HUGENOTENdoor Joost Hultzer
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk I: Wie waren de Hugenoten Hoofdstuk II: Johannes Calvijn Hoofdstuk III: De leer van Calvijn Hoofdstuk IV: De geschiedenis van de Hugenoten Hoofdstuk V: Het Hugenotenkruis Hoofdstuk VI: De Hugenoten in Nederland
Inleiding Ik wil in dit werkstuk graag iets vertellen over de Hugenoten, de grondlegger van hun geloof en hun geschiedenis. Ik heb dit onderwerp gekozen omdat mijn moeder de Franse achternaam Du Chattel heeft. Haar grootvader was benieuwd waar deze naam vandaan kwam en heeft de stamboom van de familie laten natrekken. Hij kwam daarbij tot de conclusie dat de familie van de Hugenoten afstamt. Mijn moeder heeft vaak over de Hugenoten verteld en daarom ben ik in het onderwerp geinteresseerd geraakt. Ik heb mij verder in dit onderwerp verdiept en heb daar een werkstuk over gemaakt. Ik hoop dat ik met dit werkstuk ook de interesse van anderen voor dit onderwerp kan wekken, want het is een heel interessant deel van de Franse geschiedenis, dat bepaald werd door het verschil in geloof tussen de katholieken en de protestanten in Frankrijk. Ik heb heel veel geleerd uit de boeken die ik geraadpleegd heb om dit werkstuk te maken. Ik vond het leuk om het werkstuk te maken en om me verder in dit onderwerp te verdiepen.
Joost Hultzer Amsterdam, mei 1999 Klas: D1A
Hoofdstuk I: Wie waren de Hugenoten De Hugenoten waren de Franse volgelingen van de leer van Calvijn. Niemand weet waar de naam Hugenoten oorspronkelijk vandaan komt. Men vermoedt dat het een verbastering is van het Zwitserse woord 'Eidgenossen'. In het Frans is de benaming van dat woord Iguenots en dat lijkt op Huguenot. De Hugenoten volgden de leer van Calvijn (zie Hoofdstuk: II). Daarmee verwierpen zij het Katholieke geloof. De Hugenoten begonnen als een godsdienstige stroming. Later kwam er ook een politieke stroming. Men maakte dan ook onderscheid tussen de Huguenots de réligion en de Huguenots d'état. De Hugenoten waren vooral mensen van adel en burgers uit de grote steden. Omdat de Hugenoten Protestant waren en macht kregen, werden ze vervolgd door de Katholieken. Dit heeft geleid tot bloedige godsdienstoorlogen en moordpartijen tussen de Hugenoten en de Katholieken. Een voorbeeld daarvan is de Bartholomeüsnacht, of ook wel de Parijse bloedbruiloft genoemd, die plaats vond in de nacht van 23 op 24 augustus 1572. De geschiedenis van de Hugenoten wordt in hoofdstuk: IV uitgebreid behandeld. De godsdienstoorlogen en de moordpartijen hadden als uiteindelijk resultaat dat veel Hugenoten wegtrokken naar landen als Nederland, België, Zwitserland, Duitsland en Engeland. Voor de Franse economie had dit bijna rampzalige gevolgen omdat de Hugenoten een belangrijke plaats hadden in de maatschappij.
