Het Gelders Archief, ORA Millingen, inventarisnr. 35, Testamenten Millingen 1733-1793.

 

G. van Benthem, 9 januari 2011

 

 

No 13

Signaat der testamenten der Vrije Heerlijkhijt Millingen 1733-1793

 

Ter ordonn: van den Heere amptman gemaakt dese naevolgende aantekeningh te weten

 

Dat Jenneken Arendts wed van Jorden van Bisselijk op den 7 jan 1733 aan handen van den heer amptman Johan van Brienen ten overstaan van twee schepenen en mij onderges: Landscr. der Heerlijkhijt Millingen heeft overgegeven twee besloten instrument en waar inne sij zeijde haar uijtterste wille bevat te sijn en dat als doen Lambertus Buschens, dewijl alle de schepens uijtgesondert Willem van de Pavordt haar testatrice te …ae in den bloede bestonden, als geauthoriseerde noodschepen over gem: uijtterste wille gestaan en doemaals aan handen an den amptman voorn. den gewoone schepen eedt afgelegt heeft actum in dato voors:

Jr Backer Landscr.

 

Testament

 

Gemunieert met een zegel van 5 gulden

 

Terwijl ik mijn wil expresselijk in mijn Testament off codicille voorbehouden hebbe om te mogen legateren ofte iets te ordieceren, dat deese ofte geene besonder, eerde Arffgenaemen deile, soo is mijn ernstige wil, dat de geheijmte Raad Rodenberg tot Berlin sal gegeven worden Dusent Rickdal: voor al sijn trouw en moeten, soo hij met de saak van de Dotzems gehadt heeft, en sijnen oudsten soon van de eerste vrouw, omdat ik hem op de doop gehouden heb wil ik dat ook Dusent Ricksdal. sal hebben als oik de Krigsraad  Mehder omdat hij ook veel trouw en moijten met de Dotzems saak gehadt heeft, sal ook dusent Ricksdal hebben;

Juffer van den Berg als die nog bij mijn is wil ik dat ook dusent Ricksdal sal gegeven worden, maar deselve sullen den Heer Rentmeister van Bedbur en den Procureur Steenhovius in honden gestelt worden omdaar voor sorgh te draegen, dat juffer van den Bergh daar alle jaar de rente van trekt, en als het haere mogte verteert sijn, dat niet hoop daar toe sal kommen, soo sullen die twee bovengenoemde Heeren nae goetvinden, haar van dat Capital geven maar als daar over blijft, sulks bij het Capital, soo ik aan de beheuffte maak bij vallen, waar om dan ook wel expres wil, dat heer Rentmeester Tröster en Heer Steenhovius Dusent Rickxdal in handen sullen gestelt worden om de rente daar van uijt te delen aan het beste slagh van de behufftige die Godt daar voor loven, namentlijk alle jaar aan Mademoisel Veran 20 Ricksdal en ook aan Mademois Bulande, die nu tot Emmerick woont en als die doot sijn, sollen die twee bovengenoemde Heeren het nae best weten uijt deelen;

Juffer van den Bergh sal ook het bedt hebben, daar sij in slaapt en pavilion met al sijn toebehoor en een spiegel kast en taeffel en stoelen soo als op een kaemer hoort, daar bij ook 3 paar laekens met 8 kostieken en 3 dosin servetten en 2 taaffellaekens. Catrin als die nogh bij mijn is, sal vijffhondert Ricksdal gegeven worden op deselfde condisie ick segh op de selfde conditsie als Juffer van den Bergh, dat die bovengemelde Heeren die ook in handen sullen hebben, het sij dan dat sij troude soos al sij daar selver over meister wesen, en het bedt, daar sij op slaapt met al sijn toebehoor en pavelion ook en 2 paar laekens, 4 kostieken, 2 dosin servetten met 1 taeffellaecken en mijn swart sieden kleet met alle andere kleere en linnen wat tot mijn lijff gehoort, en Elsebet Boeckers die tot Nimwegen tegenwoordig bij Juffrouw Makaij woont, sal ook vijff hondert Rdal gegeven worden op die condissie als Juffer van den Berg en Catrin, dat die twee bovengenoemde Heeren den Heer Rentmeister van Bedbur Fröster en Heer Steenhovius het ook in handen sollen hebben haar sal ook een bedt met sijn toebehoor en 2 paar laekens en 2 dusin servetten en 1 taeffellaeken en 2 köstieken gegeven worden.

Het voorseijde mijnen laatste en uijterste wil te sijn begerende dat het selve vokomentlijk sal valideren dat het sij als een Testament Codicille off op het best sal konnen bestaan ofte legate off donatien hoe het naemen hebben; off ook in desen alle solemniteijte nae regtens niet observeert waeren, soo wil ik dogh dat dat alle hier in volkomen sal voldaan worden, urkundt deses heb ik dit ook met mijn eijgen handt ondertekent en geschreven en met mijn aangebooren signet besegelt. En als den Heer Rentmeester van Bedbur off Heer Stenovius een van beijde komt te sterven, sal den overgeblevene weer een ander eerlijk man bij sig neemen als hij eenige onkoste off voor haar moeten, iets moet en soos al sulks van dat van de behufftige afgenomen worden onderstont Cleve den 14 febr. 1730 en was getekent W.D. Frideborn geb de Beijer, Sigismund A.J. Tröster rentmr als ersuchten beijstandt.

 

Ik wil ernstigh, dat H. Törster den Rentemeester drie hondert Rdal sal hebben, ik kan versekeren al off schoon den Rentmeester van Bedbur ondertekent heeft, dat hij geweeten, dat hem iets gemaakt hebb, soo dat het uijt mijn gansch vrije wil en daerom wil het einstelijk gehouden hebben, want hij mij altijd veel dienst heeft gedaan en segge nogh mijn wil is, dat het soo vast gehouden hebbe als al het ander, al souw het niet regt wesen, dat het onder in het Testament staat, het is naderhant geschiedt om dat hij het niet weten wuer, was getekent W. de Frideborn, geb. de Beijer.

 

Ick onderschreven geconsiderert hebbende, de algemeene Swackhijt en brooshijt des menschen levens en men niet weet, dat seekers is, dan de doodt, en niet onsekerder als de tijd wanneer en daerom heb ik goetgevonden, bijtijdes nogh kloek en gesont sijnde, bij tijds met gesondt verstant en voorbedagten raadt van mijn tijdelijke goederen te disponeren en daar over mijn laatste wil op te stellen, doende in waarhijt sulks uijt mijn vrije wille sonder ijmants weeten off misleijdong.

Bevele alvorens mijne onsterffelijke ziele in de genadige hande van den almagtigen godt mijnen Schepper en Saeligmaker Jesum Christus en mijn lichaam ter aarden te begraven.

Terwijl de insettinge van een off meer erfgenaemen de Grondt  en het voornaamste deel van een Testament is, soo installeere ick de Heere Fetters van mijn man zalig de twee broeders Soons van Frideborn van Capiteijns sijnde, als ook de susters dogter van mijn man de weduwe van der Liht en ook de Kinder van den overledene Capiteijn Burgel, dat die in haar vaders sullen alle te saemen niet hooft voor hooft, plaats gestelt worden, ik segge in haar vaders plaats, maar met die condissie, dat de moeder als weduwe sijnde daar de opkomste genieten sal soo langh tot de een off ander met goetvinden van de vrinde off moeder trouwt als dan sal die haar porsie uijtgekeert worde, die over mijn doen off over iets questie willen aanfangen soellen uijt gesloten worden en niets hebben, en daar bij sollen ook alle schulde eerst afgemaakt sijn, en de legate ook uijtgedeelt sijn, eer de Erfschafft sal gedeelt off genoten worden.

Ick legateere bij deese mogh ter tijds niet, maar reserveere mijn uijtdruckelijk en wil express hier mede, dat alles het geene bij particuliere aantekenonge van mijn handt, het sij in dit mijn Testament off Codicil off op een apart brieffjen ick sal vermaeken off legateren off geeven, sulks sal gelooft en agterfolgt en voldaan worden, even als off het hier in dadelijk geschreven staat.

Het voorseijde mijnen laatsten wil te sijn begeerende, dat het selve volkomentlijk sal valideren dat het sij als een Testament Codicil off op het best sal konnen off magh bestaan, en off ik ook in deesen niet alle solemnitijten nae rechtens niet volkomentlijk observeert hebbe, soo wil ik dogh dat alles hier volkommentlijk sal gans voldaan worde; urkundt deeses heb ik dit met mijn eijgen handt onderschreven en alles ook selver geschreven, om dat het Testament off Codicil en alle legaate te vaster wil gehouden wil hebben en daerom met mijn aangeboore cachet befestigt den 2 jan 1733 was getekent W.D. Frideborn geb de Beijer Sigismuen, A.F. Tröster …. als ersuchter bijstand.

 

Verder Stont

Dass voorsteende beijde dispositiones de datis 14 februarij 1730 und 2 januarij 1733 mit deren heuten eruffenete und publicirten wahren originalibus von woort zu woort gleijchlautend sijn attestire Krafft eijgenhandiger unterschrifft und bijgetruckten Notariat Signet Cleve den 1 octob: 1733 was getekent. Henr: Wilh: von Renesse imper authoritate publi.

 

Lager stont

Den Heer Landschrijver wordt geordonneert dit Testament copijel: authentijcq ons ter handt gestelt alsoo den Notaris voor wie het gepasseert het origineel onder sigh moet houden op het signaat der Testamenten, in forma te registreren en het registratum op deese copije authentijeq te setten als mede het solvit van den veertigsten penningh actum Millingen den 10 Novemb: 1733 was getekent T:V: Brienen, Frerick Meurs, Willem Brants.

 

Reg. den 12 Nov: 1733

 

gemunieert met een zegel van 3 gl

 

Testament

 

Wij Johan van Brienen amptman Rigter en dijkgraaff in den Bijlandt Pannerden en Millingen en Homoet, Frerick Goossens en Willem Brandts Schepenen van Millingen doen condt tuijgen en verklaeren bij en mits deesen dat voor ons gecompareert en persoonelijk erschenen is Willem van de Pavordt in het Bijsterveldt kranck van lichaam dogh gesont van en seer wel bij verstandt verklaerende in overwegingen genomen te hebben dat de sekerhijt des doots en de onsekerhijt van de uire van dien heeft nae sijn onsterffelijke ziel bevoorens in de handen van den drie eenigen Godt bevolen te hebben over sijne tijdelijke te nae te latene goederen gedisponeert in volligende manieren.

Eerstelijk verklaart Willem van de Pavordt voor universele Erfgenaam sijn suster Harnsken van de Pavordt in cas sijn vrouw met geene lijfs erven besegent is off mogte worden.

Ten tweeden is dit sijn wil dat sijne vrouw wegens haar vaders versterff geene goederen meer als tegenwoordigh in sijnen boedel sijn, sal behoeven in te brengen maar dat sijne Erffgenaam met die bijgebragte sal te vinden sijn.

Ten darden waar tegens sijn huijsvrouw verbindt te betalen de Dootschulden uijt den vollen boedel en wat hij ander sints heeft geordonneert.

Ten vierden dat alle pretensien soo wedersijds tuschen hem en sijn suster geweest sijn offte mogten opstaan hier mede casseert sijn en geen actie daarvan sal mogen institueert worden waar in Harnsken van de Pavordt mede te vreden is gelijk sij haar voor amptman en schepenen met handt en mondt cragt deses verbonden heeft.

Ten vijfden aangaande de twee hondert gulden soo Willem van de Pavordt aan sijne neeff en nigt ijder hondert gulden voorgestrekt heeft schelt hij aan haar quijdt, met die conditie dat den neeff geen voordeel sal hebben te trecken als de klederen tot het voordeel behoorende.

Ten sesden benoemt tot executores van dit sijn Testament en stelt tot curatores over de goederen welke hij aan Harnsken vermaakt gelijk deselve hier mede aannemende, dese twee Wilhelm Bless en Wilhelm Coppers, dewelken voor het eerste jaar ijder vijf en twintig gulden en voorders voor die administratie jaarlijks ijder thien gulden daar voor sullen genieten

Willende en versoekende den comparant Willem van de Pavordt, die het aangaan mogh dat dese sijne dispositie naar sijn doode sal agtervolgt en nae de letter naegeleeft worden, het sij als een Testament Codicil legaat off soo als in regten eenig kints soude konnen bestaan alsoo het sijn uijtterste wil en mijninge is die hij naar rijpe deliberatie uijt eijge vrijen wille en sonder ijmants aanraden gedaan en gemaakt heeft In oircond der waarhijt is deese voor ons amptman van schepenen en tot dit testament solemneel in eedt genomene substituit landsr. eijgenhandig ondertekent binnen Millingen den vijf en twintigste junij een duijsent seven hondert vier en dartigh was getekend Johan van Brienen Amptm: F: Goossens schepen, Willem Brandts verder stont me praesente en was getekent D: Hoedt subs: Landscr.

 

Reg: 28e Junij 1734

 

Testament

 

gemuniceert met een zegel van 18 strs

 

Wij Johan van Brienen amptman Frerick Goossens en Willem Brants schepenen van Millingen doen condt tuijgen en certificeren mits dese dat voor ons persoonelijk gecompareert en erschenen sijn Bardt Veelen en Eijda Vermaas Ehel: dewelke verklaarden in overweginge genomen te hebben de sekerhijts des doots en de onsekerhijt van de uire van dien als mede overdenkende dat door ’t schijden van dese Echteluijden de langst levende in een bitteren staat en brodeloos souw blijven sitten soo haar gering beetje meubeljes en goederen gescheurt en gedeijlt wierden waerom sij comparanten met volkoome kennis en verstant uijt eijgene vrije wil sonder ijmants aanraden verklaarden malkanderen voor de langstlevende haar leven langh cragt deses in de nae te latene goederen te togten sodaenigh dat de langstlevende den gehelen boedel sal besitten en haar leven langh behouden en daar van leven en dat nae doode der langstlevende de dan overblijvende goederen onder de naaste bloedt vrinden van de comparanten echteluijden egaal sal gedeelt worden verklaerende de comparanten echteluijden dit haar uijtterste wil en me … te sijn die sij naar haar doodt absoluijt willen dat agtervolgt worden ’t zij als testament codicil togtmackung ofsoo en als in regten desen eenigsints soude konnen afwegen bestaan in kennisse der waarhijt is dese bij ons amptman en schepenen eijgenhandig ondertekent binnen Millingen den 8e octob: 1736 waeren getekent Johan van Brienen, Frerick Goossens, Willem Brants verder stont in absentie van den Landschrijver bij mij als tot de testamenten van sijn weledele geauthoriseert getekent en was getek: D. Stoet.

 

Reg. den 11 octob: 1736

 

Volmacht

 

geschreven op een zegel van 6 strs:

 

Wij Borgemeesteren Schepenen en Raadt der Stadt Nijmegen tuijgen en certificeren hier mede, dat voor ons gecompareert en erschenen sijn de Heer Melchior Willem van Griethuijsen Juris et Medicina Doctor en waardijn van de Provintiale munt van Gelderlant voorts de Heer Derk Singendonk Rigter deser Stadt, ende desselfs suster Juffer Geertruijdt Singendonk, als respective erfgenaemen ab intestato en ex testamento van wijlen de Heer Johan Singendonk Borgermeester deser Stadt, en desselfs Ehevrouwe wijle Vrouwe Henrica Johanna van Loon verklaerende in dese qualitijt in de bestendigste forme rechtens te constitueren, en volmagtigh te maken den Procureur Jan Floris van Aldenburgh en Willem Jan Laserve sampt en ijder in het besonder ten eijnde en om in name van hun comparanten te besorgen de registratuire van sodaenige Testamentaire dispositie als voors: vrouwe Henrica Johanna van Loon, in leven Huijsvrouw van gem: Heer Borgermeester Johan Singendonk voor seven schepenen deser Stadt op den 6 october des jaars 1735 gemaakt heeft, en sulks naar de forme ter plaatse gerequireert, daar de ongerede of vaste goederen gelegen sijn: ook ter plaatse daar eenige Capitalen verschreven off gevestigt sijn, de voornoemde naelatenschap aangaande, wijders daar omtrent alles te doen en verrichten het geene ter voors: sake enigsints naar Costume locaal sal worden vereijst: verklaerende de comparanten van waarden te sullen houden alle het geene desen aangaande door de geconstitueerders sampt en ijder in ’t bijsonder verrigt of gedaan sal sijn met belofte van indemniteijt.

In oirconde der waarhijt hebben wij Borgermeesteren schepenen en raadt voorn: ons stadts secreet zegel hierbeneden op doen drucken en door een onder secretarien betekenen laten te Nijmegen den 13e december 1736 onder stont Ter ordonn: van deselve en was neffens een opgedrukt zegel in roden ouwel met wit papier bedekt getekent Johan Engelen secret:

 

Reg. den 22 decembris 1736

 

Testament

 

geschreven op een zegel van 12 gulden

 

Alsoo niet sekerder is als de doodt, niets onsekerder als de uire van dien, ende ik ondergeschreve Henrica Johanna van Loon Ehe vrouwe van de Heer Johan Singendonk Borgermeester der stadt Nijmegen, heb goetgevonden te disponeren over mijne tijdelijke naaste laetene goederen door godt almagtigh aan mij verleent en nogh te verleenen soo beveele voor eerst mijne ziele in de barmhartige handen van den allerhoogsten ende mijn lichaam eene eerlijke begraffenisse. Vervolgens komende tot mijne dispositie soo revocere ik en annullere cragt deses alle mijne voorige dispositien dewelke ik voorheen mogte gemaakt hebben en opnieuw disponerende hebbe naar behoorlijke en genoegsame overweginge en eijgen goetvinden gemaakt deese naarvolgende dispositie voor eerst nominere en stelle ik tot mijne universele erfgenaemen in alle mijne naar te latene gerede en ongerede goederen soo Rijkse als andere activa en crediten; dogh nae aftreck van de naargenoemde legaten; mijn neev de Heer Melchior Willem van Griethuijsen der beijde rechten en medicinae Doctor voor de eene halfte ende mijne schoonsuster Juffer Geertruijdt Singendonk voor de andere helffte; Edogh in val een van beijde de voors: mijne geïnstitueerde erfgenaemen mijnen sterfdagh niet mogte koemen te beleven dat desselfs portie in sodanigh geval vervallen en accreteren aan die geïnstitueerde erfgenaam de welke als dan mijn overlijden sal komen te beleven voorts legateere ik aan mijn Heer en Neev Melchior te Hoove Heer van Rhijnouwen, Nieuwaal … de somme van twee duijsent guldens aan mijn Heer en Neev Jan Hendrick van Griethuijsen soone van de Heer Melchior Willem van Griethuijsen voornoemt eene somme van een hondert Rixdaalders aan mijne nichte Juffer Maria Magdelon van Zoelen, Ehe vrouwe van de Heer Jacob Beudt de somme van twee duijsent guldens en aan desselfs soone de Heer en neev Jan Hendrick Beudt de somme van hondert Rijxdalers, alle ’t eens aan mijne Nigte Juffer Maria Anna Singendonk outste dogter van mijn Heer en neev M:L: Singendonk Heer van Dieden Borgermeester der Stadt Nijmegen; uijt mijne naar te latene voordeel goederen mijne beste snoer paarlen met de boot daar toe gehoorende voorts sal mijne voornoemde schoonsuster Juffer Geertruijdt Singendonk boven de halfschijt van mijne naar te latene soo gerede als ongerede Rijkse als andere goederen nog voor af bij wijse van prelegat uijt mijne naar te latene voordeel goederen brecken en genieten mijn brabeltje met gout beslagt vorders maeke en legateere ik van mijne nigte Juffer Siberta van Griethuijsen mijne verdere voordeel goederen de welke ik stervende sal komen naar te laten eijndelijk legateere ik aan den advocat Frans Palment om redenen mij daar toe bewegende de somme van een hondert dalers met deese bijvoegingen dat inval de voorn: mijne legatarissen off eenige derselve mijne sterfdagh niet mogten beleven de legaten aan deselven gemaakt op mijne geïnstitueerde erfgenaemen ofte die dewelke van deselve mijn overlijden beleven sal vervallen sullen en devolveren met deese mijne bijgevoegden uijttersten wille, dat inval de voorn: mijne geïnstitueerde erfgenaemen of een derselver of legatarissen of wie hetvan deselve mogte sijn tegens deese mijne uijtterster wille sigh eenigsints mogte komen te opposeren in dat geval deselve van mijn erffenisse en legaten off legat, aan deselve gemaakt, sal of sullen sijn en blijven uijtgesloten en versteken, ten voordeele van mijne geïnstitueerde erfgenamen en laatstelijk is mijnen uijttersten wil dat de bovengemelte mijne dispositie sal sijn en blijven onvermindeert en ongeprojudiceert de huwelijksee voorwaarden tusschen mijn ende mijnen Eheman de Heer Borgermeester Johan Singendonk opgericht en specialijk de lijftogt en verderen inhout aangaande tusschen ons gemaakt en betekent sulx dat deese voorstaande dispositie geen effect hebben sal ofte iets door mijne geïnstitueerde Erfgenamen off legatarissen sal mogen worden gepraetendeert off genoten dan  naar ons beijder overlijden alle het welke ik begeere dat naar mijn afsterven moge werden agtervolgt als een Testament Codicille gifte ter saake des doots, ofte eenigen anderen uijttersten wille soo als naar regthen eenigsints en het beste sal mogen bestaan. In teken van waarhijt heb ik deese door een ander doen schrijven, met mijne eijge handt ondertekent en zegel bekragtigt in Nijmegen den 6 October 1735 en was neffens een opgedrukt zegel in swart lack getekent H:J: van Loon.

