De
geleider dient met zijn hond het patroon te volgen dat door de keurmeester is
aangegeven. (zie tekening)
omschrijving van het terrein
Voor de uitvoering van de
volgoefeningen moet een overzichtelijk, goed begaanbaar en met de fiets
berijdbaar terrein aanwezig zijn van zodanige afmetingen dat de oefeningen naar
behoren uitgevoerd kunnen worden.
omschrijving van de te gebruiken
materialen
Piketten of pionnen om het te volgen
patroon te markeren zoals op de tekening is aangegeven.
Bij alle volgoefeningen dient de
keurmeester zich bij plaats A op te stellen.
De keurmeester wijst de geleider het
te volgen patroon aan.
De volgoefeningen mogen slechts met uitmuntend worden
gewaardeerd, indien het geheel correct wordt uitgevoerd.
·
De geleider dient met zijn hond het
patroon te volgen dat door de keurmeester is aangegeven.
Hij volgt
met zijn hond van "A" via "B" naar "C", dan naar
"D" en vervolgens terug naar "A".
·
De markeringen dienen
aan de buitenkant gepasseerd te worden, behalve bij markering “A”,
daar mag het naar keuze van de geleider.
De hond mag de geleider niet hinderen en het volgen moet
opmerkzaam gebeuren.
·
De geleider mag geen enkel voorwerp
in de hand dragen.
·
Behalve voor het geven van de
noodzakelijke commando’s mag de geleider tijdens het volgen niet tegen de hond
spreken of op enige andere wijze een teken aan de hond geven.
·
Tijdens het volgen hoeft de hond
niet naar de baas te kijken om met uitmuntend gewaardeerd te kunnen worden.
Het volgen
moet opmerkzaam gebeuren, wat ook kan betekenen aandacht voor de omgeving.
·
De hond hindert de geleider.
·
De hond volgt niet opmerkzaam of
volgt te ver voor, achter of zijwaarts.
·
De hond passeert de markering aan de
binnenzijde.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De oefening begint als de hond is aangelijnd en eindigt
als hij is afgelijnd.
omschrijving
van de materialen
De lijn moet
een lengte hebben van 1 meter.
De keurmeester zegt wanneer de geleider de hond moet
aanlijnen.
De hond volgt met de schouder dicht naast de geleider.
·
Bij het volgen is de lijn gespannen.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De oefening begint op een teken van de keurmeester en
eindigt als de geleider met zijn hond weer naast de keurmeester heeft
plaatsgenomen.
De keurmeester geeft de geleider de twee plaatsen aan,
waar hij de hond hoorbaar voor de keurmeester moet omcommanderen.
·
Bij
het omcommanderen op de aangegeven plaatsen moeten de commando’s hoorbaar zijn
voor de keurmeester.
De hond volgt met de schouder dicht naast de geleider.
Op commando van de geleider moet de hond achter de
geleider om van plaats verwisselen.
Het verwisselen van plaats moet door de hond op vlotte
wijze gebeuren, zonder dat hij daarbij zijwaarts afwijkt.
·
De
geleider mag commando’s geven om de hond aan de gewenste zijde te krijgen.
·
De
oefening wordt ten hoogste met 2 punten gewaardeerd als de geleider op de
aangegeven plaats(en) geen commando geeft.
·
De oefening wordt ten hoogste met 2 punten gewaardeerd als
de hond beide malen op commando van de geleider niet van plaats verwisselt.
1 Punt wordt in mindering
gebracht als de hond 1 keer niet van plaats verwisselt.
·
1 Punt wordt in mindering gebracht telkens als de hond uit
zichzelf van plaats verwisselt.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De
oefening begint als de geleider met zijn hond op 2 meter van de fiets is
aangekomen.
De oefening is geëindigd nadat de geleider de fiets heeft
weggezet en zijn hond heeft meegenomen.
omschrijving
van de te gebruiken materialen
Een fiets van deugdelijke kwaliteit.
·
Om deze oefening uit te voeren gaat de geleider met zijn
hond naar de fiets, die op ongeveer 10 meter van de keurmeester staat.
·
Vervolgens gaat hij met de fiets aan de hand en de hond
rechts daarnaast naar de keurmeester toe en stelt zich rechts naast de
keurmeester op.
Het ophalen en terugbrengen van
de fiets moet lopend gebeuren.
Na het wegzetten van de fiets
keert de geleider met zijn hond terug naar de keurmeester.
Bij de fiets aangekomen moet de hond - al of niet op
commando van de geleider - achterom naar de rechterzijde van de fiets gaan.
