Elfen

De onsterfelijke en nobele elfen waren de eerste creaties van de goden, de Valar. Oorspronkelijk leefden ze in de Onsterfelijke Landen, maar verschillende elfenvolken (o.a. de Noldor en Sindar) kwamen naar Midden-Aarde om daar schitterende rijken te stichten. Met de opkomst van de mensen en het kwaad van Sauron nam hun invloed sterk af. Rivendel is het laatste elfenbolwerk, en elfenkoningin Galadriel is een directe afstammeling van de Noldor.

De Elfen zijn het mooiste en oudste van alle geslachten van Midden-Aarde en zij bezit grote magie. Ze hebben het vermogen voorwerpen van grote schoonheid, kunstigheid en bekoring te maken - waaronder de Ringen van Macht, wapentuig, muziek, taal en kennis. Elfen zijn leeftijdloos en ontsterfelijk en hebben sinds de vroegste tijd in Midden-Aarde gewoond. Ze waren het eerst sprekende volk van de wereld. Maar nu, in de Derde Era, heeft een grote droefheid hen overvallen, want hun tijd op de wereld loopt ten einde. Elfen worden nu nog zelden in Midden-Aarde gezien. Velen van hen zijn de Zee al overgetrokken naar de Onsterfelijke Landen, waar zij voor altijd in vrede kunnen leven, weg van de zorgen en beproevingen van een door oorlog verscheurde wereld.

Toch leven er nog kleine elfengemeenschappen in de wereld; in het Noordelijke Demsterwold, het grote groene woud; in Rivendel, hun oude toevluchtsoord, en in Lothlórien, het Gouden woud dat het gebied is van Vrouwe Galadriel en Heer Celeborn. Lang en slank, scherp van oog en welluidend van stem lopen de Elfen lichtvoetig op de aarde. Hun liederen weerklinken door de eeuwen.

Avari
'De Onwilligen, de Weigeraars’, de naam die gegeven wordt aan alle Elfen die weigerden deel te nemen aan de mars van Cuiviénen naar het Westen.

Eldar
Volgens de Elfenlegende werd de naam Eldar ‘Volk van de Sterren’ door de Vala Oromë aan alle Elfen gegeven. De naam werd echter steeds meer gebruikt om de Elfen van de Drie Geslachten (Vanyar, Noldor en Teleri) aan te duiden, die aan de grote mars naar het Westen vanuit Cuiviénen begonnen (en deze al of niet tot het einde toe voltooiden), om ze te onderscheiden van de Avari. De Elfen van Aman, en alle Elfen die ooit in Aman woonden, werden de Hoge Elfen (Tareldar) en Elfen van het Licht (Calaquendi) genoemd.

Vanyar
Het eerste leger van de Eldar op de reis uit Cuiviénen naar het Westen, geleid door Ingwë. De naam (enkelvoud Vanya) betekent ‘de Blonden’, vanwege het goudkleurige haar van de Vanyar.

        Ingwë
        Leider van de Vanyar, de eerste van de drie legers van de Eldar op hun westwaartse reis vanuit Cuiviénen. In Aman woonde hij op de Taniquetil en werd als Hoge         Koning van alle Elfen beschouwd.

Noldor
De Diepe Elfen, het tweede leger van de Eldar op de reis naar het Westen vanuit Cuiviénen, aangevoerd door Finwë. De naam (Quenyaans Noldo, Sindarijns Golodh) betekende ‘de Wijzen’ (maar wijs in de zin van kennis bezitten, niet in de zin van wijsheid, een gezond oordeel bezittend).

        Finwë
        Leider van de Noldor op de reis naar het Westen vanuit Cuivíenen; Koning van de Noldor in Aman; vader van Fëanor, Fingolfin en Finarfin; door Morgoth te Formenos         gedood. Ook voorkomend in de zonen van Finwë en het Huis van Finwë.

Teleri
Het derde en grootste van de drie legers van de Eldar op de reis vanuit Cuiviénen naar het Westen, aangevoerd door Elwë (Thingol) en Olwë. Zelf noemden zij zich Lindar, de Zangers; de naam Teleri, de Achteraankomers, de Achtersten, werd hun gegeven door degenen die hen voorgingen op de mars. Velen van de Teleri verlieten Midden-aarde niet; de Sindar en de Nandor waren van oorsprong Telerijnse Elfen.

        Elwë
        De bijnaam luidt Singollo, ‘Grijsmantel’; met zijn broeder Olwë leider van de legers van de Teleri op de reis naar het Westen vanuit Cuiviénen, tot hij in Nan         Elmoth verdwaalde; later Heer van de Sindar, die in Doriath met Melian regeerde; ontving de Silmaril van Beren; door de Dwergen in Menegroth gedood. In het         Sindarijns (Elu) Thingol genoemd.

Eglath
‘Het Verlaten Volk’, naam die de Telerijnse Elfen aan zichzelf gaven. Deze bleven in Beleriand om Elwë (Thingol) te zoeken toen het hoofdleger van de Teleri naar Aman vertrok.

Nandor
Betekent waarschijnlijk ‘Zij die terugkeren’; de Nandor waren degenen van het leger van de Teleri die weigerden de Nevelbergen over te steken op de reis naar het Westen vanuit Cuiviénen, maar waarvan een deel, geleid door Denethor, lang daarna over de Blauwe Bergen trok en in Ossiriand woonde (de Groene Elfen).

        Lenwë
        De leider van de Elfen van het leger van de Teleri die weigerden de Nevelbergen over te trekken op de westwaartse reis vanuit Cuiviénen (de Nandor); vader van         Denethor.

Groene Elfen (Laiquendi)
Vertaling van Laiquendi; de Nandorijnse Elfen van Ossiriand.

Sindar
De Grijze Elfen. De naam werd gebruikt voor alle Elfen van Telerijnse oorsprong die de terugkerende Noldor in Beleriand aantroffen, met uitzondering van de Groene Elfen van Ossiriand. De Noldor hebben deze naam wellicht bedacht omdat de eerste Elfen van deze oorsprong die zij tegenkwamen, zich in het Noorden bevonden, onder de grijze luchten en nevels rondom het meer Mithrim; of misschien omdat de Grijze Elven niet van het Licht (van Valinor) en ook nog niet van het Donker (Avari), maar Elfen van de Schemering waren. Maar het werd geacht verband te houden met Elwës naam Thingol (Quenyaans Sindacollo, Singollo ‘Grijsmantel’) omdat hij erkend was als Hoge Koning van heel het land en zijn volkeren. De Sindar noemden zichzelf Edhil, meervoud Edhel.

Donkere Elfen (Moriquendi)
In de taal van de Aman waren alle Elfen die de Grote Zee niet overstaken, Donkere Elfen (Moriquendi), en in deze zin wordt de term enige malen gebruikt. Toen Caranthir Thingol een Donkere Elf noemde, was dit beledigend bedoeld, immers Thingol was in Aman geweest en ‘werd niet tot de Morinquendi gerekend’. Tijdens de Ballingschap van de Noldor werd de term vaak gebruikt voor de Elfen van Midden-aarde die niet tot de Noldor of de Sindar behoorden, en betekent dan dus eigenlijk Avari. Weer anders was de titel ‘Donkere Elf’ voor de Sindarijnse Elf Eöl.

Calaquendi
‘Elfen van het Licht’, de Elfen die in Aman woonden of hadden gewoond (de Hoge Elfen).