De drie Budelse molens

Het mag uniek genoemd worden in Noord-Brabant dat een dorp maar liefst drie gerestaureerde en in gebruik zijnde windmolens bezit. Aanvankelijk had Budel een uit de middeleeuwen stammende molen, waarvan de heer van Cranendock, waartoe Budel na 1421 officieel behoorde, de molenrechten bezat ('molendwang'). De molen is afgebrand in 1921 en nooit meer opgebouwd. Toen het alleenrecht om deze molen te laten malen in de vorige eeuw door een tijdelijke sluiting niet uitgeoefend kon worden, werd een tweede molen gebouwd:

"Nooitgedacht"

Meemortel 24
Deze ronde stenen stellingkorenmolen werd in 1846 gebouwd door de uit Bree (BelgiŽ) afkomstige J.A. Gors en is nog zoveel mogelijk in gebruik voor het malen van granen.
Molenaar Gors verpachtte de molen aan Jan Rooijmans, maar plaatste er in 1867 zijn eigen zoon Hendrik op, toen die zijn studie aan het Groot Seminarie staakte. Rooijmans bouwde daarop in 1869 een eigen molen, de derde in Budel, Zeldenrust.

"Zeldenrust"

Burgemeester van Houtstraat 60
Dit is een ronde stenen bergmolen, zoals gezegd, van 1869. De molen is een bovenkruier, oorspronkelijk met een molenberg, thans omgeven door een pakhuis. Deze molen beheerst samen met de andere twee nog resterende molens het dorpsbeeld van Budel op markante wijze.

"Janzona"

Grootschoterweg
Janzona betekent: 'zoon van Janssen'. Het gaat hier om een achtkantige bergkorenmolen. Deze is in 1937 van Venlo naar Budel-Schoot overgebracht. Na een grondige restauratie in 1980 is de molen weer helemaal maalvaardig.
De molen "Janzona"