|
Hommelsoorten
Hommels (Bombinae) tellen ongeveer 400 soorten die over de hele aarde
verspreid voorkomen, uitgezonderd het Afrikaanse continent ten zuiden
van de Sahara, Australië en de naburige eilanden. In Australië en
Nieuw-Zeeland introduceerden kolonisten rond 1880 hommels uit
Zuid-Engeland omdat geen van de inheemse bijen de bestuiving van de
ingevoerde rode klaver konden verzorgen. De diepe kroonbuizen vragen om
een lange, uitrolbare hommeltong. Op deze eilanden gedijen hommels nog
steeds.
Hommels komen voornamelijk voor in de gematigde zones van Noord-Amerika
en Eurazië. Vele soorten zijn terug te vinden in de koelere streken van
deze continenten, rond de poolcirkel en op toppen van gebergtes waar
geen bomen groeien. Twee soorten, Bombus polaris en Bombus
hyperboreus, wagen zich wel erg ver noordwaarts. Zij leven op het
Canadese eiland Ellesmere, gelegen op slechts 880 km van de noordpool.
Hommels zijn zeldzaam in warme klimaten en afwezig in woestijnen. Toch
hebben sommige soorten zich ver zuidwaarts gesetteld, tot Indonesië en
het eiland Tierra del Fuego toe. Bombus atratus weet zich zelfs
te handhaven in het Amazonewoud.
Kijk
maar eens op deze Duitse site:
www.wildbienen.de
. Hierop staan een heleboel foto's van
hommelsoorten.
Hieronder volgt de beschrijving van de zes meest voorkomende
hommels die men in ons land kan aantreffen.
|

|
Aardhommel
Een veel voorkomende soort is de Aardhommel (Bombus terrestris =
witte punt en twee geel/oranje banden). De beharing is kort en
regelmatig. Koninginnen van de Aardhommel zie je al in maart. Zoals de
naam zegt nestelen ze meestal ondergronds. De aardhommel houdt van wilg
en later in het jaar zie je ze ook veel op distels. Een volgroeide
kolonie bestaat uit zo'n 300 tot 500 werksters. Ze zijn moeilijk te
onderscheiden van de Kleine Aardhommel.
Lichaamslengte in mm:
-
koningin: 20 – 23
- werkster:
11 – 17
- mannetje:
14 – 16 |
Te zien in de natuur:
-
nestzoekende koninginnen: van midden maart tot midden mei (afhankelijk
van de hoogte en de weersomstandigheden;
-
werksters: van midden april tot midden oktober;
-
jonge
koninginnen en mannetjes: van einde juli tot einde september
(uitzonderlijk tot oktober).
|
Tuinhommel
De Tuinhommel (Bombus hortorum
= witte punt en twee gele banden)
komt niet alleen in tuinen voor, maar je kan ze meestal wel in de buurt
van mensen aantreffen. Ze nestelen zich graag in vogel- en muizennesten,
stallen, schuren en zolders. De kolonies zijn niet zo groot; 50 tot 120
werksters. De Tuinhommel lijkt veel op de aardhommel maar heeft een
extra gele band onderaan het borststuk. De tuinhommel houdt van
lipbloemen en kamperfoelie.
Lichaamslengte in
mm:
-
koningin: 17 – 22
- werkster:
11 – 16
- mannetje:
13 – 15
|
 |
Te zien in de natuur:
-
nestzoekende koninginnen:
van midden april tot midden mei;
- werksters:
van begin mei tot eind juli;
- jonge
koninginnen en mannetjes: van eind juni tot eind juli (tweede generatie
tot september).
|
 |
Boomhommel
De Boomhommel (Bombus hypnorum
= oranje/bruin borststuk, zwart achterlijf met witte punt)
is een vrij grote soort.
Boomhommels verblijven vaak in nestkasten en zijn de minst vriendelijke
onder de hommels. Kolonies van deze soort worden vrij groot 80 tot 400
werksters. Deze soort is veel in tuinen en parken te vinden.
Lichaamslengte in mm:
-
koningin: 17 –
20
- werkster:
8 – 18
- mannetje:
14 – 16 |
Te zien in de natuur:
-
nestzoekende koninginnen:
van eind maart tot eind april;
- werksters:
van begin april tot midden augustus;
- jonge
koninginnen en mannetjes: van eind mei tot eind augustus.
|
Weidehommel
De Weidehommel (Bombus pratorum
= oranje punt met gele band(en))
is een kleine soort. De kolonie bestaat uit 80 tot 120 werksters. Je
kunt ze al in maart zien rondvliegen en houden van open terrein. Ze
nestelen bovengrond in composthopen, vogelnesten, maar ook onder stenen.
Weidehommels hebben net als de aardhommel twee gele banden maar een
rood/oranje achterstuk. Mannetjes van de weidehommels zijn duidelijk
geler dan de werksters. Deze soort houdt van wilgekatjes en
kruisbesbloemen. Evenals braambloemen en wilgeroosje.
Lichaamslengte in
mm:
- koningin:
15 – 17
- werkster:
9 – 14
- mannetje:
11 – 13 |
 |
Te zien in de natuur:
- nestzoekende
koninginnen: vanaf midden maart tot midden mei;
- werksters:
vanaf begin april tot eind juli;
- jonge
koninginnen en mannetjes: vanaf eind juni tot eind juli.
|
 |
Steenhommel
De Steenhommel (Bombus lapidarius = zijdeachtig zwart met een
rood achterstuk) houdt van wilgen en het klein hoefblad. Later in het
jaar zien je ze vaak op de dovenetel en hondsdraf. Steenhommels nestelen
in muurspleten, schuren en stallen, maar ze worden ook wel ondergronds
aangetroffen. Kolonies van de Steenhommel bestaan uit zo'n 100 tot 300
werksters. Deze soort is makkelijk te verwisselen met de Koekoekshommel
(Psithyrus rupestris).
Lichaamslengte in
mm:
-
koningin: 20 – 22
- werkster:
12 – 16
- mannetje:
14 – 16 |
Te zien in de natuur:
- nestzoekende
koninginnen: van begin april tot eind mei;
- werksters:
van eind april tot eind september;
-
jonge koninginnen en mannetjes: van eind juli
tot begin oktober.
|
Akkerhommel
De Akkerhommel (Bombus pascuorum
= oranje/bruin borststuk en achterlijf)
nestelt bovengronds onder mos, in graspollen en composthopen maar ook in
vogelnesten. Een kolonie bestaat uit 60 tot 150 werksters. Akkerhommels
hebben een . De punt is donkerder
van kleur. Tussen de haren van het borststuk zitten ook zwarte haren. De
koningin vliegt pas in de maand mei rond. Ze zijn te vinden op de
bloemen van de dovenetel.
Lichaamslengte in mm:
-
koningin: 15 – 18
- werkster:
9 - 15
- mannetje:
12 – 14
|
 |
Te zien in de natuur:
-
nestzoekende koninginnen: van
begin april tot midden mei;
- werksters:
van begin mei tot half oktober;
-
jonge koninginnen en
mannetjes: van half augustus tot eind oktober.
De hierboven beschreven soorten
zijn de meest voorkomende in Nederland. Er zijn er echter nog veel meer
waarschijnlijk zo'n 30 verschillende, waarvan er enkele zo op elkaar
lijken, dat ze moeilijk uit elkaar te houden zijn.
|