De superscriptie was

Wij Arn: Kelfken A: Jacob Smits C: Pieck en Nicolaas Hoeufts Schepenen der stadt Nijmegen mitsgaders den Raat secretaris Ant: Vos den Secretaris Hendrick Pieck en den gemeensman Johan Michiel Roukens als geauthoriseerde Nootschepenen certificeren hier mede dat voor ons is gecompareert Mevrouwe Hendrika Johanna van Loon Ehevrouwe van de Heer Johan Singendonk des Rechter Doctor en Borgermeister deser Stadt , siek naar lichaam dogh soo uijtterlijk bleek haar verstant en memorie magtigt en heeft aan ons geexhibeert twee besloote instrumenten beijde door haar ondertekent en zegel bekragtigt, gelijk verklaarde ook te sijn van den selvigen inhout, ende te vervatten haeren uijttersten wil, de welke begeerde, dat naar haar overlijden soude werden agtervolgt als een testament codicille gifte ter saake des doots ofte eenigen anderen uijttersten wille ofte zoo als naar rechten enigsints en het beste sal mogen bestaan, verklaarde de vrouwe comparante daar en boven te authoriseren en versoeken derselver Ehe Heer de Heer Borgermeester Johan Singendonk voors: van naar haar overlijden dese haare beslotene dispositie op de gebruijkelijke wijse te mogen doen openen, wanneer hem believen sal sonder gehouden te sijn daar toe te requireren eenige bloetverwanten; In waarhijts oirconde hebben wij schepenen en noodschepen voors: onse zegelen hier beneven aangehangen den sesden october 17 hondert vijf en dartigh en heeft de vrouwe comparante het eene instrument nae sig genomen en het weerkleet onder mij berustende gelaten sign: als boven getekent Johan Engelen secret: in margine stondt Coram Schab: Nic: Hoeufts en Jac: Vos geopent den 10 decemb: 1736.

 

Reg. den 22e decemb: 1736

 

Testament

 

Besloten met een zegel van 10 gls:

 

Ik ondergeschrevene Jenneken Arents weduwe van Jorden van Bisselijk overdenkende de sekerhijt des doots en de onsekere uire van dien hebbe bij tijds met goeden verstande en rijpe overlegginge goetgevonden bij deese te verklaren en te maken mijn Testament en uijtterste wille over mijne nae te latene goederen en sulks in maniere als volgt

Voor eerst soo beveele ik mijn ziele in handen van den almagtigen Godt en mijn lichaam aan der aarde, recommanderende, den Executeur van deese mijne uijtterste wille het selve een eerlijke begraaffenisse aan te doen en stelle tot mijn eenige en universele erfgenaam van alle mijne nae te latene goederen gerede en ongerede tot vordel goederen incluijs mijne suster Marij Arents weduwe van wijlen Willem Huijsman en inval gemelde mijne suster Marij Arents voor mij aflijvigh mogte worden soo stelle ik tot mijne eenigen en universele Erffgenamen in alle mijne nae te laten goederen gerede en ongerede tot vordel goederen incluijs en kinderen van mijne gemelde suster Marij Arends en inval een off meer der kinderen van mijne suster Marij Arendts voor mij aflijvigh wierdt, desselfs of derselver kinderen in haare plaatsen en sulks staaksgewijse met volkomen uijtsluijtinge van alle mijne andere bloetvrinden.

Voorts soo maake en legateere ik aan de kinderen en kintskinderen van mijnen Broeder Steven Arents de volgende legaten als Eerstelijk aan Gertje Arents weduwe van Arent de Laar ses guldens, tweedens aan Hermanus Arents ses guldens, derdens aan de kinderen van Rutje Arents en Derk van Haeren Egteluijden de helfte van een stuk lants onder Millingen gelegen genoemt Rijkershoff, in ’t geheel groot ongeveeer een mergen en vierdens aan de kinderen van Dersken Arendts en Jan Rijnders Echteluijden de wederhelfte van voorschreve stuk lants Rijkershof genaamt.

Nogh soo maeke en legateere ik aan Roeleman Arents soon van mijn Broeder Claes Arents ofte bij sijne voor aflijvighijt aan sijne kinderen die mijnen doodt mogte beleven de helfte van het wijdtje den Cattenderm genoemt onder Millingen en het Cleefsche gelegen waar van de wederhelfte de gemeente van Millingen toekomt.

Item soo legaten en maak ik aan Hendrick Huijsman en Jantjen Huijsman kinderen van mijne suster Wijneken Arents en Jan Huijsman Echteluijden een stuck landt genoemdt den Kampt mede onder Millingen gelegen groot ongeveer agt hont, mits dat deselve aan mijnen geinstitueerde erfgenaam off erfgenamen, sullen uijt keren de somma van twee hondert guldens.

Eijndelijk maak ik aan de kinderen en kintskinderen van mijn Broeder Derk Arents dese volgende legaten;

Eerstelijk aan de kinderen van Ruth Arents tweehondert vijftigh guldens,

Tweedens aan de kinderen van Maria Arents huijsvrouw van N: van Elst twee hondert vijftigh guldens;

Derdens aan Jantje Arents weduwe van Winant van Meurs ofte bij haar voor aflijvighijt aan haere kinderen die mijn sterfdagh mogte beleven ook twee hondert en vijftig guldens.

Vierdens aan Aleijda Arents Huijsvrouw van Jan van Haeren of bij voor aflijvighijt van deselve, aan haar kinderen die mijn doodt mogte beleven insgelijks twee hondert en vijftigh guldens.

Alle voorschreve legaten ik wille en begeere dat door den aangestelden Executeur Hendrick Huijsman aan voorschreve legatarissen ses weken nae mijn doot sullen uijtgekeert en overgegeven worden.

 

Alle ’t welke voorstaande verklaare ik te wesen mijn Testament en uijttersten wille met begeerde dat het selve nae mijn doot sij als testament codicil gifte der saake des doots off onder den levende of op eene andere beste wijse staat sal grijpen. In waarhijts oirconde heb ik deese door een ander laten schrijven en selfs betekent te Millingen den 27e januarij 1733 was getekent Jenneken Arents

 

Verder stont

Jenneken Arendts weduwe van Jorden van Bisselijk heeft voorstaande ondertekeninge in ons onderges: praesentie eijgenhandigh gestelt en waren getekent J Backer JF Aldenburgh.

 

Superscriptie

 

Wij Johan van Brienen amptman Rigter en Dijkgraaff der Vrije heerlijkhijt Millingen, Willem van de Pavordt schepen en Lambertus Busschens als geauthoriseerde nootschepen aldaar tuijgen en certificeren mits desen dat voor ons erschenen is Jenneken Arends weduwe van Jorden van Bisselijk gaande en staande en haar memorie en verstande volkomen magtigh als uijtterlijk bleeck sijnde deselve voor soo veel nodigh off dienstigh in desen geadsisteert met Frerick Meurs als haren gekoren momboir in desen en exhibeerde twee besloten papieren of instrumenten verklarende beijde te sijn van eenen inhout en bij haar eijgenhandigh ondertekent, en dat het geene daar inne begrepen is, haare uijtterste wille zij, soo en als deselve comparante wilde en begeerde dat nae haren doodt effect sorteeren en punctuelijk nageleeft soude worden ’t zij als testament, codicill gifte off als eenige andere acte van effecte: stellende mits deesen tot executeur van deese haaren uijtterste wille Hendrick Huijsman woonende alhier met alle sodaen magt als een executeur nae regten competeert mede in specie om nae haar comparante afsterven desselfs begraaffenis sonder bekroon van ijmant te reguleren van welke twee papieren off instrumenten het eene de Testatrice nae sig genomen en ’t andere den Landschrijver behouden heeft omme nae Landregten bewaart te worden. In kennisse der waarhijt hebben wij amptman ende Rigter sampt Schepenen voornoemt deese betekent te Millingen den 27e Januarij 1733 waren getekent J:V: Brienen Willem van de Pavordt Schepen; Lambertus Bussckens als geauthoriseerde Nootschepen verder stont me presente en was getekent J: Backer Landschrijver.

 

Apertuir

 

Ten overstaan van den WelEd: gestr: Heer Johan van Brienen amptman Rigter en Dijkgraaff, de Heer Barendt Bliem en Willem van de Pavordt schepenen, als mede den Heer Dor Jacob Backer Landschrijver des hooge en Vrije heerlijkhijt Millingen sijn de twee weerkleden off beslooten Testamentairen dispositien off uijttersten willen (von) Jenneken Arendts weduwe van Jorden van Bisselijk den 27e januarij 1733 voor welgem Heere amptman ende rigter oircondt Willem van de Pavordt schepen en Lambertus Bussckens als geauthoriseerde Nootschepen in tegenwoordigheijd van voorn: Heere landschrijver gepasseert heeft in bijwesen en op versoek van Hendrick Huijsman in qualitijt als ingevolge de superscriptie van voors: besloten Testamentairen dispositien off uijttersten willen aangestelde executeur over die aangetogen testamentairen dispositien of uijttersten willen als mede van de nagenoemde naaste bloetvrinden van voors: Jenneken Arents wed van Jorden van Bisselijk naementlijk Maria Arendts weduwe Willem Huijsman, Roeleman Arendts, Willem Vergoor en Jantje Arendts echteluijden, Jan van Haeren en Aleijda Arendts echteluijden, Derske Arents, Rutje Arents Wed van Derk van Haren nae dat deselven besloten testamentairen dispositien of uijttersten willen gaaff en ongevitieert waren bevonden geopend en van woordt tot woordt met malkanderen eensluijdende bevonden te Millingen den 17e decemb: 1737 waren getekent Johan van Brienen Barent Bliem Willem van de Paverdt verder stont me praesente en was getekent J: Backer Landsr.

Ten overstaan van den Weled: Gestr: Heere Johan van Brienen Amptman Rigter en Dijkgraav de Hr. Barendt Bliem en Willem van de Pavordt schepenen der Hooge en Vrije Heerlijkhijt Millingen, is ten versoeke van Hendrick Huijsman in qualitijt als bij de superscriptie staande op de weerkleden van sodaene Testamentairen dispositien off uijttersten willen soo Jenneken Arents weduwe van Jorden van Bisselijk voor welgem: Heere Amptman ende Rigter oircondt Willem van de Pavordt schepen en Lambertus Bussckens geauthoriseerde Nootschepen in tegenwoordighijt van den Heere Landschrijver Dor: Jacob Backer den 27e Januarij 1733 heeft gepasseert aangestelde executeur van dieselven Testamentairen dispositien of uijttersten willen als mede op versoek van Marij Arendts weduwe van wijlen Willem Huijsman als uijt kragt van ges: Testamentairen dispositien of uijttersten willen, eenige en universele erfgenaam van gemelde Jenneken Arendts weduwe van Jorden van Bisselijk voor soo veel nodigh geassisteert met den Proc. Jan Florus van Aldenburgh de voorgemelde Testamentaire dispositien of uijttersten willen sampt superscriptien van gem: Jenneken Arents weduwe van Jorden van Bisselijk nae dat deselven nae landregten waren geopent door gem: Heere Landschrijver in het Prothocol of Register van Testamenten ende uijttersten willen geregistreert te Millingen den 17e decemb: 1737 waren getekent J:V: Brienen Barent Bliem Willem vande Paverdt, verder stont, me prae sente en was getekent J: Backer Landscr.

 

Testament

 

gemunieert met een zegel van 3 gls:

 

In den naam van de alderhijligen drie vuldighijt amen

 

Ick Johanna Francisca Huijsman bekenne hier met opentlijk dat wegens mijne dagelijks toenemende krankhijt de sikerhijt des doods en de onsekerhijt van de uire desselven bij mijn overdagt hebbende nae voorgaande rijpe deliberatie ende met goed ende volkomen verstandt nogh gaande en staande bij mijn selven goet gevonden hebbe tot gerusthijt mijner conscientie ende trost mijner armen zielen over mijne naelatenschap op de beste doenelijke manier rechtens te disponeren als volgt

1)      voor eerst en principal beveele ik mijne arme ziele in de handen van Godt almagtigh, mijnen scheper ende saligmaker en ordonire mijn lichaam in de parochie off soo genoemde Capituls kerk op platz en stade, woor de Heer deecken sal aanwiesen en goetvinden te begraven, en solle soo lang mijn doot lichaam boven aarden staat, in de groote Menden broders en Capuciners kerk dagelijks viefftien en alsoo in jedweder kerk vieff messen en den begraafdag soo veel in alle de kerken priesters sijnd, dogh de meeste op de begraafplatz gelesen, ende jede mess met twintigh stuijvers Clevisch betaalt worden.

2)      Sal het heele Capitul versocht worden, mijn todt lijchaam processionaliter in het witte choor habit aff te halen, ende in de kerk een hohe ambt soo de Heer Deken houden en die twee oudtste hrn Canonicken dinen, en het welke de overige herren Canonicken en vicarien Choraliter singen sollen gehouden, wij ook met de Boom en all de andere glocken vier pausen geluijt worden, op het hooch altar sollen seven witten waasskertzen, op onse lieve vrouwen vier, en op het H: Sacraments altar sess, en op de vijff andere altaren twee alle een jede van een pondt schwaar, en op het lijk twaalf, jede van een en een half pondt, geselt worden, makende te samen vifftigh ses pondt witte wass, nae de begrafnis sal dartig dage in de parochie kerk eene messe gelesen worden

3)      Sollen glick nae mijne begraffnus seven hondert messen te weten in de Capituls kerk twee hondert ad distributionem A:D: Decani jede van tijn stuijvers, en de twee hondert bij de p:p: conventualen, wie ook twee hondert bijden p:p: Capucineren en hondert in het Clooster Marienblum tot Calcar jede van eene schillingh Clevisch off 7 ½ stuiver gelesen worden;

4)      Recommendeere en versoeke ick van dien onderbenoemden Heer Executeur deeses mijnes lesten willens meinung off testaments, dat selve soo hast ick in doets noeten komen solle, bij den p:p: Conventualen en Capuciner een choor gebedt begeeren op dat Godt mijn eene salige sterff ühr geven magh, dor tegen de Heer Executeur die selven nae afsterven een jeder en particulair eene recreatie geven sall, van een en halve pisthol in goed, also te samen vijftigh Rixdalers soo out mijne nalatenschap entweder out het gerede gelt, of out de andere onder aanwiesende Capitalien sal genomen worden;

5)      En terwijl nu in het huijs van M: Helling als woor in ick woone seer eng en klein is, en vervolgens ohne groote incommodatie de doden kist niet staan kan, soo heeft de :tit: Heer Deken Gohr op mijn vriendlick bedd: een anhauden erlofft, dat soo dra de kistung geschieden, dieselve in der stille nache der Deckeneij magh gebragt, en dar ut begraven, en die tot der Begraffnis genodigte mogen ingevoert worden;

6)      Vorders begeere en verlange ik, dat twelff jongmans om mijn dodt lijck van nahe die rustplatz te bringen sullen versocht en sal eenen jeden nae de begraffnus eenen Munsterschen Rixdaler gegeven worden, en de Coster Rancourt sal voor de aanseggung als ook voor de inladung tot beerdigungh der lijken eene goude pisthol, off vijff rixdalers hebben;

7)      Terwijl nu de insettung der Erfgenaemen het fundament is, van een testament, soo benoeme en stelle tot mijnen heelen erfgenaam mijnen neefen Johan Wilhelmen Gohr Canonick tot Cleve;

8)      Legeere en vermake ik aan die armen nae gelegenthijt der tijde de werdeij van twintig viff Rixdalers in broodt off andersints nahe believen des Heer Executeurs out te deelen;

9)      Legeere en vermaeke ik al mijn silverwerk an die parochie off Capituls kerk tot eenen moeijen en schonen kelk glick de Heer Resident Lengell salig eenen nae Marienboom vereert heeft, het selver werk bestaat in twee poeder doosen, drij buirstels, twee spille backen, een peperdoos een mostert pot, een salsvatt, eene groote en seven ordinaire suppen en een klijn thee lepeltjen en in cass dat tot making des kelks met boven genoemden silver, man niet soude uitkoomen, soo sal men nogh soo veel daar toe koopen, en uijt die onder benoembde Capitalien off gereden gelde uijt nemen en betailen;

10)  Mijnen diamanten rinck, soo in eene groote en ses kleijne steinger bestaat vermake ik een p:p: Capucineren tot een schepgen off halven mandt wor in man onse lieven Heer in het venerabel setten doet, glick dan ook mijnen groot en goude rinck, welken man om het schepgen daar uijt te ververdigen en maken sal;

11)  Mijn bestes kleijdt vermaak ik ahn die p:p: conventualen glick dan ook mijne Bibels;

12)  Mijnen lieven Broer Johan Henrick Huijsman vermaak ik eene goude en eene selvere ducaton;

13)  Den Heer Reckenmeester Schmal, vermake ik mijn selvere uhr;

14)  Dat kindt van Mr Helling Aleijda Hellingh maake ik mijne selver boegeltesch, mijn Cabinet, sambt teen en kooper;

15)  De overige tot mijnen lieff gehorige en gebruijkte kleijer Spitzen, mutzen, kembder hals en neusdoeker vermaeke en legeere ik den beijden nechtges Elsbeth en Netgen Hannesen so dan de Juffer Brandts, jedoch met de conditie dat da van ahn Nechtgen N: Koprat den Swart damasten rock en seijden falgen sal gegeven worden, dat eene vedere bett naast dem besten sal Nechtgen Elsbeth Hannesen hebben.

