Graaf Gerolf van Holland (voor 885 - circa 896)


geboren circa 850, overleden 895/896


De naam Holland als naam van een graafschap wordt pas voor het eerst in 1101 genoemd. Voor die tijd, tot in de 11de eeuw, worden de bewoners van het huidige Holland gewoon Friezen genoemd.
Sinds Karel Martel (689-741) was het Frankische gezag in dit gebied stevig gegrondvest, maar in de 9de eeuw werd het ernstig aangetast door de Noormannen. Pas in 885 kwam hieraan een einde door de moord op Godfried de Noorman.
In deze moord had graaf Gerolf (Gerulf) een actief aandeel.

Het grafelijk gebied van deze Gerolf moet in ieder geval ten noorden van de Rijnmond hebben gelegen en waarschijnlijk in Kennemerland. In de loop van de verdere geschiedenis van dit Grafelijk Huis werd dit gebied eerst in het zuiden en vervolgens in het oosten en noorden uitgebreid. Graaf Gerolf ontving als beloning voor zijn rol bij het verdrijven van de Noormannen van de Oostfrankische koning Arnulf op 4 augustus 889 een aantal goederen in volle eigendom.
Het betrof in het ene geval een goed buiten zijn graafschap, in Teisterbant, bestaande uit een aantal hoeven en huizen in onder andere Tiel, Aalbug en Asch. Dit goed kwam na de dood van Gerolf ten goede aan zijn zoon Waldger.
In het andere geval betrof het een goed binnen zijn graafschap. Dit laatste goed, bestaande uit een bos en een bouwakker, ergens gelegen tussen de monding van de Oude Rijn en (vermoedelijk) Bennebroek, kwam na zijn dood ten goede aan zijn zoon Dirk.
Een gedicht uit omstreeks 1120, waarin de graven uit het Huis genoemd worden, begint met: "De eerste Dirk, broer van Waldger, was een roemrijk man ......"
In een ander werk staat van deze Waldger beschreven: "Waldgarius Freso, Gerilfi filius", hetgeen zoveel betekent als "Waldger de Fries, de zoon van Gerulf". Daarmee wordt Gerolf gezien als de vader van Dirk I en als de stamvader van het Hollandse Huis.

Bekend is dat zoon Waldger, die in 936 overleed, ouder was dan zoon Dirk. Vreemd is echter dat Waldger zijn enige zoon Radboud noemt. Ook in die tijd zal het gebruikelijk zijn geweest dat de oudste zoon de naam krijgt van zijn grootvader van vaders zijde. Hij zou dan volgens deze traditie Gerolf genoemd moeten zijn.
Ook is het vreemd dat Waldger, als oudste zoon, zijn vader Gerolf niet opvolgt in diens gebied, maar dat de tweede zoon, Dirk, dat wel doet.
Daarnaast onderhield Waldger nauwe banden met de Utrechtse bisschop Radboud (900-917) die afstamt van de Friese koning Radboud die in 719 stierf.

Om deze redenen oppert Dijkstra in zijn boek "Een Stamboom in Been" dat Gerolf niet de vader van de broers Waldger en Dirk was, maar slechts hun pleegvader. "Filius" zou hier dan ook de betekenis "pleegzoon" kunnen hebben.
Afgaande op de mogelijkheid dat Waldger bij de geboorte van zijn zoon zijn werkelijke, en dus ook broer Dirks vader, zou hebben vernoemd, zou er dus naar een Radboud als hun echte vader moeten worden gezocht.
De enige die daarvoor in de geschiedenis in aanmerking kan komen is een Radboud, Heer van Nederfriesland, die in 874 samen met Raginer, de hertog van Hasbain en Henegouwen, Walcheren heeft getracht te verdedigen tegen de invallende Noormannen. Radboud werd in deze strijd nagezeten tot in zijn eigen gebied en sneuvelde. In een dergelijk geval zullen de eventuele minderjarige kinderen van deze Radboud (Waldger en Dirk ?) door een familielid als pleegvader kunnen zijn opgevoed. Deze zou als voogd ook het gebied beheren dat aan de oudste zoon Waldger nagelaten werd. Dat Gerolf zijn eigen graafschap vervolgens aan de tweede zoon naliet zou verklaarbaar kunnen zijn indien Gerolf zelf kinderloos bleef.

Met deze redenatie zouden een hoop zaken, die zich voorheen niet echt lieten verklaren, op hun plaats kunnen vallen.
Op grond van de aldus ontstane mogelijkheden werd door Dijkstra in zijn boek een tentatieve geslachtslijst geplaatst met behulp waarvan op deze webpagina's een mogelijke kwartierstaat van Dirk I is opgenomen.


Terug naar de START-pagina

Verstuur hier uw E-mail