
John Ronald Reuel Tolkien werd op 3 januari 1892 te Bloemfontein, Zuid-Afrika, geboren als de zoon van een bankdirecteur. In
tegenstelling tot wat velen menen, is Tolkien niet van Ierse, maar van Duitse afkomst. De naam is een verengelsing van Tollkiehn,
d.w.z. Tollkühn. Zijn voorouders emigreerden meer dan 200 jaar geleden uit Saksen naar Engeland. Zijn vader overleed toen John Ronald
3 jaar was en samen met zijn moeder en broertje Hilary een bezoek aan Engeland bracht. Moeder Tolkien en haar zoons keerden niet meer
terug naar Zuid-Afrika, maar vestigden zich in Sarehole, een dorpje ten zuiden van Birmingham. Het dorpje stond model voor Hobbiton
(Hobbitstee).
In 1900 verhuisde het gezin Tolkien, met het oog op de schoolopleiding van de kinderen, naar de buitenwijken van Birmingham. Op de
King Edward School stak Tolkien bovenuit met Latijn en Grieks, nadat zijn moeder hem zelf al Frans en wat Latijn had geleerd. En
het was ook in deze tijd dat hij als 'liefhebberij' zijn eigen talen begon te ontwikkelen, die zo'n grote rol zouden spelen in zijn
latere creatieve werk. Behalve dit bezat hij ook nog 'een fundamentele hartstocht' voor mythen, sprookjes, maar vooral voor
heroïsche legenden, die tussen sprookjes en geschiedenis in lagen.
Toen zijn moeder in 1904 stierf, kwam hij onder de wettige voogdij te staan van de katholieke priester pater Francis Morgan, die
hem grootbracht in de Rooms-katholieke kerk. Het is nauwelijks verwonderlijk dat Tolkien, met zijn belangstelling voor talen, in
Oxford Engelse taal- en letterkunde ging studeren. Daarbij bekwaamde hij zich vooral in het Angelsaksisch, Middenengels en het
Oud-ijslands. (De in deze talen geschreven boeken waren Beowulf en de Oudste Edda, en hadden een grote invloed op zijn eigen
verhalen).
In de Eerste Wereldoorlog diende Tolkien bij de Lancashire Fuseliers. Inmiddels was hij al getrouwd zijn jeugdvriendin Edith Bratt.
In november 1916 keerde hij terug naar Engeland, omdat hij leed aan 'loopgravenkoorts'. Terwijl hij herstelde, begon hij in 1917
'Het Boek van de Verloren Verhalen' te schrijven, dat uiteindelijk De Silmarillion zou worden.
Na de Wapenstilstand in november 1918 keerde Tolkien met zijn gezin terug naar Oxford. Daar werkte hij korte tijd aan de Oxford
English Dictionary, en daarna doceerde hij enige jaren aan de Universiteit van Leeds, en keerde in 1925 in Oxford terug als
professor in het Angelsaksisch, wat hij bleef tot aan zijn pensioen in 1959. Hij begon met het schrijven van de Hobbit als
bedoeling iets te schrijven om zijn kinderen mee te amuseren. De Hobbit vond meteen een uitgever, en werd een succes. Zijn uitgever
wilde dat hij een vervolg op dit boek zou schrijven. In de eerste plaats wilde Tolkien dit niet, omdat dat hem van het voor hem
veel belangrijkere project, afleidde: zijn mythologie en de elfentalen. Tenslotte bezweek hij en begon aan In de Ban van de Ring.
Dit verhaal werd langer en langer, en volgens Tolkien, niet meer een vervolg op De Hobbit, maar op De Silmarillion. Tolkien wilde
eerst ook dat de 2 boeken tegelijk uitgegeven zouden worden, maar daar was zijn uitgever het niet mee eens en na wat heibel besloot
Tolkien daar vanaf te zien.
In de Ban van de Ring werd uitgegeven en was zeer succesvol onder het publiek. Zo succesvol zelfs dat Tolkiens privé-leven eronder
begon te lijden. Omwille van de zwakke gezondheid van zijn vrouw verhuisden de Tolkiens in 1968 naar Bournemouth, waar ze probeerden
zoveel mogelijk uit de belangstelling te blijven. Zijn vrouw stierf in 1971, waarna hij naar Oxford terugkeerde. Een jaar later
onderscheidde Queen Elisabeth hem als Commander of the Order of the British Empire. In 1973, overleed Tolkien.