Nadat de
Japanners hadden gecapituleerd, begon voor de Nederlanders en andere
Europeanen die door de Japanners tijdens de bezetting van Indonesië in
kampen waren geïnterneerd ("de Jappenkampen"), de vermoedelijk
afschuwelijkste periode van hun leven. In de militaire termen van WO II
waren zij "bevrijd", maar in de politieke termen van de bevrijding van
Indonesië waren zij de potentiële (immers voortgezette) overheersers. De
Japanse gevangenis waarin zij gedurende een aantal jaren psychisch en
lichamelijk waren uitgeput, vaak ook mishandeld en vernederd, werd
-inclusief de gehate "Jap"- hun beste bescherming tegen de Indonesische
bevolking die zich van de Europese aanwezigheid wilde ontdoen. Het
slachtoffer zocht bij de beul bescherming tegen de rechter.
Deze periode
staat bekend als de bersiap periode (okt. '45 - begin '46), de periode van de
revolutie (Bersiap betekent zoiets als "wees paraat") waarin geen enkele
Europeaan zijn of haar leven in Indonesië zeker kon zijn. In dit
machtsvacuüm hebben, na de Japanners, korte tijd de Engelse
bezettingstroepen voorzien. Die hadden echter hun eigen problemen in
India en Maleisië. En zo hernam Nederland geleidelijk de macht in de
weer in bezit genomen kolonie.
Aan Nederlandse zijde bestond niet het inzicht dat Indonesië een
zelfstandige staat zou moeten worden, al gloorde al wel het besef (dat
later zou uitgroeien tot de "uniegedachte") dat Indonesië een eigen
positie binnen een Nederlands "Common wealth" moest krijgen. In de
bekende 7 december toespraak in 1942 van de koningin was een
voorzichtige passage van die strekking opgenomen, nadat het kabinet
Gerbrandy de onafhankelijkheid had afgestemd. In die gedachtegang moest
allereerst de orde in de kolonie worden hersteld en diende deze te
worden bevrijd van wat door een meerderheid (politiek links en met name
de CPN dacht daar geheel anders over) werd gezien als een verzameling
communisten, collaborateurs met de Japanse bezetter, en rampokkers
(oproerkraaiers).
Nederland
diende de in nood verkerende kolonie zo spoedig mogelijk "te hulp" te
snellen en daarvoor werden in Nederland direct na de bevrijding van de
Duitse bezetter oorlogsvrijwilligers (de zogenaamde OVW- ers) geworven
met affiches waarop de Nederlandse leeuw in soldatenuniform met een
trompetje boven op de wereldbol staat ("zie de wereld, pak aan in Indië,
neem dienst"). Voorts werd de wederopbouw van het Koninklijke
Nederlandse Indische Leger (KNIL) ter hand genomen.
Wervingsposter OVW
24 februari 1946: De eerste Nederlandse oorlogsvrijwilligers arriveren
op Java
Om het geweld in Indië te bedwingen en de koloniale orde te herstellen,
stuurt Nederland bataljons Oorlogsvrijwilligers (OVW’ers) naar de
kolonie. Zij zijn in 1944 en 1945 geworven, de meeste in de zuidelijke
provincies van ons land, en eigenlijk bestemd voor inzet in Europa. Als
de oorlog in Europa voorbij is besluit het kabinet ze naar Indië te
sturen, aanvankelijk met de bedoeling om te strijden tegen de Japanners.
Als ze in november 1945 op Brits Malakka aankomen is de strijd tegen
Japan echter al voorbij. de Britse autoriteiten, die als gevolg van
ontwikkelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog tijdelijk het gezag in
Nederlands-Indië uitoefenen, geven voorlopig geen toestemming het land
niet binnen te gaan in verband met de gespannen situatie. In totaal
zullen 25.000 OVW’ers naar Indië gaan.
September 1946: Vertrek van 1 Divisie '7 December' naar Nederlands-Indië
Omdat het geweld in Indië niet kan worden bedwongen door het KNIL en met
inzet van Nederlandse oorlogsvrijwilligers alleen, heeft het kabinet
besloten dienstplichtigen te sturen. Nooit eerder zijn dienstplichtig
militairen overzee gestuurd. De grondwet moet er voor worden gewijzigd.
