van het vlak van gepolariseerd licht van de melkwegstelsels en de CMB niet kan worden verklaard door de beweging van ons melkwegstelsel door de ruimte wordt gedemonstreerd door het feit dat de hoek van rotatie afhangt van de afstand tot een melkwegstelsel en dus geen lokaal effect is; iets veroorzaakt de draaiing van het vlak van het licht op weg naar ons door de ruimte onafhankelijk van onze beweging.

Conclusie.

Een eindig en begrensd heelal met een rand en een centrum van de massa zou de zwaartekracht-tijd uitdijingseffecten beschreven door Dr Humphrey’s WHC, kunnen verklaren. De onbetwiste waarnemingen van gekwantiseerde kosmische roodverschuivingen en de polarisatie van radio golven van verafgelegen melkwegstelsels en de CMB ondersteunen een eindig en begrensd ruimte model van het heelal, maar komen minder overeen met het Copernicaanse principe, de basis van de Big Bang kosmologieën. Hugh Ross kritiek op dit fenomeen zit er naast. Het beeld dat zich ontvouwt is dat van een langzaam roterende eindige kosmos met een rand en met de Melkweg vlakbij het middelpunt omgeven door concentrische sferen van melkwegstelsels geplaatst op regelmatige afstanden diep langs de as van de kosmos.

Dit beeld komt overeen met de Bijbel en de wetenschap, zoals Dr Humphreys heeft aangetoond.

Literatuur

(1) Humphreys, D. Russell. (1994) Starlight and Time, Master Books, Green Forest, Arkansas; DVD: (2005) Starlight and Time - Updated and Expanded featuring physicist Russell Humphreys, Answers in Genesis, Petersburg, Kentucky.
(2) Ross, Hugh. (2004) A Matter of Days, NavPress, Colorado Springs, Colorado.
(3) De bijbel sprak al van de uitdijing van het heelal duizenden jaren voordat Edwin Hubble de kosmische roodverschuiving, het wetenschappelijk bewijs van de uitdijing van het heelal, ontdekte in de vroege 20ste eeuw.
(4) alleen de hoogtepunten van Dr. Humphreys' theorie komen hier aan de orde. Voor een gedetailleerde discussie wordt verwezen naar referentie (1)
(5) De Bijbel noemt niet expliciet dat de aarde en de melkweg dichtbij het centrum van het heelal liggen, maar het idee is wel overeenkomstig de volgorde van de schepping (aarde eerst) en het doel van alle hemelse objecten (Gen 1:14-19) om licht te geven en een indeling van de tijd aan de bewoners van de Aarde.
(6) Humphreys, Russell D. (2002) Creation Ex Nihilo Technical J, 16(2): 1-10
(7) Napier, W.M., Guthrie, B.N.G. (1997) J. Astrophys. Astr. 18: 455-463.
(8)Cohen, J.G., et al. (1996) The Astrophysical Journal, 471: L5-L9
(9) Nodland, Borge., Ralston, J.P. (1997) Physical Review Letters, 78: 3043
(10) Rainer, W. Kuhnear (1997) Xiv:astro-ph/9708109 v1 12 Aug
(11) Yuri N. Obukhov et al. (1997) arXiv:astro-ph/9705243 v1 30 May
(12) Jain, P., Ralston, J.P. (1999) Particles and Fields; Gravitation; Cosmology and Nuclear Physics, Modern Physics Letters A,14 (6): 417-432
(13) Humphreys, Russell D. (2003) Act and Facts, May 4
(14)Tegmark, M., de Olivera-Costa, A. (2003) Phys. Rev. D, 68:123523
(15) de Olivera-Costa A. (2004) Phys. Rev. D. 69: 063516
(16) Men denkt dat de diameter van het heelal 20-30 billion lichtjaren groot is. Als de Melkweg dichtbij het centrum is, zou één miljard één miljard ongeveer één tiende tot één vijftiende van de kosmische straal zijn.
(17) Hubbble's Wet: z =
Δλ/λ = v/c; v = Hr; z=Hr/c or r = zc/H; H = 100 km/s/Mpc; c = 300,000 km/s; Mpc = 3,200,000 licht jaren; daarom R(afstand) = 0.5 (300,000 km/s)/100 km/s/Mpc) = 1,500 Mpc = 4.8 billion light years
(18)
Jose A. Gonzalez et al. (2000) Astron.Astrophys. 362:835- 839. Also see ref. 17.
(19) Dr. Humphreys has not mentioned this particular large scale quantization in his writings.
(20) Hawkins, E., Maddox, S. J., Merrifield, M. R. (2002) Mon. Not. R. Astron. Soc., 336: L13-L16
(21) Bajan, Katarzyna. (2003) Spacetime & Substance, 4 No. 5 (20): 225-228
(22) Dit wordt het gravitomagnetische effect genoemd en komt van de theorie van de algemene relativiteit. Humphreys noemt dit effect in zijn recente video geciteerd in referentie 1.
(23) Blake, C, Wall, J (2002) Nature, 416: 150-152

Index Antropologie Artikelen Astronomie Bijbellezen Bijbelse Geschiedenis  Biologie
Ouderdom Aarde Diverse Bronnen Filosofie Geologie Gods Handen Klimaat Milieu