Hoofdstuk II: Johannes Calvijn Calvijn werd geboren op 10 juli 1509 in Noyon. Hij studeerde in zijn jeugd filosofie in Parijs en rechten in Orléans en Bourges. Eerst was Calvijn katholiek maar in 1534 bekeerde hij zich plotseling tot het Protestantisme. Calvijn had een vriend genaamd Michel Cop. Hij was rector van een Parijse universiteit genaamd ' de Sorbonne'. Die vriend hield op 1 november 1533 een redevoering over de bergrede bij de evangelist Mattheüs die mede door Calvijn opgesteld was. Omdat deze rede nogal protestants klonk, verdachten ze Cop en Calvijn van verraad. Cop en Calvijn moesten wegvluchten uit Parijs. Op 4 mei 1534 deed Calvijn afstand van de kerkelijke inkomsten die hij in zijn jeugd kreeg. In het zelfde jaar verliet hij Frankrijk om in Zwitserland zijn boek genaamd 'Christianae religionis institutio' (Een korte onderwijzing in de Christelijke religie in reformatorische geest) af te maken. In maart 1536 kwam zijn boek uit. In dit boek stond een opdracht aan koning Frans I. Die opdracht hield een vurige pleidooi in voor de vervolgde protestanten in Frankrijk. In juli 1536 was Calvijn op doorreis in Génève. Tijdens die reis liet Calvijn zich overhalen door de reformator Guillaume Farel om mee te werken aan de kerkelijke opbouw in de stad. Calvijn stemde toe en werd daar predikant. Calvijn drong bij de raad vaak aan op een regelmatige avondmaalsviering volgens de strenge regels van de kerk en ook op het invoeren van kerkelijke tucht. Ook probeerde hij alle burgers instemming te laten betuigen met het protestantse geloof. Maar door dit al kwam er groot verzet. Calvijn en Farel werden in april 1538 verbannen. Calvijn trok ontmoedigd naar Straatsburg, nam daar de zorg op zich van de Franse vluchtelingenkerk en hij werd docent van het Nieuwe Testament aan de academie. De omgang met de theoloog Martin Bucer en het bijwonen van godsdienstgesprekken met de Rooms-katholieken werden voor Calvijn erg belangrijk. In Straatsburg trouwde hij met zijn vrouw Idelette de Bure. Samen kregen zij een zoon, maar die stierf vlak na de geboorte. Intussen werd er in Génève aangedrongen op de terugkeer van Calvijn. Na veel twijfels begon hij in 1541 weer met zijn werk in Génève. Snel daarna ontstond er een nieuwe kerkorde, de zogenaamde Ordonnances ecclésiastiques, evenals een liturgie en een catechismus. Volgens Calvijn moest de kerk door middel van ouderlingen toezien op de levenswandel van de gemeenteleden en via de predikanten en de kerkenraad de tucht uitoefenen. De overheid van Génève vond echter dat het uitoefenen van de tucht een taak was van de wereldlijke rechtspraak. Hierover ontstond een langdurige strijd. Ook op het gebied van de leerstellingen waren er regelmatig conflicten, zoals met de humanist Sebastiaan Castellio (over het Hooglied) en met de theoloog Bolsec (over de predestinatie). Berucht is het proces tegen Michael Servet, die na het verloochenen van de drie-eenheid op de brandstapel werd gebracht. In 1555 ging de overheid steeds meer de gedachten van Calvijn volgen. Daardoor kon Calvijn in 1559 de Académie oprichten die onder de theoloog Theodorus Beza een grote groei beleefde en een kweekplaats voor het gereformeerde protestantisme werd. Calvijn stierf op 27 mei 1564. Hij werd maar 54 jaar oud.
Hoofdstuk III : De leer van Calvijn De kenmerken van het Calvinisme waren.