16)  Mijn selver spiegel schildkroote kistgen en bernsteene doekgen vermaak ik ahn mefraw Kriegs Rahtin Wiesman.

17)  Soo hast nu mijne arme ziele van den lichaam afgescheijden en tot den Hemmelschen Scheper beropen is, soos al de geijstelicke Dochter Johanna N: woonende bij den Heer Deeken mijn kisten en voor genomene mouten een goude pisthol off vijff rixdalers hebben.

18)  Tot bestreitung der kosten soo vor de begraffnus als geist en andere legaten overwiese, vermaeke en legire alle bij mijn liegen hebbende baarschap, en volgende Capitalien benentlick een wessel brieff ahn die Heer Canonicus Huijsman tot Cranenburg van twee hondert Rixdalersl vrouw Huijsmans tot Millingen een Capital van hondert en vifftigh Rixdalers, an Cruijs tot Niel een Capital van hondert Rixdalers;

19)  En soo m.. van den bovengemelten Capitalien als ook gevondenen voorrath off uijtstaande boock schulden, nogh wat overschieten soude, soo vermaeke nogh verders ahn de twee nechten en neff Hannessen jeden twintigh viff dahler Clevisch der Juffer Brands en vrouw van Wees jeden twintig daler Clevisch; en op deese arth ook een hondert dahler Clevisch an de Gierdrud Lemmen genant Helling;

20)  Vermaeke en legere ik mijne tot Mijll gelegene wiese, de ijn eigendomlick togehoort mijnen beijden tot Millingen wonenden nefen namentlijk Henrick en Jan Huijsman edoch met de outdrucklike conditie dat glick na mijn afsterven die ses erste jahren mijnen Neff Jan Wilhelmen Gohr Canonick tot Cleve sal dar uijt gegeven worden alle jahr vijftigh gulden Hollandisch en nae verloop der ses jahren sollen gemelte vijftigh gulden den armsten der familie, soo da is in Romisch Catholische religie jaarlix en alle jaar gegeven worden, en altots alsoo blieven sall ohne dat jemand dar van het minste afsplieten, verkopen, verpanden off wie het namen heeft veralieniren off verbringen kan, dit wil lick op het heigligste sonder die mindeste contradictie opgevolgt hebben, en die deeses met observieren off contradiceren will ik nooit voor mijnen erfgenaam, off veel weniger voor mijne erfgenaemen off legatieren konden off kennen;

21)  Schlieslich dat beste vedere bett twee kussens, eine pulff en eene matrasse eene catune en eene ander dick, mijne boocken twee reggelen met porcelain, alles glaswerk, en glaser eenen offen met pipen soo op mijne schlaap camer staat, all mijn groff en fin huijslinnen met der Schwarzer kist, outgenomen wat an Nechtgen Hannessen posite; P.S. vermaekt, wie oock mijn grootspiegel silver besteck bestaende in een messer, gaffel en löpel, sambt de ses stoelen en matrassen, soo dar op gehooren, en op mijn camer staan sollen mijnen aangestalten Erben Neff Johann Wilhelmen Gohr Canonick tot Cleve verblijven;

22)  Ick reservere en behoude mij ondertussen voor wan mijn onse lieve Heer met langdurende kranckhijt oder met anderen schwaren vellen heimsoocken, dat annoch veel verteren mogte, soo will angeene obligaties off legaten gehouden sijn sondern het sal mijn alltijt vrijstaen wie het gemacht is te konnen weerropen en gar vernietigen soo wel geist als wereltlicke legaten;

23)  Op dat deesen mijnen uijttersten willen magh worden agtervolgt so ordinire, versoeke en stelle tot mijnen excecuteur den Hooghwerdigen Heer Decken Gohr, welke in alle liefde en de vrijndtschap dat sall beliven te sorgen, dat desen mijnen laatsten willen mag sijn volkomen effect genieten en dar over geen aen noch tegenspraak gestaen, onder wat pratent het mogte wesen, en as tegens verkoopen eenigen twiffel gemaakt worden souden, soos al de Heer executeur volkoomen magt hebben daroover te oordelen, nae sijnem goedtdoncken en welgefallen;

Alles deeses verklaere te sijn mijnen laatsten en uijttersten willen, begehre dat het selve in alle puncten alsoo naar mijnen doedt gehouden en nachgekoomen mag worden, ende soo dese dispositie bij vaute van een solenneel Testament geen effect sal sorteren soos al deselve als een codicill ofte gifte onder de levende ofte uijt saeck des doots of wie sie sönsten op de allerbeste form off manier in den rechten bestaan kan en mag, in allen deelen gehouden worden;

Tot bevestiging der warheijd ende seeckerhijt van deesen mijnen laatste wil, soo hebbe dit wel bedacht eijgen handig onderschreven en met mijn cachet bekragtiget; soo geschieden Cleve den 3 Julij 1738 waren getekent L:P: Johanna Francisca Huijsmans, L:P: Joseph Jacob Roelen ut assistens requisitus.

 

Superscriptie

In nomine sanctissima Trinitatis amen

 

Zu wiszen seijen hiermit jedermanniglich denn daran gelegen, dasz an heute den dritten tag Monahts  Julij des 1738e jahrs Regnante Romanorum imperatore Carlo seseto semper Autusto indictione prima die agtbahre Juffer Johanna Francisca Huijsman mich en des benanten Keijserlichen Notarium sambt unbeschriebenen sieben gezeugen zu sich vorderen laszen, und als wir glocken ohngefehr funff uhr nach mittachs beij derselben in der Hagischen Strasse in der behausung Wilhelmen Hellings in der Kammer hinter der kuche eingans zur regten handt erschinnen; hat selbige diese mit einen weiszen faden randt umb benahetn und verschloszenn schrifft oder Libell ein gehandiget an beij vermeldet dasz nicht nur dar in ihre letzte willens meinung wie sie es nach ihren Gott gefalligen tode, mit ihrer nachlaszen schafft gehalten wiszen wolte, verfaszet warn, sondern sie auch zum executorn solcher ihrer Testamentairen disposition Sr hochwurd den hern Dechanden hieselbst, nahmens hern J:(D): Gohr angestellet und Sr hochwurd solches casa existente zu vollnziehen gebehten hatte mit ersuchen dasz wir dieses alles ad notam nehmen daruber zeugen seijn und ihr documentum vell documenta vor die gebuhr mittheilen mogten wann ick nun tragenden ambts halber solches nicht zu verwiegeren gewust, so habe daruber gegenwartiges offenns instrumentum ausz gefertiget und selbiges nebst den gezeugen eijgenhandig unterschrieben und beziegelet actum clivis anno mense, die Hora et locoquibus segera, waren getekent

L:P: Daniel Gearbon zeuge

L:P: Henr: Weessendonck als zeuge

L:P: Johan Michil Rualim zeuge

L:P: Jacobus Jacobs als getuge

L:P: Willem Kreijtz als zeuge

L:P: Derk Pitz als getuijgen

L:P: Willem Helling als getugen

 

Verder stont

L:S: In fidem praenisforum et ad requisitionem scrip: et subscripti sigillogne mes Notariatus communiri; Ego Andreas Laurentius Scheeman imppli authoritate notarius publicus in aula clivo marcana unmetricu latus mpoprca.

 

Compareerden voor ons onderges: amptman en Schepenen van Millingen den Hooghweerdigen Heer Jan Jacob Gohr en die in qualitijt als Executeur van voors: Testamente van Juffrouw Johanna Francisca Huijsmans, versoekende de registratuire van voors Testamente: soo wort den Heer Landsr van Millingen Doctor Jacobus Backer gequalificeert en geauthoriseert dit Testament met zegel te munieren en ten prothocolle off in ’t Register der testamenten te registreren en het registratum hier onder te aanoteren actum Millingen den 4e Maij 1739 waren getekent Johan van Brienen Amptman, Barendt Bliem, Frerick Goosgens.

 

Reg. den 4e Maij 1739

 

Testament

 

geschreven op een zegel van 50 strs:

 

Wij Johan van Brienen Amptman Rigter en Dijkgraaf des ampts Bijlandt Barendt Bliem en Willem Brandts schepenen van Millingen under den ampte voors: ressorterende, doen condt ende certificeren mits dese opene brieve, dat voor ons gecompareert en persoonelijk erschenen sijn Rijck van Rijswijk Jonghman Jan van Rijssewijk Jongman en Christina van Rijssewijk Jonge dogter alle meerderjarigh ende laatste jonge dogter geadsisteert met Hendrick Huijsman haren gekoorene momber, zijnde alle drie de comparanten van gesonde lichamen gaande ende staande en haar verstant volkomen magtig dewelke verklaarden in overweginge genomen te hebben de sekerhijt des doots en de onsekerhijt van de uire van dien en dat sij comparanten als broers en suster een lange reex van jaeren in liefde samen gewoont en gearbeijdt hebben, en daerom te willen disponeren over haare nae te laete goederen en hebben sampt en ijder in ’t besonder verklaart haar uijtterste wil te sijn, dat den geheelen boedel soo gerede als ongerede goederen, soo sij thans besitten en verder komen te verkrijgen sal sijn en blijven aan de langstlevende van haar drie Comparanten met exclusie van haar andere Broers off suster of der selver kinderen, soo nogtans dat het naar doode der langstlevende Comparanten sal vervallen op de Broer of suster Broers of susters kinderen of die den naasten in den bloeden is dogh dat het den langstlevende ook vrij sal staan daar nader en verder over te disponeren; verklaerende alle drie de comparanten dit haar uijtterste wil en mijningh te sijn die sij aan alle Heeren Rigteren en Gerigten versoeken en begeeren dat naar haar Comparanten overlijden strikt sal agtervolgt en nageleeft worden het sij als Testament Codicil legaat of soo en als in regten enigsints sou kunnen of mogen bestaan. In oirconde der waarhijt is deese bij ons Amptman Schepenen en in Eedt sijnde substituijt Landsr. Eijgenhandigh ondertekent en met des Amptmans Cachet besegelt binnen Millingen den sesden Maijus 1738 waren neffens en cachet gedrukt in roodt lack getekent Johan van Brienen Barendt Bliem Willem Brants verder stont me praesente en was getekent D: Hoedt substituijt Landschrijver.

 

Reg. den 5e octob: 1739.

 

Testament

 

gemunieert met een zegel van 18 strs:

 

Ick Frederick van Heckingh Koninkl. Pruijss: Raadt Rigter en Rentmeister tot Sevenar en in de Lijmers, ende wij Matthias Becker, Herman van Berck ende Jacobus Theodorus Wijnen Schepenen aldaar certificeren ende bekennen hier mede, dat voor ons sijn gecompareert Herman Eickholt ende Elisabeth Brants echt: sij soo verre nodigh geassisteert met Derk Florissen van Hogendijk, beijde gesont van lichaam en vestandt, verklaerende in betragtinge van des menschen sterffelijkhijt, ende de onsekerhijt van de tijd en uire van dien, besloten te hebben haare uijtterste willens dispositien soo als sij die nae haeren doodt wilden alstervolgt hebben voor ons op te willen rigten, dien volgens dan haare zielen aan godt almagtigh ende haere zielen aan godt almagtigh ende haere lichaamen der Christelijke sepulture bevelenden verklaarden alvoorens te revocren, te casseren ende te annulleren sekere van haar op den 13 decemb: 1714 voor desen weled: gerigte opgeregte dispositie van uijttersten wille versoeken de deselve ten prothocolle te rojeren en treden de vorders tot deese nieuwe dispositie, verklaarden uijt vrijen wille door sonderlinge haar daar toe bewegende oorsaken sigh wedersijts te belijftugtigen in alle haare nae te latene gerede en ongerede hebbende en verkrijgende goederen, soo datt de langstlevende van haar beijden ’t sij man ofte vrouw, des eerst afgestorvenen nalatenschap tot sijnen ofte haeren sterfdaege toe, in lijftugt nae lijftugtsregten uijtgenomen het geene hier nae daar van vermaakt sijn mogte, sal hebben ende besitten;

Verder verklaarden haare wille te sijn dat den langstlevende aan de naaste vrinden des eerst afgestorvenen nae desselfs begraffenisse sal uijtrijken alle de linne en wulle klederen tot sijnen ofte haeren lijve gehoorende, sijnde dese van de lijftogt geexcludeert; vervolgens legateerden tot missen eene summa van hondert daler Cleefs, waar van de halfschijdt door den langstlevenden nae den doodt van den eerst afgestorvenen sal worden uijt gerijkt, te weten en vierde part daar van aan het Clooster tot Elten een vierde part aan het Capuciner klooster tot Cleve, een vierde part aan den tijdelijken pastor tot Keeken ende een vierde part aan den tijdelijken pastor tot Altsevenar sullende de andere halfschijt betaalt en gelijk voor verdeelt en geemplojeert worden nae den doodt van den langst levenden;

Eindelijk verklaarden de Compten Echteluijden haeren wille te sijn, dat de langstlevende uijt de gereetste goederen van den eerst afgestorvenen boven die hier voor vermaakte lijftugt erffelijk profiteren en genieten sal eene summa van hondert Rijksdaler Cleefs.

En ofwel deese haare wil en een ende dispositie niet soude konnen bestaan als een formelijk testament, soo wildense nogtans dat het selve stont grijpen en effect sorteren sal, als een codicille donatie ter oirsake des doots ofte onder de levendigen ofte ook eenige andere in regten meest begunstigde laatste willens verklaeringe waar over beijde stipulatie gedaan, sonder argelist, dies ten oirkonde hebben deese met onse respee Rigterlijke ende gemeener schepenen ..segelen als ook Landschrs: onderschrift bekragtigt soo geschiedt Sevenar den 14e Novemb: 1726, was onder twee zegels gedrukt in grooen wasch en met wit papier overdekt getekent Jac: Th: Wijnen Landscr.

 

Reg: den 24e Maij 1740.

 

Lijftocht

 

geschreven op een zegel van 18 strs:

 

Compareerden voor den Wel Ed: gestr: Heer Anthonij van der Horst Amptman Rigter en Dijkgraav der Vrije Heerlijkhijt Millingen oircondt Dor Jacob Backer en Frerick Goossens schepenen aldaar, Jordaan van de Pavordt ende Willemina Speet Echt: en verklaarden den eene den anderen Reciproce te lijftogten in alle sodaene gerede en ongerede goederen de voordeel goederen daar mede onder begrepen soo als de eerste van haar bijde afstervende nalaten sal, dergestalte dat de langstlevende van haar beijde daar aan de Togt nae landregten hebben en genieten sal absque dols; In waarhijts oirconde is dese bij ons Amptman en Schepenen voorn: eijgenhandigh betekent binnen Millingen den 21e Maij 1743 waren getekent van der Horst, J: Backer, Frerick Goossens.

 

Reg. den 21e Maij 1743

 

Testament

 

dese Copije gemunieert met een zegel van 4 strs:

 

Im nahmen der heijligen Dreijfaltighijt

 

Seije hiermit kund und zu wissen jedermanniglichen denen daar an gelegen, dass wier unterschriebene Eheleute Henrick Huisman und Antonetta van Dulmen in betrachtung der seckerhijt des todes, unsichterhijt aber der stunde desselben und da wir soo wenig beij antritt unserer Ehe einige pacta dotalia erichtet als auch der Liebe gott uns keine leibes erben gelassen hat, anitzo beij gott lob gutem verstandten mit wohl bedachten sinne von denen durch die gute gottes uns bescherten guteren und was darab bij des einen oder anderen sterbtag noch vetrahtig seije wird durch diesen unseren letzten wilen folgender gestalt testiret und verordnet haben und zwaren

1. Befehlen wir nach unserm gott gefalligen seeligen hintritt unsere arme sehlen in die barmhertzige Hände unseres einigen Erlösers und sehligmaekers Jesu Christi um selbige in graden auf und anzunehmen unsere leiber aber der Erden zur ehrlichen begräbnus und freudenreicher. Dieses ist unser lester will Henr: Huijsman Antonetta van Dülmen;

2. Cassiren wiederruffen und zernichten wir alle vorhin von uns gemachte dispositiones demnegst und vors;

3. Soo stellen wir uns einander reciproce zu Erben ein also und dergestalt, dass der oder die letztlebende, von uns beijden den wurcklichen Eeijgenthum, Besitz und genuss aller auf des einen oder anderen vorabsterben hinerlassender güter, beweg und unbewegliche, ruhrende oder unruhrende nichts da von als was hierunter specificiret ausgeschlossen, ohne jemands einrede haben und behalten und damit nach wohlgefallen schalten und walten solle, weilen aber auch;

4. Mein der testirenden Ehefrauen frau Mutter die wittibe herren scheffen von Dulmen zu Embrich noch in leben und es geschehen mögte das ich vor sie ableibigh würde soo instituire dieselve hiermit in legitima marsen wann sie nach gottes heiligen willen meinen sterbtag erleben würde, sothane legitieme portion von meinem Ehemanne wann er mich überleben wird friedlich ausgekehret werden solle; dahingegen;

5tens. Und wann meine liebe frau mutter meinen sterbtag nicht erleben solte, so cessiret nicht alleine diese institutio in legitima per se, sondern es sol so dann auch meine Ehemann an niemandten meiner verwandter etwas aus zu kehren gehalten seijn, ausser mein zu Kellen gelegene Kahtstette sambt dem lande, welche so daar hiemit aan meinen brudern den Scheffen Gerhard Henrich von Dulmen legire und vermaeke um nach unser beijderseits todt erst zu bekommen und zu geniessen; gleich dann auch

6tens Beij meinem des Ehemannes vorabsterben meine Ehefrau eben wenig an meine anverwandten in geringsten mehr auszukehren verflichtet seijn soll, als nur die von meinen Elteren hergekommene weijde sambt dem dazu gehorigen Hause und mein Stuck Bauland alles zu Millingen kentlich gelegen welches ich hiemit an meine vetteren Hendrick und Johan Huisman ewig und erblich vermache und legire jedoch solches legatum erst nach unser beijder seijts todt zu haben und an zu tretten;

7tens Noch haben wir uns beijderseits vorbehalten beij vorabsterben des einen oder des anderen

Dieses ist unser lester will

Henr: Huijsman Antonetta van Dulmen

Vermittelst eines eijgenhandigen Zettuls ad pios usus oder zum Gottesdienst auf hundert Reichsthl zu disponiren, der massen dass, wan ein solcher zettul von uns hernegst gefunden wird, selbiger eben die Krafft haben soll als wan der selbe von wort zu wort dieser unserer disposition einverliebet wert.

Da mit nun diese unsere letzet willen desto beständiger sijn mogen, soo wollen wir dass dieselbe auf die beste weise Rechtens, es seije als ein förmliches Testament, Codicil, Donation von todes wegen oder andere in rechten beständige vermachnuss gelten und fest gehalten werden solle und wollen wir zu gleich zu de mende dieses unseres Testamentum reciprocum oder wie es sonsten am Besten genennet werden magt, einen loblichen gericht dieser stadt Cleve zur behörigen solenniserung praesentiren haben es auch zur mehreren bestarkund mit gutem vorbewust und nach dem wir den einhalt wohl verstanden, nebst meinem der Ehefrauen assistenten eijgenhandig unterschrieben und mit unseren gewöhnlichen Pitschaften bedrucket, so geschehen Cleve den 11e April 1746.

Onderstont L:P: dieses ist mein lester will en was getekent Henr: Huijsman, dit is min laatste will en was getekent Antonetta Huijsman geborne van Dulmen; L:P: E:S: Hopp als assistent.

Wir gemeine Scheffen des Haupt, und stadgerichts Cleve thun kund und bezeugen hiemit voor jedermanniglichen, dass wir bij gespannener Banck und gehegitem gerichte die beijde Herren Tit: Tit: von der Portzen und Kaijser unsere Mitt Scheffen deputiret gestalten sigh ad instantien der eheleuten hl Henr: Huijsman nach derselben Wohnbehausung weilen schwach heits halber in judicio nicht erscheinen können zu erheben und dieselbe uber ihre willens meinung zu vernehmen und uns dieselbe bald darauf referiret haben dass der wohlgebohrne und Hochgelahrte Herr Johan Peter Reiman Sr Königl Maij geheimer auch justitz und Hoffgerichts Rahd und Richter hieselfst und sie sich dorthin verfügt, woselbst glte Eheleute h Henrich Huijsman und Antonetta van Dulmen diese assistiret mit dem Hr Criminaal Raht und archivario Egbert Segewalt Hopp in der mittelsten so genanten Herren Cammer beijde bij volkommenen verstande kommen und erschienen und verlanget dass das in ao 1735 dem Gerigte ubergebenes Testamentum um zu cassiren ihnen restituiret werden mogte; welchem negst dieselbe dieses mit Schwartz und Weijsser seijde durch zogenes und mit zweij pitschaften versiegeltes papier praesentiret und declariret, dass darinnen ihre letzte willens meinung enthalten seije; mit begehren dass solches pro stijlo judicii solennisiret und ad acta publica registriret werden mögte, welchem suchen man dan deferiret das Testamentum de anno 1735 zuruck gegeben das anderen wieder angenommen solches solennisiren und ad acta publica registriren lassen urkundlich unseres gemeinen Scheffenthums siegels und secretarii unterschrifft: so geschehen Cleve den 11e april 1746 onderstont

Publ Cleve in judicio extra ordinario an 15 junij 1746 en was getekent P:M: Wever secret.

Verder stont

Cleve in judicio extraordinario den 1e junij 1746

Pref: Dnis Tit: Scabino von der Portzen in absentia Dni Judicis locum tenente scabinis que witten Timmer Hannes de Vries

Nach gespannener banck und gehegeten gerichte

Erschiene Proc: Renesse nahmens der wittiben Henrichen Huijsman seel und bahte mit Eroffnung und Publication des am 11ten Aprilis jungsthin beij hiesigen Hochachtbahren gericht solennissirten Testament Reliproci in gegenwarth der anwesenden interessenten zu verfahren und solchem negst ihme darab Copiam authenticam mittheilen zu lassen.

Henrich Huijsman aus Millingen und Johan Huijsman aus Kekerdom könten in die publication geheelen.

Welchem negst praevia recognitione sigille mit die Eroffnung und publication verfahren auch Partheijen freijgegeben worden da von Copeij zu nehmen.

 

Reg: den 12e Junij 1746.

 

Uijtterste wille

 

geschreven op een zegel van twee gls:

 

Wij Amptman en Schepenen hier onder benoemt doen condt en certificeren bij deesen ons ondertekeninge dat voor ons gecompareert en erschenen is Elisabeth Theunissen en verklaarde bij deese aan ons te sijn haar voll genoegen dat naa haar overlijden, haar nalatenschap sal worden geprofiteert, soo gereedt en ongereedt nietwis uijtgesondert ten behoeven van haare drie Broederen met namen Hendrick Theunissen, Jan Theunissen en Derk Theunissen haar drie Broederen bij haar thans woonende en tot heden toe nogh in huijs zijnde, mits dat deselve sullen bij haar overlijdende Comparante aan doen een eerlijke begraaffenisse.

Dat de Comparante bij deese ook is beged.. dat aan haere suster Ijda Theunissen weduwe van wijlen Hendrick Drajen uijt haare Comparante goederen sullen worden uijtgegeven eens voor alle een somma van een hondert gulden hollants gelt, en daar en boven het voordeel van de Comparante soo van linnen en wullen en het geene dat Comparante gedragen en gebruijkt heeft niets uijtgesondert, waar mede deselve sal genoegen moeten neemen sonder ietwis verder van Comparante haare geïnstitueerde erfgenamen te verlangen.

Ten Twee is Comparante haar begeerte dat nae haar overlijden aan haren Broeder Hermen Theunissen uijt haere nalatenschap sal worden uijtgekeert een somma van vijftigh guldens eens voor al sonder ietwis verder te konnen eijssehen.

Ten derden, dat ook uijt haar nalatenschap sal worden uijtgekeert aan haare Broeder Willem Theunissen een somma van gelijke vijftigh guldens sonder eenige verdere praetensie, alle het welke voors: sij Comparante aan ons ondergetekende Amptman en Schepenen versoeke dat haar gedeponeerde naar desselfs overleijden stipte sal worden agtervolgt en nagekomen waar op nae gedaane declaratie aan ons Amptman en Schepenen heeft gedaan behoorlijke handtastinge aldus gepasseert op den negenthiende van October 1755.

Dat de gedaene handtastinge aan ons onderges: Amptman en Schepenen met een goede verstande geschiet is verklaare bij deese ondertekeninge in dato als boven waren getekent A: vd Horst als Amptman en in absentie van den Landsr Jordaan van de Pavordt schepen Rijk de Bruijn schepen Acte an versoeck van registrateuire des volgende Testaments

 

Reg: den 26e Nov: 1755

 

geschreven op een zegel van 4 strs:

 

Compareerden voor den Wel Ed: Gestr: Heere Anthonij van der Horst J:U:D: Amptman Rigter en Dijkgraaff der Vrije Heerlijkhijt Millingen oircondt Schepenen hier ondergeschreven Hendrick Brantz als een mede Erfgenaam van wijlen sijnen oom Hermen Eijkholt en Jan Gielens bijde als lasthebbende van de overige bij den Testamente van voorn”: Hermen Eijkholt geïnstitueerde Erfgenamen en versogten registratuir van het hiernevens gaande en vertoonde Testament van wijlen hier boven gem: Hermen Eijkholt; Het welk wij Amptman en ondergeschrevene Schepenen niet hebben willen verwijgeren authoriserende derhalven den Landschrijver deser Heerlijkhijt Dor J: Backer het selve in het Signaal der Testamenten deser Heerlijkhijt te registreren; in oirconde der waarhijt hebben wij Amptman en Schepenen dese met mij aange. Segel betekent binnen Millingen den 10 Januarij 1756 waren neffens een cachet gedrukt in roodt lack getekent A vd Horst Ampt H Theunissen Schepen Rijk de Bruijn Schepen

 

Reg. den 10 Januari 1756

 

Testament

 

gemunieert met een zegel van

 

Ik Johan Bernard Christiaan van Hecking Koningl: Pruijss: Rigter tot Sevenaar en in de Lijmers Ende wij Hendrick Vermeer en W:H: Vermeer Schepenen aldaar certificeren en verklaren hier mede, dat voor ons sijn gecompareert den Kerkmeester tot oud Sevenaar Harmen Eijkholt gesont van lichaam gaande en staande als ook bij goeden verstande te kennen gevende dat hij voornemens waare over die hem van godt verl…. tijdelijke goederen te disponeren soo en in voegen hij het daar mede naar sijnen doode wilde gehouden en agtervolgt hebben dienvolgens dan sijne ziele voor af beval in de genadige handen van Godt almagtigh en sijn lichaam ter Christelijken Sepulture en wel uijtdruckelijk ten sij hier of elders koome te sterven, in de Kerke van oldt Sevenaar bij sijne overledene Huijsvrouwe op die manier haar is geschiet, met uijtdelinge van een malder rogge gebaacken broodt aan den armen en verklaarde tot sijn eenige en universele erfgenamen te hebben benoemt, gelijk institueerde Cragt deses de kinderen van sijne suster Ida Eijkholt laatst weduwe van Adam Meurs namentlijk Jantje Brants thans Huijsvrouw van Jan van de Pavordt, Hendrick Anna Maria en Judith Brants neffens sijne beijde susters dogters Sophia Spijtmans, Huijsvrouw van Cornelis Bruijns en Johanna Spijtmans, sodaenigh en in dier voegen, dat deselve sijne geheele naelatenschap hooft voor hooft in 6 Egale portien sullen verdelen, mits nogtans sijne suster Ida Eijkholt weduwe van Adam Meurs indien hem mogte overleven, expresselijk uijtbedongen en voorbehouden blijvende het vrogtgebruijk van haerer voorgemelde vier Kinderen Erfportien naar lijftogts rechten tot haeren Sterfdagh toe, willende den Comparant verder dat hij aldien eene of meer sijner Geinstitueerde Erfgenamen voor hem mogte aflijvigh worden de overlevende nogtans sijne geheele nalatenschap in egaale deelen sullen partageren, welke verstaan in cas van voor afstervende geene lijfs erven nalaten mogten aangesien andersints en in desen valle de Kinderen der overledenen in staken haare ouders repraesenterende en in derselver plaatse erven sullen, gelijk dan mede sijnen wille was, dat bij aldien nae sijnen doode eenige sijner benoemde Erfgenaemen sonder Kinderen nae te laten deser werelt overleden dat soo dan der verstorvene nerfportie op desselfs overblijvende susters off Broer ofte derselver Kinderen welke mede in desen valle haar ouders sullen repraesenteren devolveren moeten.

Verders wilde den Comp dat voorgemelde sijne geïnstitueerde Erfge: gehouden en verpligt sijn uijt sijne nalatenschap gereedtste middelen getrouw en stiptelijk te voldoen naarvolgende legaten, datelijk nae sijn overlijden als:

1o een hondert dlrs: Clev: tot ornamenten van de Kerk te Oud Sevenaar te verwinden ter vrijer dispositie van den Hr Pastor en Kerkmr sonder dat deese penningen sullen behoeven in de ordinaire Kerkenrekeninge ingebragt en nagewesen worden.

2o als een praelegaat aan sijne mede geinsttueerde Erfgenamen Judith Brants Dogter van sijne suster Ida Eijkholt, sijn bedde met het toebehoor neffens den usu fruit of vrugt gebruijk van een duijsent daler capitaal tot daar aan deselve mogten komen te trouwen ofte andersints tot haren sterfdagh toe ende sulks uijt mede dogende consideratien ter saake namentlijk het Godt behaagt heeft haar met blindthijt te besoeken.

3o Aan den tijdelijken Pastor en Custer tot Oud Sevenaar sestigh dlr mits deselve verpligtend voor de renthe van dit Capitaal jaarlijks op sijnen sterfdagh een singende Zielmisse te houden.

4o Aan de Oud Sevenaarse armen drie hondert dlr: Capitaal ten eijnde voor de jaarlijkse interesse door den Kerkmeester gesijnen des compten sterfdagh sterfdagh nae voor afgegaane bekentmaking van den Pastor broodt of gelt aan geen elde komen jaarlijks uijt te decken, ten waare uijt sijne des Compte familie en bloede, het welk dogh Godt verhoede ijmandt mogte tot armoede vervallen en alsoo deese opkomsten nodigh hebben welken vals deselve voor andere sullen worden gepraefereerdt.

5o Hondert dlr boven die vijftigh dlr: soo hij reets met sijn Huijsvrouw gedisponeert heeft en alsoo in summa hondert vijftigh dlr: te emplojeren tot het lesen van Zielmissen voor hem als namentlijk aan de tijdelijke Heeren Pastoor tot Oud Sevenaar, Keken en Duffelwardt elk aghtien dlr:, aan de Eerwaarde Patres Conventualen tot Cleve agthien dlr: observanten tot Elten dertigh daler en Capucijnen tot Cleve dertig dlr: aan de beijde Vicarien tot Oud Sevenaar St Georgii en Annae elk negen dlr: sullende deselve daar voor moeten lesen soo veele zielmissen als sigh haare respee legaten ijder misse opio strs: gerekent bedragen.

6o Aan sijn susters soon mede geinstitueerden Erfgenaam Hendrick Brants alle sijn soo linnen als wolle klederen welke tot sijnen lijve gehooren als een praelegaat uijtgenomen allen twaalf hembden, soo daar van den armen tot Oud Sevenaar sullen worden uijtgerijkt waar tegens.

7o De andere geïnstitueerde erfg sijner bijde susters dogters alleen in gelijke delen met exclusie an voorgemelden Henrick Brants voor af sullen partageren het gesnedene en ongesnedene linnen en pellen, soo sigh naar sijnen dood onder sijne nalatenschap sal bevinden.

8o Een Capitaal van vier hondert dlr: staande tot laste van Cornelis Bruijers aan sijn beijde susters dogters Sophia Spijtmans Huijsvrouwe van den Debiteur en Johanna Spijtmans ijder voor de halfschijdt als een praelegaat uijt besondere hem daar toe bewegende redenen en verklaart.

9o den Comparant dat van sijne nae te latene goederen moeten worden gededuceert een duijsent een hondert dartigh gl: 8 strs: 6 d welke zij in tocht ad dies Vitae is besittende en waar van de eene halfschijdt aan de Erfg van Helena Brants en de andere halfschijdt ten voordelen van den tijdelijken vicaris van St Georgii vicarie en armen tot Oud Sevenaar moeten worden uitgekeert en dan nogh gelijke een duijsent een hondert dartigh gl: 8 strs: 6 d welke hij mede in tocht is besittende en bij expiratie van deese moeten vallen op de kinderen van sijne suster Ida Eijkholt kennende deese penningen in Cleefs dlrs: sonder agio worden voldaan.

Al het welke den Comparant verklaarde met goeden welbedagten raad sonder eenig inductie ofte persuasie van ijmandt vrij en liber te hebben gedisponeert begerende over sulks dat deese sijne welmenende laatste willens verklaringe standt grijpen en in allen deelen effect sorteren sal, des upnae dat den Comparant den inhoud dese van punct tot punct voorgelesen en beduijdt handtastinge doende, dus ten waren oirkonde is deesen met ons respee Rigterlich en gemeene Schepenen insegelen en onderschrift als ook subscriptie des Landschrijver en testatoris selve bekragtigt soo geschiedt Sevenaar den 30e Decbr: 1752 waren onder twee zegels gedrukt in groen wasch en met witte papieren sterren overdekt getekent JB Hecking H: Vermeer W:H: Vermeer J:H: Vermeer Landsr: Hermen Eijkholt.

 

Reg: den [4] Januarij 1755

 

Testament

 

geschreven op een zeegel van 2 gulden

 

Wij Roeleman Hoedt in desen als geauthoriseerden Stadhouder der Heerlijkheit Millingen Oorcondt Scheepenen Gerrit Gijlen en Hendrik Brandts tuijgen en certifiseeren dat voor ons gecompareert sijn de Heer Barnt Bliem Juffrouw Aletha Bos Echte luijden den eersten gaande en staande en de tweede siek te bedde liggende, dog beijden haar vstant en memorie soo uijtterlijk bleek volkomen magtig.

Verklaarden den eersten comparant tot sijn eenige en universeelen Erffgenaam te institueeren sijne huijsvrouw de tweede Comparant sodaanig dat de selve naa sijn overlijden alle sijne natelatene gerede en ongerede goederen in vollen eijgendom hebben en behouden souden ende verklaarde mede de tweede comparant tot haare universeele Erffgenaam te in stitueeren haare Echte man Barnt Bliem voornoemt ook soodanigdat denselve naar haar overlijden alle haare natelatene gerede en ongerede goederen en vollen eijgendom soude hebben en behouden.

Willende de beijde Comparanten dat haar gemelte dispositie in alle opsigten sal agtervolgt worden. In waarheits Ooirconde hebben wij geauthoriseerde Stadhouder en Scheepenen voornoemt dese eijgenhandig beteekent en met ons cachet besegelt te Millingen den 21e Januarij 1763 En was geteekent R Hoedt als geauthoriseerde Stadhouder Gerr Gijlen Scheepen Hendrik Brandts Schepen R Hoedt in desen als geauthoriseerde secretaris.

 

Reg. den 26 janua: 1763

 

Testament

 

gemunieert op een zegel van 4 f

 

Compareerde voor den Ew R Hoet geauthoriseerde Stadhouder der Heerlijkheit Millingen oircondt Scheepenen Jordaan van de Pavordt en Gerrit Gijlen.

In prasentie van den Landschrijver der voor seijde Heerlijkheit Anna Wolters in desen als regtens geassisteert met Peter Gielen te kennen gevende hoe dat zij comparante op den 22e Februarij desen jaar is magtig gewesen ’t origineel van d’inleggende authenticque Translaat Testament versoekende zij comparant ten Effecten als na Regten Regestratuur van voorsijde Testamentaire disposition in ’t Register der Testamenten en uijterste willen der Heerlijkheit Millingen gelijk mede B.eriter ten Prothocolle van Beswaar van voorsijde Heerlijkheit welk versoek geaccordeert zijnde hebben mij desen beteekent te Millingen den 28e Februarij 1763.

En was geteekent R. Hoet als geauthoriseerde stadhouder Jordaan van de Pavordt Scheepen Ger Gijllen Scheepen met mijn kennisse Johan Dibbits sub…. Landscr.

 

Gereg den 9 maart 1763

 

Translaat mede op een zegel van 4 f

 

Ik Peter Felderhoff pro tempore Verwalter van het Rigter ampt voorts wij Wander van Steen Herman Tonnissen en Willem van de Pavort Scheepenen der Regt bank Loth en Kekerdom getuijgen en bekennen hiermede en kragt deses dat ons heeden de Echteluijden Derk van Doorn en Anna Wolters hebben laaten versoeken tot haar te koomen, als wij aan haar woon huijs gekoomen sijn hebben wij den Eheman Derk van Doorn in de Keuken op het bedde liggende, wel is waar krankelijk en swaklijk van lighaam, edog bij gesond en volkoomen verstandt derzelfs Eehevrouwe Anna Wolters egter gaande en staande gevonden, als wij nu de gemelte Echteluijden ondervraagde waarom sij ons te haar hadde laaten koomen en met haar begeerte was; hebben ons deselve geautoriseerde hoe dat sij gesint waaren haare laatste meening op te rigten hoe dat het namelijk na haren God behaaglijker dood haare nalatenschap in genere en in specie zal gehouden worden met beide haare dispositie ad Prothocollum te noemen en daarover een Documentum in forma probante te verveerdigen laaten dien volgen

1. Beveelen de Echte luijden Testatora na haar God behaaglijk overlijden haare onstreflijke sielen den drie eenige God vader soon en H: Geest en haare lighamen de aarde tot een vrolijke opstandinge.

2. Legateert hij Eheman aan de Paaters Capucijnen tot Cleve 10 gulden Holl: aan de Paters observanten tot Elten 10 gld: en aan den Past deser plaatse Bless 20 gls: Holl om daar voor Sielmissen te leesen welke summa sijne vrouw Anna Wolters na sijn God behaaglijken dood, in maniere hier vooren gemelt zal uijtkeeren.

3. Legateert hij aan sijn vader Otto van Doornnick die geen 12 gulden welke hij denselven gereed heeft voorgeschooten en sullen hem deselve hier meede gegeven en quijt gescholden zijn, daar beneffen zal gem: zijn vader na zijn God behaaglijke dood uijt sijne nalatenschap genieten een specie Ducaat welke zijne vrouwe Anna Wolters aan voorgem: zijn vader Otto van Doornick gereed uijt keeren zal.

4. Vermaakt hij aan sijn Broeder Willem van Doornick sijn besten Rock welke welke zijn nablijvende vrouw aan den selven terstont uijt keeren zal en alsoo

5. De institutie van de Erffgenamen het principaalste requisitum van ieder Testament is, soo instituieren de voorgem: Eheluijden Testatores Derk van Doornick en Anna Wolters den een den anderen reciproie tot Universeele Erffgenamen van alle haare thans hebbende en toekomende goederen, zoowel meubilaire als im meubilaire, hiermeede dusdanig dat den off de langstleevende deselve eeuwig en erffelijk besitten, en daar mede na believen en welgevallen zal moogen schatten en walten en niet gehouden zijn aan iemandt onder met pr[atijt] het ook zoude moogen weesen daar van Rekenschap te doen, en alsoo Ehteluijden Testatores deese haare laatste en onherroopelijke willens meening te zijn sig stijf vast in verbindelijk verklaart, soo willen en begeeren sij ook dat als deese haare laatste dispositie niet als een solemneel Testament aangesien zoude worden, deselve egter als een donnatie inter viros vel mortis causa ofte anders in de beste en bestendigste forma regtens zal kragt sorteeren De super stipulando.

Des ter waarheids oircond ik verwetter van het Rigter ampt voorengemelt dit Testament met mijn gewoonlijk cachet, en wij Scheepenen met onse gemeene Scheepen segelen ondergedrukt door den Gerigtschrijver den proth: insereren, en onder teekenen, dien volgens aan de Echteluijden Testateuren tot haare beweering hebben overhandigen laaten.

Soo gedaan Kekerdom in het woonhuijs van de Testateuren in de Keuken den 29 December 1745 voormiddags den 11 uuren.

 

Verder Stont

Dat de voorenstaande copij van woord tot woord in het Cranenburgsche neder Duiffeltsche gerigts protocoll alsoo geinsereert wordt bevonden, en waar van het origineel ter bewaring aan de Echteluijden Derk van Doorn en Anna Wolters in maniere hier voren beschreeven overhandigt en zulks wordt hierdoor geattesteert Cleeven den 22 Febr. 1763 was geteekent Henr: Pet: Gesellschap Judicij Scriba.

Na de authentieque Hoog duijtsche copij vertaald door mij onderges: Nijmegen den 24 Febr 1763 J:F: van Steen vereede Translateur der Stadt Nijmegen.

 

Gereg: den 9 maart 1763

 

Togt of Uijterstese Wille

 

geschreeven op een zegel van 16 f

 

Compareerde, in absentie van den Heer Amptman, voor R Hoedt in dese als Stadhouder der Heerlijkheit Millingen en Scheepenen der voornoemde Heerlijkheit Lambert Weetjens en Gertruijda Gielen Echtelieden verklaarde zij comparanten elkkanderen Resiprosie den een den anderen en dus den eerststervende Langtslevende te lijfftogtigen in alle zoodane gereede en ongereede goederen actien en creditien tot voordeel goederen in cluijs geene uijt gesondert, als de eerst aff stervende der comparanten zal naalaten der gestalt, dat den langsts levende van haar comparanten des eerst aff te stervenens geheele naalatenschap en dus alle zijne off haren naa te latene gereede en ongereede goederen actien en croditien tot voordeel goederen incluijs niets uijtgesondert geduurende zijn off haar leven in togt naar togten regten zal blijven possideeren en het vrugt gebruijk van dien genieten zonder contraditien van eimandt.

Verklaarde wijders de tweede comparante Gertruijda Gielen voor zoo veel noodig met gem: haare man geassisteert uijt overdenkinge van de seekerheit des doodts en de onseekere uure van dien geneegen te weesen onvermindert de gemensioneerde togt over haar naar te laatene goederen verder bij uijtterste wil te disponeeren en dien volgens voor aff te herroepen doodt te doen en te vernietigen sulks doende bij desen alle voorige Testamente off andere uijterste willen bij haar tweede comparante nu Testatrice te vooren aff sonderlijk off met andere gemaakt en in alle haare naa te laatenen gereede en ongereede goederen actien en creditien tot voordeel goederen incluijs geene uijt gesondert bij dese tot haar eenige en universeele erffgenaam te nomineeren ende institueeren Hermina Weetjens dogter van haar testatriese voorn: Eheman in zijn eerste houwelijk bij Maria Gossens Echtelijk verweekt ten sulken effecten dat deselve Hermina Weetjens naar haar Testatrieses doodt als universeele Erffgenaam van haar Testatriese haar Testatrice alinge naalatenschap tot voordeel goederen in cluijs in vollen eigendom zal hebben onvermindert, egter de togt haar tweede Comparanta voorn: E man in val hij haar Testatrice Sterff dag beleven mogt daar aan Competeerende.

Verklaarde zij tweede comparante en Testatrice het [gunt] voors: te weesen haar uijtterste en laatste wil begeerende dat deselve naar haar overlijden volkomen effect sorteeren zal ’t zij als een Testament legaat codesil off andere uijtterste wil off zoo en als zulks het best naar Regten sal konnen bestaan schoon al eenige solemniteiten andersints geraquieert wordende gecomitteert mogten weesen als willende die voor geadhibeert gehouden hebben Actum Millingen den 7 decembr 1765 en was geteekent R Hoedt Stadhouder Jordaan van de Pavordt Scheepen Hendrik Brandts Scheepen beneden stondt Mij present Johan Dibbits Gesub: Landr:

 

Reg: den 12 decembr 1765

 

Een giften off maakinge

 

gemunieert met een zegel van 8 f

 

Compareerde voor R Hoedt in desen als Stadhouder oirkondt Scheepenen der Heerlijkheit Millingen Jordaan van den Pavort en Gerrit Gijlen Anthonij Hutten en als man en voogt over zijn vrouw Anna Catharina Arnts en Derk Hutten en als man en voogt over zijn vrouw Catharijna van den Bos en Carel Hutten en als man en voogt van zijn vrouw Johanna Gertruijda Derksen en Rut Heijnen ende selfs Ehevrouw Anna Hutten en Maria Hutten weduwe van Albert Brants geassisteert met Gijsbert Reijmers als haaren gekorende momboir als meeden Derk Bulsingh en als man en voogt van sijn vrouw Nann Hutten en vorders Gerrit Hutten en Carel Hutten en Gerrit Hutten als man en voogt van sijn vrouw Ida Bovens zijnde dese boven benoemde drie kinderen Erffgenaamen van Johan Hutten en Cornelia Pauwels in leven Echtelieden en verklaarde sij comparanten te accepteren en te gestendige het genen haar moeder zalr Margaritha Duiffings op haar doodt bed heeft versogt en gedaan sijnde haar verstandt volkomen magtigh bestaande hier in als volgt.

Als dat het kint van Maria Hutten wed: van Albert Brants te weeten Willemina Brants sal hebben en in volkomen eijgendom besitten voor haar en haren erven een seeker Huijs leggende aan den dijk staande op de steende gemeenten tot Millingen in leven door onse vader en moeder zalr: Sander Hutten en Margaritha Duijffings getimmert en bewoondt welke Huijs wij voorbenoemde kinderen en Erff genaamen sodanigh transporteeren cederen en in vollen eijgendom overgeven aan het voor benoemde kint Willemijna Brants en haaren Erffen dat deselve daar mede kan schalden en walden, soo als haaren goeden raat off desselfs voogden sal gedraagen en van dato deses alle op komsten en profijten zullen wesen tot profijten van het voor: kint, en soo het quaam te gebeuren dat het voorn kint sonder lijfs erven quaam aff te sterven sal het voorbenoemde Huijs versterven en devolveeren aan Sander Brants en sijnen erven

Hier mede verklaaren wij comparanten van dit voorsr: Huijs ten eenemaal te sijn onterft en ontregtigt nu en ten Eeuwigen dagen.

In Oirkonde der waarheit heb ik stadthouder en Scheepenen desen eijgenhandigh onderteekent binnen Millingen den 23e December 1767 en was geteekent R: Hoedt als Stadhouder Jordaan van de Pavort Ger Gijlens.

 

Reg. den 10e Junij 1768

 

Compareerde voor Roeleman Hoedt Stadhouder der Heerlijkheit Millingen oirkondt scheepenen Jordaan van den Pavoordt en Gerrit Gielen.

Den Procureur Johannes Jacobus Uffelhaven in qualiteit als meede Testamentaire Executeur over den Boedel en nalatenschap van wijlen de de Heer Joan Albert van Verffen en heeft aan ons geexhobeert en overgegeven eene Testamentaire dispositie door gem: Heer Joan Albert van Verffen op den 11 Junij 1778 voor de Knipping oudste presente scheepen en bij absentie van den Hoogh welgeb: Heer Burghgraaf en alle de Heeren Ampts jonkeren en desen als Stadthouder en den Rijke van Nijmegen oirkondt Pieter Kleijn en Coenraat Heijmans in presentie van den Landt en gerichtschrijver des gem: Rijks, aan den Teersdijk onder Wichem gespasseert en den 26 Augus: 1770 ten overstaan van Stadthouder en gerechtluijden des welgem: Rijks gespint nevens de acte van supenscriptie versoekende den comparant qq dat geseijde Testament en acte van Supersenptie ten Prothocolle der testamente deser Heerlijkheit mag worden geregistreert Actum Millingen den derden october 1700 en seeventigh en was geteekent R: Hoedt Stadhouder Jordaan van den Pavordt Ger Gijlens.

 

Reg: den 9 october 1770

 

Testament off uijtterste wille

 

Geschreeven op een zegel van 16 gls

 

Ik ondergeschreeven Joan Albert van Vorssen overdenkende de sekerheit des doods en de onsekere uure van dien hebbe uijt mijne vrije wille sonder persuasie van iemand goet gevonden deese mijne laatste en uijtterste wille op te rigten volgender wijse.

Eerstelijk legatere ik aan Willem Kloosterman wettige soon Michiel Kloosterman en Maria Peters Egteluijden, eene weijde groot drie mergen in ’t Circul van de Ooij onder Ooij Rijcks kennelijk geleegen van oudts den Smalacker genaamt, onder deese conditie dat dit geseijde legaat zal verstreeken en voldoeninge en tot dodinge van zoodane Erffpachters oblagatie groot ten capitaale somma van twee duijsent vijff hondert gulden als door mijn aangemelde Willem Kloosterman op den 29e meij deses jaars 1770 is schuldig bekent, waar voor de geseijde weijde op des selfs wettige en minderjarige soon Peter Michiel Kloosterman en geensints op zijn Huijsvrouw Christina Kersten moeder van den minderjarige nogte op de Bloetsverwanten van zijn moeder na de dood van zijn vader zal mogen desolveren.

Ten tweeden nomineren in in tituere ik tot mijne eenige en universele erffgenamen en alle mijne vendere na te laten goederen soo gerede als ongerede waar ter plaatse die ook ervintelijk off geleegen moten zijn tot de Leen Rijckse en voordeel goederen incluijs niet uijtgesondert Frans de Witt en Allegonda Ermers EL en bij voor overlijden de kinderen van gemelde Egtelieden en Zulx met exclusie van mijne suster Geertruije van Vorssen welke ik van mijne nalatenschap expresselijk uijtsluijt.

Eijndelijk stelle en nominere ik over mijne nalatenschap Mr. Johannes de Leeuw van Coolwijk en den Procurator Johannis Jacobus Uffelhaven sampt en ider in ’t bijsonder tot executeur eenigsints na regten kan gegeven worden willende en begerende dat deselve na mijn overlijden de begraevenisse sullen reguleren en mij in het grafs in de groote kerk binnen de stadt Nijmegen waar in mijn vader en moeder begraven leggen des savonds te laten begraven wijders te sterfhuijs occuperen en mijne na te latene Boedel soo door verkoop der goederen als andersints na welgevallen reeden en aan een ider het door mij hier voor ons gedisponeerde uijtkeren zonder dat gemelde executeurs door mijne erffgenamen Legata rissen off imandt anders sal konnen off moegen gestremt worden verlenende aan voorsz Executeur tot Reddingh van mijnen Boedel en tot alle ’t geene voorsz den tijt van een jaar na ex[pinetie] van welke tijt en eeder niet deselve gehouden zullen zijn mij nalatenschap uijt te keren nogh wille en begeere ik dat alle het geene ik na dato dese magte goetvinden te legateren zij tot veranderingh vermeerderingh off verminderingh van dit gedisponeerde het zij ook dat ik den inhoudt van dien door mij selfs geschreeven off door een ander geschreeven en bij mij onderteekent mogte weesen dat alhir selvige van zoodaane kragt en waarde zal gehouden worden even en off het alle hier ingeensereert was.

Eijndelijk wille en begeeren ik dat dese mijne laatste wille na mijn doodt stoffelijk zal worden nageleeft en effect hebben het zij als een Testament codicil gifte ter zaake des doods off onder de levende off zoo als het selve het bate zal konnen off mogen bestaan. In waarheijts oirkonde hebbe ik hier van twee eens luijdende doen beschrijven, eene op een quartien zegel van het sestien guldens en ’t ander op een zegel van vier f, en na naaukeurige overleesinge eijgenhandigh beteekent aan den Teersdijk te Wijchen den 14 junij 1700 seventigh en was geteekent Joan Albert van Vorssen

 

Supensenptie

 

Compareerde voor mij D: Knipping oudste presente Scheepen en bij absentie van den Hoogwelgeb Heere Burchgraaf in alle de Heeren Ampts Jonkeren, in deze als Stadhouder in den Rijke van Nijmegen oirkondt Pieter Kleijn en Coenraadt Heijmans als gerichtsluijden in presentie van den Land en gerichtschrijver des welgemelden Rijks: Joan Albert van Verssen zijn verstandt in memorie volkomen magtigh als uijtterlijk bleek en exhibeerde twee beslotene Instrumenten, met zijn cachet besegelt verklaarende beide van eenen inhoudt te zijn en daar inne vervat en begreepen te wesen zijn rigtterste wille welke hij begeerde dat na zijn overlijden zal worden angeleeft het zij als een Testament codicil legaat gifte ter zaake des doods off onder de levende, ofte zoo als de selve het beste zal kunnen bestaan stellende tot Executeurs Testamentair Mr Johannis de Leuw van Coolwijk en den procurator Johannis Jacobus Uffelhaven, met expresse nil en begeerte dat ap instantie van gemelde executeurs ofte een van beijde na zijn overlijden zonder eenige convocatie van Bloedtverwanten off andere vrienden dit Testament na costume locaal zal worden geopent; verklaarende wijdens dan Testateur tot dese uijtterste wille een behoorlijk quartien segel te hebben gebruijkt dies ’t oirkonde is desen door de eigen handt van den Landt en gerichtschrijver geschreeven en bij ons stadthouder en gerichts luijden beteekent aan den Teersdijk onder Wijcen den veertienden Junij 1700 seventigh hebbende den Testateur het eene weerkleet na sigh genoomen en het andere onder den Landt en gerichtschrijver berustende gelaaten, om ten comptoire van welgemelde Rijke bewaardt te worden mij present en was geteekent D Knipping Pr Kleijn Koenraet Heijmans P V Veelouw

 

Opininge van het voorstaande Testament

 

Nevenstaande Testamentaire dispositien na dat dezelve en het weerkleet van dient welk ten comptoire deses Rijks berustende gebleeven was gaaff en ongevitieert bevonden waren geopendt en vervolgens nevens de suspenscriptie van dien in ’t register der Testamenten en andere uijtterste willen des Rijks van Nijmegen geregistreert, ten overstaan van den Wel Ed gestr: Heer D: Knipping oudtste presente scheepen en bij absentie van den Hoogwelgeb Heere Burghgraaff en alle de Heeren Amptsjonkeren in desen als Stadthouder in den Rijke van Nijmegen oorkondt Gerichtsluijden Pieter Kleijn en Coenraadt Heijmans den 25 Augus: 1770 en was geteekent Quod attestor P vd Veelouw

 

Reg. den 9 October 1770

 

Testament off uijterste wille

 

Geschreeven op een zeegel van 24 f

 

Wij Gerrit Gijlen in absentie van den amptman outsten scheepen der Heerlijkheit Millingen en scheepenen aldaar certificeeren hier meeden dat voor ons in presentie van den noot secretaris R: Hoedt gecompareert en Erscheenen is Johannis Knelissen zijn verstandt en memorie magtig gelijk uijtterlijk bleeck en verklaarden uijt overdinckinge van de Zeekerheit des doods, ende onseekere uure van dien, op te rigten zijne laatste en uijtterste dispositie in deeser voegen

Eerstelijk verklaarden den comparant te Renoveeren ’t cesseeren te vernitigen alle sijne vorige testamenten en uijtterste willen door hem comparant afsonderlijk of met anderen gemaakt, niet willende dat die eenig effect hebben zullen, en van nieuws disponeerende, verklaarden hij Testateur tot zijn eenige en universeelen Erffgenaamen te nomineeren en te institueeren Willem Knelissen en Anna van de Zand Echte lieden ende haaren Erven en sulx in alle zijne testateurs na te laatende gereede en ongereede soo lheen als allodiaale goederen geen uijt gesondert, van wat aard of natuur, off waar ter plaatse mogte geleegen zijn, tot de voordeel goederen incluijs verklaarende ende hij comparant dit zijne uijtterste willen te zijn die hij begeert dat na zijnen dood volkomen effect hebben, en nageleeft worden zal, ’t sij als een testament codicil gifte ter saake des doods ofte onder de levende of zoo als de selve na regten ’t best zal konnen bestaan schoon al eenige solemniteiten andersins na regten gerequieert wordende mogte zijn gecommitteert, willende den testateur die voor allesints geadhibeert gehouden en hebben, dog onder dit expres voorbehout, en beding dat de hieren genoemde Erffgenaamen sig verbinden gelijk zij doen bij desen den testateur geduurende zijn leven te onderhouden in kost en kleederen en na zijne dood zijn lichaam eerlijk ter aarden te doen besteden.

