Beginpagina

Start Genealogie


Op deze pagina:

inleiding | het begin | een stamreeks | een kwartierstaat | een genealogie | een parenteel | hoe nu verder | persoonskaarten | GCL, het verenigingscentrum in Weesp en het C.B.G. | de laatste stap.


INLEIDING

In het oude China leefde eens een arme boer. Deze boer had zijn keizer een grote dienst bewezen door het schaakspel voor hem uit te vinden. De keizer was met dit edele spel zo gelukkig, dat het arme boertje zelf mocht zeggen wat hij als beloning zou willen hebben.
Uiteindelijk deelde het boertje de keizer zijn keuze mee. Hij vroeg hem als beloning een schaakbord. Op dit schaakbord, dat zoals wij weten 8 x 8 = 64 velden groot is, verlangde de boer op het eerste veld 1 rijstkorrel, op het tweede veld het dubbele aantal, dus 2 rijstkorrels, op het derde veld wederom het dubbele, dus 4 rijstkorrels en volgens deze meetkundige reeks zo verder het hele schaakbord vol. De keizer lachte wat meewarig toen hij deze wens van het arme boertje hoorde. Ieder ander zou op z'n minst zijn gewicht in goud als beloning gevraagd hebben. Dit eenvoudige boertje echter vroeg slechts een eenvoudig schaakbord met een handvol rijstkorrels. Daar kwam hij dus goedkoop vanaf en met een knikje van zijn hoofd gaf hij te kennen de wens van het boertje in te willigen.
Hier kreeg de keizer al vlug spijt van, want naarmate de velden op het schaakbord met rijstkorrels gevuld werden bleek al spoedig dat de hoeveelheid benodigde korrels wel wat meer dan een vuist vol was.

Uiteindelijk bleek dat de keizer voor deze beloning niet alleen zijn hele bezit nodig had, maar dat hij dan nog slechts een uiterst klein deel van de wens van de boer vervuld had.
Sterker nog, op onze aardbol zal nooit voldoende rijst groeien om aan deze wens van het arme, doch uitgekookte boertje tegemoet te kunnen komen.

Wat heeft dit met genealogie te maken. Ogenschijnlijk niets. Maar ook onze voorouders vermeerderen zich per generatie volgens deze zelfde meetkundige reeks. Elk persoon heeft nu eenmaal 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders enzovoort. Zouden we er van uitgaan dat er in een eeuw vier generaties leven, dan hebben we in slechts 16 eeuwen dus eenzelfde aantal generaties als datzelfde schaakbord velden heeft.
Zijn we in de geschiedenis 20 generaties teruggegaan en daarmee ongeveer in het jaar 1500 beland, dan praten we alleen in die generatie al over 524.288 personen (in datzelfde jaar 1500 leefden er in de gehele Nederlanden nog maar ongeveer 1 miljoen inwoners).

In de praktijk zullen deze personen in die generatie echter niet allemaal verschillende personen zijn. Er zullen zich, met name in de gebieden met een wat beperkte bevolkingsomvang, een heleboel dezelfde personen onder bevinden. Dit omdat men over vele generaties heen allemaal wel min of meer aan elkaar verwant is en dus gemeenschappelijke voorouders heeft. Toch geeft dit getal wel zo'n beetje aan, dat je niet zo maar eventjes je afstamming uitzoekt en dat dit onderzoek alleen al zich vaak over meerdere generaties zal uitstrekken.