Alle kennis wordt uit de bijbel gehaald. Calvijn ging uit van de heerschappij van God in het maatschappelijke en staatkundige leven. Dat betekent dat God beslist wie er naar de hemel gaat (de verkiezing) en wie niet (de verwerping). Deze harde leer vormt een belangrijk deel van het oorspronkelijke Calvinisme. Alle schepselen zijn afhankelijk van Gods raad en bestuur. De mens is met erfzonde geboren. Alleen door Gods verzoening en verlossing kunnen zij hiervan verlost worden. Alleen door het geloof kan men van de zondeschuld bevrijd worden. Het is noodzakelijk goede werken te doen als uiting van dankbaarheid. Het Calvinisme heeft een belijdende inslag, dat wil zeggen dat de volgelingen het geloof naar buiten toe uit moeten dragen. Het is een strenge leer met vele geboden en verboden. Het bestuur van de kerk gebeurt in tegenstelling tot de Rooms-katholieke kerk van onder af, dat wil zeggen door de kerkleden. De kerk bestaat uit zelfstandige eenheden (gemeenschappen) die door de leden zelf worden bestuurd. De kerkbestuurders worden gekozen door de kerkleden zelf. De Calvinisten zien de schepping als het werk van God , met de bedoeling Hem te dienen. Het leven is een opdracht om te werken om zo God te dienen. Men moet zo nuttig mogelijk gebruik maken van zijn natuurlijke begaafdheden. Alle succes, rijkdom, welvaart en voorspoed komen van God en dienen tot zijn eer. Dit waren zichtbare tekens van Gods genade De regering werkt en regeert om God te eren en om te luisteren naar zijn wil. Het Calvinisme is door heel Europa verspreid. Men vindt Calvinisten in Hongarije, Schotland, Duitsland, Zwitserland en Nederland. De Nederlandse Hervormde Kerk en de daaruit voortgekomen kerken ( de Gereformeerde kerk, de Christelijk Gereformeerde kerk, de Gereformeerde gemeenten, enzovoorts) rekent men tot het Calvinistische geloof. Vanuit Europa vond het Calvinisme zijn weg naar Zuid-Afrika en Noord-Amerika.
Hoofdstuk IV: De geschiedenis van de Hugenoten In de loop van de zestiende eeuw breidde het protestantse geloof in navolging van de leer van Calvijn zich steeds veder over Frankrijk uit. De aanhangers van deze protestantse leer werden in Frankrijk de Hugenoten genoemd. In oorsprong was dit een religieuze stroming, maar rond 1560 ontwikkelde zich ook een politieke stroming onder de Hugenoten. Zij hadden veel aanhangers onder de adel en de burgers van de grote steden. Hun leider heette Gaspard de Coligny. Hij zocht naar een evenwicht tussen de godsdienstvrijheid van de Hugenoten enerzijds en het nationale belang anderzijds. Dit werd echter niet geaccepteerd door het Rooms-Katholieke Frankrijk. De aanvankelijke tolerantie ten opzichte van de Hugenoten werd met name aan het hof, onder leiding van Catharina de Médicis, steeds minder. In 1562, na het bloedbad van Vassey, braken de Franse godsdienstoorlogen uit. Catharina de Médicis (1519 tot1589) trouwde in 1535 met Hendrik, zoon van Frans I, die in 1547 zijn vader als koning van Frankrijk opvolgde. Na de dood van haar echtgenoot, begon de rol van Catharina de Médicis in de Franse geschiedenis. Zij was een sluwe vrouw, die haar eigen macht probeerde te handhaven door de Katholieken, onder leiding van de De Guisses, en de Hugenoten , onder leiding van de De Coligny's, voortdurend tegen elkaar uit te spelen. Enerzijds deed zij veel moeite om de Hugenoten tegen te werken. Aan de andere kant zocht ze toenadering tot de De Coligny's omdat de Katholieken haar te machtig werden. Ze beraamde een huwelijk tussen haar dochter Margaretha en de protestantse Hendrik van Bourbon, koning van Navarre. De grote invloed die de De Coligny's ondertussen aan het hof hadden gekregen, vond zij te ver gaan. De Katholieken aan het hof en in het land kwamen hier ook tegen in verzet. Voor de bruiloft van Hendrik van Navarre waren vele Hugenoten naar Parijs gekomen. Op 22 augustus 1572 werd er een aanslag op De Coligny gepleegd, die mislukte. De avond van 23 augustus haalde Catharina de Médicis en de leiders van de Katholieken de jonge koning Karel IX (zoon van Catharina, die protestantse sympathieën had) over om hun zijde te kiezen en om het bevel te geven tot executie van de Hugenoten. Deze moordpartij begon om 3 uur 's nachts en hield drie dagen aan. Deze nacht word de Bartholomeüsnacht of de Parijse Bloedbruiloft genoemd. Er kwamen ongeveer 20.000 Hugenoten, waaronder De Coligny, om het leven. Hendrik van Navarre werd Katholiek en ging in 1589 regeren als koning Hendrik IV. De Hugenoten ondergingen een organisatie-verandering. Door de Parijse Bloedbruiloft was uit hun midden een groot deel van de adel weg- gevallen; de invloed van de burgerij ging overheersen. Zij organiseerden zich tot een soort politieke partij, die bij de overheid steeds meer aandrong op rechten en vrijheden voor de Hugenoten. Hendrik IV, die zijn vroegere geloofsgenoten beslist niet vergeten was, gaf hieraan gehoor door het uitvaardigen van het Edict van Nantes (1598). Dit hield in:
