ORPHEUS EN EURIDICE

 

Dit verhaal is geschreven in de vorm van een toneelstuk(je)

                   

Personen:

 

1.      verteller           (V)

2.    Orpheus           (O)

3.    Euridice            (E)

4.    Sater                       (S)                          

5.    Charon             (C)

6.    Hades              (H)

7.    Persephone       (P)

 

V.                Lange geleden leefden er in oude Griekenland twee ‘mensen’, die Orpheus en Euridice heetten. Orpheus en Euridice, twee namen die voor altijd met elkaar verbonden zullen zijn. Orpheus was de beste musicus van de hele wereld. Zijn instrumenten konden de mensen blij maken, zelfs de planten beter laten groeien, de vogels hun mooiste lied laten zingen en de golven van de zee laten kalmeren !

 

Op een dag speelde hij samen met andere muzikanten aan de rand van het bos; het was lente en het had twee maanden niet geregend. Er dreigde een ramp, maar door de prachtige muziek van Orpheus kwam de aarde wonder boven wonder weer tot leven. Even later liep hij door het bos en kwam Euridice tegen. Zij was een bosfee. Ze werden meteen verliefd en trouwden.

 

Tegen de herfst wilde Euridice terug naar het bos. Orpheus kon haar niet tegen houden. Eenmaal daar aangekomen, ontmoette ze een sater. (bosduiveltje) En toen……..

 

E. “Wie is daar?”

S. “Ik ben het Aristaeus” (hij speelde verstoppertje met Euridice)

E. “Ik zie je wel”.

S. “Oh. Ik ben één en al jeuk, kun je me niet even krabben?”

E. “Wie ben je dan toch?”

S.”Dat heb ik toch al gezegd”. “Ik ben een geit, ik ben een man, ik ben de zoon van Pan”.

 

V. Aristaeus wilde haar niets doen, hij wilde alleen maar een beetje spelen, maar Euridice vluchtte en                           

plotseling voelde ze een stekende pijn. Ze was gebeten door een SLANG en stierf !

Orpheus. Die het allemaal had gezien, gaf Aristaeus de schuld, maar die kon er niets aan doen.

Orpheus was ontroostbaar. Euridice zou nu de reis naar het dodenrijk moeten maken. Euridice kwam bij Charon de veerman, die haar naar de overkant van de rivier de Styx moest varen. Immer daar lag de onderwereld.

C. Een obool alstublieft en ik breng je naar de overkant. Hier drink dit op en je zult alle nare herinneringen vergeten.

V. Orpheus was haar achterna gerend en riep nog: “Niet doen Euridice, niet doen!”, maar het was al te laat. Charon roeide met haar naar de overkant van de rivier.

Nu was het de beurt aan Orpheus, want hij wilde Euridice volgen. Desnoods tot in de onderwereld.

 

C. Een obool graag, zei Charon.

 

V. Tot zijn verbazing merkt Charon dat de boot bewoog. Ach ja dat was ook zo…Orpheus was een levend mens en daardoor wiebelde de boot natuurlijk. Orpheus speelde zelfs en Charon begon een beetje te huilen van ontroering. Wanneer had hij voor het laatst muziek gehoord!!!

Langzaam daalde Orpheus de trappen naar het dodenrijk af en eenmaal aangekomen in het paleis van Hades, zag hij Persephone en Hades op een troon zitten. Euridice stond er naast.

 

H. “Wat de drommel kom jij hier doen” zei Hades. “Je mag hier helemaal niet komen!”

O. “Ik kom mijn geliefde vrouw halen om haar terug te brengen naar de bovenwereld”.

H. “Dat zal je niet lukken beste Orpheus”. “Wie eenmaal in mijn rijk is, komt er nooit meer uit!”

 

V. Orpheus begon op z’n allermooist te spelen, maar Hades bleef ijzig koud. Het deed hem niets. Toen begon hij voor Persophone te spelen en zij werd geroerd door zoveel schone klanken. Zij luisterde aandachtig en plotseling knielde ze voor haar man en smeekte hem Euridice aan Orpheus mee te geven.

 

H. “Goed dan, maar op één voorwaarde: Euridice loopt de hele weg achter jou aan. Jij, Orpheus, mag niet omkijken of ze jou nog volgt. Doe je dat toch, dan zal ze vergoed in mijn rijk moeten blijven.

                                                  

V. Orpheus ging op weg. Ze kwamen weer bij Charon, die zeer verbaasd was. Toch bracht hij ze naar de overkant en Orpheus riep steeds: “Ben je er nog?”  “Volg je me wel?”  “Geef dan toch een teken!”  “Raak me dan aan!”

Juist toen ze bijna bij de bovenwereld waren, kon Orpheus zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en keek toch om………

Hij zag nog net hoe Euridice voorgoed naar de onderwereld verdween. Orpheus was weer ontroostbaar. Hij maakte geen muziek meer. De mensen waren niet meer vrolijk. De planten groeiden niet meer, de bloemen bloeiden niet meer…..

 

Een triest einde van een mooi verhaal en denk eraan: EEN LEVEN ZONDER MUZIEK EN LIEFDE IS GEEN LEVEN !

                                                    terug naar inhoudsopgave