|
Hommels en planten
Bezochte plantensoorten
Hommels hebben de volgende twee eigenschappen die maken dat verschillende bloemen alleen door hommels bestoven kunnen worden. Ten eerste hebben hommels een behoorlijk lange tong waardoor ze de nectar in bloemen |
|
|
|
met lange bloemhuizen kunnen bereiken en ten tweede hebben ze een behoorlijk lichaamsgewicht, waardoor ze in staat zijn bepaalde bloemen te openen of een bepaald bestuivingmechanisme in werking te zetten waarvoor kracht vereist is. Op bijvoorbeeld monnikskap, akelei, lupine, leeuwenbeksoorten, saliesoorten, kartelbladsoorten, ratelaarsoorten en hengel zijn hommels de belangrijkste bezoekers. De bloemkeuze van hommels wordt bepaald door de tonglengte. Hommelsoorten verschillen behalve natuurlijk in de kleurpatronen ook in hun tonglengte. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen lang-, middellang- en korttongige soorten. Een hommel kan inbreken. Wanneer de nectar te diep in een bloem verborgen is dan bijt zij een gaatje in de zijkant van de bloem en de kelk. Dan steekt ze haar lange tong naar binnen om zo de nectar weg te snoepen. Een slimme manier van inbreken! Dit doet vooral de aardhommel. De plantensoorten waarbij dit voorkomt zijn smeerwortel, rode klaver, grote ratelaar, hengel en dopheide. |
|
Bloementrouw
Hommels bezoeken een aantal plantensoorten en beperken hun bezoek dus niet tot één of enkele soorten. Dat moet wel want de periode dat de koningin en de werksters vliegen bedraagt enkele maanden, dus al die tijd moeten er voedselplanten voorhanden zijn. Individuele werksters kunnen zich specialiseren op een bepaalde plantensoort, waarbij ze bloemtrouw vertonen. Naast deze soort zullen ze af en toe andere soorten bezoeken. Door deze manier van voedsel zoeken blijven de hommels goed op de hoogte van het aanbod en kunnen, wanneer het aanbod verandert, snel overstappen op een gunstiger soort.De bloemen trouw van de hommel bij het voedsel zoeken naar stuifmeel is af te lezen aan de samenstelling van de stuifmeelklompjes die aan de achterste poten worden meegedragen. Wanneer een hommel meerdere soorten bloemen gedurende een zoektocht bezoekt, blijkt dat de stuifmeelklompjes vaak in lagen zijn opgebouwd. Van onderaf wordt het stuifmeel |
![]() |
| met de poten in het korfje verzameld, wat bovenaan zit is dus het eerst verzameld. Deze opbouw in lagen is mooi te zien wanneer plantensoorten bezocht zijn die verschillen in de kleur van het stuifmeel. Het merendeel van de klompjes bevat echter maar twee soorten. Deze bloementrouw komt de bestuiving ten goede: er wordt minder stuifmeel verspild doordat het direct op de juiste soort afgezet wordt. |
|
|
Foerageren Hommels zijn voor hun voedsel bijna uitsluitend afhankelijk van planten. In tegenstelling tot honingbijen, hebben hommels slechts een voedselvoorraad voor enkele dagen. Tijdens hun korte leven moeten ze dan ook voortdurend foerageren voor zowel nectar als pollen. Inzamelende hommels vinden zelden op een en dezelfde plaats voldoende nectar of pollen om een volledige lading te dekken. Gewoonlijk moeten ze honderden bloemen bezoeken, verspreid over een oppervlakte van meer dan 500 vierkante meter. Foerageren is een erg gevaarlijke opdracht. Tijdens de zomermaanden zullen vele foerageerders al na twee of drie weken sterven terwijl de gemiddelde leeftijd van een werkster zes weken bedraagt. Het tijdsverschil tussen het moment waarop een hommel de kolonie verlaat om te foerageren en weer terugkeert kan van enkele minuten oplopen tot enkele uren. Hommels staan ervoor bekend te foerageren onder een breed scala van weersomstandigheden. Algemeen gesproken zijn hommels erg goed bestand tegen slecht weer en gaan ze door met foerageren ook al is het koud en nat. Wind of zelfs een sneeuwstorm zullen een hommel |
|
