![]() |
|
"Krijgstucht en kameraadschap"Het verhaal van Antoon van Kan 3LVT commando Luchtvaarttroepen in Nederlands-Indië 1947-1950 |
|
Overtocht vervolg
|
In actie
Sabang was de eerste kennismaking van de Nederlandse troepen met Nederlands-Indië. Sabang is de meest westelijk gelegen stad van Nederlands-Indië. Het ligt op het eiland Weh aan het noordelijke puntje van Sumatra. Het korte verblijf in de haven van Sabang, in verband met bevoorrading, liet toe dat ook de mannen van 3 LVT een dagje de stad en de omgeving konden bekijken. Zo beklom Antoon met enkele maten een heuvel in de omgeving van de haven en maakte er een paar foto's, met de 'Kota Inten' op de achtergrond in de haven van Sabang. Uit het foto archief van Antoon: ______Sabang______________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________ Onderweg van Sabang naar de haven Tandjong Priok in Batavia werd de evenaar gepasseerd. Dit heugelijk feit werd gevierd met het Neptunusfeest.
_______________________________________________________________________________________________________________ Kalidjati, deze vliegbasis, de 16e vliegbasis in de annalen van de ML, ligt op 120 km afstand van Batavia. Een bekende naam, zeker bij de ML'ers van vòòr de oorlog. Het was toen een opleidingsbasis voor vliegers en technici. Een vliegveld waar in de oorlogsdagen in maart 1942 fel gestreden is, toen het Japanse 16 e leger op 4 plaatsen op Java landde op de kust van Eretan Wetan ten Noordoosten van het vliegveld. Op zondag 1 maart zetten 3000 man Japanse troepen voet aan wal. Om 11.00 uur werd Kalidjati aangevallen. Daar bevond zich alleen nog RAF personeel. Voor het merendeel ongewapend. Op 23 juli 1947, tijdens de 1e Politionele Aktie, kwam Kalidjati voor het eerst weer in Nederlandse handen. De omgeving van Kalidjati bestond overwegend uit rubber- en sisalplantages. De beveiliging van deze basis moest ook door het geaccidenteerde terrein op andere wijze gebeuren. Daarom waren hier de luchtvaarttroepen, de staf uitgezonderd, in een straal van ongeveer 20 kilometer rond de basis gelegerd, midden in het patrouilleterrein. Eén van de posten was het 'Tentenkamp' een voormalige planterswoning met een aantal vierpersoons tenten tussen het huis en het rubberbos, midden in een met doornige struiken begroeide vlakte. Elke morgen om 8 uur appèl, vlaggenparade, orders bekendmaken en patrouille opdrachten verstrekken. Op de basis zorgden zo'n twintig LVT 'ers voor de veilige nachtrust van de bewoners. Het gebied rondom de basis was altijd erg onrustig. De basis was buitengewoon belangrijk, omdat daar niet alleen de opleidingen van vliegend en rondpersoneel plaats had, maar ook van de K.N.I.L.- Luchtvaarttroepen, de aanvulling en de latere aflossingseenheden op Java en daarbuiten. Eén van de buitenposten was Tjipeundeuj, 12 kilometer van het 'Tentenkamp' op de weg naar Poerwakarta. Het was eveneens een planterswoning waar een heel peloton kon worden gelegerd. Elke groep had een eigen kamer. Het water kwam uit een bron en werd in een reservoir opgevangen. Het eten kwam ook hier van de basis. Er zat vaak zand in vanwege het vervoer langs de hobbelige wegen. Op deze post werd nauw samengewerkt met de Veldpolitie uit een naburig gelegen kampement. De meesten van hen waren Soendanezen, bewoners van de Pasoendan, de streek rondom Bandoeng. Zij stonden met de LVT 'ers op wacht en liepen ook samen patrouille. Dit gebied werd niet alleen druk bezocht door pelopors, maar ook door wilde zwijnen. Zwijnenjacht was dan ook een geliefkoosde nevensport. Uit het foto archief van Antoon: ____Enkele buitenposten rondom Kalidjati ____________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________ Weer een heel andere post was Tjinangling, gelegen aan de weg naar Soebang. Deze buitenpost met waterkrachtcentrale, bestond uit twee huizen voor bedieningspersoneel van de centrale met daaromheen tenten. Het elektrisch licht werd geleverd door Soebang, maar het water gedeeltelijk uit een bron en deels aangevoerd per waterwagen. De post was gelegen in een uitgestrekte rubberplantage. Hier werd via een groot buizensysteem vanuit de heuvels water aangevoerd, waarmee turbines werden aangedreven. Ook de vliegbasis werd via dit elektriciteitsnet van energie voorzien. Strategisch en logistiek een belangrijke buitenpost. Eén van de meest merkwaardige beveiligingsposten was Pasir Moentjang, een waterstation, midden in de sawa's en slechts te voet te bereiken. Het kamp bestond uit maar vier tenten, alleen via de radioset vanuit de basis bereikbaar. Het lag achter de rubberonderneming Djaloepang, enkele kilometers ten zuiden van het 'Tentenkamp'. Patrouille werd er praktisch niet gelopen, alleen maar wachtdiensten. Het licht kwam van een aggregaat en koken moesten de manschappen vaak zelf. Eénmaal per week werd er gefoerageerd met behulp van onder andere de kampong bewoners. Pakoehardja, was de meest eenzame en afgelegen buitenpost. Eveneens een planterswoning te midden van uitgestrekte sisalaanplantingen, afgewisseld door ketella tuinen (cassave). De vliegbasis kwam vaak met een tekort aan water te zitten, want ook vliegtuigen vragen om dit kostelijke nat. Men bleef naar nieuwe waterbronnen zoeken en men vond uiteindelijk een nieuwe oase bij het rubberstation Pasar Pantjang. Alle waterbronnen bij elkaar waren goed voor zeven wagens per dag. Alleen al voor de LVT posten. Eén compagnie verbruikte in een periode van 8 maanden 1.341.000 liter water! |
Home | Politiek | LVT | De overtocht |In actie |In actie vervolg| Herinneringen | Links |
Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 03/10/08