Een jonge Floris V op een later van hem vervaardigde gravure.
|
Deze graaf uit het Eerste Huis van Holland, bijgenaamd "der keerlen God" (de boeren God), spreekt zonder meer nog het meest tot de verbeelding.
Hij was de zoon van Willem II (die in 1248 te Aken tot "Rooms-Koning" werd gekroond) en
Elisabeth van Brunswijk.
In 1266, op een leeftijd van bijna 12 jaar, was hij "oud" genoeg om te regeren en op 14-jarige leeftijd
trad hij in het huwelijk met Beatrijs van Vlaanderen (van Dampierre).
Dit huwelijk was al in 1256 contractueel vastgelegd.
Uit dit huwelijk werden in totaal negen kinderen
geboren:
Willem, Otto, Dirk, Floris, Jan I, Machteld, Beatrix, Elisabeth en Margaretha.
Zeven kinderen overleden jong, alleen dochter Margaretha, verloofd met Alfons van Engeland,
en zoon Jan werden volwassen.
|
Wat Floris zich reeds op jonge leeftijd voorgenomen zal hebben was het wreken van de dood van zijn vader
en de opsporing van diens lichaam dat door de Westfriezen na de moord verborgen werd gehouden.
In 1272 ondernam hij hiertoe al een poging die echter mislukte.
In het jaar 1282 ondernam hij een tweede poging, nu wel succesvol, en het gelukte hem terug te keren
met het lichaam van zijn vader.
De echtgenote van Floris, Beatrijs van Vlaanderen, behoorde tot het Huis van Dampierre.
De Dampieres waren de aartsvijanden van de Van Avesnes.
Toch bleef ondanks dit huwelijk van Floris V de invloed van de Van Avesnes groot.
De zuster van de vader van Floris V, Aleid van Holland, was gehuwd met Jan van Avesnes.
In 1280 verwierf een telg van het geslacht Van Avesnes de Henegouwse graventitel.
Later zou de zoon van Aleid van Holland en Jan van Avesnes de zoon van Floris V (Jan I) als
Jan II opvolgen en daarmee het grafelijke huis van Holland en Zeeland samenvoegen
met dat van Henegouwen.
|
Eind 13de eeuw ontstonden er in toenemende mate spanningen tussen de koningen van Frankrijk
en Engeland. Floris V koos partij voor Engeland. Hij deed dit in het belang van de handel
met Engeland en omdat hij van Engeland steun verwachtte in zijn conflict met de graaf van
Vlaanderen over Zeeland-bewesten-Schelde.
|
Huize Lokhorst was de grafelijke woning in Leiden, hier op een prent uit 1564.
|
Daar waar het hem gelukt was de rest van zijn graafschap onder goed bestuur te krijgen,
lukte dat in Zeeland niet echt goed. Omstreeks 1280 werden juridisch-administratieve eenheden
in de vorm van baljuwschappen in Noord-Holland, Zuid-Holland, Schieland en Rijnland ingesteld.
Deze verandering van het bestuur ging ten koste van de macht van de adel in Zeeland.
Deze adel bezat er van oudsher grote autonomie. De invoering van de baljuwschappen stuitte
er daarom op groot verzet.
In 1287 verklaarde de Rijksdag het Vlaams-Hollandse verdrag nietig dat Floris de Voogd in
het jaar 1256 had gesloten. Floris V kreeg van de Rooms-Koning Zeeland-bewester-Schelde in
direct leen van het Rijk.
Daarmee had Floris het recht in handen gekregen om zijn aanspraken in dit gebied kracht bij
te zetten.
In 1290 kozen de Zeeuwse edelen echter de zijde van de Vlaamse graaf.
Gwijde van Vlaanderen, hierdoor gesterkt, viel Zeeland binnen en belegerde Middelburg.
Floris V stuurde zijn vrouw Beatrijs en zijn zoon Jan naar Middelburg om het moreel te versterken.
Er kwam echter een oplossing van het geschil in zicht door bemiddeling van de hertog van Brabant.