De hond dient steeds rechts en onmiddellijk naast de fiets
te volgen, ook wanneer de geleider de fiets aan de hand meevoert.
Bij
het wegzetten van de fiets moet de hond via de achterkant van de fiets bij de
geleider terugkomen.
Als de hond eerder halt heeft gehouden dan is deze regel
uiteraard niet van toepassing.
De hond mag niet zijwaarts afwijken of verder vooruit
lopen dan met de neus ongeveer ter hoogte van de as van het voorwiel en niet
verder naar achteren dan ongeveer met de neus ter hoogte van de trapas.
·
Bij hoge uitzondering en slechts met toestemming van de
keurmeester mag de geleider in plaats van te fietsen de fiets aan de hand
meevoeren.
·
De
geleider mag de fiets niet naast de hond zetten.
- tolerantie
· Zowel bij het ophalen als het wegbrengen van de fiets mag de hond -al of niet op commando van de geleider - binnen twee meter van de plaats waar de fiets staat of moet worden weggezet, halt houden.
·
1 Punt wordt in mindering gebracht als de hond het - al of
niet op commando van de geleider - achterom naar de rechterzijde van de fiets
gaan niet heeft getoond.
·
Hetzelfde is van toepassing als de hond bij het wegzetten
van de fiets niet via de achterzijde terug komt met uitzondering van de situatie
dat de hond eerder halt heeft gehouden.
·
Er
vindt een lagere waardering plaats als de hond niet steeds rechts en
onmiddellijk naast de fiets volgt.
De hond moet op de plaats die de
keurmeester heeft aangewezen, blijven liggen.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De
oefening begint als de geleider van de keurmeester een teken krijgt om zich van
zijn hond te verwijderen.
De oefening is geëindigd als de geleider, na het teken
van de keurmeester, bij zijn hond is teruggekomen.
omschrijving
van het terrein
Het terrein moet zodanig van aard zijn dat de hond er goed
kan liggen en de geleider uit het zicht van de hond kan gaan en de keurmeester
daarentegen de hond goed kan observeren.
De keurmeester wijst de geleider de plaats aan waar de
hond moet blijven liggen.
De keurmeester geeft een teken wanneer de geleider zich
dient te verwijderen en wijst hem de plaats aan waar hij uit het zicht moet.
·
Op een teken van de keurmeester gaat de geleider naar een
plaats die de keurmeester hem aangeeft voor uit het zicht te gaan.
·
Nadat de geleider van de keurmeester een teken heeft
gekregen om zich van de hond te verwijderen, mag hij zijn hond geen teken of
commando meer geven.
·
Bij
de hond mag niets worden achtergelaten.
De
hond moet 3 minuten met aandacht voor zijn omgeving op zijn plaats blijven
liggen.
·
Als de
geleider zich verder dan 2 meter van de hond verwijderd heeft en toch nog aan
zijn hond een commando of teken geeft mag deze oefening niet worden gewaardeerd.
·
1 Punt wordt in mindering gebracht, als de hond even
opstaat, maar daarna direct gaat liggen.
·
2 Punten worden in mindering gebracht, als de hond blijft
zitten of staan zonder dat hij van zijn plaats gaat.
Een hond, die meer keren opstaat
en weer gaat liggen wordt hetzelfde beoordeeld en gewaardeerd als een hond, die
blijft zitten of staan, zonder dat hij van zijn plaats gaat.
De hond wordt getest op het
weigeren van aangeboden en toegeworpen voedsel.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De
oefening begint als de geleider van de keurmeester een teken krijgt om zich van
zijn hond te verwijderen.
De oefening is geëindigd, zodra de geleider met zijn hond
de plaats van uitvoering daadwerkelijk heeft verlaten.
omschrijving van de te gebruiken materialen
Het voedsel moet zodanig zijn, dat het niet kan wegrollen.
Ook moet het voedsel voldoende groot en makkelijk
hanteerbaar zijn voor de helper.
De keurmeester wijst de geleider de plaats aan waar de
hond moet blijven.
De keurmeester geeft
een teken wanneer de geleider zich dient te verwijderen en wijst hem de plaats
aan waar hij uit het zicht moet.
De helper nadert in gewone pas de hond aan de voorkant.
De helper dient, wanneer hij de hond tot op ongeveer 5
meter genaderd is, het voedsel duidelijk aan de hond te laten zien door zijn
hand met voedsel op heuphoogte te houden.
De
helper biedt zowel met de linker- als met de rechterhand de hond een stukje
voedsel aan.
Het
aanbieden mag slechts met één hand te gelijk gebeuren.
