| Geschiedenis,
Misselijkheid en malaise bij chemotherapie en radiotherapie, Het homeopatisch geneesmiddelenbeeld. Zie verder in: DE KRACHT VAN DE NATUUR |
|
Alleen de vrouwelijke plant van de Cannabis Sativa
en Cannabis Indica bevatten in belangrijke mate werkzame stoffen. Zeker wanneer de plant zo gekweekt wordt, dat ze haar kracht niet hoeft te verbruiken met het produceren van zaadjes. De plant bevat meer dan 460 bekende bestanddelen, waarvan er meer dan 60 een uitgesproken werking hebben. Een bestanddeel, het THC(delta-9-tetrahydrocannabinol) heeft een zeer uitgesproken psychische werking en werkt ook anders dan de andere bestanddelen van cannabis. Er komen nog andere stoffen in de plant voor, die even potent zijn als THC, zoals een kristalijne werkzame stof: Cannine. deze stoffen komen in grote hoeveelheden voor in de gedroogde plant. RECREATIEF GEBRUIK VAN CANNABIS. Zoals gezegd geeft het gebruik van cannabis een duidelijk psychisch effect. Het belangrijkste doel van het gebruik van cannabis is om een zogenaamd "high" gevoel te bereiken. Dit gevoel van high zijn wordt bereikt door het roken van de toppen van de bloemen van de gedroogde vrouwelijke plant. Hiertoe wordt wat marihuana (zo heet gedroogde cannabis) samen met wat tabak in een sigaret opgerookt. Ook kan men van de gedroogde plant thee zetten en deze opdrinken. Een andere mogelijkheid is om b.v. de gedroogde plant in een cake meebakken en deze opeten. Spoedig na inname bespeurt men een licht gevoel in het hoofd en beginnen geluiden vreemd te klinken, net alsof je in een holle ruimte zit. Ook lijkt alles trager te gaan. Men wil lekker onderuit zakken en genieten van de weldadige rust die zich nu manifesteert. Bij een te grote dosis zal men zich draaierig en misselijk gaan voelen. Ook het gebruik van alcohol tezamen met marihuana kan vervelende problemen geven. Tegenwoordig zijn er veel soorten cannabis te krijgen. Ze worden in veel soorten en kwaliteiten gekweekt. Ook de sterkte kan verschillen. De beste soorten zijn tegenwoordig 17 keer sterker dan de oorspronkelijke soort. Zo kan cannabis zeer rustgevend werken met b.v. een gevoel van lood in de benen. Men voelt zich heerlijk rustig, maar is tot zeer weinig in staat. Er zijn ook soorten die de geest actief maken. het lijkt net of diegene zich "wijzer" voelt. Gevoel van helderziendheid en heldervoelend is niet zeldzaam. Het is net alsof je de wereld beter aan kunt. Een geoefende cannabisgebruiker kan indien hij wil zijn eigen gevoel creëren. Na ongeveer 1 uur (afhankelijk van soort en sterkte) neemt het effect af en voelt men zich weer normaal. Het rustige gevoel blijft nog een tijdje achter. Plotselinge schrik en citrusvruchten kunnen het effect in een klap weghalen. top MEDISCH GEBRUIK VAN CANNABIS Gebruik van cannabis kan recreatief zijn, maar ook medicamenteus. Van marihuana wordt door een gestaag groeiende groep van medici en patientenverenigingen beweerd dat het beide is. Al vanaf het begin van de 70er jaren is er door een groep medisch pleitbezorgers in de V.S. en Europa voor het medisch gebruik van marihuana voor de bestrijding van misselijkheid bij chemotherapie en bestraling (bij kanker en aids), voor de behandeling van glaucoom (marihuana verlaagt de oogboldruk), als middel tegen m.s. ( multipele sclerose) en bij chronische pijn (o.a.reuma). Marihuana bestrijdt niet de pijn, maar kan ondersteunend werken bij andere pijnbestrijders. De medicinale werking van cannabis was eigenlijk al duizenden jaren bekend en werd al in 2737 v. Christus op een lijst van geneesmiddelen beschreven door de Chinese keizer Shen-Nung. In het begin van deze eeuw toen de farmacologische industrie opkwam was er voor een geneeskrachtig kruid geen plaats meer. Marihuana was niet te injecteren en men wilde het geneeskrachtig kruid ook niet registreren of patenteren (om de eenvoudige reden dat er weinig te verdienen viel). Onder politieke druk werd het kruid tussen de gevaarlijkste stoffen in de opiumwet geplaatst, zodat onderzoek, bezit of het gebruik strafbaar werd. Toen het recreatieve gebruik van marihuana in de jaren 60 in de mode raakte, kwam ook de medicinale werking weer onder de aandacht. Soms bij toeval, zoals bij