Naast Plato en
Aristoteles is Socrates één van de beroemdste leermeesters (filosofen) uit het
antieke Griekenland.

Hij had
meegedaan aan de oorlog tegen Sparta en woonde in Athene. Hij geloofde in de
Griekse Goden.
Socrates
was ontevreden met de manier waarop de Atheners leefden. De oorlog tegen Sparta
had veel veranderd in het leven van de Atheners. Nieuwe ideeën waren verspreid
door de zogenaamde “wijze mannen” de sofisten. De sofisten trokken van stad tot
stad om de Grieken te leren, hoe ze hun zin door konden drijven, door gebruik
te maken van slimme redeneringen. De burgers dachten hierdoor dat ze doen
konden wat ze maar wilden; of het nou goed was of slecht, het deed er niet veel
toe.
Socrates
dacht daar anders over. Hij geloofde dat men zich óf goed óf slecht kon
gedragen. Als de juiste weg was bepaald, moest hier niet meer van afgeweken
worden.
Hij
hield voorbijgangers in de Atheense straten aan om uit te vinden wat zij
dachten over onderwerpen zoals het recht en over liefde. Hij ondervroeg
allerlei deskundigen, zoals generaals, politici en kooplieden. Zij wisten er
geen van allen raad mee. De jonge mensen waren het eens met de ideeën van
Socrates, maar de ouderen vonden Socrates alleen maar lastig, omdat hij steeds
maar van die lastige vragen stelde. Daardoor vonden de ouderen hem zelfs
gevaarlijk en sleepten hem voor het gerecht en lieten hem ter dood veroordelen.
Hij moest sterven door het drinken van een beker met gif.
Uit deze
veroordeling van Socrates bleek duidelijk, dat de meeste Atheners zijn les niet
hadden begrepen en geen verschil konden onderscheiden tussen goed en kwaad.
Nog steeds worden mensen, die lastige vragen stellen,
veroordeeld door hen die het zogenaamd allemaal zo goed weten. Ze worden er onzeker
van, omdat ze gedwongen worden na te denken over hun eigen onmacht !