
De latijnse naam voor de baardagaam is pogona vitticeps en deze zijn afkomstig uit australie.ze leven in woestijn-achtige gebieden,waar je ze vaak zonnend kunt vinden op platte stenen en takken.
Ze hebben een stekelige schubachtige huid.De stekels zijn niet hard,maar ziet er gevaarlijk uit.Om roofdieren en andere vijanden af te schrikken kan de baardagaam zijn baard opzetten.
Dit doen doen ze met behulp van botjes onder de kin, zodat de huidplooi die daar strak komt te staan,vaak kleurt de baard ook donker.In combinatie met een open bek kan dit er zeer gevaarlijk doen uit zien.
 hier zie je een voorbeeldje
Geslacht:

Pas wanneer baardagamen geslachtsrijp zijn kun je eigenlijk pas zien wat de sexe is. Mannetjes krijgen grotere, donkereder pre-anale poriën op de binnenkant van de dijen ( zie zwarte puntjes op dij boven de pijtjes op de foto boven) en een iets grover uiterlijk. In de paartijd krijgen mannetjes een zwarte baard, vrouwtjes kunnen ook enige zwartkleuring vertonen, maar bij de mannetjes echt duidelijk. ( zie foto onder )

 
Het terrarium van de baardagaam moet vooral een groot bodemoppervlak hebben, maar mag ook zeker een halve meter hoog zijn. De bodem bedek je met bark (hout snippers) of grof metselzand of kalk zand. Gebruik zeker geen fijn zilverzand of ander fijn zand, hier van kunne ze eten en kunnen ze darmverstopping krijgen. Verder wat stukken schors of hout en stenen om het terrarium in te richten. Leisteen is fijn voor onder een lamp, deze stenen worden warm en zullen daar zeer dankbaar gebruik van maken. Onder de lamp mag gerust een temperatuur behaald worden van zo'n 40 graden zorg ook voor koelere plekken in het terrarium zodat de baardagaam zelf kan bepalen wat hij prettig vind. Gebruik geen electrische stenen die warm worden, de baardagaam vooral de jonge agaampjes kunnen hier lelijke brandplekken aan over houden.
     
 
voeding:
De baardagaam is een echte veelvraat, het liefst eten ze insecten zoals krekels, sprinkhanen en meel en buffalo-wormen. Als de baardagaam groot genoeg is kun je ze ook morio-wormen en nestmuizen geven. Die muisjes zijn weer makkelijk, want die kun je inspuiten met vloeibaar kalk en vitaminen ( met een spuit en injectienaald, verkrijgbaar bij de dierenarts) Kijk wel uit met het voeren van muizen dat je ze niet te vaak voert, hier kunne ze nierproblemen door krijgen en zelfs uiteindelijk aan dood gaan, ik zelf geef 2x per week 1 à 2 muizen. Dit geeft geen enkel probleem. Ook heel belangrijk is dat je plantaardig voedsel geeft zoals bv andijvie, deze stimuleert de spijsvertering en maakt het ontlasten makkelijker. Verder eten ze ook fruit zoals bv kiwi, perzik, appel, peer en mango. Alles weer bepoederen met kalk. Je hoeft niet bang te zijn te veel kalk te geven, al wat ze niet nodig hebben komt er met de ontlasting mee uit. Dit geldt echter niet voor de vitaminen, hier kunnen ze wel teveel van krijgen en er zelfs ziek of dood van gaan.
Ziekte:
Helaas is het nog steeds zo dat een ziek reptiel meestal binnen korte tijd dood gaat en ook jammer is dat informatie over die betreffende ziekten nog weinig toegankelijk is voor hobbyisten, maar hier zijn een aantal punten waar je vast op kunt letten: