Bron: Hauptstaatsarchiv Düsseldorf, Stift Kranenburg-Zyfflich, aktennr. 11 (pag. 1-59).

Pag. 25 (pag. 26 en 27 bevatten dezelfde tekst), verpachting van de landerijen van de vicarie te Zyfflich 1683-1686:

Registers van de landerijen gehoorende onder de vicarie tot Zeffelijck.

  1. In Cathedra Petri Anno 1683 heefft Albert Wijlersen vulgo de worst voor drij naer een ander volgende jaaren gepaght den steegh met de een sijde leggende langhs den wijlerschen dijck en de ander sijde langhs de pra'bende van heer Streip schijtende met het bovenste einde aen onss lijve vrowe kampken ende het onderste scherp op den voor seijden dijck.
  2. Den 10 xbris Anno 1684 heefft Bastiaen Peters gepaght voor drij jaaren een stucksken landts aen den appelbohm genamt schijtende aen de hoffsteed van dito Bastiaen.
  3. Noch heefft Bastiaen Peters oock voor drij jaaren aengenomen een stucksken landt liggende buijten de schow over de straet schijtende aen de landtweehr en Peter Verwaijens kuijlen.
  4. Op Cathedra Petri Ao 1684 hefft Albert van Berck voor drij jaaren gepaght den vicarie huijspol leggende aen de oostzijde rontsom tuschen de gemeine straet de Laeck geheten west zijdts langhs de hoffsted van Cornelis Rams modo Guert van de Peel.
  5. Op Cathedra Petri Anno 1685 hebben Lambert en Joannes Timphuijs voor drij naest volgende jaaren gepaght vierthijn hondt landts leggende in de smaghtkemp van 't eerwaerdige Capittel tot Cranenburgh schijtende langhs den huijghen graeff.
  6. Den 17 februari 1686 hefft Willem van Bergheren voor drij vaste jaaren gepaght onder de vicarie gehoorende smalen hoeffslagh schijtende met een eindt aen het bowlandt ende het onderste aen Leuther mehr, met de een sijde langhs den hoffslagh gehoorende onder de Pastorie tot Zeffelijck, aen de ander sijde baven langhs Willem van Bergerens kampken, ende volgende langhs het hoijmakers kampken gehoorende onder de Vicarie van heer Steenhoff tot Cranenborgh.
  7. Anno 1683 hefft Jan Heijltiens aengenomen ten halven te bowen een stuck bowlandts schijtende met het bovenste eindt als mede een sijde langhs den kaijdijck en de ander sijde langhs een stucksken landts gehoorende aen den heer van Wachtendonck ende het onderste eindt aen het landt soe onder het boetschap van Zeffelijck gehoort.
  8. Dito hefft Jan Heijltiens oock ten halven te bowen aengevangen een vierkantigh stucksken leggende in den Engen met een sijde langhs een smal stucksken gehoorende onder de pra'bende van den heer van den Bosch met de volgende langhs een hoeck van een kampken gehoorende onder de pra'bende der jesuiten tot Emmerick als oock het boeden kampken d'ander sijde langhs Lambert Verheijens erff volgende langhs den voetpat.
  9. Ten lesten heefft des vicarie een uijtganck uijt den pol van Overbeek saliger ad vijff gulden cleeffs jaarlijcks.

Terug naar Onderzoek