Graaf Floris V van Holland (1256-1296)


geboren te Leiden op 24-06-1254, vermoord te Muiderberg op 27-06-1296, aanvankelijk begraven in de Grote Kerk te Alkmaar, later te Rijnsburg


Floris V

Een jonge Floris V op een later van hem vervaardigde gravure.

Deze graaf uit het Eerste Huis van Holland, bijgenaamd "der keerlen God" (de boeren God), spreekt zonder meer nog het meest tot de verbeelding.

Hij was de zoon van Willem II (die in 1248 te Aken tot "Rooms-Koning" werd gekroond) en Elisabeth van Brunswijk.
Op het moment dat zijn vader in 1256 door de Westfriezen werd vermoord, was Floris nog maar anderhalf jaar oud. Hij werd eerst opgevoed door zijn oom, Floris de Voogd, en na diens overlijden in 1258 door zijn tante Aleid van Holland, die gehuwd was met Jan van Avesnes. Op aandrang van de adel werd in 1263 graaf Otto II van Gelre zijn voogd, die Aleid bij Reimerswaal versloeg.

In 1266, op een leeftijd van bijna 12 jaar, was hij "oud" genoeg om te regeren en op 14-jarige leeftijd trad hij in het huwelijk met Beatrijs van Vlaanderen (van Dampierre). Dit huwelijk was al in 1256 contractueel vastgelegd. Uit dit huwelijk werden in totaal negen kinderen geboren: Willem, Otto, Dirk, Floris, Jan I, Machteld, Beatrix, Elisabeth en Margaretha. Zeven kinderen overleden jong, alleen dochter Margaretha, verloofd met Alfons van Engeland, en zoon Jan werden volwassen.
Van Floris V zijn overigens ook nog bastaardkinderen bekend, Witte van Haamstede die in 1321 huwde met een weduwe Agniese, Catheryne die huwde met Zweder van Montfoort, Gheraerd die in 1316 genoemd werd en die in 1327 kinderloos overleed, Willem die genoemd werd in 1328, Alide de moeder van Willem de Lacher, een Pieter en tot slot nog een Dirk.

Wat Floris zich reeds op jonge leeftijd voorgenomen zal hebben was het wreken van de dood van zijn vader en de opsporing van diens lichaam dat door de Westfriezen na de moord verborgen werd gehouden. In 1272 ondernam hij hiertoe al een poging die echter mislukte.
In het jaar 1282 ondernam hij een tweede poging, nu wel succesvol, en het gelukte hem terug te keren met het lichaam van zijn vader.

De echtgenote van Floris, Beatrijs van Vlaanderen, behoorde tot het Huis van Dampierre. De Dampieres waren de aartsvijanden van de Van Avesnes. Toch bleef ondanks dit huwelijk van Floris V de invloed van de Van Avesnes groot. De zuster van de vader van Floris V, Aleid van Holland, was gehuwd met Jan van Avesnes.
In 1280 verwierf een telg van het geslacht Van Avesnes de Henegouwse graventitel.
Later zou de zoon van Aleid van Holland en Jan van Avesnes de zoon van Floris V (Jan I) als Jan II opvolgen en daarmee het grafelijke huis van Holland en Zeeland samenvoegen met dat van Henegouwen.

Eind 13de eeuw ontstonden er in toenemende mate spanningen tussen de koningen van Frankrijk en Engeland. Floris V koos partij voor Engeland. Hij deed dit in het belang van de handel met Engeland en omdat hij van Engeland steun verwachtte in zijn conflict met de graaf van Vlaanderen over Zeeland-bewesten-Schelde.
Om het conflict met de opstandige Westfriezen in het noorden van zijn graafschap veilig te kunnen afhandelen kreeg Floris van Avesnes namens Floris V het bestuur in Zeeland en het zuiden van Holland. In 1272 ondernam Floris V een eerste tocht tegen de Westfriezen. Via Alkmaar trok hij met zijn leger naar het moerassige Westfriese gebied. Men legde een dijkje aan dat Alkmaar met Oudorp verbond, waarbij de dijkwerkers door de Westfriezen met pijl en boog werden bestookt. Het leger te paard kon daarbij geen kant op en moest zich uiteindelijk terug trekken. Daarmee was deze eerste poging van Floris de Westfriezen te onderwerpen mislukt. In 1274 kwamen ook de Kennemers in opstand, onder leiding van Gijsbrecht IV van Amstel gevolgd door de boeren in Water- en Amstelland. Deze opstand breidde zich vervolgens snel uit naar het grensgebied tussen Holland en Utrecht.