Gedurende de Franse overheersing rond het jaar 1811, moest een ieder in Nederland een familienaam aannemen.
Voor die tijd kwamen familienamen echter al veelvuldig voor. Welgestelde en adellijke families gebruikten al eeuwen een familienaam en ook in de grotere leefgemeenschappen zoals de wat grotere steden was het gebruik van familienamen, ook voor het "gewone" volk, noodzakelijk.
In de kleinere gemeenschappen op het platteland kon men echter volstaan met het gebruik van een voornaam. Omdat ook in deze kleinere gemeenschappen vaak meerdere personen met dezelfde voornaam voorkwamen voegde men aan deze voornaam een zogenaamd patroniem toe.
Die ene Klaas, die de zoon van Willem was, werd met de toevoeging van dat patroniem dan aangeduid als Klaas Willemsz(oon) en de Klaas die de zoon van Pieter was werd dan dus Klaas Pietersz genoemd.
Alleen in de steden was dit gebruik van patroniemen onvoldoende, want daar waren natuurlijk vele Klazen die de zoon van ene Willem of Pieter waren. Vandaar dat daar al eerder het gebruik van achternamen ontstaan was uit de behoefte iedereen uit elkaar te houden. In de Zuidelijke Nederlanden was het gebruik van familienamen echter al langer bekend.

In de wat kleinere gemeenschappen kwamen achternamen ook wel voor. Bijvoorbeeld wanneer iemand verhuisde van de ene naar de andere gemeenschap, waar men de vader van Klaas niet kende. Dan werd er aan de voornaam Klaas wel de naam van de plaats of dorp toegevoegd vanwaar Klaas gekomen was. Zo werd hij dan wel Klaas van Zutphen, Klaas van Deventer of wat dan ook genoemd. Die dan gebruikte toevoeging ging dan weer vaak over op de kinderen en kleinkinderen en werd zo een familienaam.

Ook bijnamen en namen van boerderijen of bijvoorbeeld kavels gingen wel op kinderen over en werden in de loop der tijd een familienaam. Met de familienamen die afgeleid werden van de naam van een boerderij, herberg en dergelijke moeten we echter voorzichtig zijn. Werd een boerderij waarvan de bewoners de naam als toevoeging op de voornaam gebruikten verkocht aan anderen, die op geen enkele wijze gerelateerd waren aan de oorspronkelijke bewoners, dan werden vaak ook de nieuwe bewoners met diezelfde toevoeging benoemd. Met dit gebruik moeten we, op zoek naar onze voorouders, met name in Oost Gelderland en Overijssel beslist rekening houden omdat we anders op een verkeerd spoor gezet worden.

Zoals reeds opgemerkt waren het de Fransen, die ons nu bijna twee eeuwen geleden verplichtten, met de invoering van de burgerlijke stand, een vaste familienaam te voeren. Gebrek aan originaliteit en onwil om aan deze verplichting mee te werken is de oorzaak van de vele Jansens, Pietersens en dergelijke.
Dit had als grote voordeel, dat de geboorte, het huwelijk en het overlijden van een ieder op uniforme wijze werd vastgelegd. Ons voordeel hierin is, dat we met dit hulpmiddel vrij gemakkelijk onderzoek kunnen verrichten, waardoor we met onze voorouders in de regel probleemloos terug kunnen zoeken tot in het begin van de negentiende eeuw.
Daarvoor wordt iets moeilijker, want voor de invoering van de burgerlijke stand zijn we afhankelijk van de gegevens die kerkelijk werden vastgelegd m.b.t. de doop, het kerkelijk huwelijk en het begraven. Alhoewel men in die tijd in tegenstelling tot de huidige, vrijwel altijd bij een kerkelijk genootschap aangesloten was, waren er echter toch die dat niet waren en waarvan dus ook geen gegevens vastgelegd werden.
Ook zijn niet alle doop-, trouw- en begraafboeken bewaard gebleven. Er zijn er die door brand of oorlogsgeweld verwoest zijn maar er zijn er ook die door opruimerige archivarissen gewoon weggegooid zijn. Daarmee kan ons spoor dus doodlopen.
Gelukkig zijn er echter ook nog andere bronnen, die ons in een dergelijk geval kunnen helpen, waarover later meer.
Dit gebruik om de dopen, kerkelijke huwelijken en het begraven vast te leggen, dateert ongeveer van 1625 tot 1680. Met een beetje geluk kunnen we met deze hulpmiddelen vele van onze voorouders terugvinden.
Daar waar het in het verleden nog mogelijk was de oorspronkelijke doopboeken te raadplegen, is dit thans in de meeste gevallen niet meer toegestaan. Door de toenemende belangstelling voor genealogisch onderzoek waren deze bronnen aan slijtage en andere beschadigingen onderhevig. Gelukkig bleef de toegankelijkheid bewaard door de microfiches die van de boeken vervaardigd zijn. Deze zijn wel door een ieder op de archieven te raadplegen.

