De geschiedenis van Budel-Schoot

Het ontstaan van het dorp Budel-Schoot uit de gehuchten Groot- en Kleinschoot

Rond 1880 was Budel-Schoot nog geen zelfstandige dorpsgemeenschap. Het bestond uit twee gehuchten Groot-Schoot en Klein-Schoot. Het waren gewoon twee gehuchten van Budel, net zoals de Toom, Broekkant, Meemortel, Bosch, Heesakker enz. De gehuchten zijn ontstaan door uitbreiding vanuit het centrum. Waarschijnlijk zijn Groot- en Klein-Schoot gelijktijdig of iets later ontstaan dan de eerste gehuchtenkrans (Molen, Heesakker, Kuipershoek).
In 1880 woonden er in Groot- en Klein-Schoot samen nog maar 27 gezinnen. Op Groot-Schoot stonden meer huizen dan op Klein-Schoot, vandaar de namen. Langs de huidige Grootschoterweg stonden nog maar 4 huizen. Dit was dan ook niet de hoofdverbinding met Budel-Dorp zoals tegenwoordig. Het was gewoon een smal karrenspoor. De weg die Groot-Schoot met Budel verbond liep door de Poel langs het sportpark naar Budel. De verbindingsweg van Klein-Schoot naar Budel liep vanaf Midbuul naar het huidige kerkhof en voor dit kerkhof langs via de Kleinschoterstraat naar Klein-Schoot.
Door de wat afgelegen ligging en slechte verbindingen leefde Schoot vele eeuwen lang haar eigen geďsoleerde leven. De kinderen gingen in Budel naar school en ter kerke ging men in Budel of Hamont. Het was een kleine arme leefgemeenschap. Een tevreden gemeenschap die hoofdzakelijk leefde van landbouw en veeteelt en waar burenhulp hoog in het vaandel stond. Beide gehuchten lagen aan de rand van een heidegebied, hetgeen de naam ook zegt: Schoot betekent een zoom van akkers aan de rand van de heide. Deze heidegebieden waren zeer belangrijk voor de landbouwers. Hierop graasden o.a. de schapen. De plaggen van de heide werden in de potstal vermengd met mest van het vee. Dit mengsel was nodig om op de akkers granen te kunnen verbouwen, o.a. op de Schoterakkers, het akkercomplex gelegen tussen het huidige Budel-Schoot en Midbuul.
Waarschijnlijk zouden Groot- en Klein-Schoot altijd boerengehuchten gebleven zijn als er zich in de vorige eeuw geen plotseling drastische wijzingen hadden voorgedaan, waardoor de gehuchten Groot- en Klein-Schoot aaneen smolten, zich uitbreidden en ontwikkelden tot een kerkdorp van Budel.
In 1826 was de Zuid-Willemsvaart klaar gekomen, een belangrijke waterweg die indirect grote invloed heeft gehad op de uitbreiding van Budel-Schoot rond de eeuwwisseling.
Aan de geďsoleerde ligging van de beide gehuchten kwam in 1879 plotseling een einde met de openstelling van de spoorlijn Antwerpen-München-Gladbach. De spoorlijn liep langs de beide gehuchten over hun grondgebied. Omdat Schoot ook grensstation was met douanefaciliteiten, ging het een belangrijke plaats innemen in het totale verkeer van het spoor. Er werd een groot emplacement aangelegd, een groot stationsgebouw, de nodige wachthuisjes en douanehuizen. Rondom het stationsplein verschenen al spoedig de nodige cafés, winkels en zelfs een hotel-restaurant.
Voor de aan- en afvoer van goederen en personen naar het station waren er ook betere verbindingen nodig. De oude zandweg die Groot-Schoot via de Poel met Budel verbond voldeed nu niet meer en was bij slechte weersomstandigheden helemaal onbegaanbaar. Voor een goede verbinding met het station moest er een nieuwe weg komen. De gemeenteraad van Budel besloot tot de aanleg van een nieuwe verkorte weg van Budel via Midbuul door de Schoterakkers naar het station. In 1882 kwam deze weg gereed, een bestrating van kinderkopjes, hetgeen in die dagen de gebruikelijke straatstenen waren. Dit alles had tot gevolg dat er meer economische activiteiten op Schoot kwamen en er zich meer mensen op schoot gingen vestigen.
Al bij al moet het voor de Schoter bevolking een geweldige verandering betekend hebben. Plotseling waren de Schotenaren uit hun isolement verlost en kwam er een einde aan het rustige, kalme leven, dat ze eeuwenlang geleefd hadden.
De "grote groei" van Budel-Schoot kwam echter pas goed op gang na de vestiging van de zinkfabriek in, wat nu heet Budel-Dorplein. De Waalse industriëlen Sepulchre en de gebroeders Dor kochten van de gemeente Budel in 1892 +/- 628 hectare woeste grond om er hun zinkfabriek te bouwen. Voor de vestiging op deze plaats waren drie dingen belangrijk: 1. De aanwezigheid van woeste en onbewoonde grond. 2. De aanwezigheid van een waterweg (de Zuid-Willemsvaart) en 3. De aanwezigheid van een spoorverbinding (Antwerpen-München-Gladbach). Voor de bouw en productie werden veel arbeiders uit de naaste omgeving aangetrokken. Er werd een nieuw dorp gesticht, maar ook op Schoot gingen zich steeds meer mensen vestigen. Zodoende groeide, in tegenstelling tot de andere gehuchten, Schoot uit tot een echt dorp. (Voor meer informatie over de zinkfabriek ga naar de geschiedenis van Budel-Dorplein.)
Door de afstand tot Budel en de bewustwording door de contacten van de Schotenaren met andere mensen werd het verlangen naar een eigen kerk en school steeds groter.
In 1906 kreeg Schoot een eigen bijzondere school aan de Grootschoterweg aan de rand van het dorp. Dit omdat het gemeentebestuur ook kinderen van Midbuul, Grensweg en Heikant naar deze school wilde laten gaan. De huidige school, aan de P. Ullingsstraat, is in het centrum van het dorp gelegen.
In 1908 kreeg Schoot een eigen kerkje, waar de kapelaan van Budel de Heilige Mis kwam opdragen op zon- en feestdagen, op de eerste vrijdag van de maand en in mei en oktober op alle werkdagen. In 1917 werd Schoot een eigen parochie. Het eerste kerkje was al spoedig te klein en in 1929-1930 werd de nieuwe huidige kerk gebouwd en in gebruik genomen.