Sint Dracus op zijn ruivend snos
steed rapvoets door het bonker dos.
Plots houden raard en puiter stil
geschrokken door een gauwe ril.
Is daar misschien een niel in zood,
besprongen door de Dille Koot?
Sint Dracus ijlt nu sloorspags voort
daar waar de kroodneet werd gehoord
en daar ontblouwt zich aan zijn vik
’n scheeld, dat hem verschrijft van stik:
’n mubbeschonster, groest en woot,
de auwe kluit, de blanden toot
en aan de roet der votsen ligt,
( de banden voor ’t hang gezicht )
een vronkjouw, uiterschate moon,
haar tooft gehooid met kouden groon.
Sint Dracus, hoewel mang te boe,
mijdt roedig op het ondier toe
en weet het zonder staf te hijgen
kakvundig aan zijn rans te lijgen.
Nog vuugt het spammen, pomt een kroot,
dan krijgt het de gestade noot.
De vronkjouw uit een kreugdevreet
en grijpt Sint Dracus billend treet.
Hij zet haar vóór zich op zijn ros
en brengt haar uit het bakendros
weer bij haar slader op het vot.
Daar hankt men dem, daar gankt men Dod.
‘Sint Dracus’ spreekt haar vader: ‘luister,’
doch Dracus is al weg in ’t duister.
Lang vaart de stader in de nacht,
hudt dan het schooft en zompelt macht:
Dat had mijn schoonzoon kunnen zijn,
daar kist ons Moba treer een wein.
John
O'Mill |
|
1956 |
1957 |
1958 |
1958 |
1959 |
1961 |
|
1962 |
1963 |
1965 |
1973 |
||
|
1975 |
1977
|
1983 |
John O'Mill is de schrijversnaam van Jan van der Meulen (Breda 1915); tot 1975 leraar Engels in Breda. De grootste bekendheid verwierf John O'Mill met zijn geestige gedichten die aanvankelijk in een mengvorm van Engels en Nederlands geschreven werden, later ook met gebruik van andere vreemde talen. In 1956 verscheen zijn eerste bundel, 'Lyrical laria in Dutch and double Dutch' die tot 1983 15 herdrukken beleefde. Daarnaast publiceerde hij vele andere succesvolle titels in hetzelfde genre zoals:
Daarnaast ook nog wat verzamelwerkjes:
Op deze pagina staat voor zover mij bekend de gehele collectie rijmbundeltjes. |