De Hugenoten, die ongeveer 10 procent van de bevolking uitmaakten, vormden zo een soort staat in de staat. Zij waren met name geintereseerd in het onderwijs , zodat uit hun midden vele bekwame mannen en geleerden voortkwamen. Deze rust en vrijheid duurde echter niet erg lang. Hun politieke onafhankelijkheid wekte, na ongeveer 20 jaar, verzet bij het Katholieke deel van Frankrijk op, vooral bij de geestelijkheid en het bestuur. Vooral de komst van Kardinaal Richelieu (1585-1642) , eerste minster onder Koning Lodewijk XIII, maakte een einde aan de politieke machtspositie van de Hugenoten. In 1628 werd hen , na een bloedige strijd, waarbij vele slachtoffers vielen, de laatste van hun pandsteden (La Rochelle ) afgenomen. Bij het daaropvolgende genade-édict van Nîmes (1629) bleef voor de Hugenoten alleen de godsdienstvrijheid gewaarborgd. Door de tolerante houding van de Hugenoten en de Rooms-Katholieken volgde daarna een periode van betrekkelijke rust. Pas toen in 1661 eerste minister Mazarin ( de opvolger van Kardinaal Richelieu ) stierf en Lodewijk XIV ( De Zonnekoning , 1643 - 1715 ) de regering zelf ter hand nam, kwam hierin verandering. Hij wilde de geschiedenis ingaan als de koning die van Frankrijk weer een katholiek land zou maken. Stukje bij beetje werden de Rooms-Katholieken steeds meer begunstigd en de Hugenoten steeds meer verdrukt. Dit leidde ertoe dat in1685, middels het Edict van Fontainebleau ,het Edict van Nantes volledig werd herroepen. Dit was de aanleiding voor 200.000 Hugenoten om het land te verlaten. Dit had economisch gezien voor Frankrijk grote gevolgen , omdat de Hugenoten in het algemeen goed opgeleide mensen waren. Voor degene die achterbleven, brak er een verschrikkelijke tijd aan. Alle kerken (de Tempels) moesten afgebroken worden en alle Protestanten moesten zich bekeren tot het Katholieke geloof. Hugenoten met hoge functies werden uit hun ambt gezet, leraren mochten geen les meer geven, priesters namen het onderwijs over, Protestanten mochten het land niet meer verlaten, Protestantse huwelijken werden ongeldig verklaard, etc. De Protestanten waren rechteloos en vogelvrij geworden. En wie zich niet aan deze regels hield, werd naar de galeien gestuurd of in de gevangenis gezet. Maar vele mensen bleven ondanks alles het protestantse geloof trouw. Zij organiseerden godsdienstige bijeenkomsten op afgelegen plaatsen. Toen besloot de regering de koninklijke troepen tot 'bekering' van de protestanten in te zetten en begonnen de zogenaamde 'Dragonnades'. Deze werden uitgevoerd door dragonders, de meest beestachtigen onder de soldaten. Zij hielden onder de protestanten op barbaarse wijze huis. Alles was toegestaan, behalve doodslag en verkrachting. Dit heeft geleid tot vreselijke mishandelingen en martelingen, waaraan de slachtoffers uiteindelijk toch stierven. Vooral in de Languedoc en de Cevennen, waar veel Protestanten woonden, werd de bevolking hard aangepakt. Daar vond ook de bekende opstand der Camisarden plaats (afgeleid van het woord camise= boerenkiel of van camisade=nachtelijke overval). Onder hun leider Jean Cavalier kwamen zij in de periode 1702 tot 1705 in gewapend verzet tegen de dragonders van Lodewijk XIV. In het begin waren zij erg succesvol, maar nadat enkele van hun leiders gedood waren, stortte de groep in elkaar. Deze bloedige godsdienstoorlogen hebben ruim 20 jaar geduurd. Langzaam kwamen de Franse koningen tot het inzicht dat de Hugenoten zelfs met geweld niet uit te roeien waren. Onder koning LodewijkXVI(1754-1793) kregen de Hugenoten hun burgerrechten terug. Het is de revolutie van 1789, die een einde aan de godsdienstoorlogen tussen de Hugenoten en de Rooms-Katholieken in Frankrijk maakte. Vanaf die tijd bestond er in Frankrijk naast het Rooms-Katholieke geloof een klein groepje aanhangers van het Protestantisme.