Als
de hond weigert laat de helper het voedsel vallen.
Het voedsel mag niet tegen de neus of in de bek van de
hond worden geduwd.
De
helper loopt na het aanbieden enige passen achteruit, staat dan stil en werpt de
hond hierna nog een stukje voedsel toe, waarbij hij erop let dat het voedsel
niet op of tegen de hond terechtkomt.
Daarna verwijdert hij zich enige passen achterwaarts van
de hond.
Als de hond tijdens de oefening de helper aanvalt, mag de
helper dan pas weer voedsel aanbieden als de hond hem heeft losgelaten.
De leider moet ervoor zorgen dat er voldoende geschikt
voedsel aanwezig is.
De leider moet ervoor zorgen dat na het einde van de
oefening het voedsel wordt weggehaald.
·
Op een teken van de keurmeester gaat de geleider naar een
plaats die de keurmeester hem aangeeft voor uit het zicht te gaan.
·
Nadat de geleider van de keurmeester een teken heeft
gekregen om zich van de hond te verwijderen, mag hij zijn hond geen teken of
commando meer geven.
De oefening mag alleen met “uitmuntend” gewaardeerd
worden als de hond het voedsel ook werkelijk weigert zonder zich van zijn plaats
te verwijderen.
·
Als de
geleider zich verder dan 2 meter van de hond verwijderd heeft en toch nog aan
zijn hond een commando of teken geeft mag deze oefening niet worden gewaardeerd.
·
Voor de beoordeling van de oefening maakt het geen
verschil of de hond staat, zit of ligt.
·
Telkens als de hond aan het aangeboden of toegeworpen
voedsel likt, wordt 1 punt in mindering gebracht.
·
2 Punten worden in mindering gebracht als de hond het
aangeboden of toegeworpen voedsel even in de bek neemt, maar direct weer
uitspuwt.
·
Valt de hond de helper tijdens de oefening aan, dan mag
deze oefening ten hoogste met een 3 worden gewaardeerd.
De
hond moet dan de helper wel uit zichzelf loslaten.
Is het voedsel nog niet aangeboden of toegeworpen, dan moet dit alsnog
gebeuren, tenzij de keurmeester “einde oefening” heeft aangegeven.
·
Toont de hond angst, door bij het aanbieden of toewerpen
van het voedsel zich van zijn plaats te verwijderen, dan kan de waardering ten
hoogste een 2 zijn.
·
Er vindt een lagere waardering plaats als de hond zich
tijdens de oefening
van zijn plaats verwijdert, zonder daarbij angst voor het aanbieden en/of
toewerpen van het voedsel te tonen.
·
Geen waardering zal plaatsvinden als een hond tijdens de
oefening zover van zijn plaats is gegaan dat het aanbieden en toewerpen van het
voedsel niet mogelijk is.
·
De oefening wordt met 0 punten gewaardeerd als de hond van
het voedsel eet.
De
hond mag van het voedsel dat verspreid op het veld en in de bak achter de
hindernis ligt niet eten en er niet aan likken.
omschrijving
van het terrein
Op het gedeelte van het terrein, waar de volg- en
springoefeningen en “het blijven liggen” worden uitgevoerd, moet ruimschoots
voedsel verspreid liggen.
omschrijving
van de te gebruiken materialen
Aan de achterzijde van de hindernis staat een bak met
voedsel.
De keurmeester bepaalt waar het voedsel komt te liggen.
De leider zorgt ervoor dat op aanwijziging van de
keurmeester voldoende geschikt voedsel verspreid wordt en verwijdert dit na
afloop van de oefeningen.
·
Telkens als de hond aan het voedsel likt wordt 1 punt in
mindering gebracht.
·
2 Punten worden in mindering gebracht als de hond het
voedsel even in de bek neemt, maar direct weer uitspuwt.
·
Als de hond van het voedsel eet, worden geen punten
toegekend.
De hond mag zijn aanwezigheid tijdens de oefening niet
verraden.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De
oefening begint als de keurmeester een teken geeft en zegt:” Nu begint de
oefening”.
De oefening is geëindigd als de keurmeester daartoe het
teken geeft.
omschrijving
van het terrein
De oefening moet worden uitgevoerd in een gedeeltelijk
bedekt terrein.
Het
aanwijzen van de plaats waar de oefening zal plaatsvinden dient door de
keurmeester op gedempte toon te gebeuren.
Deze plaats moet zodanig zijn gekozen, dat de geleider met
zijn hond - te rekenen vanaf de keurmeester - nog ongeveer 10 meter moet lopen.
