Hommelnest


Geboorte van een hommelvolk     

 

De meeste hommels bouwen hun nest op of onder de grond. Vaak maken ze gebruik van oude muizennesten. Het liefst wonen ze in een begroeide aarden wal (bijvoorbeeld een slootkant) die op het zuiden ligt. De koningin maakt in de nestruimte een bolvormig nest van fijne plantdeeltjes. Ze bouwt van was een soort voorraadpotje en vult dit met nectar; handig voor als het geen weer is om uit te vliegen...Dan legt ze een aantal eieren en gaat er bovenop zitten. Ze weet de eieren warm te houden (ca. 30º C) terwijl het in april buiten veel kouder kan zijn! Na vier dagen komen de eitjes uit en dan begint de moeder haar larfkinderen vol te stoppen met stuifmeel en nectar. Als de larven dik genoeg zijn houden ze op met eten en gaan zich verpoppen. Na twee tot drie weken komen er jonge hommeltjes uit de cocons. Vanaf dat moment heeft de koningin werksters om zich heen die haar met van alles gaan helpen; nest warm en schoon houden, nieuwe broedcellen opbouwen, larven voeren en voedsel halen.


  

De koningin begint in haar eentje te broeden.
Het nest groeit en aan het eind van de zomer worden jonge koninginnen en mannetje geboren.
De paring van een mannetje met een jonge koningin.
De bevruchte koningin zoekt een plekje om de winter door te brengen.
n het voorjaar zoekt de overwinterde koningin een holletje om een nest te bouwen.

Gedrag van de mannetjes

Aan het eind van het seizoen worden er ook mannetjes geboren. Die kunnen geen stuifmeel verzamelen omdat ze geen stuifmeelkorfje bezitten aan hun achterpoten. Nadat de mannetjes zich in het nest vooral te goed hebben gedaan aan het stuifmeel, verlaten ze voorgoed het nest. Ze gaan dan een zeer typisch gedrag vertonen dat moet leiden tot ontmoetingen met jonge koninginnen. Ze vliegen steeds dezelfde route met een straal van ongeveer 150-200 meter waarbij ze op een twintigtal plaatsen een geurstof afzetten die jonge koninginnen lokken. Deze geurstoffen verschillen van samenstelling en worden op verschillende hoogten afgezet, afhankelijk van de soort. De mannetjes vliegen voortdurend deze gemarkeerde plaatsen langs om te controleren of er al een koningin is aangelokt. Hierbij kunnen ze enorme afstanden afleggen. Wel 17 tot 60 km per dag! Niet alle mannetjes hebben hiervoor het geduld. Bij de boomhommel blijven de mannetjes net zolang voor de nestopening rondhangen totdat er een jonge argeloze koningin naar buiten komt. Deze wordt dan direct door de aanwezige mannetjes besprongen, waarvan er dan één de kans ziet haar stevig vast te grijpen en te paren.