In waarheits oirconde zijn hier van twee eens luijdende door de noot secretaris eijgenhandigh geschreeven en bij ons outsten scheepen in absentie van den Richter en Scheepenen voornoemt in presentie van den noot secretaris eigenhandigh onderteekent, zijnde ’t eene geschreeven op een zegel van vier en twintigh fs: aan de comparant overgegeven en t andere op een zegel van vier fs bij der secretaris als na landregten en bewaringe genomen actum den 29e Julij 1776 en was geteekent Ger Gijllen, Gijsbert Reijmers, Hendrick Aernts scheepenen R Hoedt als noot secretaris

 

Reg den 19 Augus: 1776

 

Testament off uijterste wille

 

Wij Gerrit Gijlen in absentie van den Rigter als outste scheepen en scheepenen aldaar, certificeeren hier meeden dat voor ons in presentie van den noodt scretaris R Hoedt gecompareert en erscheenen is Helena Verhagen geassisteert voor zoo veel noodigh met haaren man, haar verstandt en memorie magtigh gelijk uijtterlijk bleek en verklaarden uijt overdenkinge van de sekerheit des doods, en de onsekere uure van dien op te Rigten haare laatste en uijtterste dispositie in deser voegen.

Eerstelijk verklaarde de comparante te revoceeren ’t casseeren en te vernietigen alle haare voorige testimenten en uijtterste willen door haar comparanten affsonderlijk off met andere gemaakt niet willende dat die eenige effect hebben zullen en van nieuws disponeerende verklaarde zij testatrice tot haare eenigen en universeel erffgenaam te nomineeren en te institueeren, Maria Helena huijsvrouw van Jan Willem van Bentum en sulx en alle hare testatrice na te laten gereede ongereede zoo Lheen als allodiaale goederen geen uijtgesondert van wat aart natuur waar ter plaatse mogten geleegen zijn tot de voordeel goederen incluijs verklaarende zij comparante dit hare uijtterste wille te sijn die zij begeert dat na haaren dood volkoomen effect hebben en nageleeft worden sal ’t zij als een testament codicil gifte ter saake des doods ofte onder de levende of soo als deselve na regten ’t beste zal konnen bestaan schoon al eenige solemniteijten andersints na regten gerequieert wordende mogte zijn gecommiteert willende de testatrisce die voor allesints geadhibeert gehouden hebben.

In waarheits oirconde zijn hier van twee eens luijdende door den noot secretaris eigenhandigh geschreeven en bij ons outsten scheepen in absentie van den Rigter en scheepenen in presentie van den noot secretaris eijgenhandigh onderteekent zijnde ’t eene geschreeven op een zegel van vier en twintigh stuijvers .

Aan de comparante overgegeven en ’t ander op een zegel van vier stuijvers bij den secretaris als na landtregten in bewaaringe genoomen Actum Millingen den 20 Augus: 1776 en was geteekent ger Gijllen, J: Hendrik Lukesen scheepen, Hendrik Aernts scheepen, R Hoedt noot secretaris.

 

Reg den 30 Augus: 1776

 

Extract uijt het Boek van Testamenten der Stad Arnhem geteekent No 9 Pag: 236 et seqq

 

Gemunieert met een zegel van 3-10-0

 

Coram Joachim van Eck en Hendrik Willem Ruijven Judic scheepenen der Stad Arnhem den eerste gem: de plaats vertreedende van den absenten meede Scheepen G:G: Bentinck compareerden de Heeren en Mrs D:D: Bongart en Otto Rudolph van Henressen in qualiteijt als Executeurs Testamentair van wijlen Vrouwe Christina Pauw weduwe Gijsbert van Schevichaven  ter praesentie van de Heeren Hendrik Pauw Hendrik Franceis Vinsent, Mr Gosium Sluijter en Hendrik Jan van Schevichaven en exhibeerde zodane Testamentaire dispositie als door op gemelte vrouwe Christina Pauw weduwe Gijsbert van Schevichaven op den 18 maart 1774 voor opgemelte Heeren Scheepenen en den ondergeschreeven Secretaris was gepasseert versoekende vermits het overlijden van gemelte vrouwe Christina Pauw weduwe Gijsbert van Schevichaven dat deselve alnu mogt worden geopent wienvolgens na dat voor alss de cachetten door de praesente Heeren en Vrienden waaren gevisiteert en Alles uijtterlijk gaaff en ongevitieert bevonden was, is eerst de superscriptie en vervolgens het couvert geopent sijnde de inleggende dispositie door den ondergeschreevene secretaris opentlijk voorgeleesen luidende het een en ander als volgt.

 

Superscriptie

 

Wij g g Bentinck en HW: van Ruijven scheepenen der Stad Arnhem doen cond en certificeeren mits deesen dat voor ons gecompareert is vrouwe Christina Pauw weduwe Gijsbert van Schevichaven gaande en staande Lijves haar verstandt memorie en uijtspraak volkoomen magtig soo als ons uijtter lijck bleek en heeft aan ons overgegeven dit beslooten papier met verklaringe daar in vervat en begreepen te sijn haare laatste en uijtterste wille welke zij begeert dat na haar overlijden volkoomen effect soude sorteeren en gewinnen het sij als Testament codicil Legaat Fideicommis gifte onder de levende ofte ter saaken des doods soo als ten besten en bestendigste forme van Regten sal konnen bestaan of schoon alle formaliteiten regtens met waaren geadhibeert deselve nogtans voor geadhibeert  houdende; En verklaarde sij comparante verder tot Executeurs van deese haare dispositie en Effuiters van haaren Boedel te nomineeren en aan te stellen doende sulx bij deesen de weledele gestr Heer en Mr Derk Daniel Bongart onsen meede scheepen en Mr: Otto Rudolph van Hernessen sampt en in ’t bijsonder geevende aan deselve volkoomen magt om bij het overlijden sig in haar Erff en sterff huijs te begeren de sleutels van kisten en kasten naa sigh te neemen haare begraafenisse te reguleeren, deese haare dispositie, het sij voort off ses weeken naar haar overlijden nae derselver beleeven en goedvinden sonder eenige convocatie van vrienden off nabestaande te laten openen en Registreeren en voorts alles te doen en te laten geschieden waar toe Executeurs Testamentair en Erffuiters na regten en speciaal ’t Stadregt van Arnhem bevoegt en beregtigt sijn met verdere magt en authorisatie als in deese haare inleggende dispositie is vervat; In waarheijds oirconde hebben wij scheepenen opgemelt deese eijgenhandigh onderteekent en met opdruckinge onse cachetten bekragtigt en daar beneevens door onsen praesenten Stads secretaris subscriberen laaten Actum Arnhem den 18 Maart 17c vier en seventigh; was neffens twee cachetten in rood lack auijt gedrukt geteekent G:G: Bentinck HW van Ruijven, ter seijde stont mij praesent en was geteekent DW Brantsen secret

 

Inliggende dispositie

 

Verklaare ik ondergeschreeve Christina Pauw weduwe Gijsbert van Schevichaven in overdenking van de seekerheit des doods en van de onseekerheijd van de uure van dien, en niet willende uijt deese Wereld scheijden sonder alvoorens over de tijdelijke goederen zoo Lheen als Allodiaal mij van God Almagtig genadelijk verleend te hebben gedisponeert met rijpe raade en overlegh uijt eenen vrijen en ongedwongen wil voor mijn uijterste en laatste wille te hebben goed gevonden als volgt#

Verklaare ik tot mijne eenige en universeele Erffgenaam off Erffgenaamen te institueren en aan te stellen zoo als ik doe bij deesen voor eerst mijne suster Johanna Pauw weduw Ijsbrandt Vincent off bij voor overlijden haar zoon Hendrik Francis Vincent.

Ten tweeden mijn suster Anna Elisabeth Pauw weduwe Jean de la Fontaine off bij voor overlijden haar kinderen off kinds kinderen.

Ten derden mijn oudsten Broeder Gerard Pauw sijne nagelaatene kinderen, die bij mijn overlijden nog sullen in leven sijn.

 

Post alia

 

All het welke ik ondergeschreevene verklaare te sijn mijn uitterste en laatste wille die ik wil en begeere dat na mijn overlijden alsoo sijn effect sal sorteeren ’t sij als Testament codicil legaat Fideicommis gifte onder de levendige ofte ter saaken des doods, zoo en als sulx best en bestendigste zal kunnen bestaan als waaren hier toe eenige solemniteijten andersints nae regten gerequireert in deese geomitteert, deselve nogtans voor geadhibeert houdende.

In waarheits oirconde hebbe ik deese eijgenhandigh onderteekent en beseegelt binnen Arnhem den 16 Maart 1774, was neffens een uijtgedrukt cachet en rood lack geteekent Christina Pauw weduwe G:V: Schevichaeven.

Nae welkens lecture de compter voornoemt versogt hebben dat het selve ter behoorlijker plaatse mogt worden geregistreert En heeft de Heer Hendrik Francois Vincent versogt dat aan hem copie van dien mogt worden overgegeven.

Aldus gepasseert ten overstaan van voorgemelte Hecte scheepenen en den ondergeschreevene secretaris binnen Arnhem den 30 Novemb 1775 onderstandt Mij prasent en was geteek DW Brantsen secretaris verder stont en was geteekent het (relaas) nogh geteek: Pro vero extractie geteekent R: Hoedt Stadhouder J:Hend Lukesen, Ger Gijllen, G:v: Bouricius.

 

Reg: den 2 october 1776.

 

Testament off uijterste wille

 

Geschreven op een zegel van 24 strs

 

Compareerde voor den Edele Gerrit Gijlen als outsten schepen in absentie van den Rigter en twee schepen in absentie van en Rigter en twee schepenen mitsgaders Roeleman Hoedt als noot secretaris der Hooge en vrije Heerlijkheijt Millingen Lamert Janssen en Gertruda Tijssen Echte lieden de tweede comparant voor zoo veel nodig geassisteert als Regtens beijde gaande en staande dog siek naar den lighaam, maar haar verstand en memorie volkomen magtig als uijterlijk bleek en verklaarde beijde ter saak van de Zekerheijt des doods en onsekere uure van dien genegen te zijn uijt suijvere en vrije wille, en sonder indictie off persuatie van ijmant over haare goederen te disponeeren en oversulx na Revocatie van alle andere dispositien, so zij te vooren mogte gemaakt hebben en met uijtsluijting van alle andere tot haren eenigen en universeelen erff naem van alle hare gereede en ongerede goederen levende hare en vce contante gelderen actien effecten en conditiën niets daar van uijtgesondert, welke sij beijde stervende nalaten zullen kragt dese te nomineeren en te institueeren den meerderjarigen jongman Derk van Ophuijsen soon van Derk van Ophuijsen en Helena Tijssen Echtelieden, woonagtig binnen dese Heerlijkheijt om alle deselve gerede en ongereede goederen actien effecten en creditien na doode van de comparante Echte lieden en vollen en vrijen Eggendom  te hebben en, en te besitten, en daar meede te doen, en te handelen na welgevallen, Edog woort in deesen uijt behouden de kleederen gehoorende tot de comparente echtelieden haar lijff, de welke zullen vervalle aan hare verdere en naeste Erffgename en wel van den eersten comparant Lamert Janssen sullen erven sijn twee susters kinderen, als namentlijke Sijbilla Huijsman, Johanna Blenk en Elijsabeth Blenk, willende en begeerende de comparanten echte lieden dat dese haare laatste en wel overdagte uijtersten wille na haaren dood sal weerden nageleeft en effect sorteeren, t zij als Testament codicil legaat gifte ter saake des doods, off onder de levende off soo en als t beste sal kunnen bestaan niet tegenstaande iets na Regten gerequireert wordende, mogte zijn gecomitteert willende de comparante Echte lieden dit voor allesints geadhibeert gehouden hebben. In waarheijts oirconde sijn hier van twee eensluijdende door den noot secretaris eijgenhandig geschreeven en bij ons outste scheepen in absentie van den Rigter en scheepenen hier onder benoemt in praesentie van den noot secretaris eijgenhandigh onderteekent zijnde het eene geschreeven op een zegel van vier en twintig stuijver aan de comparanten overgegeven, en het ander op een zegel van vier stuijvers bij den secretaris als na Landregten in bewaringe genomen Actum Millingen den 26 october 1779 was getekent Ger Gijllen Hendrik Aernts scheepen J; Hendrik Lukeseen scheepen R: Hoet noot secretaris.

 

Reg. den 8 Novemer 1779

 

Testament off uijterste wille

 

Compareerde voor mij Gerret Gijlen outsten scheepen, in absentie van den Rigter en Jan Hendr. Lukesen en Hendrik Aarnts scheepenen der Heerlijkheijt Millingen certificeeren hier meede dat voor ons in praesentie van den noot secretaris R Hoedt gecompareert en erscheenen Jan Hend Lodewijk Hek zijnde dog zijn verstandt en memorie magtig gelijk uijtterlijk bleeck en verklaarden uijt overdenkinge van de seekerheijt des doots en de onseekere uure van dien op te rigten zijnen laatsten en uijtterste dispositie in deeser voergen.

Eerstelijk verklaart den comparant te Revoceeren te casseeren en te vernietigen alle zijne voorige testamenten, en uijtterste wille door hem comparant affsonderlijk off met andere gemaakt niet willende dat die dertig effect hebben sullen, en van nieuws disponeerende, verklaarde hij comparant tot zijnen eenigen en universselen erffgenaam te nomineeren en te institueeren Rubarta Remii Huijsvrouw van Derk Look en sulx in alle zijn na te latene gerede en ongerede goederen waar en te plaatsen mogten gelegen sijn, geen uijtgesondert van wat aart off natuur deselver mogten wesen, tot de voordeel goederen incluijs, verklaarende hij comparant dit sijnen uijtersten wille te sijn, die hij begeert dat na zijnen dood volkomen effect hebben  en nageleeft worden sal ’t sij als een testament codicil gifte ter zaake des doodts ofte onder de levende, off soo als deselve na Regten t best sal konnen bestaan, schoon al eenige solemniteijten andersints na Regten gerequireert wordende mogten sijn gecomiteert willende de comparant die voor allesints geadhibeert gehouden hebben.

In waarheijts oijrconde zijn hier van twee eens luijdende door den noot secretaris eijgenhandig geschreeven en bij ons outsten schepen in absentie van den Rigter en schepenen voornoemt in presentie van den noot secretaris Eijgenhandig ondertekent, sijnde het eene geschreeven op een Zegel van agt stuijvers aan de comparant overgegeven en het andere op een zegel van vier stuijver bij den secretaris als na Landregten in bewaaringe genomen actum den 15 aug 1780 was getekent Ger Gijllen, J Hendrik Lukesen H Aernts.

 

Reg den 26 aug 1780

 

Testament

Keeken den 5 nov 1781

 

Gemunieert met een zegel van 4 guld:

 

Erschienen bij hoütiger gerichts versammelung, der eingesessenen zü Bimmen Peter Ghijlen, und dessen ehevrouw Anna Elisabeht Wolters welche aanzeigten, das sie ihren letzteren willen, wie es nach ihrem godtgefälligen toode, mit ihrer Zeitlichen verlassenschaft gehalten werden solle, zu declariren voorhabens wäären, dahere gebehten haben wolten das das gericht ihre letztern willens meinung ad prothocollum zu nemen belieben mögten da nun Zelbige beiderseits sick bij volkommener gesondheit befänden, und sonsten dabij kein bedenken voorgekommen, so erkläreten selbige das sie in erwegung der menslichen sterblichkeit und ungewisheit der Toodes stonde, ihr testament volgende gestalt errichteten.

Zu förderst wolten Sie ihre unsterbliche Zeelen in die handen ihres erlösers Jesu Christi, und ihren leib nach Röhms Catholischen gebrauch zur ehrlichen begräbnüz, ihren künstigen erben emphelen, jedoch sollen diezelben gehalten zijn, den letzt verstorbenden in der Kirche begraben zu lassen, auch funfzig gulden Hollands aan Kirchen dienste auszugeben, was ihre Zeitliche haab Zeeligheit beträsse stelleten sie hiemit einer dem anderen mithin demo der die letztlebende von ihnen bij dem zum universalerben aller ihrer nachlassenschaft dergestalt ein das der letztlebende man, oder die letztlebende frauw, da mit nach ihrem wohlgefallen solle schalten und walten mogen.

Diesem nechst erkläreten beide comparanten, was gestalt ihr ausdrüklicher wille und meinung seij, das ihre nichte Hermina Ghijlen, welche seil geraümen jahren schoon bij ihnen zur adsistentz gewesen, auf den fal sie seinerhin beij ihnen blieben, und sich so wie bishero geschehen, guht auffuhren, auch auff allen fal de mit ihrem consens verheijrahten würde, sonsten aber nicht, das Haus, Hoff, Baumgarten und Landerijen in so weit zelbige in der Kirchspiel Bimmen gelegen, nebst imboedel, pfeefde, vieh, fortfahrninijgh voorabhaben und überdem mit den übrigen vom veniaus instituirten erbgenahmen eine gleiche portien haben solte, auser dieser Hermine Gijlen instituirten comparente zu universalen erben ihrer übrichen gantzen verlassenschaft:

1. die sechs annoch am leben seiende kinder van Jan Gijlen;

2. die sieben kinder van Derk Gijlen worunter eben gedagte Hermina mit begriffen.

3. die Togter der eheleute Jan ter Wel und Catharina Gijlen namens Gritje ter Wel, also und dergestalt, das ein jedes voorgedagter kinder von ihrer gantzen übrigen verlassenschaft auff den fal selbige beij ihrem godgefälligen absterben alle nog am leben sein mögten und zwaren ein jeder ein gleiche erbportien geniessen sollen: Ferner solten ihre voorgemelte instituire Erben sechs wochen nach ihrem beiderseidts godtgevälligen absterben volgende legata auskehren als

a. aan die Togter des Wilhelm Gijlen Maria genant funfzig gulden Hollands.

b. aan die Ehefrau des Lamert Witjes Gertruijd Gijlen eine ducate in gold und drei gulden Hollands silber geld.

c. aan Gerrit Gijlen gleichfals eine Ducate in gold und drie gulden Holland silber geld: auff den fal jedoch diese beide ihren beiderseitigen sterbetag beleben solten;

d. legatirten sie aan die armen zu Millingen das daselbst gelegene stuk bouland groos ongefehr einen mergen hondert funfzig ruhten, das Knafter land genant und

e. aan die armen zu Bimmen ein hondert gulden Hollands.

Da nun dieses ihr beiderseitiger wohlbedachter letzter wille zeij, welcher nach ihrem beiderseitigen absterben pünctlich bevolgt werden solte.

