De geschiedenis van Budel-Dorplein

In het voorjaar van 1892 vatten enkele grootindustriŽlen het plan op tot stichting van een zinkfabriek in Nederland, omdat ze in de omgeving van Luik geen concessie kregen. Het waren de heren Lucien en Emile Dor en Francois Sepulchre uit het Luikerland. In eerste instantie probeerden ze uit te wijken naar Weert, maar dat stuitte op lokale weerstand. Grenzend aan Weert lag echter de gemeente Budel, een in die tijd nog geheel agrarische gemeenschap met weinig economisch perspectief. Op 7 juli 1892 kochtten zij van de gemeente Budel ongeveer 628 hectare grond. Het terrein was gelegen in het zuidelijke, moerassige en onbewoonde gedeelte van de gemeente. Het gebied lag tussen de spoorlijn Antwerpen-MŁnchen-Gladbach en de Zuid-Willemsvaart. Deze spoor- en waterweg vormde een onmisbare schakel in de aan- en afvoer van grondstoffen, steenkolen, ertsen, bouwmaterialen en afgewerkte producten. Op 14 september 1892 vond de officiŽle oprichting plaats van de Kempensche Zinkfabriek. Het moerassige terrein van de Loozerheide werd allereerst gedraineerd. De grote vennen, zoals het Ringelsven, bleven bestaan om als koelreservoirs te kunnen dienen. Er werd een dijk aangelegd, waarop later de trein naar Budel-Schoot zou rijden en een haven met takelinstallaties, die werd voltooid in 1896. Smalspoorlijnen vormden de verbinding met het kanaal en het station en maakten aldus het vervoer mogelijk van zowel producten als personeel. De wegen werden met de bij de zinkwinning vrijkomende zinkassen verhard.
Door de afgelegen ligging en het ontbreken van openbaar vervoer moest voor het personeel een nieuwe vestigingsplaats gecreŽerd worden. Een van de directeuren, Emile Dor tekende zelf de situering van de straten, huizen, de fabriek en andere voorzieningen: "Le projet de Dorplein". In december 1892 werkten er al 110 arbeiders in de snel opgetrokken fabriek, die was gesitueerd ten noorden van de nederzetting, gunstig ten opzichte van de heersende wind. Het fabrieksdorp, dat aanvankelijk Nieuwdorp ("De Auw Hei") heette, kreeg op 5 september 1893 van gemeentewege de naam Dorplein als eerbetoon aan de gebroeders Dor.
Het dorp kent een heldere stedenbouwkundige opzet met de recht op de fabriek gerichte Hoofdstraat en de eveneens op het bedrijf georiŽnteerde diagonale A. Stevenstraat, die ongeveer de oeverlijn van het Ringelven volgt. Haaks op de Hoofdstraat staat de zichtlijn van de kerk naar de witte directeursvilla. Deze villa met haar landschapstuin en aansluitend het kantinegebouw met plein, deelt het dorp in tweeŽn. Ten oosten ligt een driehoekig gedeelte met vrijstaande woningen op ruime percelen. Ten westen ligt een rechthoekig gedeelte met elf dwarsstraten, waarvan er uiteindelijk slechts drie bebouwd werden, te weten de St. Josephstraat, de Liedekerkestraat en de Sepulchrestraat. Noordelijk van de Hoofdstraat lopen drie geknikte straten naar de fabriek toe, waarvan er een langs het kerkplein loopt. In 1918 doorbrak men het oorspronkelijke plan met een dwarsstraat, de Rector van Nestestraat. Alles werd gebouwd in Waalse stijl in contrast met het landelijke Budel.
Door de afgelegen ligging van het fabrieksdorp ontstond er een sterke band tussen werkgever en werknemers. Er werd ruimte gecreŽerd voor voorzieningen die het zelfstandige karakter van de gemeenschap benadrukken. Centrum van het gemeenschapsleven was het reusachtige Hotel St. Joseph, oftewel de Cantine, nu Asielzoekerscentrum. Het gebouw herbergde logiesruimte voor vrijgezellen, een jongens en een meisjesschool, een bakkerij, een was- en strijkinrichting, een toneelzaal, winkel, ziekenzaal, klooster en kapel. Het geheel werd beheerd door zusters onder de supervisie van de familie Dor. Naast de Cantine lag een groot vierkant plein met kiosk.
De zelfvoorziening werd verder geaccentueerd door de bouw van een boerderij aan de Gebr. Looymansstraat en de aangelegde boomgaarden en tuin van de kloosterzusters. Later is een tweede boerderij gebouwd, Boszicht.
Dorplein was vanaf het begin een rectoraat en is pas later een parochie geworden. De missen werden gedaan in de fabriekskapel en in de kapel in de Cantine. De huidige St. Josephkerk werd pas in 1951-1952 gebouwd.
De inmiddels weer verlaten school met onderwijzerswoning werd in 1912 gebouwd.