De periode voor de doop-, trouw- en begraafboeken (kortweg DTB's genoemd) is nog moeilijker te onderzoeken. Willen we gegevens van onze voorouders van voor deze tijd vinden, dan zijn we aangewezen op de nog bestaande notariele en gerechtelijke stukken van voor die tijd. We moeten dan maar hopen dat onze voorouders of vermogend, of uiterst crimineel geweest waren. Dat maakt de kans het grootst dat er over hen gegevens terug te vinden zijn. Ook kan het helpen als we afstammelingen zijn van een oud adelijk geslacht, want dan is er in de regel ook wel het een en ander van onze voorouders terug te vinden.

Buiten de hier reeds genoemde bronnen zijn er nog vele anderen. We komen daar in latere hoofdstukken nog op terug.

Begin van deze pagina


HET BEGIN VAN ONS ONDERZOEK

We gaan nu maar eens starten met ons onderzoek. Natuurlijk popelen we om het eerste de beste archief in te duiken. De kans dat we daar echter met succes wat zullen vinden is erg klein. Immers, met name de jongere gegevens (globaal die van de laatste honderd jaar) zijn nog niet openbaar. Daarom moeten we eerst wat huiswerk doen om goed beslagen ten ijs te komen.

Voor we beginnen moeten we ons eerst afvragen wat we eigenlijk willen. Dit om te voorkomen dat we later, als onze belangstelling zich uit gaat breiden, al het reeds gedane onderzoek nog eens over moeten doen.
Laten we eerst eens op een rijtje zetten wat de mogelijkheden tot onderzoek zijn:

Begin van deze pagina


DE STAMREEKS

Om te beginnen is daar de Stamreeks. Een stamreeks is een in generaties gerangschikte opgave van iemands wettige voorouders in rechte, mannelijke lijn. Onder aan deze lijn staat u zelf. In de genaratie daarboven uw vader, daarboven uw grootvader. Dit gaat zo door tot u het spoor bijster raakt en het onderzoek vast loopt. De oudste voorvader krijgt in deze stamreeks het nummer I, diens zoon het nummer II, de kleinzoon het nummer III enzovoort. Een stamreeks wordt echter ook wel in omgekeerde volgorde gepubliceerd.

Afhankelijk van het gegeven of er in uw familie veel verhuizingen plaatsvonden zijn we met dit onderzoek vlug klaar. Was uw familie tamelijk honkvast en woonden zij generatie op generatie in dezelfde plaats, dan kunnen we met een beetje geluk dit onderzoek in een en hetzelfde archief op een enkele vrije dag voltooien.

Begin van deze pagina


DE KWARTIERSTAAT

Een kwartierstaat is een in generaties gerangschikte opgave van de wettige voorouders van een bepaald persoon. De persoon van wie de kwartierstaat uit gaat, in de regel u zelf, uw kind of kleinkind, noemen we de kwartierdrager of proband. Deze kwartierdrager nu, krijgt het nummer 1. Deze nummer 1 heeft twee ouders, die we respectievelijk de vader 2 en de moeder 3 noemen.

De vader van de vader krijgt het nummer 4 en diens echtgenote nummer 5.
De vader van de moeder krijgt het nummer 6 toebedeeld een diens echtgenote nummer 7.
De vierde generatie begint in dezelfde volgorde met het nummer 8 enzovoort.
In deze volgorde geplaatst krijgt elke mannelijke voorouder een even en elke vrouwelijke voorouder een oneven nummer. Daarbij is hun plaats in de kwartierstaat zodanig, dat indien wij van willekeurig welke persoon de vader zoeken, wij het nummer van die persoon vermenigvuldigen met 2 om de plaats van de vader in de kwartierstaat te vinden. Zoeken wij de moeder dan dienen wij het nummer van die persoon met 2 te vermenigvuldigen en daar 1 bij op te tellen.