De naamgeving van de divisie, ‘7 December’, is een verwijzing naar de
radiorede die Koningin Wilhelmina op 7 december 1942 heeft gehouden,
waarin zij een hervorming van de koloniale verhouding tussen Nederland
en Indië toezegde na afloop van de wereldoorlog. 1 Divisie (in Indië
C-Divisie genoemd) wordt gestationeerd in West-Java. In totaal zullen
95.000 landmachtdienstplichtigen naar Indië gaan.
In diezelfde
periode was een ontwerp akkoord in een schoolgebouwtje in Linggajati
(niet ver van de Noordkust van Java) met de republiek gesloten dat een
wapenstilstand afkondigde, de Unie vorm gaf, en een zelfstandig
Indonesië in een Nederlandse federatief koninkrijk in 1949 voorzag. De
republiek heeft de uitvoering van dit akkoord dat niet de gewenste
onafhankelijkheid bevestigde van meet af aan gesaboteerd, en er
voornamelijk een adempauze in gezien om krachten te verzamelen.
Het akkoord van Linggadjati voorziet in de erkenning door Nederland van
de Republiek Indonesië op Java en Sumatra en bepaalt dat uiterlijk op 1
januari 1949 de ‘Verenigde Staten van Indonesië’ zullen worden opgericht
die samen met Nederland in een unie verbonden zullen zijn. Het betekent
dat Nederland in principe akkoord gaat met een geleidelijke en beperkte
dekolonisatie. Beide partijen beloven hun troepensterkte te verminderen
en te streven naar samenwerking op het gebied van defensie en
legervorming. De onderhandelingen over de uitvoering van het akkoord
mislukken echter en een politieke oplossing van het conflict verdwijnt
daarmee uit het gezicht
Ondertekening op 15 november 1946 van de conceptovereenkomst van
Linggadjati door de Indonesische minister-president Sjahrir (links) en
de voorzitter van de Nederlandse commissie-generaal prof. dr. W.
Schermerhorn.
Aan
Nederlandse zijde lag het akkoord politiek zwaar op de maag; voor de
rechterzijde was het onaanvaardbaar. Toch werd het 25 maart 1947 in
geamendeerde vorm in Batavia in paleis Rijswijk ondertekend.
Geleidelijk aan escaleerde de situatie en toen de economische belangen
van de Nederlandse ondernemingen ernstig gevaar begonnen te lopen viel
het besluit van het Kabinet Beel om een politionele actie te starten.
Dat werd de Eerste Politionele Actie, een jungleveldtocht die van 21
juli 1947- 5 augustus 1947 plaatsgreep.
"
Politioneel" is een fantastische omschrijving voor de troepenmacht die
toen aan Nederlandse zijde stond opgesteld: inclusief het KNIL, meer dan
120.000 man. De historicus Fasseur stelt terecht dat de historische
vraag waarom de reconstructie van het oude koloniale rijk is mislukt,
achteraf minder interessant is dan die "hoe ontredderd en verwoest
Nederland in zo korte tijd tot een ongekende krachtsinspanning in zijn
vroegere kolonie bereid en in staat was".
De actie had
een beperkt doel, namelijk om de Nederlandse economische belangen veilig
te stellen en zij heette daarom Operatie Produkt. Dat was zeker niet de
wens van de militaire bevelhebber
generaal Spoor
die de meer omvangrijke acties "Amsterdam" en "Rotterdam" die tot
beëindiging van de macht van de republiek konden leiden, had willen
uitvoeren.
De politieke
en militaire leiding van de republiek zetelde in Yokyakarta, en naar het
voorbeeld van de Romeinse senator Cato riep Spoor voortdurend "Ceteram
censeo Djocjakartum delendum esse". Korte tijd heeft er nog een
alternatief actieplan Cato gecirculeerd, maar de militairen kregen,
zoals zo dikwijls (generaal Schwartzkopf had in de Golfoorlog ook wel
willen doorstoten naar Baghdad) van de politici niet hun zin: het bleef
Produkt.
Generaal Spoor
Klik op kaart Eerste Politionele Actie
Mede onder
internationale politieke druk werd op op 17 januari 1948 in de haven van
Batavia aan boord van het
Amerikaanse schip "Renville" een nieuw bestand gesloten. De actie
had -met beperkt verlies van manschappen wel de beoogde
productveiligheid gebracht, maar niet de gehoopte orde en rust.