glaucoom, maar vaak door patiënten die zelf marihuana recreatief gebruikten en zo achter de medicinale werking kwamen en hun behandelend arts hiervan op de hoogte brachten. Ook de geestverruimende werking van marihuana was voor de wetenschappers een bron van onderzoek, waarbij ook veel medicinale eigenschappen van marihuana werden ontdekt. Toch wordt de herintreding van marihuana binnen de gezondheidszorg nog voor altijd bedreigd door het recreatieve gebruik ervan. Voor - en tegenstanders van het softdruggebruik zien de medicinale werking ervan als een speerpunt van hun strijd tegen of voor het gebruik, zodat wetenschappers en artsen bang zijn om gezien te worden als voor - of tegenstander van het recreatieve gebruik van marihuana. Duidelijk moet zijn dat legalisatie van marihuana als drug, of voorschrijfbaarheid van een medicijn twee totaal verschillende zaken zijn. Het medicinaal gebruik van marihuana gaat terug tot 4000 voor Christus en werd vervolgens door de eeuwen heen reeds weer gesignaleerd, meestal in de vorm van tincturen en zalven of in de vorm van thee. Tegenwoordig wordt het kruid meestal gerookt, maar recreatief gebruik in de vorm van thee of gebak komt ook frequent voor. Hierbij moet worden aangetekend dat ook hier weer recreatief en medisch gebruik gescheiden dient te worden, omdat men bij het recreatieve "high" (bijwerking van marihuana) wil worden. Bij het medisch gebruik van marihuana wil men de medicinale werking van het kruid ondergaan zonder al te veel last te hebben van deze bijwerking. De toxiteit van cannabis is ongekend laag: de therapeutische index voor muizen is 40.000! Hiermee zou marihuana in zijn natuurlijke vorm de veiligste therapeutische substantie zijn die er is. Marihuana is niet geregistreerd als geneesmiddel, de kwaliteit (o.a. een constante samenstelling) en de veiligheid (met name op de langere termijn) zijn niet vast gesteld. top MISSELIJKHEID EN MALAISE BIJ CHEMOTHERAPIE EN RADIOTHERAPIE. Dit betreft de meest veelbelovende toepassing van marihuana binnen de gezondheidszorg. Het gebruik van marihuana bij bovengenoemde indicatie, is op een enkele uitzondering na, beslist positief te noemen. Naar deze toepassing is in ruime mate klinisch onderzoek gedaan ook in Nederland. Reeds in 1976 werd door de oncologische afdeling van het Academisch Ziekenhuis in Leiden onderzoek gedaan naar de effecten van het roken van marihuana op de gevolgen van chemotherapie. Algemeen wordt bevestigd dat marihuana het subjectieve ziektegevoel sterk verminderd. Essentieel is dat er niet te hoog wordt gedoseerd. Bij een pilotstudie in het Academisch Ziekenhuis Dijkzigt te Rotterdam ontdekte men dat de gevolgen van chemokuur bestreden kan worden met het zetten van thee van marihuana, nl. 1 gram op 1 liter water en 15 minuten laten pruttelen/doorkoken. Doordat de werkzame stoffen uit marihuana slecht oplossen in water, komt er maar een klein beetje van de werkzame stof in de thee terecht, zodat overdosering is uitgesloten. Gezien de halfwaardetijd van ongeveer 36 uur van de werkzame bestanddelen is gedurende de kuur een kop (0,2) liter van deze thee per dag gedurende de chemokuur voldoende. Van deze thee wordt men ook niet "high", het enige wat men hierbij kan ervaren is een vergroting van het relativeringsvermogen alsmede een toegenomen vermogen om te leven in het "hier en nu". Toch hebben de meeste patiënten de voorkeur voor het roken of vaporiseren van de marihuana, immers het effect treedt direct in. Dit in tegenstelling tot de orale weg, waarbij het zeker 1 tot 2 uur duurt eer men iets bemerkt. Ook als men te ziek is om iets tot zich te nemen lijkt het roken en vaporiseren een oplossing. Bij het roken/vaporiseren komt er ook een andere stof vrij, genaamd, CBD die angstdempende eigenschappen bezit. Al met al blijken de resultaten van marihuana als therapie voor misselijkheid en malaise bij chemotherapie en radiotherapie hoopvol, waarbij de verbetering van levenskwaliteit o.a. door een verhoogde eetlust en een verbeterd welbevinden op de voorgrond staat. top CANNABIS EN GLAUCOOM Het effect van marihuana op de oogboldruk werd bij toeval ontdekt toen de politie van Los Angeles een onderzoek deed naar de