Voorbeeld:

Van de grootvader van de kwartierdrager (nummer 1), die in de kwartierstaat het nummer 4 heeft, zoeken wij de vader. Die moet dan het nummer 2 x 4 = 8 hebben. Diens vrouw heeft dan dus het nummer 2 x 4 + 1 = 9.
Doen we ons genealogisch onderzoek vanuit de behoefte daardoor te weten te komen van wie wij afstammen, dan is deze kwartierstaat de meest uitgebreide wijze van onderzoek. Immers, van alle voorouders in deze kwartierstaat stammen wij, per generatie, in gelijke mate af!
We moeten er echter rekening mee houden dat het onderzoek m.b.t. de kwartierstaat eigenlijk nooit voltooid is.

Er bestaan nog meer vormen van nummering maar de hierboven beschreven nummering (genoemd naar degene die hem ontwikkelde, Kekule) is de thans meest voorkomende. Deze verdient daarom ook de voorkeur.

Begin van deze pagina


DE GENEALOGIE

Een genealogie is een in generaties gerangschikte opgave van personen die in mannelijke lijn afstammen van een bepaalde mannelijke persoon.
Van deze mannelijke voorouder dienen de gegevens vermeld te worden van zijn kinderen, van de kinderen van zijn zonen (dus de kleinkinderen van de oorspronkelijke voorouder), van die kleinzonen weer de kinderen (dus de achterkleinkinderen van de oorspronkelijke voorouder) enzovoort.
Om een genealogie te kunnen samenstellen moeten we dus eerst aanvangen met de samenstelling van een stamreeks en van de oudst gevonden stamvader weer terugwerken naar het heden.

Begin van deze pagina


DE PARENTEEL

Een parenteel is een in generaties gerangschikte opgave van de afstammelingen van een bepaald ouderpaar, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn.
Van dat ouderpaar dienen dus de gegevens van alle kinderen, alle kleinkinderen, achterkleinkinderen, enzovoort in het gegevenbestand opgenomen te worden.
Ook hierin moeten we dus eerst van het heden naar het verleden werken en vandaaruit weer terug naar het heden.


Zoals reeds opgemerkt is met betrekking tot onszelf de samenstelling van een kwartierstaat het meest uitgebreid omdat we nu eenmaal van al de daarin genoemde voorouders, per generatie, in gelijke mate afstammen. Van elk van hen dragen wij de genetische sporen in ons.
Gekozen kan dan nog worden voor een kwartierstaat waarin slechts onze voorouders vermeld staan of een kwartierstaat waarin buiten deze voorouders ook alle kinderen van elk ouderpaar vermeld staan.
Indien onze voorkeur uitgaat naar het eerste dan raad ik u desondanks toch aan ook de gegevens van de andere kinderen van de vermelde ouderparen op te nemen in uw bestanden. Dit niet zonder enige reden. Vooral voor de invoering van de burgerlijke stand zijn de gegevens die terug te vinden zijn in de doop-, trouw- en begraafboeken vaak te summier om met zekerheid te kunnen stellen dat een gevonden ouderpaar in onze kwartierstaat past.

Een voorbeeld:

Stel we zoeken de ouders van ene Willem Jansz en we zoeken in de doopboeken naar zijn doop en dus zijn ouders. Als we dan een ouderpaar genaamd Jan Klaasz en Grietje Douwes vinden die een zoon Willem laten dopen dan zou dit kunnen betekenen dat we de doop van onze Willem gevonden hebben.
Toch is deze basis onvoldoende om met enige zekerheid te kunnen stellen dat het hier inderdaad de doop van onze Willem betreft. Immers, hoeveel Jannen zijn er niet geweest die een zoon Willem hebben laten dopen.

Omdat het vroeger regel was dat de kinderen in een bepaalde volgorde (die overigens van streek tot streek iets kan verschillen) naar grootoudes, ooms en tantes vernoemd werden (een gewoonte waarin pas midden onze eeuw min of meer een eind gekomen is), kunnen we al aan de naamgeving van de kinderen van onze Willem een indruk krijgen wie de grootouders van deze kinderen waren.