Min.-pres.Sjarifoeddin spreekt de vergadering toe, na
ondertekening van het akkoord.
Met de ondertekening van de Renville-overeenkomst komt het voor de
tweede keer tot een politieke overeenkomst. Het is grotendeels een
bevestiging van wat eerder in de overeenkomst van Linggadjati is
vastgelegd. Het komt tot een wederzijdse afbakening van territorium en
een (althans in theorie) terugtrekking van Republikeinse troepen uit de
Nederlandse gebieden. Nederland hoopt dat de guerrillastrijd daardoor
zal afnemen, maar dat wordt niet bewaarheid.
Het liet
Nederland in Indonesië achter met een enorme troepenmacht en een
gefrustreerde legerleiding die het gevoel had dat het karwei niet was
afgemaakt. Ook in Nederland had het de rechterzijde niet behaagd dat
Yokyakarta niet was bezet, en was er al in augustus 1947 (in de periode
dat het actieplan Cato opkwam) druk op de regering uitgeoefend door te
zetten. De Jong meldt dat oud- premier Gerbrandy in die periode zelfs
een staatsgreep heeft overwogen.
De regering
bleef heftig verdeeld om de Eerste Politionele Actie af te maken en
vreesde vooral dat de politieke druk op het forum van de VN om de
republiek te erkennen en militaire interventies te staken, te groot zou
worden. De onderhandelingen met de republiek vlotten echter niet. Wel
werd de
gouverneur-generaal Van Mook, die te eigenmachtig optreden in de
onderhandelingen met de republiek werd verweten en die door sommigen
zelfs als de verkwansellaar van de kolonie aan de Indonesiërs werd
gezien, vervangen door
Beel die eerder als "gedelegeerde van het opperbestuur" naar
Indonesië was afgevaardigd.
H.J. van Mook
L.J.M. Beel
NRC 21 juli 1947
Hoewel Beel
aanvankelijk tegen hernieuwd militair optreden was, veranderde hij
radicaal van standpunt, toen op 18 september 1948 een communistische
opstand op Midden Java in Madiun uitbrak en een volksfront regering werd
uitgeroepen. Beel vreesde een erkenning van de communistische
volksfrontregering door Moskou, en drong in een vertrouwelijke brief van
20 september aan minister Sassen aan op militaire actie. Dit speelde
zich af tegen de zich internationaal aftekenende koude oorlog: wanneer
Nederland te velde zou trekken tegen het oprukkend rode gevaar, zou haar
dat een uitstekende militaire legitimatie op het internationale forum
verschaffen.
Dit
politieke wapen sloeg de republiek de Nederlandse regering uit handen
door de communistische opstand snel te onderdrukken. Fasseur noemt de
Madiunse opstand achteraf een politiek "godsgeschenk" voor de republiek.
Maar psychologisch was er een barrière genomen. En er werd ook nog wat
geblunderd. Op de meeste dramatische momenten in het verloop der
gebeurtenissen gaan menselijke fouten onderdeel uitmaken van de grote
causale keten van de geschiedenis. Een laatste Nederlands ultimatum in
de onderhandelingen met de republiek gericht aan het adres van
Hatta werd op
16 december door Den Haag naar Beel getelegrafeerd met het verzoek dat
ogenblikkelijk door te geven.
M.Hatta (vicepresident Republik Indonesia)
Deze wachtte
er mee tot 17 december, laat in de middag. Wel verbond hij toen de korte
termijn van 24 uur aan het aflopen van het ultimatum. Dat was een
onredelijk korte termijn vond de toenmalige premier Drees. Er kwam geen
reactie meer. Het kabinetsbesluit was niet meer terug te draaien: Op
19 december 1948startte deTweede Politionele Actie die
tot 5 januari 1949 zou duren. Dit werd Operatie Kraai die in
Generaal Spoor zijn dagorder van 18 december 1948 werd aangeduid als het
voltrekken van de "laatste acte".