Hoofdstuk V: Het Hugenotenkruis Het hoofdbestanddeel van het Hugenotenkruis is het Maltezer-kruis. Dit is het kenteken van de ridders van Malta. Dit is een geestelijke ridderorde uit de middeleeuwen. Het kruis heeft gelijke armen, met een wijd uiteenlopende top. Dit figuur is waarschijnlijk tot stand gekomen door vier pijlpunten naar het midden te keren. Het Maltezerkruis is door de Hugenoten aanvaard, omdat men wel Christenen wilde zijn, gekenmerkt door het kruis, maar niet door het 'Latijnse' kruis, het 'Roomse'. Het Maltezerkruis werd gezien als symbool van de wedergeboorte. De acht punten stellen voor de acht zaligsprekingen uit het Evangelie naar Matheüs (Matheüs 5: 3-10). Deze zaligsprekingen waren,
De armen van het kruis worden verbonden door een krans van vier lelies of harten. Dit zijn de symbolen van reinheid en trouw. Het oorspronkelijke aanhangsel onderaan was een peervormig ding. Niemand weet precies wat het was. De een zegt dat het een kruikje was. Dit was namelijk het teken van de zalving van de Franse koning. Andere zeggen dat het een traan was. dit teken stond symbool voor het lijden van de Franse protestanten. In 1688 werd dit peervormige ding vervangen door een duif. Dit was het symbool van de Heilige Geest. Als men alle punten van het kruis bij elkaar optelt, krijg je het getal 12. Dit getal komt overeen met de 12 artikelen van het 'algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof', waarvan de Hugenoten aanhangers waren. Deze artikelen luiden.
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, schepper des hemels en der aarde. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle. Ten derdendagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtige Vaders, van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof in een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden, wederopstanding des vleses en een eeuwig leven. Amen
HOOFDSTUK VI: DE HUGENOTEN IN NEDERLAND Na de herroeping van het Edict van Nantes vluchtten vele Hugenoten naar de Noordelijk Nederlanden. In 1709 werden hen burgerrechten toegekend in Amsterdam en West Friesland, in 1715 golden deze burgerrechten voor alle Verenigde Provinciën. Onder deze Hugenoten waren veel bekwame lieden, geleerden, militairen, ambachtslieden, predikanten etc. Omdat zij veel geld meebrachten , heeft dit een grote bijdrage gegeven aan de economie van de Noordelijke Nederlanden. De Hugenoten hebben op vele gebieden grote invloed uitgeoefend in ons land. HANDEL EN ECONOMIE: Omdat de Hugenoten veel geld bezaten en zij dit meenamen, kreeg de economie van de Verenigde Provinciën een enorme aanmoediging Daarnaast bevonden zich onder de Hugenoten vele ambachtslieden en handelaren, met heel veel kennis en ervaring. Zo verschijnen er fabrieken voor de bewerking van zijde en wol en hoedenfabricage, wat men tot die tijd nog nooit in Nederland had gekend. Amsterdam was het bloeiende centrum van de handelsactiviteiten. Maar ook andere steden zoals Rotterdam, Haarlem, Utrecht en Dordrecht hebben hiervan geprofiteerd. Dat de ambachtslieden vakbekwaam waren, blijkt uit het feit dat zij in Amsterdam gildelid mochten worden zonder eerst de proeve van bekwaamheid af te leggen. Onder leiding van de Hugenoten heeft de papierindustrie in Nederland een grote ontwikkeling