So begehreten sie auch, das diese ihre dispositien wonicht als ein Zierliches testament, dennoch als ein pactum codicil, donation unter den Lebendigen oder von todes wegen, oder wie sonsten nach Regten am besten müglich bestehen und gelten solle, dahero sie dan das gericht ersuchten dieses ihr testament zu bestaltigen, zu solemnisiren und ad acta publica verwarhlich hin zu legen, mithin ihren darüber ein gerichtliches attestatum mit zu theilen uhrkund dessen haben nach vorheriger deutlicher vorlesung und dar auff ervolgter abermaligen declaration, das diese ihre disposition, so wie solches hier voor beschrieben worden, ihrem willen volkommen geams seije ingegenwart des gerichts und zwaren von Peter Gijlen eigenhändig unterschrieben von dessen ehefrau aber, weilen sie schreibens in erfahren selbige mit drei Kreutzeren bezeichent und ist ihr bitte von gerichtswege deferiret mit hin dieses mundliche testament solemnisiret in der gerichts Registratuhr verwahrlich auf zu behalten und darüber ein certificaat zu ertheilen resolvit, und dieser actus hiemit beschlossen und anae contextie volzogen worden, so geschehen Keeken in judicie ut supra, was getekent Peter Gielen +++

 

Das die ehefrau Peter Gijlen gebohrne Anna Elisabeht Wolters diese dreij kreützer in unserer gegenwart eigenhandig gezogen wird hiemit attestirit en was getekent. W. Albertij, Theodor van Straaten scheepen, Schniewind secret: vorder hend das vorstehende abschriert mit dem den original von wort zu wort gleichlautend seije wird hiemit attestiret. Cleve den 28 Decemb 1781, was getekent B Schiewind secret:

 

Lager stond de volgende Authorisatie

 

Wij R Hoedt Stadhouder Gijsbert  Reijmers en J.H. Lukesen scheepenen der Heerlijkheijt Millingen Authoriseeren den gesub Landsr Godef: Dibbits dit testament, ons copielijk authenticq ter hand gesteld, vermits het origineel onder den notaris voor wien het gepasseert is, moet blijven, op het signaat der testamenten in forma te registreeren het Registratum op deese copie authenticq te zetten en deselve met een quartier zegel van vier gulden te municeren: Actum Millingen den den 2 janu: 1782, was geteekent R Hoedt (Stadt), Gijsbaert Reijmer, J H Lukesen.

 

Reg den 4 jan: 1782

 

Lijftogt

 

Geschreeven op een zegel van 2 gls.

 

Compareerde voor den Ed: Gerrit Gijlen oudste scheepen in absentie van den Heer Rigter en Stadhouder der Heerlijkheijd Millingen en Scheepenen aldaar, Everhard Teunissen en Wilhelmina ter Wint Egtel: beijde gaande en staande gesonde na den Lighame haar verstand en memorie volkomen magtig, gelijk uijtterlijk bleek verklaarende elkanderen over en weder en dus reciproce te Lijftogtigen in alle Zoodane gereede en ongereede goederen Actien en crediten als de eerst stervende van haar comparanten onder deese Heerlijkheid Millingen stervende zal komen na te laaten dergestalt dat de langstleevende van haar de gereede en ongereede goederen actien en crediten door de eerst stervende van haar na gelaten wordende, voor zoo verre die dan onder deese Heerlijkheid Millingen gelegen zullen zijn, gedurende zijn of haar leeven lang in togt zal blijven posideeren en gebruijken zonder contradictien van iemands hebbende zij comparanten haar Testament den 17 september 1783 voor t gerigt van de Hooge en vrije Heerlijkheid Halt, Duffelwart, Keeken en Bimmen gepasseert, doen deese dispositie in zoo verre, te weeten ten aansien van de onder Millingen na te laatene goederen alleen en verder niet gealtereert verklarende de comparanten ’t gunt voorschreeven te weesen haar laatste en uijtterste wille, welke na overlijden van de eerst stervende van haar volkomen effect zal moeten sorteeren.

In waarheijds oirconde zijn hier van twee eensluijdende door den gesub Landschrijver eijgenhandig geschreeven en bij ons oudste scheepen en scheepenen in praesentie van den gesub Landschrijver eijgenhandig onderteekent zijnde het eene geschreeven op een Quartiers Zegel van 2 gulden aan de comparanten overgegeeven, en het ander op een dito zegel van vier stuijver bij den gesub Landschrijver als na Landregten in bewaaring genoomen.

Actum Millingen den 1e Decemb 1783, was getekent Ger Gijllen, J Hend: Lukese scheepen H Aernts scheepen.

 

Reg den 8 decemb 1783

 

Lijftogt

 

Geschreeven op een zegel van 8 sts:

 

Compareeden voor den weledele gestrenge Heer C AH Lalane Duthaij Amptman Rigter en Dijkgraaf der Hoge en vrije Heerlijkheeden Pannerden, Millingen en in den Bijland, oijrcond scheepen Jordaen van de Pavordt en noodt scheepen Roeleman Hoedt, Gerrit Gijlens en Aleijda Goossens egteluijden, verklaarde met rijpen Rade sonder inductie van ijmand uijt vrijen wille elkanderen Reciproce te Lijftogtigen en alle sodane gerede en ongerede goederen, actien en crediten geene van dien uijtgesondert, tot voordeel goederen incluijs als de eerste stervende der comparanten sal koomen na te laaten, dergestalt dat den langstlevende des eerst overleden na te latene gerede en ongerede goederen actien en crediten tot voordeel geoderen incluijs niets uijtgesondert sijn of haar leeven lang na togt regte sal blijven possideeren en gebruijken sonder contradictie van jmandt.

In oijrconde der waar[heijt] hebben Amptman en scheepenen deese eijgenhandig beteekent binnen Millingen op den 14 julij 1763. Was getekent CAH de Lalande de Duthaij, Jordaen van de Pavordt scheepen R Hoedt noot scheepen.

 

Reg den 9 Decembr 1783

 

Testament

 

Geschreeven op een zegel van 3½ gls

 

Wij Gerrit Gijlen outsten scheepen in absentie van den Rigter en Stadhouder der Heerlijkheijd Millingen en scheepenen aldaar, certificeeren hier meede dat voor ons in praesentie van den nood secretaris R Hoedt gecompareerd en Erscheenen is Derk Hell zijn verstand en memorie magtig gelijk uijtterlijk bleek en verklaarde uijt overdenkinge van de seekerheijd des doods en en de onzeekere uure van dien, op te rigten zijn laatste en uijtterste dispositie in deser voeg… Eerstelijk verklaarde den comparant te Revoceeren te casseren en te vernietigen alle zijne voorige Testamenten en uijtterste willen door hem comparant afsonderlijk of met andere gemaakt niet willende dat die eenig effect hebben zullen en van nieuws disponeerende verklaarde hij testateur tot zijnen eenigen en universeelen erfgenaam te nomineeren en te institueeren Gerrit Lamerts Ehe man van Elisabeth Tijssen en sulx in alle sijne testateur na te latene gereede en ongereede soo Lheen als allodiale goederen geen uijtgesondert van wat, aart, natuur of waar ter plaatse mogten geleegen zijn tot de voordeel goederen incluijs met verdere begeerte dat na doode van den testateur uijt sijne nalatenschap sal worden uijtgekeert als aan de dogter van Claas Hell namentlijk Willemijn Hell twintig gulden en voorts aan de Broeders en suster van den testateur ijder voorhoofs veertig gulden, verklaarden hij comparant dit zijnen uijttersten wille te sijn die hij begeerd dat na zijn dood volkomen effect hebbe, en nageleeft worden sal, ’t sij als een testament codicil gite ter saake des doods ofte onder de leevende, of so als deselve ’t best sal konnen bestaan, schoon al eenige solemniteiten andersints na regten gerequireert wordende mogten sijn gecommitteert willende den testateur die voor alle sints geadhibeert gehouden hebben.

In waarheijts oijrconde sijn hier van twee eensluijdende door den nood secretaris eijgenhandig geschreeven en bij ons outste scheepen en scheepenen voornoemt in preesentie van den nood secretaris eijgenhandig onderteekent sijnde ’t eene geschreeven op een segel van drie gulden tien stuijvers aan den comparant overgegeeven en ’t andere op een zegel van vier stuijver bij den secretaris als na Landregten in bewaring genomen actum den 24e October 1783. Was getekent, Ger Gijllen, Hendrik Aarnts scheepen, Gijsbaert Rijmer scheepen R Hoedt noot secretaris.

 

Reg den 16 jan 1784.

 

Apertuire

 

Gemunieert met een zegel van str

 

Millingen den 27e Junij 1786

 

Coram AH de Lalane de Duthaij scheepenen H: Aarnts en Hend Daams

 

Compareerde voor den weled: gestr Heer CAH de Lalane de Duthaij Amptman Rigter en Dijkgraaf der Heerlijkheijd Millingen oircond Scheepenen Hend Arnts en Hendrik Daams Johanna van de Pavort wedw Derk Spaan, Willem van de Pavort, Bart van de Pavort en Derk Bernts als man en momboir sijner ehevrouwe Alijda van de Pavort, als mede Derk Akkerfelt als man en momber sijner  Huijsvrouw Ernje van de Pavort sijnde de eerste comparanten mitsgaderes des vierden en vijfden comparants Huijsvrouwen de susters en den tweeden en derden comparant Broeders en mitsdien de naaste bloedverwanten van den overleeden Jordaan van de Pavort produceerende een beslooten Testament door gen Jordaan van de Pavort, den 21 Julij 1778 voor Stadhouder en Scheepenen deeser Heerlijkheijd beslooten gepasseert en welkers weerkleed onder den gesubstitueerden Landschrijver berustende gebleeven is, versoekende de comparanten apertive van beijde de gelibelleerde testamenten en voorts Registratuir van deselve daar en as ’t behoort, was getekent CAH de Lalane de Duthaij, H Aarnts, Hendrick Daams

 

Reg den 3e Julij 1786

 

Verder stond

Fiat aperture en uijtleesing der beijde gelibelleerde Testamentaire Disposition met en neffens de Registratuire soo en als versogt.

 

 

 

Testament

 

Geschreeven op een zegel van 3½ gls

 

Ik ondergetekende Jorden van de Pavordt, overdenkende de sekerheit des doods soo wel, als de onsekere uure van dien en voorneemens sijnde over mijnen tijdelijke na te latene goederen bij uijtterste wil te disponeeren verklaare vooraf dat alle voorgaande testamentaire dispositien en andere uijtterste willen die ik afsonderlijk of met andere onder deese Heerlijkheijd ofte elders mogte gemaakt hebben, willende, dat deselve geen ’t minste effect hanteeren sullen, en alnu van nieuws disponeerende, soo verklaare ik Testateur in alle sodane gerede en ongerede goederen, actien en crediten tot voordeel goederen incluis, geene uijtgesondert welke ik stervende sal koomen na te laten, tot mijnen eenigen en universele erfgenaam genomineert ende geinstitueert te hebben, so als ik daar toe nomineere en institueeren bij deesen mijnen broeder Bart van de Pavordt woonagtig te Bimmen, en bij voor overlijden van denselven sijne wettige kinderen welke tijde van mijn overlijden in leven mogten sijn bij representatie in haar vaders plaats dog met desen last dat voors mijnen broeder als mijnen geinstitueerden universeelen erfgenaam, en in cas van desselfs voor overlijden sijne bij mijn overlijden in leeven sijnde kinderen binnen ses weeken na mijn overlijden aan de armen een som van vijff en twintig guldens uijtdeelen en een jaar na mijn afsterven betaalen zal of zullen uijt mijne na te latene goederen de volgende legaaten so als ik dan ook bij deese legateere:

1e aan mijn suster Jantje van de Pavordt weduwe van Coendert Roelofs en in cas van haar voor overlijden aan haare kinderen bij representatie in haar moeders plaatse eens honderd guldens.

2e aan mijn broeder Willem van de Pavordt en in cas van desselfs voor overlijden aan sijne kinderen bij representatie in haar vaders plaatse eens vijf en twintig guldens.

3e aan mijn suster Alijda van de Pavordt en in cas van haar vooroverlijden aan haare kinderen bij representatie in haar moeders plaatse mede eens vijf en twintig guldens en

4e aan mijn suster Erntje van de Pavordt, en bij voor overlijden van deselve aan haare kinderen bij representatie in haar moeders plaatse insgelijks vijf en twintig guldens eens.

Verclaarende ik Testateur alle de soo eener gemelde legalarissen van mijne verdere nalatenschap te excludeeren en wijders te begeren dat mij in hier voor geinstitueerde erfgenaam Bart van de Pavordt en in cas van sijn voor overlijden desselfs alsdan in leven sijnde kinderen als mijne in dien cas universeele erfgenaamen, na mijn dood voor de rust mijner ziele door den tijdelijken Pastor van Kekerdom in de kerk aldaar Hondert zielmissen, in de kerk der capucijners tot Cleve insgelijx Honderd zielmissen en in de Kerk van de observanten te Elten, mede Hondert zielmissen sal of sullen laaten doen, en voor ieder denselver betaalen ses stuijvers, reserveerende ik het regt om deese mijne voors dispositie in ’t geheel of ten deelen, te mogen veranderen selfs bij een onderhandsch handschrift door mij eijgenhandig geteekent, t welk alsdan van die kragt en weerde zal gehouden worden, als of desselfs inhoud in deese testamentaire dispositie geinsereert was, eijndelijk verklaare ik Testateur al ’t geent voorschreven te weesen mijn wel voorbesagten laatste en uijtterste wille sonder daar toe door andere geinduceert te sijn, begerende dat dezelve na mijn dood in allen opsigten effect sorteeren, nageleeft en agter volgt worden sal ’t zij als een testament codicil, legaat, gifte ter saake des doods of onder de levendige ofte soo en als die na regten ’t best zal konnen bestaan schoon al eenige solemniteijten andersints gerequireert wordende mogten wesen geomitteerd als willende die alle voor allesints geadhibeert gehouden hebben en heb ik in oirconde van waarheijd hier van twee eensluijdende ’t een op een zegul van drie gulden tien stuijvers, en ’t ander op een zegul van vier stuijvers door een ander doen schrijven, en die, waarvan deese een is, na rijpe leesing en herleesing eijgenhandig betekend binnen de Heerlijkheid Millingen den 21e julij 1700 agt en seventigh was getekent Jordaen van de Pavordt.

 

Reg. Den 3e julij 1786.

 

Superscriptie

 

Wij Roeleman Hoedt Stadhouder en in deese bij absentie van den Heer Rigter geauthoriseerde gesubstitueerde Rigter der Heerlijkheijd Millingen en Schepenen Gerrit Gerrit Gielen en Hendrik Aarnts cerfificeeren dat voor ons ter preesentie van den gesubstitueerde Landschrijver deeser Heerlijkheijd gecompareerdt is Jordaan van de Pavort gesond na den Lichaame gaande en staande en zijn verstand en memorie volkoomen magtigh zoo als uijtterlijk bleek exhibeerende twee geslootene instrumenten of actens waar van deese een is welke hij comparand t verklaarden door een ander op competente zegels te hebben doen schrijven, en die beijde eijgenhandig betekent te hebben, voorts daar in vervat te zijn desselfs laatste en uijtterste wille die hij begeerde dat na zijn dood stiptelijk zal worden agtervolgt ’t zij als een testament codicil legaat gifte ter saake des doods of onder de levendige of zoo en als die na Regten ’t best zal konnen bestaan schoon al eenige solemniteijten andersints gerequireert wordende mogten weeden geomitteert als willende die alle voor allesints geadhibeert gehouden hebben.

In waarheijds oirconde is deese door den gesubstitueerden Landschrijver deeser Heerlijkheijd eijgenhandig geschreeven en door ons Stadhouder en Scheepenen voornt beteekent binnen de Heerlijkheit Millingen den 21e julij 1778 zijnde het eene aan den Testateur te rug gegeven en ’t weerkleed onder den gesubstitueerde Landschrijver verbleeven, was getekent R Hoedt, Hendrick Aarnts, Ger Gijllen.

 

Reg den 3e julij 1786

 

Verder stond

Mij present en was getekent Johan Dibbits gesub Landsr

 

Testament

 

Gemunieert met een zegel van 24 str

 

Compareerde voor den edelen Hendrik Aarnts preesente oudste scheepen en in deese ter saake van de absentie van den origineelen Heere Rigter en desselfs Stadhouder de plaatse van Stadhouder der Heerlijkheijd Millingen bekleedende mitsgaaders Hendrik Daams en Hendrik Reijmers Scheepenen der voorsr Heerlijkheijd, Derk Ackerveld en Erntje van de Pavort Egtelieden beijde gaande en staande gesond na den Lichaame haar verstand en memorie volkoomen magtig zoo uijtterlijk bleek, welke comparanten verklaarden uijt overdenking van de zeekerheijd des doods en de onzeekere uure van dien voorneemens te weesen, bij deesen haare uijtterste wille over haare tijdelijke na te latene goederen in maniere als hier na beschreven te disponeeren, te dien eijnde vooraf casseerende Revocierende ende te niet doende alle voorige testamenten of andere uijtterste willen door door haar te zamen of door een van haar in het bijsonder of met anderen hier of elders gemaakt niet willende dat deselve eenig het minste effect zullen hebben, en alnu van nieuws disponeerende zoo verklaarden de comparanten echtelieden elkanderen reciproce te weeten den eerst stervende van haar de langstleevende te Lijftogten in alle soodaane gerede en ongerede goederen actien en crediten, geene uijtgesondert, en dus tot voordeel goederen incluijs, als de eerst stervende van haar comparanten zal koomen na te laaten, dergestalt dat de langstleevende van haar des eerst af te stervens geheele nalaatenschap tot voordeel goederen incluijs zijn of haar leeven lang geduurende in togt zal blijven possideeren en en togtregten sonder contradictie van iemand gebruijken; verklaarende wijders den eersten comparant onvermindert de gelibelleerde togt, tot zijn eenige en universeelen erfgenaam in alle zijn na te laatene gerede en ongerede goederen actien en crediten tot voordeel goederen incluijs te nomineeren en te institueeren haar tweede comparante in een eerder Huwelijk met haar eerst overleeden Eheman Kerst Wijsman erwekt en zulx met uijtsluijting van alle des eersten comparants verdere naastbestaande en bloedverwanten; verklaarende de beijde comparanten egtel. ’t gunt voorschreeven te zijn haar laatste en wel voorbedagten uijttersten wil, die zij begeeren dat na het overlijden van een ieder van haar volkoomen effect sorteeren en kragt hebben zal, het zij als een testament codicil gifte ter saake des doods of onder de leerende of zoo en als die na regten ’t best zal konnen bestaan schoon al eenige solemniteijten mogten geommitteert zijn, als willende zij comparanten die voor geadhibeert gehouden hebben; en is deese in oirconde van waarheijd ter preesentie van Hendrik Aarnts preesente oudtste scheepen in deese bij absentie van den origineelen Rigter en sijnen Stadhouder desselfs plaats bekleedende, mitsgaaders de scheepenen in het hooft deeses genoemt mitsgaaders van den gesubstitueerden Landschrijver deeser Heerlijkheijd gemaakt met de eijgen hand van den gesubstitueerd Landschrijver voornt geschreeven en door den preesenten oudsten scheepen hier voorgemelt qp mitsgaaders de voornt verdere twee scheepenen eijgenhandig onderteekent binnen de Heerlijkheijd Millingen op den 24 januarij 1700 seven en tachentig.

Was getekent Hendrick Aernts outste scheepen, Hendrick Daams Scheepen, Hendrik Reijmers Scheepen.

 

Geregistreert den 30 janu 1787

 

Lager stond

Mij present en was getekent Godef: Dibbits sub Landsr.