evenmin beletten om uit te vliegen. Rond de poolcirkel en op hoge bergtoppen stijgt de luchttemperatuur ook ’s zomers niet boven de 10°C. In deze gebieden worden zelfs vliegende hommels aangetroffen bij temperaturen van 3°C onder nul. Honingbijen daarentegen weigeren te foerageren zolang de temperatuur onder de 16°C blijft. Hommels blijven actief als windsnelheden van 70 km per uur worden behaald. Honingbijen echter vliegen niet als de wind een snelheid van 30 km per uur overschrijdt. Hommels zijn in staat om van zonsopgang tot zonsondergang te vliegen, maar verschillende soorten beginnen en eindigen hun foerageeractiviteiten op verschillende tijdstippen. Ook individuele werksters binnen eenzelfde nest hebben een eigen tijdschema. De drukste periode treedt op halfweg de voormiddag. Tijdens deze actiefste uren zal ongeveer iets meer dan een derde van de kolonie op foerageertocht uittrekken Nectar en stuifmeel
Het hele hommelleven van zowel larven als volwassen individuen is afhankelijk van stuifmeel en nectar dat op bloemen verzameld wordt. De koningin begint in het voorjaar met het eten van stuifmeel, waarin veel eiwitten voorkomen. Onder invloed van deze eiwitten ontwikkelen haar eierstokken zich. Daarnaast drinkt ze ook nectar waaruit ze de energie haalt om te vliegen. Nectar bevat vooral suikers. Elke plantensoort maakt zijn eigen soort nectar die zowel in suikerconcentratie en soorten suikers kan verschillen. De larven worden gevoed met stuifmeel en nectar. Hier zit alles in om van ei tot volwassen individu op te groeien. Volwassen werksters eten geen stuifmeel meer, maar verzamelen het natuurlijk wel als voedsel voor de larven. De plant maakt niet alleen stuifmeel om hommels en ander insecten van voedsel te voorzien. Stuifmeel is er vooral ook voor de bestuiving van bloemen want na bestuiving kunnen deze zaad zetten. Nectar maakt de plant om insecten te belonen: de ene dienst is de andere waard. |
|
|
Een
hommelvriendelijke tuin Hoe kun je hommels naar je tuin lokken? Aardhommels kiezen vaak oude muizenholen als nestruimte. Boomhommels pikken vaak vogelnestkastjes in als er geen holle bomen zijn. Maar je kunt zelf op een eenvoudige manier kunstmatige nestruimte maken. Graaf een bloempot in en dek hem af tegen inregenen. Er zijn zelfs speciale nestkastjes te koop. Er moet ook voedsel in de buurt zijn. De eerste koninginnen zullen voedsel zoeken in wilg, ribes,krokussen, helmbloemen, narcissen, muurbloem, longkruid en vroegbloeiende heidesoorten. Maar ook later is er natuurlijkvoedsel nodig. Voor hommels aantrekkelijke soorten zijn: monnikskap, akelei, vingerhoedskruid, allerlei klokjes, saliesoorten, sneeuwbes, distels, klaproos, vlinderstruik en goudenregen. |
|
|
Hommelvolk te huur
Tomatenkwekers gebruiken hommelvolken om de planten in hun kassen te bestuiven. Hommels zijn beter geschikt voor dit werk dan bijen. Bovendien kan de kweker controleren of de bloem bezocht is: de hommel klemt zich tijdens een bloembezoek vast met de kaken zodat er bruine plekjes ontstaan! Bij speciale hommelkwekerijen zijn hommelvolken voor een paar maanden te huur. |
|
|
|
Giftige bomen!?
Met warm weer kunnen bepaalde gecultiveerde lindebomen een stof afscheiden die dodelijk giftig is voor de hommels die deze lindebloesem bezoeken. Let er maar eens op: zie opvallend veel dode hommels liggen op het trottoir, tien tegen één dat er een lindeboom in de buurt staat. Volgens sommigen ligt de oorzaak echter anders. Voor meer informatie druk hier.
|
|
Het weer Hommels kunnen, door middel van chemische processen, warmte ontwikkelen waardoor ze hun vliegspieren op de juiste temperatuur brengen. Ze zijn dus niet koudbloedig. De dichte beharing helpt om de warmte vast te houden. Zo zijn ze in staat om bij lage temperaturen te vliegen in tegenstelling tot andere insecten. Vroeg in het voorjaar zien we bij temperaturen net boven 0° C al hommels op wilg en krokussen. Is het erg heet overdag, boven de 30° C dan vliegen hommels juist niet. Door de dichte beharing (alleen de onderkant is spaarzamer behaard) kunnen ze niet zo goed koelen en bij vliegen komt nog meer warmte vrij die tot oververhitting zou kunnen leiden. Hommels komen daarom vooral in de gematigde streken voor en niet in de tropen. Hommels vliegen nog door terwijl het regent en ook bij harde wind die het vliegen en vooral ook het landen bemoeilijkt. Alleen op dagen dat de regen constant neervalt, blijven hommels in hun nest. Is het een kwartier droog geweest dan verschijnen de eerste hommels weer. Bij mist of zware ochtenddauw blijven hommels echter binnen.
|