doorgemaakt. Naast deze ambachtslieden waren de refugiés ook bekwame handelaren Ook de walvisvaart maakte een grote bloei door dankzij de kennis en ervaring van de refugiés. ONDERWIJS EN WETENSCHAP Onder de Hugenoten bevonden zich vele wetenschappers en onderwijzers. Doordat zij wetenschappelijke artikelen in het Frans hadden geschreven, en de Franse taal in Nederland onderwezen werd, werden wetenschappelijke boeken en artikelen begrijpelijk voor meer mensen. De beroemde natuurkundige Huygens is met de Hugenoten naar Nederland gekomen. RECHTSPRAAK Onder de verdreven Hugenoten waren veel advocaten en rechtsgeleerden. Zij hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Nederlandse rechtsspraak. Zij breidden de grondbeginselen van het recht uit, daarbij uitgaand van rede en rechtsgelijkheid , en zich uitsprekend tegen doodstraf en martelingen. GODSDIENST Onder de gevluchte Hugenoten bevonden zich veel predikanten. In Nederland stichtten zij hun eigen geloofsgemeenschappen, die zich aansloten bij de al bestaande Waalse kerkgemeenschappen. POLITIEK EN BESTUUR Onder de Hugenoten bevonden zich vele bekwame bestuurders. Reeds aan het einde van de 17e eeuw werden de eerste refugiés als regenten in Leiden gekozen. Zij werden niet alleen als ambtenaar/bestuurder van plaatselijke besturen ingezet , maar ook voor de Verenigde Provinciën. Willem van Oranje (de Zwijger) kon dankzij de krijgskundige kennis en de financiële steun van de Hugenoten de Koning van Engeland van zijn troon verjagen.
Wat betreft het kerkelijk leven, heeft Nederland tegenwoordig nog 14 Frans sprekende kerken, de zogenaamde Waalse Kerken. Deze waren afkomstig van de Waalse Protestanten, die door de Rooms-katholieken van de zuidelijke Nederlanden waren verjaagd naar het noorden. Deze Waalse gemeenschappen werden aanzienlijk versterkt door de komst van de Hugenoten, die vooral na de herroeping van het Edict van Nantes in grote hoeveelheden naar Nederland kwamen. De eerste generatie vluchtelingen sprak bijna alleen maar Frans, maar dat werd steeds meer verdrongen door het Nederlands. De 14 nog overgebleven Frans sprekende Waalse Kerken maken deel uit van de Hervormde Kerk van Nederland. Tegenwoordig bestaan er geen echte Hugenoten meer, maar Nederland is nog wel rijk aan afstammelingen van de Hugenoten. Zij zijn vaak nog te herkennen aan hun Franse achternaam. Sommige van hen voelen zich nog zo met hun verleden verbonden dat zij zich verenigd hebben in de Nederlandse Hugenoten Stichting. Deze stichting houd zich bezig met de studie van de geschiedenis van de Hugenoten, het natrekken van stambomen, en dergelijke. Maar de meeste afstammelingen hebben weinig band meer met de Hugenoten. Zo worden bijvoorbeeld ook de Franse achternamen soms veranderd. De rijke tak van de familie van mijn moeder vond de naam Du Chattel alleen niet mooi genoeg en kocht er een tweede naam bij. Zij heten nu Du Chattel-Van Rossum, juweliers in Leiden. De voorouders van mijn overgrootmoeder Du Chattel heetten Malherbe. Zij wilden zo graag bij het Nederlandse volk horen, dat die tak nu als de familie Kwaadgras door het leven gaat. Al met al zijn er nog steeds veel mensen in Nederland, die zich graag Hugenoten noemen, maar die in elk geval het Calvinistische geloof absoluut niet meer aanhangen.
BRONVERMELDING
|