Zit er bij de eerstgeboren twee zoons van Willem ene Jan en bij de eerstgeboren twee dochters van Willem een Grietje, dan weten we al wat meer zeker dat we met Jan Klaasz en Grietje Douwes als ouders van onze Willem goed zitten. Daarnaast hebben we dan al gelijk een indicatie van de namen van de ouders van de echtgenote van Willem, want de overige twee kinderen van Willem zullen in de regel naar de ouders van zijn vrouw vernoemd zijn.

Nog meer bewijs vinden we als er onder de namen van getuigen bij de dopen van kinderen van Willem ook andere kinderen vinden van Jan Klaasz en Grietje Douwe (en natuurlijk ook van degenen met wie deze kinderen gehuwd zijn). Dan weten we welhaast zeker dat we goed zitten.

Daarom raad ik ieder ten stelligste aan alle gevonden gegevens in de bestanden op te nemen en het onderzoek zo compleet mogelijk te verrichten. Gedurende ons onderzoek is het heel goed mogelijk dat onze doelstelling zich gaat verleggen van bijvoorbeeld een stamreeks naar een kwartierstaat, genealogie of parenteel en het is zonde van de tijd indien een groot gedeelte van het onderzoek dan nogmaals verricht zal moeten worden.

Begin van deze pagina


HOE NU VERDER ?

Zoals reeds eerder opgemerkt zijn de jongste gegevens van het bevolkingsregister nog niet openbaar. Zij zijn wel te verkrijgen, doch daar waar het onderzoek in de Rijks-, Gemeente- en Streekarchieven gratis is zullen we bij het opvragen van gegevens uit de registers van de burgerlijke stand leges moeten betalen. Deze kosten kunnen aardig oplopen want per informatie over een geboorte, een overlijden of een huwelijk, zal al vlug een bedrag van rond de 15 gulden betaald moeten worden.
Het kan echter voor een groot gedeelte ook anders.

Om te beginnen zijn onze eigen gegevens bekend. We weten doorgaans wel wanneer en waar we geboren zijn, wie onze ouders waren en in de regel zullen we dat ook wel van onze grootouders weten. Daar waar de kennis omtrent geboorte en huwelijk niet meer paraat is kan bijvoorbeeld een trouwboekje uitkomst brengen.

Een volgende stap is het afstruinen van de familie naar overlijdensberichten. U zult er van versteld staan hoeveel er daarvan in de familie bewaard worden. Combineer het zoeken hiernaar dan tevens met een speurtocht naar oude familiefoto's en het optekenen van de verhalen over de diverse familieleden. Met deze twee laatste zaken kunt u niet vroeg genoeg beginnen.
Met name voor wat betreft de oude familiefoto's is het erg belangrijk dat de personen die u nu nog kunnen vertellen wie er allemaal op staan afgebeeld dat ook doen. Gebeurt dit niet tijdig, dan zitten de nabestaanden mogelijk met een grote hoeveelheid leuke oude prentjes maar weet niemand meer wie nu al die personen zijn die er op staan afgebeeld. De prentjes hebben dan hun werkelijke waarde verloren en zullen waarschijnlijk uiteindelijk bij de vuilnisbak belanden. Ook het optekenen van oude, in de familie gaande verhalen over onze familieleden is van grote waarde. Daarmee komen de personen waarvan we de gegevens omtrent hun geboorte, huwelijk en overlijden verzamelen wat meer tot leven.

Begint u met het verzamelen van deze gegevens niet tijdig dan krijgt u daar absoluut spijt van. U kunt er plots mee geconfronteerd worden dat de in uw familie overgebleven personen van een bepaalde generatie binnen korte tijd komen te overlijden. Daarmee sterft die generatie uit en worden al die kostelijke familieverhalen en de wetenschap van wie er allemaal op die oude prentjes voorkomen mee het graf ingenomen.