Militair was
zij even omvangrijk als de eerste, maar aanzienlijk grimmiger omdat zij,
meer nog dan de eerste, het karakter had van een politieke guerrilla
waarin er niet twee partijen (de legers), maar drie partijen zijn (de
legers en de politiek vijandige bevolking). Het militaire doel: het
innemen van Yokyakarta, werd vlot, nl. op 19 december, bereikt. De
regeringsleiders weden gevangen genomen en afgevoerd naar Brastagi op
Sumatra, gelegen niet ver van Medan, en vrijwel in elk touroperator
programma van Sumatra opgenomen omdat er een mooi oud plantershotel
ligt. Maar de guerrilla woedde voort. Er werden aanzienlijk meer
verliezen geleden.
Politiek was
zij een catastrofe. De tactiek was om te profiteren van het kerstreces
van de Veiligheidsraad en in de tussentijd een snel militair succes te
behalen, om vanuit een fait accompli internationaal te kunnen
onderhandelen. Daar kwam geen spaan van terecht. De Veiligheidsraad, die
op dat moment in Parijs vergaderde, was op 17 december met kerstreces
gegaan, maar hij zat op 22 december 1948 mooi weer op het podium van de
grote theaterzaal van het Palais Chaillot aan de Seine-oever in
vergadering bijeen in een zitting, die de diplomaat De Beus er een om
nooit te vergeten noemt : "Er viel een doodse stilte toen de president
van de Raad de Nederlandse delegatie uitnodigde de voor haar
gereserveerde plaats in te nemen. Voor ons als niet-raadslid was
overeenkomstig het gebruik een plaats gereserveerd aan de uiterste
rechterpunt vanuit de zaal gezien, waar we dus helemaal in het
(verdom)hoekje van het toneel zaten met het gevoel dat we er bijna
afgedrukt werden.
Deze fysieke
omstandigheden verhoogden de indruk dat Nederland daar op het
wereldtoneel in het beklaagdenbankje zat. Dat werd in de komende dagen
nog erger, toen het ene na het andere Aziatische land als belanghebbende
partij/niet-lid van de Raad het woord vroeg". Alle leden spraken een
vernietigende veroordeling van de actie uit, die algemeen als een
schending van het Renville-bestand werd gezien. Tot heftige
verontwaardiging van de Nederlandse delegatie, en ook wel de leden van
de Raad, ging de Australische afgevaardigde zo ver om te zeggen dat
hetgeen Nederland tegen de republiek had gedaan erger was dan hetgeen
Hitler tegenover Nederland had gedaan.
Neen, dat
was niet netjes van de Australische afgevaardigde.
Van januari 1948 tot mei 1949 werd er onderhandeld over een politiek
akkoord. In de tussentijd ging -in een militaire patstelling tussen TNI
(Tentara Nasional Indonesia = Indonesisch nationaal leger) en het
Nederlandse leger- de guerrillastrijd voort.
Op 7 mei 1949
kwam het Van Royen-Roem akkoord tot stand waarmee de onafhankelijkheid
van Indonesië werd bezegeld.
Deze overeenkomst opent uitzicht op een definitieve politieke oplossing
van het conflict. Er zal een Ronde Tafel Conferentie worden belegd
waarop zal worden onderhandeld over de spoedige onafhankelijkheid van
Nederlands-Indië zonder een overgangsperiode onder Nederlands toezicht
en beheer. Wel houdt Nederland vast aan de vorming van een federatie van
Indonesische staten verbonden met Nederland in een unie en met de
Koningin als staatshoofd. De militaire consequentie is dat de
Nederlandse troepen Yogyakarta, dat zij enkele maanden eerder hebben
veroverd, zullen prijsgeven en ontruimen. Dit zorgt voor grote
spanningen in het leger. Op 30 juni wordt met de ontruiming van
Yogyakarta begonnen.
Op 27
december 1949 vond in het Paleis op de Dam de soevereiniteitsoverdracht
plaats. Daarmee kwam een einde aan Nederland als koloniale wereldmacht
en een einde aan de vermoedelijk meest omvangrijke militaire operatie
die dat land ooit op eigen kracht tot stand had gebracht: een
politionele actie, een ordemaatregel."
klik op kaart Tweede Politionele Actie
Rondetafelconferentie Nederland-Indonesie In Haagse
Ridderzaal
soevereiniteitsoverdracht 29 -12-1949 in Den Haag
Proclamatie Soekarno 17 augustus 1945
Proclamatie 2 dagen na capitulatie van Japan