In Biervliet zou Floris V onder vrijgeleide zijn schoonvader, Gwijde van Vlaanderen,
ontmoeten. Daar aangekomen werd Floris ondanks het vrijgeleide gevangen genomen en pas nadat hem
concessies waren afgedwongen weer vrijgelaten.
Zodra hij weer vrij was verwierp hij de gedane concessies.
Dank zij de bemiddeling van koning Eduard I van Engeland kwam het conflict toch nog tot een
oplossing. Floris V wilde de Engelse koning te vriend houden. Hij hoopte namelijk dat
zijn afstamming van bet-overgrootmoeder Ada (de zuster van de Schotse Koning Willem
de Leeuw) hem aanspraak zou geven op de in 1291 vrijgekomen troon van Schotland.
Ook door de verloving van zijn kinderen Margaretha en Jan binnen het Engelse vorstenhuis
hoopte Floris op de steun van Eduard I hierin. Helaas ging deze troon in november 1292
aan hem voorbij.
Met steun van Eduard begon Floris weer een oorlog tegen Vlaanderen, nu met meer succes.
In 1295 veranderde graaf Floris V echter zijn buitenlandse politiek.
De beslissing van de Engelse koning de stapelplaats voor de wolhandel van Dordrecht naar
Mechelen te verleggen zal daar een belangrijke rol in gespeeld hebben.
Vermoedelijk op aandrang van Avesnes ging Floris over naar het Franse kamp.
Hij vertrok in januari 1296 met een groot gevolg naar Parijs waar hij een aanvankelijk
geheim verdrag sloot dat duidelijk gericht was tegen Vlaanderen.
Daarbij dekte Floris zich bovendien in tegen eventuele maatregelen die de Engelse koning
als vergelding zou kunnen nemen.
Het verdrag lekte echter uit en op 24 januari van dat jaar verbood de Engelse koning alle
handel op het gebied van Floris. Daarnaast ontwikkelde hij samen met Gwijde van Vlaanderen
een complot tegen Floris waarmee hij hem naar Engeland wilde ontvoeren.
Naar aanleiding van deze samenzwering, waarbij mogelijk ook de hertog van Brabant betrokken
was, werd in juni 1296 het plan door Gijsbrecht van Amstel, Herman van Woerden en Gerard
van Velzen ten uitvoer gebracht.
Floris V was na een bijeenkomst in Utrecht, waar hij bemiddelde in een onderlinge ruzie
tussen de heren uit het Sticht, uitgenodigd voor een valkenjacht.
Tijdens deze valkenjacht werd Floris gevangen genomen en naar het Muiderslot gebracht in
afwachting van zijn transport naar Engeland.
Het nieuws van zijn gevangenneming lekte echter snel uit en onder het volk, waar Floris erg
populair geworden was, ontwikkelde zich het plan hem te bevrijden.
Toen de edelen met hun gevangene op 27 juni 1296 het Muiderslot verlieten kwamen ze in
Muiderberg een groep Gooilanders uit Naarden tegen. Gerard van Velzen vroeg hen wat zij
wilden en hij kreeg ten antwoord: "Degene, die U bij U hebt, de graaf." Hierop reed Gerard
van Velzen terug, trok zijn zwaard en vermoordde graaf Floris, die op zijn paard vastgebonden
geen weerstand kon bieden. Vervolgens namen de ontvoerders de vlucht.
Gerard van Velzen werd later gepakt en ter dood gebracht. Gijsbrecht van Amstel en Herman
van Woerden sleten de rest hun leven als ballingen en verloren al hun bezittingen.
Floris V werd te Rijnsburg begraven.
Met recht wordt Floris V als een groot staatsman gezien.
Zijn regering bracht de steden en het land een grotere bloei en heeft de Hollandse positie
dankzij een doelbewuste economische politiek belangrijk versterkt.
Floris V werd (in naam) opgevolgd door zijn zoon Jan.
|
|
|