Wat ik u ook aan kan raden is om al in het begin van uw onderzoek lid te worden van de Nederlandse Genealogische Vereniging.
Een lidmaatschap van deze vereniging kost 60 gulden per jaar. U krijgt daarvoor maandelijks een uitstekend periodiek Gens Nostra genaamd, waarin naast vele wetenwaardigheden de leden ook de gegevens van hun onderzoek publiceren. U krijgt dan al gelijk een idee welke gegevens daarin vermeld staan en dus naar welke gegevens u op zoek moet gaan.

In december 1997 heeft de N.G.V. een dubbele CD-ROM uitgebracht waarop maar liefst vijftig jaargangen van haar periodiek (1946-1995) staan ingescand.
Deze CD-ROM (kosten fl. 79,- voor leden en fl. 99,- voor niet-leden) is momenteel helaas uitverkocht.

U heeft als lid van de vereniging ook vrije toegang tot het verenigingsarchief te Weesp. In dit archief staat een schat aan informatie tot uw beschikking. We komen daar nog op terug.

Het correspondentieadres van de vereniging luidt:

Postbus 976
1000 AZ Amsterdam

Gaandeweg het optekenen van al die gegevens en verhalen groeit onze verzameling al snel uit tot bergen papier. Dan breekt voor u het tijdstip aan dat u het overzicht gaat verliezen. U zult in die dreigende chaos orde moeten scheppen.

Gelukkig heeft u de tijd mee. Daar waar genealogen in het verleden een eindeloze hoeveelheid persoons- en gezinskaarten met de door hen gevonden gegevens vulden kunt u thans uw gegevens bewerken met behulp van de gereedschappen van deze tijd.
In vele huishoudingen is een Personal Computer (of kortweg PC) al gemeen goed en er zijn voor betrekkelijk weinig geld vele computerprogramma's aan te schaffen, die speciaal voor genealogen geschreven zijn. In aanvang waren deze programma's eigenlijk niet meer dan wat speciale data-programma's. Momenteel zijn ze echter uitgegroeid tot volwassen programmatuur waarin u al uw gegevens kwijt kunt en die de door u ingevoerde gegevens bovendien op een uitstekende wijze weten te bewerken tot een professionele stamreeks, kwartierstaat, genealogie of parenteel. Ik noem u bijvoorbeeld GensData, Haza-Data en Pro-Gen.
Deze programma's zijn te koop voor een bedrag van rond de honderd gulden.

Bezit u nog geen PC en bent u voornemens er een aan te schaffen overweeg dan eens of de aanschaf van een zogenaamde Labtop of Notebook tot de mogelijkheden behoort. Deze artikelen zijn de laatste tijd zo goedkoop in aanschaf geworden dat ze slechts een fractie duurder zijn dan een PC. Dit terwijl ze nagenoeg dezelfde mogelijkheden hebben. U zult van zo'n portable computer met name in de archieven veel plezier beleven.

Heeft u het onderzoek binnen uw familie voltooit, dan kunnen we verdergaan met het aanboren van de verdere bronnen.
Stap voor stap zullen we deze nu gaan behandelen.

Begin van deze pagina


PERSOONSKAARTEN

Bij uw onderzoek in de familie bent u op zoek geweest naar de overlijdensberichten van uw familieleden.
Zijn daar personen bij die overleden tussen 1938 en nu, dan kunt u met de reeds bij u bekende gegevens bij het Centraal Bureau voor Genalogie te 's-Gravenhage van deze personen een kopie van de persoonskaart opvragen.

