Verhaal 105, 'Haagse jongen naast me stierf zonder dat ik het wist' van Hendrik Jongbloed, is alleen in de tweede druk van 'De verzwegen deportatie' verschenen.
85. In Rees stierven zes mensen per dag van ellende
Jan Bossenbroek (28 jaar)
Opgepakt tijdens razzia en in februari 1945 doodziek thuisgekomen. Gebruikte herstelperiode in 1946 door memoires te schrijven. Maakte beschieting bij Bocholt mee, beschrijft omstandigheden in Rees: in de kou overleden er zes mensen per dag door ziekte, honger en uitputting. Overplaatsing naar Nieuw Millingen, na veertien dagen weer terug. Tijdens werk op het land was daar opeens zijn vrouw. Zij schakelde ondergrondse in die hielp bij ontsnapping. Verzorging in Megchelen. Door vrouw en buurvrouw op aanhangwagentje achter fiets opgehaald. Thuis werd tuberculose geconstateerd. Al die tijd steun aan geloof gehad: ‘Wat de toekomst brengen mogen, mij geleidt des Heren hand!’ Door Jantine J. de Boer, Apeldoornse Courant, 2 december 1989.
86. ‘Ik was zo mager; mijn ouders herkenden me niet’
Gerrit van Munster (1928)
Kwam als 16-jarige als evacué uit Arnhem in Apeldoorn terecht. Werd samen met (tweede) vader en oom naar Rees gedeporteerd. Vader en oom ‘kochten’ afkeuringsbewijs en waren opeens verdwenen; heeft daar zijn leven last van gehad. Werd wat later zelf afgekeurd en naar noodhospitaal in Harreveld vervoerd. Ouders bezochten hem op de fiets, maar herkenden hem eerst niet; zó mager was hij geworden. Brief ex-dwangarbeider G. van Munster, geboren te Arnhem.
87. Bij Witte Paters warmte met Bols-kruik aan de voeten
Jaap Hoogeboom (1910) en Jan Ploeg (25 oktober 1906 – 3 december 1944, Werth)
Vader sloeg waarschuwing in de wind en werd op 2 december opgepakt. Moeder bezocht hem op Marktplein en schoolplein. Zat in trein die bij Werth beschoten werd; toekomstige schoonvader van zoon Jaap kwam daarbij om het leven. Omstandigheden in Rees. Met bloeddysenterie vervoerd naar klooster ’s Heerenberg, Lopend naar oom Teunis; achterop bij moeder met veel pijn naar huis. Brief van zoon, Jaap Hoogeboom (Borne)
88. Een onherkenbaar iemand met bekende kleren
Bernardus Wilhelmus Herms (1907 – 1969)
Verwonding was geen excuus. Treinbeschieting bij Bocholt. Na bericht over vrijlating begon vrouw aan lange zoektocht. Man gevonden in Gendringen. Vertraging bij terugtocht naar huis. Over Rees werd niet veel gesproken. Interview met dochter, mevrouw A.P.Herms- de Haan (Apeldoorn)
89. ‘Ik heb kippenvoer gegeten, dus niet zeuren!’
A. Gerritsen (1916 - 1989)
Zat in trein die beschoten werd. Kogelgaten in z’n jas, niet gewond, maar bewaker bovenop hem was dood. Naar Rees, barre omstandigheden. Kippenvoer gestolen. Gevlucht uit Millingen, doodziek thuis. Volgens de dokter hadden de omstandigheden geen week langer moeten duren. Interview met zoon, G.J.C. Gerritsen (Emst)
90. Gat in hiel als een rijksdaalder
Anonieme dwangarbeider
Evacué uit Arnhem, razzia, naar Zevenaar, onmenselijke omstandigheden in kamp Rees; kreeg meteen stokslagen. Ontstoken wonden; Sanitäter legde haast het loodje. Sprong in wagen die zieken afvoerde, vlucht en opvang door moedige mensen in Varsseveld. Op 22 juni 1945 thuis in Arnhem. Getuigenis van ex-dwangarbeider die anoniem wil blijven.
91. We kregen eten van vrouw van kampleider
W.F. de Zwart (1927)
Via Zevenaar met veel geweld naar Kamp Rees gedeporteerd. Zeer ongezonde omgeving en veel honger. Ging vaak bedelen bij de boeren. Kreeg eten van vrouw die getrouwd bleek met een kampleider; volgende dag slaag op de kiepkar. Nooit over Rees kunnen praten; nu het gebeurt komen emoties los. Brief van ex-dwangarbeider W.F. de Zwart.