 

Volmagt

 

Gemunieert met een zegel van 4 sts

 

Ick Roeleman Ferdinant Graav van Bijland Heer van Halt, General major den Diensten van den Staat der vereenigde Nederlanden en Commandeur der vesting van Arnhem verklaere bij deesen te constitueeren te authoriseeren en te bevolmagtigen Mr WH Klinkenbergh van echten Amptman der Banner Heerlijkheid Bahr en Latum mitsgaders schepen en secretaris der Stad Wageningen ten einde om namens mij te compareeren voor de respective gerigter der Heerlijkheden Millingen, Zeland en aldaar ten overstaan van den officier en gerigtsluijden of scheepenen te laaten registreeren zodaene Testamentaire dispositie als door wijlen mijn broeder Friederich Graav van Bijland in dato Cleve den 23 maart 1789 onder desselfs hand en zegul is gemaakt en op den 31e van geseijde maand en jaar aldaar voor de Hoge regeeringe is geopent en gepubliceert en sulx ter voldoeninge aan het Landregt der vier bovenampten tit 22 art 4 in aasien van de goederen ondre voorsr Heerlijkheden gelegen, die tot den Boedel en nalatenschap waar van bij het gelibbelleerde testament ten behoeve van constituant gedisponeert is zijn behoorende voorts om in aansien van d’aangivte en betalinge van den impost der collaterale successie van deselve als andersints te doen het geen na regten vereischt word en door mij selve praesent sijnde zoude kunnen mogen ofte maeten worden verrigt alles met belovte van ratihabitie indemnisatie en verder clausulen na regten gebruikelijk dies ter oirconde heb ik deze getekend en met mijn aangekomen zegul bekragtigd in Wageningen den 14 April 1789. LS getekend R Gr v Bijland

 

Reg den 23 April 1789

 

Gemunieert met een zegel van 8 f

 

Compareerde voor mij Hend Aarnts oudste Scheepen en bij absentie van de Heer Amptman deeser Heerlijkheijd Millingen oircond Scheepenen Hend Daams en Hend Reijmers Mr WH Klinkenberg van Echten in qualiteijt als volmagtiger van den HoogGeboore Heer Roeleman Ferdinand Grave van Bijland Heere van Halt, Generaal Major ten Dienste van den staat der Vereenigde Nederlanden, en commandeur der Vesting van Arnhem vermogens alhier vertoonde volmagt in Dato Wageningen den 14e April 1789 onder zijn HoogGeboorens hand en zegel gespasseert en exhibeerde aan deesen Weledelen en weerden Gerigte copie authentica per clausulam concernentem van sodane testamentaire Dispositie, als door wijlen den HoogGebooren Heere Frederick Grave van Bijland in dato Cleve den 23e maart 1789 onder desselfs hand en zegel is gemaakt en op den 31e van geseide maand en jaar voor de hooge Regeering aldaar geopend, met versoek dat deselve ten voldoeninge aan t landregt locaal tit 22 art 4 ten aansien van de goederen welke onder deze Heerlijkheid gelegen zijn en waar van comparants Heer Principaal tot erfgenaam is geinstitueert ten prothocolle alhier moge werden geregistreert om te strekken ten effecten Regtens. Actum Millingen den 18 April 1789, was getekend Hendrick Aernts, Hendrick Daems, Hendrik Reijmers.

 

Reg den 23 April 1789

 

Testament

 

Im Nahmen der heiligen Dreijfaltigkeit Amen!

 

Jnitium

Demnach uns Menschen nichts gewissen als der Todt die Stunde desselben aber ungewis ist, und ich endes untersohnebener Friederich Graf von Bijland dahero die Sterblichkeit der Menschen mithin wie bald es mit demselben gethan seijn könne betrachtet mich entschlossen habe meine letztere willens Meijnung, wie es nach meinem gottgefälligen Absterben mit meiner ganzen Nachlassenschaft gehalten werden solle, hiedurch wohlbedachtlich aufzurichten;

Clausula concernens

Diesem nechst, und da die erb einsetzung der grund und das hauptsächlichste eines jeden Testament sist; so setze ich zum einzigen Universal erben aller meiner beweg und unbeweglichen so wohl ein als ausländischer Güter Baarschaften, und austehenden capitalien nichts überall davon ausgeschlossen hiemit und kraft dieses, meinen ältesten Bruder Roeleman Ferdinand grafen von Bijland, general Major in Diensten der Staaten dr vereinigten Niederlande und commandanten der Festung Arnheim dergestalt ein, das derselbe nach meinem absterben damit, als seinem übrigen eigenthümlichen vermögen nach eigenem und freijen willen schalten und walten solle;

 

Finis

In urkund der warheit habe ich dieses Testament nicht alleine eigenhändig unterschrieven und mit meinem angebohrnen cachet bedrucket sondern ich will auch dasselbe beij hiesig hochlöblh Regierung ad Acta publica vorwahrlich hinlegen lassen, so geschehen Cleve den 23 Mart 1789. LS F G v Bijland

LSR publicirt Cleve in Termine den 31ten Mart 1789 Concordantien cum originali Testamento attestor G:p Hoff archiv Regius

 

Deese extract uijt het testament van de Heer Grave van Bijland is met de audentique Copij, soo van de Hooge Regeering tot Cleefe gedaan is, overall quaad clausulem concernenter conform en gelijkluijdend, het welke hierdoor gerigtelijk attesteert word: ten oirkonde deeses is dit attest van mijn de Rigter en secretaris van het gerigt Halt eigenhandig ondergetekent en met het gerigtelijk cachet bedruckt.

LS Bona rigter Schniewind

 

Reger den 23 April 1789

 

Testament

 

Gemunitteert op een zegel van 30 s get A Houtkoper Notaris

 

Op den vijfden julij des jaars 1788 zijnde zaterdag, des namiddagsten vier uuren compareerde voor mij Adam Houtkoper Notaris bij den Hove van Holland, geadmitteerd Amsterdam Resideerende Mejuffrouw Maria Bogaart, bejaarde ongehuwde dogter, woonende binnen deeze stad op de princegragt over de Nooderkerk, gezond van Lighaam, haar verstand memorie en uijtspraak wel hebbende en gebruikende zoo rigterlijk, scheen en bleek dewelke verklaarde regt overdenkinge van de seekerheid des doods en onseekere tijd en uure van dien te raade zijn geworden om van haare natelatene goederen te disponeeren en dier halve te maaken haar Testament en uijtterste wille in maniere navolgende: eerst en vooraf verklaard zij Testatrice te herroepen ende te vernietigen alle soodanige testamenten codicille en andere makinge van uijterste wille bij haar alleen of met en benevens anderen voor dato dezes gemaakt of gepasseert, niet willende dat dezelve of eenige van dien kragt hebben of effect sorteeren sullen.

En alzoo op nieuws disponeerende, zoo verklaarde zij testratice tot haare eenige universeele en algeheele erfgenaame te stellen en te institueeren haare testratices nigt Theodora Francisca Spaan dogter van den Heer Jan Spaan Medicinae Doctor binnen deeze stad door hem met Aletta Francisca Pijselman in huwelijk verwekt en dat in alle de goederen roerende en onroerende, geene van dien uijtgesondert, die zij testratrice met de dood ontruijmen en nalaten sal, om daar van en over te disponeeren na derselver goeddunken en welgevallen en als met en van vrije eigene goederen stellende en committeerend zij testatrice tot Executeurs van dit haar testament tot Directeurs van haar Sterfhuijs, als mede tot voogden, en administrateurs van ’t geene de gemelde haar nigt Theodora Francisca Spaan van haar testatrice uijt kragte dezes geduurende haar minderjaarigheid sal komen te erven de Heeren Dirk Kramp Koopman woonende te Enkhuijs en Gerbrand Groothuijs wonende binnen deese stad, op de blaauwburgwal, geevende aan deselve zoodanige ample magt last en gezag, als tot de voormelde commissie eenigsints sal worden vereijscht en na regten gegeeven kan en mag worden en wel specialijk meede die van assumtie en surrogatie tot den uijteinde van de voorsr commissie toe en dit alles met uijtsluijting van de Ed Achtbr Heeren weesmeesteren zoo van deeze stad, als van alle andere steeden en plaatsen daar haar testatrices sterfhuijs mogte komen te vallen of goederen gelegen zijn als deselve voor hunne andersins te nemene moeijten bedankende.

Het geen voorschreeven staat verklaard zij Testatrice te  sijn haar testament en uijtterste wille, begeerende dat het selve na haar overlijden, alsoo sal moeten werden nagekomen en agtervolgd, zoo niet als testament solemneel, ten minsten als codicil gifte ter sake des doods of onder levende, of zoo als ’t na rechten best sal kunnen bestaan.

Aldus gepasseert binnen Amsteldam in praesentie van de Heeren Dirk van Eijck en Franciscus van Eijck, als getuigen hier toe versogt dewelke verklaaren de testatrice te kennen en te weten, dat zij die geene is, die sij sig in deesen doet noemen.

Was getekent A Houtkoper Notaris.

Onder stond

Na gedaene collatie is deze bij mij ondergetekende Notaris, bij den Ed Hove van Holland geadmitteerd binnen Enkhuijsen resideerende, met de grosse bevonden te accordeeren binnen Enkhuijsen op den 20e April 1789. Getekend A vd R Roldanus Notaris A 1789

 

Reg den 9e Junij 1789

Uijtterste wille

 

geschreeven op een zegel van 24 sts

 

Compareerde op Diengsdag den vier en twintigsten augustus 1790 des voorde middags om tien uuren voor den edelen Hendrik Aarnts oudsten scheepen der Heerlijkheijd Millingen en bij absentie van den Heere Rigter in deezen deselfs plaats vertreedende oircond Scheepenen Hend Daams en Hend Reijmers, in bijweezen van den SubLandsr: deezen Heerlijkheijd G: Dibbits, Gertruijda van Haren Huijsvrouw van Hermen Centhof geadsisteert met gem haaren Eheman, wel eenigzints siek en zwakkelijk dog gaande en Staande en haar verstand en memorie volkomen magtig zoo als ons regt haare reedenen klaarlijk gebleeken is, en verklaarde dezelve aan ons overdagt te hebben de Broosheijd en Kortheijd deezes leevens de zekerheijd des doods en onzeekere uure van dien derhalven niet willende uijt deeze waereld scheijden voor en aleer over haare tijdelijke goederen haar door God almagtig verleend gedisponeerd te hebben en zulx op volgende manieren eerstelijk verklaarde zij comparante te Revoceeren te passeeren dood en te niet te doen alle haare voorige Testamenten en uijtterste wille door haar afzonderlijk of met iemand anders gemaakt niet willende dat die eenig effect hebben of sorteeren zullen, en alzoo op Nieuws mits deezen disponeerende zoo beveelt zij testatrice haar onsterfelijke ziel in de handen van God haaren schepper en haar lighaam naar haar God behaaglijk overlijden ter begraaffenis na haaren staat en toestand, en wijders verklaarde zij comparante zonder eenige inductie of persuasie van iemand maar alleen uijt een vrije en wel overdagten raad tot haare eenigste en universeele erfgenaame te institueeren en te nomineeren Hendrik Tijssen en Gerritjen Damen Ehelieden woonende binnen deeze Heerlijkheijd in alle haare na te latene gerede en ongerede goederen geene van allen uijtgezondert van wat aard of natuur die ook zoude weezen of waar ter plaatze geleegen ofte vindbaar mogten zijn, verklaarende zij comparante testatrice dit te zijn haare uijtterste en laatste wille en begeerte die zij begeerde dat na haar dood suptelijk zal worden nageleeft en agtervolgt, het zij als een Testament codicil gifte ter zaake des doods of onder de Levende, of  zoo als het zelve best na regten zal konnen bestaan, alwaar het schoon dat eenige blemniteijten andersints na regten gerequircere wordende mogten zijn gecomitteert willende zij testatrice die alhier voor geinsereerd gehouden hebben. In waarheijds oirconde zijn hier van twee eensluijdende instrumenten gemaakt en door den sublandsr: eijgenhandig geschreeven het eene op een zegel van 24 sts en het andere op een dito van 4 sts en is het eene aan de testatrice overgegeeven en het andere ter Secretarij in bewaring genomen. En aldus bij mij outsten Scheepen en Scheepenen boven genoemt in presente van den subLandsr: eijgenhandig betekend binnen Millingen den 24e Augustus 1700 negentigh, was getekend Hendrick Aernts, Hendrik Daems, Hendrik Reijmers, mij present G: Dibbits subLandscr:

 

Reg den 16r september 1790.

 

Uijtterste wille

 

geschreeven op een zegel van 24 Sts

 

Compareerde voor den Edelen Hendrik Aarnts outsten Scheepen deezen Heerlijkheijd Millingen en vermits de absentie van den Heere Rigter, in deezen desselfss plaats vertreedene, oircond Scheepen Hendrik Daams en en Reijneirus Rogmans (of: Roijmans) noodscheepen in bijweezen van den subLanscr G. Dibbits, Lamert Weetjes en Gertruijda Ehelieden en verklaarde zij comparanten elkanderen reciproce den een den anderen en dus den eerststervende den langstlevende te lijftogtigen in alle zoodane gerede en ongerede goederen actien en creditien tot voordeel goederen incluijs geene uijtgesondert als de eerststervende der comparanten zal koomen na te laaten dergestalt dat den langstleevende van haar comparanten der eerst af te stervene geheele nalatenschap en dus alle zijne of haar na te latene gereede en ongerede goederen actien en creditien tot voordeel goederen incluijs niets uijtgezondert geduurende zijn of haar leeven in togt naar togtregten zal blijven possideeren en vrugtgebruijk van dien genieten zonder contradictie van iemand en verklaarde wijders de tweede comparante Gertruijda Gielen voor zoo veel nodig met gemelde haaren man geadsisteert uijt overdenking van de Zekerheijd des doods en de onzekere uure van dien genegen te weezen, onvermindert de gementioneerde togt over haare natelatene goederen verder bij uijterste wil te disponeeren en dienvolgens vooraf te herroepen dood en te niet te doen zulx doende bij deezen alle vorige Testamenten of andere uijtterste wille bij haar tweede comparante te vooren afzonderlijk of met andere gemaakt en in alle haare na te latene gereede en ongereede goederen incluijs geene regt gezonderd bij deezen tot haar eenige en universeelen erfgenaame te nomineeren en te institueern Hermen Bongers of bij vooroverlijden desselfs wettige kind of kinderen ten zulken effecten dat denzelven Hermen Bongers of desselfs kind of kinderen na haar tweede comparantes dood als universeele erfgenaame van haare alinge en geheele nalatenschap tot voordeel goederen incluijs in vollen eijgendom zal of zullen hebben overmindert egter de togt haar tweede comparantes voorn Eheman inval hij haar sterfdagh beleeven mogt daar aan competeerende wijders verklaarden den eersten comparant Lamert Weetjes zijne uijtterste wil en begeerte te zijn, dat na zijn overlijden den gemelden Hermen Bongers zal hebben en behouden alle desselfs na te latene gereede en ongerede goederen tot voordeel goederen incluijs geene uijtgezondert mits dat denzelven daar van vooraf aan zijn minderjaarig zoontje bij zijne overledene Ehevrouw Hermina Weetjes in echte verwekt, als het tot zijne mondige jaaren zal gekoomen zijn, zal uijtkeeren een somma van vijftig guldens, alles onvermindrt de togt zijn eerste comparants ehevrouw voorn: inval zij zijn Sterfdag beleeven mogt, daar aan competeerende verklaarende zij comparanten beijde dit te weezen haare uijtterste laatste wil begeerende dat dezelve na haar overlijden volkomen effect sorteeren zal het zij als een testament legaat codicil of andere uijtterste wil of zoo en als zulx na regten het best zal kunnen bestaan schoon al eenige solemniteijten andersints gerequireerd wordende geomitteert mogten weezen, als willende die voor geadhibeerd gehouden hebben. Actum Millingen den 24 Augus 1790, was getekend, Hendrik Aernts, Hendrick Daems, R: Reijmers Nootscheepen, mij present G: Dibbits subLands:

 

Regis: den 16 Septemb: 1790.

 

Het Appointement

 

Wij Anthon des h.R. Rijks regerende vorst van Hohenzollern Sigmaringen regerende Grave en Leenheer van en tot den Bergh, approbeeren en Ratificeeren hiermede gnadigst de lijftogt welke Supplte oigh bij acte van den 22 deezes elkanderen hebben gemaakt voor zooveel converant, ’t Leenroerige parceel bij deezen Requeste vermelde onvermindert nogthans ons en een ijders goedhebbende regt. In waarheijts oerconde hebben wij deese door onsen ordinarij Raad ten overstaan van de ondersr: Leenmannen in onsen name teekenen laaten. ’S Heerenbergh den 24 Julij 1793 ’s morgens de clok 9 uur was geteekend J.N. Hoevel qq, Karel de Both leenman, Anthoni de Both leenman.

Gemunieert met een zegel van 24 str.

 

Request

 

Aan zeijne Hoog Furstelijk Doorluchtigheid den Heere Prince van Hogenzollern Sigmaringen Regeerenden Heer en Grave van en tot den Bergh.

Hoogst Gebore Furst en Heer, Geeft met allen Eerbied te kennen R: Hoedt en Maria Elisabeth Hutten EL: Dat Supplianten en op den 22e Julij 1793 elkanderen hebben gelijftochtigt in alle zoodane gereede en ongereede, tot leen Rijksche en voordeel goederen ingesloten, als de eerst stervende met den dood zal komen te ontruijmen en natelaten; zoo als uijt dezelve Acte hierbij in originale annex met meerderen is te vernemen. Dat onder de goederen van de supplianten mede behoord een parceel den Bredeler genoemd, onder de Heerlijkheid Millingen gelegen, leenroerig aan het Hoog Graafflijk Huis Bergh. Dat Suplianten, voor zoo verre het zelve parceel aangaat, nodig hebben de approbatie van Uwe Furstelijke Doorluchtigheid van voorgem: Acte van Tocht. Waarom hij de vrijheid meend zig bij deze tot Uwe Furstelijke Doorluchtigheid te wenden en met voorigen eerbied te versoeken dat Uwe Furstelijke Doorluchtigheid de voorz: Acte van Lijftocht voor zoo verre gem: Leengoed aangaat, gelieve te approbeeren en te  Ratificeeren. Aetsvelt, was geteekend R: Hoedt. Dat dit handmerck + door Maria Elisabeth Hutten Huijsvrouw van R Hoedt in onse presentie eigenhandig is geteekend, verklaaren wij ondergeteekende Hendrick Aernts, Hendrik Daems, Millingen den 22 Julij 1793.

 

Lijftocht

 

Compareerden voor den weledelen Gestr: Heer Mr J.L. de Haes Amptman en Rigter des Hooge en vrije Heerlijkheid Millingen midsgaders Hendrick Aernts en Hendrick Daems schepenen aldaar, R. Hoedt en Maria Elisabeth Hutten EL: en velklaarden elkanderen reviproce en de eerststervende den langstleevende te Lijftochtigen en alle zoodane gereede en ongereede goederen, tot de Leen-Rijksche-en voordeel goederen ingeslooten, als de eerststervende met den dood zal komen te ontruimen en natelaten, om bij den langstleevenden, zijn of haar leven lang gedurende, naar tocht regten gepossideert en gebruikt te worden; onverminderd nogtans zoodane Testamentaire Dispositie als eerste Comparant reeds bevoorens heeft gemaakt gehad.

In waarheids oirconde is den door ons Rigter en Schepenen benevens den Landsr: beteekend te Millingen den 22 Julij 1700 drieenneegentig, was geteekend J:L: de Haes, Hendrik Aernts, Hendrik Daems, mij preesent M vd Waarden Landscr: ad interim.

 

Reg: den 18 Decembr 1793

 

-------------------------------------------------------------------------------------------

Terug naar Onderzoek