Deze persoonskaart is in 1938 ingevoerd en van alle inwoners van Nederland zijn toen kaarten vervaardigd met een aantal persoonsgegevens. Deze kaarten worden bewaard en bijgehouden door de diverse afdelingen bevolking van de woonplaats van de betreffende persoon. Bij verhuizing gaat de persoonkaart mee naar de gemeente-administratie van de volgende woonplaats.
Na het overlijden van de persoon wordt de persoonkaart uit de gemeentelijke administratie verwijderd en wordt hij opgezonden naar het Centraal Bureau voor de Statistiek waar een aantal gegevens van de kaart verwerkt worden.
Na deze verwerking wordt de kaart vervolgens gezonden naar het Centraal Bureau voor Genealogie te 's-Gravenhage, waar ze bewaard blijven. Een klein deel van het totale bestand aan persoonskaarten (thans bijna 6 miljoen stuks) is in de 2e Wereld Oorlog verloren geraakt bij bombardementen.
Omdat de persoonskaarten recente gegevens bevat die (nog) niet openbaar zijn is het niet toegestaan deze kaarten te raadplegen.
Wel is het Centraal Bureau voor Genealogie door de minister van binnenlandse zaken gemachtigd tegen vastgestelde leges uittreksels van deze persoonskaarten te verstrekken.
Dit uittreksel bestaat uit een fotokopie van de persoonskaart, waarbij bepaalde, niet verstrekbare gegevens, worden afgedekt.

Deze kopieen zijn voor een bedrag van É 5,65 per stuk (voor vrienden van het CBG É 4,10 per stuk), exclusief verzendkosten. Zij zijn schriftelijk te bestellen op het adres:

Centraal Bureau voor Genealogie
Postbus 11755
2502 AT 's-Gravenhage

Telefoon: (070) 31 50 580

De kaarten zijn alfabetisch gesorteerd opgeborgen op familienaam en vervolgens per familienaam op voornaam.
Zorg dat u bij de aanvraag van deze persoonskaart zoveel mogelijk juiste gegevens vermeld. Indien uw gegevens onvolledig zijn of onjuist zullen er zoekkosten door het CBG in rekening gebracht kunnen worden.

Minimaal dient u te beschikken over de juiste achternaam, de voornamen, indien mogelijk de plaats en datum van geboorte of de plaats en datum van overlijden. Bent u bekend met de echtgenoot of echtgenote, vermeld deze dan ook, zodat u er zeker van bent dat u een kopie van de juiste persoonskaart toegezonden krijgt.

Let wel op, dat het alleen zin heeft de persoonskaarten op te vragen van personen, die overleden zijn in de periode van 1938 tot ongeveer 2 jaar voor de datum van de aanvraag. Alleen deze kaarten bevinden zich namelijk bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

Wat kunt u aan gegevens terug verwachten is niet gering:

U ziet het, een schat aan gegevens die u direct een generatie terug brengen.

Begin van deze pagina


GCL, HET VERENIGINGSCENTRUM TE WEESP EN HET C.B.G.

Met een beetje geluk zijn we met onze gegevens nu al beland in de 19de eeuw. Dit zal al een goede basis kunnen zijn om de archieven binnen te stappen om daar verder onderzoek te gaan doen.

Voor we dit gaan doen loont het echter wellicht de moeite om eerst eens op zoek te gaan naar de reeds door anderen verzamelde gegevens.

We kunnen bijvoorbeeld het Genealogisch Repertorium van Beresteyn gaan raadplegen. Daar zijn thans vier delen van verschenen, lopende tot 1994. Er staan meer dan 200.000 verwijzingen in naar genealogische literatuur waarin ten minste drie generaties van iemand zijn vermeld. De delen zijn in vele openbare bibliotheken te vinden.

Een van de andere mogelijkheden die ons ter beschikking staan is het programma GCL van de Nederlandse Genealogische Vereniging.
Dit programma is een groot databestand dat gevoed is door de leden van de vereniging. Zij die hun gegevens ingevoerd hebben in een computerprogramma kunnen een bestand samenstellen met alle namen die in hun genealogische bestanden voorkomen. Deze uitvoer bevat naast de familienamen ook de plaats waar het oudst bekende familielid vandaan kwam en in jaartallen de periode waarin over deze familie gegevens bekend zijn.
Als lid van het N.G.V. kunt u gratis dit programma raadplegen en doorlopen op namen die ook bij u in de belanstelling staan. Vindt u die, dan geeft het programma de namen en adressen van diegenen die over gegevens van deze familie beschikken. U zult de eerste niet zijn die na het sturen van een briefje (met retour-enveloppe en postzegel) op deze wijze de gegevens toegezonden krijgt van vele generaties.