92. Vader was erg gesloten over Rees
Jan Steman (1903 – 1978)
Vader was bakker. Toen hij was opgepakt zat het gezin zonder inkomsten. Bij treinbeschieting werd collega dodelijk gewond, in Rees zorgde hij voor het eten en na zes weken wist hij te ontsnappen. Maar veel meer is er niet over bekend, want hij was erg gesloten als het over Rees ging. Brief van dochter, mevrouw A van ’t Erve-Steman
93. Misschien heeft u iets aan de namen?
Frederik Hengeveld (1916)
Vader werd gedeporteerd naar Rees, maar vertelde er niet veel over. Zoon zou er wel graag meer over willen weten. E-mail van zoon, E.D. Hengeveld
94. Vader sleepte zijn herinneringen altijd met zich mee
Bernard Geerdink (1906)
Vader werd opgehaald door twee Duitsers, moest naar Rees, werd op een winteravond door het verzet thuis afgeleverd en heeft nooit meer één woord gezegd over de verschrikkingen die hij meemaakte. Maar de kreten van pijn bij de behandeling van gangreen waren door het hele huis te horen. Brief van dochter, mevrouw E. Bleeker (Ugchelen).
95. Vader zweeg, maar hij bewaarde wel zijn pet
Daan Hebing (1913 – 1997)
SS’ers haalden neef, Arnhemse evavué en diens zwager uit groentenwinkel; zwager vertelde toen waar hoofdbewoner zich had verborgen. Allemaal naar Rees. Tegen het voorjaar ging moeder met spullen op de fiets naar Gendringen. Daar zou ene Theo haar naar Rees brengen. Hij vroeg of ze haar man wilde meenemen; natuurlijk! Vader, neef en zwager kwamen vrij; andere evacué lag in ziekenhuis en is later overleden. Thuis wilde vader nooit meer over Rees vertellen. Brief van dochter, mevrouw Th. B. Hebing (Zutphen)
96. Opa kon of wilde er nooit over praten
Chris Kruitbosch (1907)
Opa op 2 december opgepakt bij Esdoornweg en afgevoerd naar Rees. Daar na ongeveer zes weken ontsnapt in chaos van bombardement. Kwam lopend naar huis en heeft eigenlijk nooit over Rees willen praten. Daarom weten we maar weinig. E-mail van kleinzoon, C. Kruitbosch (Apeldoorn)
97. Ik zal dit schilderij van kamp Rees nooit wegdoen
Evert Mulderij (1910 - 1993) en Gerrit Buitenhuis (1916 - 1988)
Vader en oom werden weggevoerd naar Rees, maar ze wilden er nooit over praten. Ze ontsnapten, maar het deed het pijn de zaak weer op te rakelen. Interview met zoon/neef , de heer Mulderij (Apeldoorn)
98. Als er lotgenoten waren moest ik de kamer uit
Hendrik Witteveen (1913 – 1974)
Vader was dwangarbeider in Rees, vertelde daar thuis niet veel over, maar ontmoette wel vaak lotgenoten. Zoon werd dan de kamer uit gestuurd. Was sjouwer (transporteur) die ook werkte voor de Duitsers en voor Hollaender van de Messenfabriek. Ausweise hielpen niet op 2 december 1944. Tante heeft er nog op de fiets spullen naar Rees gebracht; intussen probeerden de Duitsers zich meester te maken van paarden en wagens thuis. Door Hollaender uiteindelijk uit het kamp gehaald. Thuis ‘nooit meer de gezonde Hendrik Witteveen die we kenden’, anti-Duits en zonder enig begrip voor lotgenoten die deelnamen aan de herinneringstochten naar Rees. Op 60-jarige leeftijd gestorven. Brief van zoon, de heer Dick Witteveen (Apeldoorn)
99. Weer mee, weer naar kantoortje, weer voor officier
Gerrit Broekhuis (1926)
Twee razzia’s, met broer naar Zevenaar en Rees, de boer op, enkele keren ontsnapt en gepakt. Met hulp Gruppenführer ontsnapt naar Velen. Daar gewerkt bij boer tot bevrijding door de Britten. Ingewikkelde reis naar huis, waar Apeldoorn bevrijdingsfeesten vierde. Interview met ex-dwangarbeider G. Broekhuis (Apeldoorn)
100. In Kamp Rees bevrijdden we Oost-Europeanen
Jan Willem Ros (1918 – 2004)
Was onderofficier in het leger bij het begin van de oorlog en moest zich in 1943 melden voor krijgsgevangenschap. Werkte echter in de Voedselvoorziening en kreeg vrijstelling. Nauwelijks een uur later werden de regels echter veranderd! Sloot zich als lid van de Orde Dienst in 1944 aan bij de nieuw gevormde Stoottroepen. Bevrijdde op 23 maart Kamp Rees, waar zich geen Nederlanders meer bevonden, maar nog wel Oost-Europeanen. De Duitse wijn in het Britse hoofdkwartier was echter niet veilig. Interview met Nederlandse oud-militair, J.W. Ros uit Ugchelen.
