ODYSSEUS een
toneelspel voor de jeugd.
Verteller:
Dames en heren jongens en meisjes!
Luister en huiver!!!
Penelope:
Ik ben Penelope de Trouwe, die vele jaren wachtte op
haar man, de Verstandige. die de opdringerige vrijers met een breiwerk aan het
lijntje hield... Zwaar zuchtte ik, uitkijkend over zee naar Odysseus mijn geliefde leeuw die zo lang wegbleef..
Helena:
Ik ben Helena om wie het allemaal draait. Ik ben
meegenomen door prins Paris van Troje en nu is mijn man, de machtige MENELAOS
koning van Sparta erg boos en probeert mij te bevrijden.
Menelaos:
Ik ben Menelaos, koning van Sparta en heb alle
helden van Griekenland al gevraagd mij te helpen Helena terug te krijgen, maar
niets lukte. Wat moet ik doen, wat moet ik doen????
Agamemnon:
Ik ben Agamemnon, koning van Mycene en ik heb een
idee! Laten we Odysseus van Ithaca vragen. Hij is de slimste van alle koningen.
Hij kan ons wel helpen.
Verteller:
En zo gingen ze samen naar het eiland Ithaca waar
Odysseus woonde. Van de bode had Odysseus al gehoord dat Agamemnon en Menelaos
er aan kwamen en wat ze wilden. Nu hadden Odysseus en Penelope net een baby en
hij heette Telemachos. Odysseus wilde niet vechten en verzon een list.
Odysseus:
Zeg vrouw als de koning van Mycene en Sparta eraan
komen, zeg dan maar dat ik het strand aan het ploegen ben.
Verteller:
En zo gebeurde het. Menelaos en Agamemnon keken
verbaasd en dachten dat Odysseus gek geworden was of was het één van zijn
streken????
Menelaos:
Wacht maar we zullen hem wel krijgen. We halen
Telemachos op en gooien hem voor de ploeg. Als Odysseus werkelijk gek is ploegt
hij dwars door zijn kind heen. Als hij niet gek is zal hij stoppen.
Scène op het strand.
Odysseus:
Ok. Jongens, jullie hebben gewonnen. Ik zal met
jullie meegaan naar Troje om Helena te bevrijden, maar leuk vind ik het niet.
Verteller:
Hij nam afscheid van zijn vrouw en kind en
beloofde snel weer terug te komen. Penelope zou al die tijd op hem blijven
wachten…..
Ze stapten in de boot en onder luid gezang ging
het richting Troje.
Lied:
(melodie van allen die willen naar Island toe)
En te draven door de velden
Na Troje toe, naar Troje toe, naar Troje toe
Na drieëndertig reizen zijn wij nog niet moe
Lied:
(melodie van allen die willen te kaapren varen)
Al die willen naar Troje varen
Moeten mannen met baarden zijn
Yannis, Yorgos en Kostas
Die willen varen naar Troje toe!
Ik was ‘n papkind nog toen pappie wegvoer,
om naar Troje naar de oorlog toe te gaan
Hij keek nog even om vanaf z'n plekje bij het roer
mam en ik keken hem heel verdrietig aan.
(melodie van pappie loop toch niet zo snel)
Pappie zeil toch niet zo snel.
Pappie kom toch vlug weer terug
Zeil wat zachter toe of neem ons met je mee
Pappie zeil toch niet zo vlug.
Telemachos:
Dit is nu al zo'n twintig jaar geleden,
en nog is m'n pap niet thuis op Ithaca.
Mam wordt al oud en grijs en hier in ons paleis
zitten wij met honderd vrijers in ons haar.
Ze zingen:
(melodie van pappie loop toch niet zo snel)
Koning. zeil maar niet te vlug
Koning, kom maar nooit meer terug
Blijf maar fijn van huis, want we willen jouw
bruid
Koning kom
maar nooit meer terug
Vrijers:
Een stel vrijers zit achter koningin Penelope aan.
“Hei Penelopei, neem toch mij, neem toch mij !!!!!”
Penelope probeert te vluchten.
Verteller:
Nadat Troje veroverd was door een list met een
houten paard, werd Odysseus een beetje brutaal tegen de god van de zee. Die zou
er voor zorgen dat Odysseus er twintig jaar over zou doen om weer thuis te
komen. Onderweg maakt hij allerlei avonturen mee en tenslotte zou hij alleen
aanspoelen op Ithaca.
Scène
Odysseus, meer dood dan levend aangespoeld op zijn
vaderland Ithaca, wordt door de burgers op het marktplein niet herkend. Alleen zijn oude jachthond herkent hem.
Tekst
De Grieken op de markt spreken natuurlijk Grieks.
VOORBEELDEN - GRIEKS
Jati, Epileptos, kali
orexi
Galros asbestos souvlaki ,
eh...
Kleptomanos! Kleptomanos !
Spelopdracht
Uitbeelding van marktscène met: verkopers die hun waar
aanprijzen, winkelende en roddelende vrouwen, jengelende kinderen en een
souvlakidief.
Odysseus
wandelt erdoorheen en wordt soms (als zwerver) weggejaagd. Einde van de scène: geblaf. Odysseus aait de
oude hond die hem herkent.
De
marktgroep hergroepeert zich onmerkbaar op de achtergrond tot een tafel met
vrijers voor de volgende scène.
Globaal
Scène waarin de brassende vrijers in het paleis
onaangenaam verrast worden door de binnenkomst van Odysseus.
Vrijers:
We klinken maar we drinken maar we nemen er nog
één.
Penelope, Penelope, die is tóch maar heel alleen.
We vieren dus maar feest vannacht en we knijpen in
haar been......
Bij
binnenkomst van Odysseus vallen alle monden open.
Odysseus:
Rond...heel de wereld reis ik rond.
Nergens waar ik liefde vond.
Nergens staat voor mij een huis.
Nergens waakt voor mij een hond.
Als een schip zonder een roeispaan,
als een strijder zonder speer.
kan ik overal naartoe gaan,
maar verwacht mij niemand weer.
en de zee blijft altijd klotsen,
op een dag neemt zij me mee.
spoelt mijn lijk dan tegen de rotsen,
als ik dood ben en gedwee.
Er bestáát geen medicijn tegen oud en eenzaam zijn.
Spelopdracht
Eventueel aanwezige slavinnen pinken een traantje
weg.
Scène
Penelope
zit op haar kamer te breien en voelt zich alleen.
PENELOPE:
zeggen kan ik niet.
hoezeer dat wachten hier
mijn droevig hart verdriet.
Dit is mijn tiende vest en nog ben je er niet.
ik eet me ongans aan souvlaki en aan friet.
Waar hang je toch uit ?
Op die eerste dag.
nam je mijn schoonheid mee en stal je ook mijn
lach.
Mijn hart is ziek van pijn al drink ik koffie HAG.
ik kan niet slapen
en ik brei de hele nacht.
0h kom toch gauw....
Odysseus:
Odysseus legt zijn vermomming als zwerver af en
jaagt de vrijers met veel kabaal weg.
Ik zal jullie krijgen rakkers, ik Odysseus maak
korte metten met jullie!!!
Hier ben ik lieve Penelope ik ben het Odysseus je man..
kom in mijn armen en laat we nog lang en gelukkig leven.
Muziek……..
EINDE