Helaas heeft niet iedereen zijn gegevens in dat programma zitten, zodat we bij lange na nog niet volledig gecontroleerd hebben of er over onze familie al niet het een en ander uitgezocht is.

Een volgende stap is dan ook een onderzoek in het Verenigings Centrum van de N.G.V. te Weesp (open op donderdagavond en zaterdag).
In dit gebouw ligt een uitgebreide collectie met naamkaartjes, waarin u de diverse familienamen kunt nalopen. Deze kaartjes verwijzen naar artikelen in periodieken en boeken waarin de bewuste familienaam voorkomt.
Het adres van dit verenigingscentrum is Papelaan 6, 1382 RM Weesp.

Ook een bezoek aan het Centraal Bureau voor Genealogie te 's-Gravenhage zou ik niet overslaan.
Ook daar kunt u op de familienamen uit uw gegevens nazoeken of er al door anderen gegevens over verzameld zijn. Verder is daar ook een uitgebreide bibliotheek met genealogische gegevens van vele families.

En dan bestaat er natuurlijk, niet gering, de mogelijkheid die INTERNET u biedt.
Wees echter wel voorzichtig met het klakkeloos overnemen van gegevens. Niet alleen van INTERNET maar vanuit elke andere bron.
Daar waar u belang hecht aan het zorgvuldig verzamelen van bewijs van uw afstamming zijn er helaas maar al te veel personen, die in hun onderzoek genoegen nemen met slechts een geringe aanwijzing.
Wees daarom zo zorgvuldig bij uw onderzoek telkens weer de bron van de informatie te noteren en, zoveel als mogelijk is, deze in uw publikaties te vermelden. Voor u in uw bestanden de gegevens van anderen opneemt, toets deze dan.
Pas dan bent u op een goede wijze met genealogie bezig.

Pas trouwens ook op voor lieden die zich ten koste van uw belangstelling voor uw familiegeschiedenis trachten te verrijken!
Er zijn er onder hen die er niet voor schroomen om u middels prachtig bedrukt briefpapier op de hoogte te stellen dat er onderzoek naar uw familie heeft plaatsgevonden.
Na overmaking van een bedrag van tegen de honderd gulden wordt u een afbeelding van het ontdekte wapen van uw familie en een uitvoerige stamboom in het vooruitzicht gesteld.
Trapt u daar in (en heus, u zult de eerste en de laatste niet zijn) dan wordt u op die manier naar alle waarschijnlijkheid de "trotse" bezitter van zomaar een willekeurig familiewapen en een aan uw naam aangepaste stamboom van een geheel andere familie.
Ondanks de veroordeling van, in dit geval, de man achter "Antiquariaat Boekhandel De Heraut", is deze handel kennelijk zo lucratief dat men er gewoon mee door blijft gaan.


In het verleden had TELEAC al eens een cursus genealogie uitgebracht.
In samenwerking met het CBG heeft TELEAC in het najaar van 1997 een nieuwe cursus over genealogie uitgebracht. Wellicht zal deze cursus in de nabije toekomst nog een keer herhaald worden. Het boek dat bij de cursus hoort geeft u belangrijke informatie die bij uw hobby zeker van pas zal komen.

Begin van deze pagina


DE LAATSTE STAP

Na al het voorgaande rest u nog slechts een ding:
Zelf de archieven induiken.
Niets leuker dan in de gegevens van de Burgerlijke Stand, de DTB's (doop-, trouw- en begraafregisters van voor circa 1811), de gerechtelijke- en notariele archieven te duiken.
Het voert te ver om daarover op deze pagina ook uitleg te verstrekken.
Als u met uw onderzoek al zo ver gevorderd bent dan is de aanschaf van een boek met voorlichting op dat gebied wellicht het overwegen waard.

Ik wens u alvast veel succes met uw komende onderzoek, en
wie weet .......... wellicht komen we elkaar binnen dat onderzoek nog eens tegen.




Naar boven