pupilgrootte als het gevolg van het gebruik van marihuana in de hoop hierbij personen die zij van het gebruik van marihuana verdachten te kunnen arresteren. Het verschil in pupilgrootte (een lichte vernauwing) bleek irrelevant, echter er werd een opvallende verlaging van de oogboldruk vastgesteld. Met betrekking tot de therapeutische waarde van marihuana bij glaucoom zijn alle rapporten en onderzoeksresultaten eenduidig en gelijkluidend. Marihuana is zowel in dierexpirimenteel als bij humaan onderzoek een goede verlager van de oogboldruk met ten opzichte van de gebruikelijke antiglaucoommiddelen, geringe bijwerkingen. Uit dierexpirimenteel onderzoek blijkt dat marihuana ook als tinctuur lokaal werkt (b.v. oogdruppels), maar dit heeft nog niet tot vervaardiging van bruikbare druppels geleid. top (M.S) MULTIPELE SCLEROSE Met betrekking tot het effect van marihuana op
multipele sclerose is wellicht het volgende voorbeeld illustratief. |
| Om een homeopatisch middel te maken worden de
bloemtoppen van zowel de vrouwelijke als de mannelijke planten
verzameld. Deze worden samengeperst en het sap wat vrijkomt wordt vermengd met alcohol. Nu heeft men de oertinctuur. Sommige adviseren alleen het gebruik van de vrouwelijke planten. top HET HOMEOPATISCH GENEESMIDDELENBEELD VOLGENS KENT. De overeenkomsten tussen Cannabis Indica en Cannabis Sativa zijn opvallend groot en hebben ertoe dat beide als identieke middelen worden gezien. Beide geneesmiddelen worden dikwijls met elkaar verwisseld en het ene geneest verschijnselen die door het andere worden teweeggebracht. Het mentale beeld en de urinewegsymptomen zijn zeer verwant. De gewaarwording van open-en dichtgaan is genezen met zowel Cannabis Sativa en Cannabis Indica. De dingen lijken vreemd en onwerkelijk. Lijkt te dromen. Weet niet wie hij is. Maakt schrijf- en spreekfouten en begrijpt wat hij leest en hoort verkeerd. Geluiden in de kamer lijken van ver weg te komen. Als hij praat heeft hij de indruk dat iemand anders aan het woord is. Zintuiglijke functies lijken te vervagen. Vertwijfeld in de voormiddag, levendig 's middags. Durft niet naar bed te gaan. Hysterisch gevoel in de keel. Angstige onrust in de maag. Verwardheid en duizeligheid. Bloedaandrang naar het hoofd, alsof het bloed opstijgt vanuit de maag. Openen en sluiten van het schedeldak, begint bij het wakker worden, houdt de gehele dag aan en is slechter bij geluid. Gevoel alsof druppels water op de behaarde hoofdhuid vallen. Formicatie. Conjunctivitis en spataderen. Gevoel van zand in de ogen. Geluiden in de oren. Gewaarwording dat de neus groter is. Epistaxis. Druk in de neuswortel. Droge neus. Een wang rood, de andere bleek. Vieze smaak. Bemoeilijkte spraak. Droge mond en keel. Aversie tegen vlees. Oprispingen, bitter, zuur, smakeloos. Neusontsteking. Pijn als van een zweer in de nieren. Oedeem van de voorhuid met gonorroe. Dikke,gele uitscheiding bij gonorroe. Branden in de urethra tijdens en na de urinelozing. Steken in de urethra tijdens het plassen. Urethra opgezet en gevoelig. Chorda venerea. Brandend gevoel aan het begin en het einde van de mictie. Steken in de urethra, onafhankelijk van de urinelozing. Heel moeilijke en pijnlijke urinelozing. Pijn vanaf de mond van de urethra, omhoogtrekkend door de urethra, tijdens mictie.Naar buitendrukkend gevoel aan de mond van de urethra na plassen(bij vrouwen). Hevige urinedrang. Constante of herhaaldelijke behoefte om te plassen. Onwillekeurig urineverlies. Heftige pijn aan het eind van de mictie. Bloederige urine. Spastische afsluiting van de blaashals aan het einde van de mictie. Urethritis. Ontsteking en sterke zwelling van de uitmonding van de urethra met brandende pijn tijdens urinelozing (bij vrouwen). Hoge geslachtsdrift (beide seksen). Sterke oedemateuze zwelling van de voorhuid. Heeft bepaalde faam bij steriliteit van vrouwen en mannen. Overvloedige menses. Witte vloed bij jonge meisjes. Gonorroe. Bloeding uit de baarmoeder na de bevalling. Dreigende miskraam. Catarre van de borst. Bronchitis met
piepende ademhaling. Astma, wil de ramen open. Groen, taai sputum. Zoutig sputum.
Hoest met bloedspuwen. Stekende pijn in de pleura. Astma
met blaasklachten. Hartkloppingen. |