Huize Lokhorst

Huize Lokhorst was de grafelijke woning in Leiden, hier op een prent uit 1564.
Dit is waarschijnlijk de woning waar Floris V werd geboren.

Daar hadden Gijsbrecht van Amstel en zijn zwager Herman van Woerden een machtige positie opgebouwd die ten koste ging van Jan van Nassau, de bisschop van Utrecht. Deze had zijn positie verzwakt door uit financiŽle nood de burchten Vreeland en Montfoort aan Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden te verpanden.
Handig wist Floris V in deze roerige tijd alles naar zijn hand te zetten. Met de Utrechtenaren sloot hij een verdrag van onzijdigheid en in het Kennemerland wist hij door concessies te doen en landrecht toe te staan de rust te laten wederkeren. Vervolgens zocht hij toenadering tot Vlaanderen en ontdeed hij zich in 1277 van Floris van Avesnes. In 1278 kwam Floris V de elect in Utrecht, Jan van Nassau, te hulp, waarbij hij zich met geweld meester maakte van de opstandige stad Utrecht. Hierdoor werd de elect steeds meer van hem afhankelijk en in 1279 kreeg Floris V het gehele Nedersticht in pand. Hierbij kwamen ook alle inkomsten en de strategische steunpunten in zijn handen. Bij een aanval op Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden kon Floris V de bezittingen van deze heren inlijven.
Door zeer handige politieke, financiele en strategische manoevres wist Floris zijn graafschap op orde te krijgen. Nadat deze tactiek gelukt was kreeg hij eindelijk de handen vrij om zijn vijanden in het noorden te onderwerpen. In 1282 volgde daarom een veldtocht tegen de Westvriezen. Versterkt met eenheden van de graven van Gelre en Cleef koos hij ditmaal voor inscheping en landde hij met zijn vloot in Wijdenes. Van daaruit onderwierp hij de Westfriezen. Tijdens deze veldtocht gelukte het Floris V bovendien om de stoffelijke resten van zijn vader, Willem II, op te sporen.
Naar overlevering waren deze na diens moord onder een haardplaat in een boerderij te Hoogwoud verborgen. Floris bracht de resten van zijn vader naar het graafschap terug waarna zij in de abdijkerk van Middelburg een waardige laatste rustplaats vonden. In de jaren 1287-1288 volgde wederom een veldtocht tegen de Westfriezen die uiteindelijk tot hun algehele onderwerping leidde.

