Hippocrates
werd geboren op het Griekse eiland Kos en werd door zijn vader tot dokter
opgeleid. Hij werd van alle Griekse dokters de beroemdste, reisde rond en paste
overal zijn geneeskunst toe.
De
dokters is Athene verdeelden de ziekten in twee soorten: hete of koude ziekten.
Hippocrates beweerde, dat alle ziekten verschillend zijn. Hij wees er
bijvoorbeeld op, dat een verkoudheid iets anders is dan rode hond en dus ook
anders behandeld moest worden. Hij heeft het beroep van dokter meer aanzien
gegeven en iedereen die arts wil worden moet ook nu nog de eed van Hippocrates
afleggen.
De eed
van Hippocrates:
“Ik zweer bij
Apollo, dat ik de persoon die mij in de geneeskunst heeft onderwezen, evenzeer
zal liefhebben als mijn eigen ouders. Aan niemand zal ik enig medicijn geven,
dat dodelijk of schadelijk is. Als ik een huis binnenga, zal ik dat alleen doen
om de zieken te bezoeken, en voor geen enkel ander doel. Niets van wat ik hoor
of zie, zal ik aan een ander vertellen”.

Men beschouwde
de dokters als zonen van Asclepios, de God van de Geneeskunst. Asclepios was de
zoon van Apollo en bezat magische krachten. Men geloofde dat hij de blinden en
degenen die niet konden werken kon genezen. In Athene en in Epidavros bevond
zich een tempel, die aan hem gewijd was. De zieken kwamen van heinde en verre
naar die tempels toe en bleven daar overnachten. Ze hoopten dat tijdens hun
droom de God tot hen zou komen en de ziekte zou genezen.
Waar of
niet waar? ![]()
Een
legende van de Atheners vertelt, dat een Atheense dame, Ambrosia geheten, er
niet in geloofde. Op zekere dag werd zij blind. Kort daarna had ze een droom en
zag hierin de God Asclepios verschijnen. Hij zei dat hij haar zou genezen, als
zij vertrouwen in hem had.
Om dit
te bewijzen moest ze in de tempel een geheel van zilver gemaakt varken aan hem
offeren. Zij deed dit en ontdekte, dat ze weer kon zien……….
In het
witte vlakje ligt Epidavros 