Elfs voor beginners (o.a. uit In de Ban van Tolkien)

Het Fins en het Welsh inspireerden Tolkien tot het ontwikkelen van wat wij nu als twee elfentalen kennen: het Quenya en het Sindarijns. Hier volgt een uitgebreide woordenlijst van het Quenya, om je verstaanbaar te maken in Midden-aarde:

adelaar = soron altijd = oi arm = ranco beker = yulma berg = oron (oront-)
bergen = oronti bevatten, opmeten = mapa- bewaken = tir- blad = lass blinkende = tihtala
boek = parma boom = alda de = i diep = nra dit = sina
dat = yan (y)a doen (w.w.) = car- dood = firin drie = neld Dwerg = Nauco
en = ar een = min eiland = tol eindelijk = telda eten (w.w.) = mat-
Elf = Elda elfenvriend = elendil geheim = nulda glorie = alcar glorieus = alcarinqua
god = eru goed zo! = mrie golf = falma goud = malta grijs = mista
grond = talan groot = alta (een) hap = nahta Heer = heru helder = calima
hen/hun = ten het = -s (zoals in volstaan farya-s = het volstaat) is (w.w.) = n ijs = helk ik vlieg = vilin
jonkvrouw = vend koning = aran koningin = tri krijger = ohtar kwaad = ma
lachen (w.w.) = lala- lamp = calma- land = nr leggen (w.w.) = caita- lezen (w.w.) = cenda-
lieve = melin lucht = hell ik = -ny of -n (zoals in tulta-ny = ik roep op) jij = -ly (zoals in lala-ly = jij lacht) (de) maan = isil
man = nr (ner-) machtig = taura Midden-aarde = endor mist = hsi mooi = vanya
mooie = vanima Mordor = mor nr negen = nert niet doen! = va nu = s
(om)hoog = mamba onder = nu ontelbaar = ntim oog = hen (hend-) oproepen (w.w.) = tulta- (stam: tul)
paard = rocco poort = ando ring = corma rood = carn schat = harma
schip = cirya slang = hlc snel = linta (mv. lint) speerpunt = neht steen = sar (sard-)
stroom = ulund taal = lamb tovenaar = istar toren = minas troon = mahalma
twee = atta Unquendor = holteland (Holland) uw = nai vaarwel = namri vallen (w.w.) = alantiel-
vernieuwer = Envinyatar verlichten (w.w.) = calya- (stam: kal) verweg = hya verwonden (w.w.) = harna- (stam: har) verzamelen (w.w.) = hosta-
vet = tiuca vier = canta vlees = hrv vogel = aiw volk = li (Eldali = elfenvolk)
volstaan (w.w.) = farya- vriend = mellon vrouw = ns (niss-) vullen (w.w.) = enquan- waar(heid) = anwa
wie? = s? wijs = saila wilg = tasar wit = ninqu wolk = lumbo
woud = taur zien (w.w.) = ecn- zijn (w.w.) = nar zilveren = telpeva zingen / muziek (w.w.) = linda- (Ainulindal = zang van de Ainur)
zoals = ve (de) zon = anar zwaan = alqua zwaard = macil zwart = mor


Maanden Dagen
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Narvinye
Nenime
Sulime
Viresse
Lotesse
Narie
Cerime
Urime
Yavannie
Narquelie
Hisime
Ringare
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag





Elenya
Anarya
Isilya
Alduya
Menelya
Valanya
Tarion





Vervoegde voorbeelden
Een ster schijnt op het uur van onze ontmoeting    Elen sla lmenn omentielvo
En volk onder n koning    Min li nu min aran
De vogel zal een lied voor hen zingen    I aiw lr ten linduva
Elk mens zal sterven    Ilya Atan firuva
Jij bent gevallen en ik heb het gezien    Alantiely, ar ecnienyes
Ik geef u een zilveren beker    Antanyel yulma telpeva
Wie wil mijn beker vullen?    S man i yulma nin enquantuva?

Overtreffende trap
an + woord
an + alta (groot) = analta (de grootste)
an + vanya (mooi) = anvanya (de mooiste)

Meervouden
woord + -li
Elda (elf) + li = Eldali (Elfen)