Daar waar het hem gelukt was de rest van zijn graafschap onder goed bestuur te krijgen, lukte dat in Zeeland niet echt goed. Omstreeks 1280 werden juridisch-administratieve eenheden in de vorm van baljuwschappen in Noord-Holland, Zuid-Holland, Schieland en Rijnland ingesteld. Deze verandering van het bestuur ging ten koste van de macht van de adel in Zeeland. Deze adel bezat er van oudsher grote autonomie. De invoering van de baljuwschappen stuitte er daarom op groot verzet.
In 1287 verklaarde de Rijksdag het Vlaams-Hollandse verdrag nietig dat Floris de Voogd in het jaar 1256 had gesloten. Floris V kreeg van de Rooms-Koning Zeeland-bewester-Schelde in direct leen van het Rijk. Daarmee had Floris het recht in handen gekregen om zijn aanspraken in dit gebied kracht bij te zetten.
In 1290 kozen de Zeeuwse edelen echter de zijde van de Vlaamse graaf.
Gwijde van Vlaanderen, hierdoor gesterkt, viel Zeeland binnen en belegerde Middelburg. Floris V stuurde zijn vrouw Beatrijs en zijn zoon Jan naar Middelburg om het moreel te versterken. Er kwam echter een oplossing van het geschil in zicht door bemiddeling van de hertog van Brabant. In Biervliet zou Floris V onder vrijgeleide zijn schoonvader, Gwijde van Vlaanderen, ontmoeten. Daar aangekomen werd Floris ondanks het vrijgeleide gevangen genomen en pas nadat hem concessies waren afgedwongen weer vrijgelaten.
Zodra hij weer vrij was verwierp hij de gedane concessies. Dank zij de bemiddeling van koning Eduard I van Engeland kwam het conflict toch nog tot een oplossing. Floris V wilde de Engelse koning te vriend houden. Hij hoopte namelijk dat zijn afstamming van bet-overgrootmoeder Ada (de zuster van de Schotse Koning Willem de Leeuw) hem aanspraak zou geven op de in 1291 vrijgekomen troon van Schotland. Ook door de verloving van zijn kinderen Margaretha en Jan binnen het Engelse vorstenhuis hoopte Floris op de steun van Eduard I hierin. Helaas ging deze troon in november 1292 aan hem voorbij.
Met steun van Eduard begon Floris weer een oorlog tegen Vlaanderen, nu met meer succes. In 1295 veranderde graaf Floris V echter zijn buitenlandse politiek. De beslissing van de Engelse koning de stapelplaats voor de wolhandel van Dordrecht naar Mechelen te verleggen zal daar een belangrijke rol in gespeeld hebben. Vermoedelijk op aandrang van Avesnes ging Floris over naar het Franse kamp. Hij vertrok in januari 1296 met een groot gevolg naar Parijs waar hij een aanvankelijk geheim verdrag sloot dat duidelijk gericht was tegen Vlaanderen. Daarbij dekte Floris zich bovendien in tegen eventuele maatregelen die de Engelse koning als vergelding zou kunnen nemen.
Het verdrag lekte echter uit en op 24 januari van dat jaar verbood de Engelse koning alle handel op het gebied van Floris. Daarnaast ontwikkelde hij samen met Gwijde van Vlaanderen een complot tegen Floris waarmee hij hem naar Engeland wilde ontvoeren. Naar aanleiding van deze samenzwering, waarbij mogelijk ook de hertog van Brabant betrokken was, werd in juni 1296 het plan door Gijsbrecht van Amstel, Herman van Woerden en Gerard van Velzen ten uitvoer gebracht. Floris V was na een bijeenkomst in Utrecht, waar hij bemiddelde in een onderlinge ruzie tussen de heren uit het Sticht, uitgenodigd voor een valkenjacht. Tijdens deze valkenjacht werd Floris gevangen genomen en naar het Muiderslot gebracht in afwachting van zijn transport naar Engeland.
Het nieuws van zijn gevangenneming lekte echter snel uit en onder het volk, waar Floris erg populair geworden was, ontwikkelde zich het plan hem te bevrijden. Toen de edelen met hun gevangene op 27 juni 1296 het Muiderslot verlieten kwamen ze in Muiderberg een groep Gooilanders uit Naarden tegen. Gerard van Velzen vroeg hen wat zij wilden en hij kreeg ten antwoord: "Degene, die U bij U hebt, de graaf." Hierop reed Gerard van Velzen terug, trok zijn zwaard en vermoordde graaf Floris, die op zijn paard vastgebonden geen weerstand kon bieden. Vervolgens namen de ontvoerders de vlucht.
Gerard van Velzen werd later gepakt en ter dood gebracht. Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden sleten de rest hun leven als ballingen en verloren al hun bezittingen. Floris V werd te Rijnsburg begraven.
Met recht wordt Floris V als een groot staatsman gezien. Zijn regering bracht de steden en het land een grotere bloei en heeft de Hollandse positie dankzij een doelbewuste economische politiek belangrijk versterkt.

Floris V werd (in naam) opgevolgd door zijn zoon Jan.


Terug naar de START-pagina

Verstuur hier uw E-mail