101. Toen Apeldoorn vrij was durfden we nòg kelder niet uit
Gerhard Roelof Nijdeken (1894 – 1958)
Poging tot onderduiken mislukte. Opgebracht naar markt. Beschieting trein overleefd. Wilde en kon niet over details vertellen. Familie schreef brieven naar Rees. Na thuiskomst zo bang, dat gezin bevrijding van Apeldoorn vier dagen lang in schuilkelder beleefde. Pas Nederlandse vlag in top maakte omwenteling duidelijk. Brief van zoon, J.W. Nijdeken uit Harderwijk.
102. Wilde na Rees niet naar Indië. Gevangenisstraf!
Lubbert Gerrit Kroon (1928)
Samen met broer en zwager opgepakt. Maakten treinbeschieting mee en moesten naar Rees. Beschrijving van omstandigheden in het kamp. Kreeg zelf bevroren tenen, die bijna werden afgezet, gevlucht naar Hengelo (Gelderland) en door ondergrondse verder geholpen. Broer zware longontsteking, later gevlucht en zwakke gezondheid. Andere broer in Duitsland overleden. Heeft na oorlog uitzending naar Indië als militair geweigerd. Was geen dienstweigeraar, maar had nog te veel last van Rees. Hij kreeg enkele jaren gevangenisstraf…. Interview met ex-dwangarbeider L.G. Kroon (Apeldoorn)
103. Beul van Rees werkte in vakantiehotel
Johannes de Vries (1897 - 1992) en Hendrik de Vries (augustus 1929 - 1993)
Vader en broer (van vijftien jaar!) moesten zich melden in café in Wiesel den werden naar Elten afgevoerd. Daar werden de ouderen van de jongeren gescheiden. Vader weigerde en ging mee naar Rees. Dankzij Hollaender enig contact. Broer kreeg dysenterie; vader vroeg hem op te komen halen. Jongere broer en zus fietsten naar Rees. Broer uit kamp gehaald. Kreeg meisjeskleren aan ter camouflage. Veilig thuisgekomen. Vader een maand later ontsnapt. Lopend naar Wiesel. Broer had later, op vakantie in Heidelberg nog een bizarre ontmoeting: een beul van Rees werkte in zijn hotel. Interview met zoon/broer Herman de Vries
104. Doodgewaande jaagt levend schrik aan
Gerrit Knipscheer was de initiator van drie herdenkingsreizen naar Rees. Hier een beeld van de reis in 1950. >
Gerrit Knipscheer (1914 - 1997)
Beschrijft urenlange wachttijd op het Marktplein op 2 december 1944, het doodschieten van een toevallijder, de volstrekt willekeurige selectie en de treinreis naar Werth. Liep tijdens de beschieting een maagwond op en werd door een misverstand als overleden geregistreerd. De administratie bleek gelukkig niet feilloos. De heer Knipscheer heeft zijn ervaringen na terugkomst in Apeldoorn op papier gezet en later de administratie bijgehouden van in 1950, 1984 en 1994 gehouden reunies. Bron: zoon Rob Knipscheer.
105. Haagse jongen naast me stierf zonder dat ik het wist
Hendrik Jongbloed (1928)
Hendrik Jongbloed was zestien toen hij bij de Tol het lijk zag, dat daar voor de eerste razzia was neegelegd. Twee maanden later werd hij samen met zijn vader om vier uur 'smorgens opgehaald. Vader wist die dag te ontsnappen; zelf moest hij naar Rees. Z'n eerste Gruppenführer was een beest; de tweede een communist die anders naar het front had gemoeten en die het bestaan voor zijn groep draaglijk maakte. Was getuige van dwangarbeider die terugsloeg en daarna, onder leiding van de 'burgemeester' Röhrig, letterlijk werd doodgeslagen. Zelf dook hij voor dreiging met geweld drie dagen onder bij de Russen in het kamp. Een Haagse jongen, die in de loods naast hem sliep, stierf zonder dat hij er op bedacht was. In Empel ruimde hij eer week lijken van aan de diarrhee overleden dwangarbeiders. De communistische Gruppenführer kneep een oogje toe toen hem het vluchtplan werd medegedeeld. Samen met Chris Kruitbosch werd hij door de Ondergrondse opgevangen. Grotendeels per trein vluchtte hij terug naar huis, op een moment dat moeder juist in Rees op zoek naar hem was gegaan. Interview met ex-dwangarbeider Hendrik Jongbloed.