De keurmeester die op ongeveer 10 meter van de plaats van
uitvoering staat, geeft bij het begin en het einde van de oefening een teken op
zodanige wijze, dat het duidelijk waarneembaar is voor de keurmeester die zich
op ongeveer 20 meter van de plaats van uitvoering bevindt.
Bij het begin van de oefening moet de keurmeester aan de
geleider duidelijk zeggen “nu begint de oefening”.
Op een afstand van ongeveer 20 meter van de geleider en
zijn hond bevinden zich enige personen, die na een teken van de keurmeester een
woordenwisseling nabootsen waarbij éénmaal wordt geschoten.
Om de oefening goed tot zijn recht te laten komen dient
tussen de woordenwisseling en het schot een kleine pauze in acht genomen te
worden.
·
De
geleider neemt met zijn hond de plaats van uitvoering in, die hem door de
keurmeester wordt aangewezen.
· Alle commando’s van de geleider mogen tijdens de oefening niet hoorbaar zijn voor de keurmeester die op 20 meter staat.
Uitmuntend
gedrag van de hond
De hond mag tijdens de oefening zijn aanwezigheid niet
verraden door te blaffen of door andere geluiden te maken, die hoorbaar zijn op
ongeveer 20 meter van de geleider en zijn hond.
Hij
mag zich evenmin van de geleider verwijderen.
·
Op de door de keurmeester aangegeven plaats
aangekomen, mag de geleider zijn vlakke hand losjes op de rug van de hond laten
rusten.
·
2 Punten moeten in mindering worden gebracht op “de
wijze van voorbrengen” als de geleider tijdens de oefening een luid commando
geeft.
Bij herhaling zal deze aftrek
nogmaals worden toegepast.
·
De hond mag bij deze oefening staan, zitten of liggen.
-
afwijkend
gedrag
·
Als de hond tijdens de oefening uit eigen beweging uit het
terrein komt, worden voor de oefening geen punten toegekend.
·
Er moet 1 punt gekort worden op de oefening als de
geleider duidelijk moeite moet doen om de hond op zijn plaats te houden.
De
hond moet zowel heen als terug over de hindernis en de kuil springen.
Bij de schutting is de terugsprong niet van toepassing.
omschrijving
van het terrein
Er moeten terreingedeelten
beschikbaar zijn, waar de hindernis, de schutting en de kuil voor de geleider en
de hond goed bereikbaar zijn.
De hindernis en de schutting dienen geheel vrij te staan
en de kuil dient geheel vrij te liggen.
Er dienen 3 springoefeningen uitgevoerd te worden, te
weten:
H, de hindernis;
I, de schutting;
J, de kuil.
De
keurmeester geeft een teken aan de geleider voor de heensprong en voor de
terugsprong.
Hij
dient de geleider voldoende gelegenheid te geven tot het geven van maximaal 4
extra commando’s.
Reageert de geleider niet, of springt de hond niet, dan
moet hij een duidelijk teken geven voor het einde van de oefening.
·
De geleider neemt met de hond naast zich plaats op
ongeveer 1 meter voor de hindernis, de schutting en de kuil.
·
De geleider geeft de hond na een teken van de keurmeester
een commando om te springen.
De hond wacht, geplaatst voor de hindernis, de schutting
en de kuil naast de geleider, het commando voor de heensprong af en volgt dat
commando op.
De
hond wacht het commando voor de terugsprong, aan de andere zijde, voor de
hindernis en de kuil af en volgt dat commando op.
·
Als de hond niet direct op het eerste commando heen- of
terugspringt, mag de geleider maximaal 4 extra commando’s geven.
·
Zodra de hond aan de andere kant van de hindernis, de
schutting en de kuil is aangekomen, mag de geleider één commando geven
teneinde de hond daar te doen blijven.
·
2 Punten worden in mindering gebracht als de geleider een
commando tot springen geeft voordat de keurmeester een teken gegeven heeft.
·
Na de heensprong mag de hond enige meters doorlopen,
voordat hij zich opstelt, voor de terugsprong, of om opgehaald te worden.
·
Na de terugsprong mag de hond eveneens enige meters
doorlopen, voordat hij naar de geleider gaat.
·
2 Punten worden in mindering gebracht als een hond het
commando tot springen niet afwacht.
·
Als de hond de heensprong niet maakt, worden geen punten
toegekend voor de oefening.
·
3 Punten worden in mindering gebracht, als een hond niet
terugspringt.
De hond moet op commando van de geleider zowel heen als
terug vrij over de hindernis springen.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De oefening begint als de geleider met zijn hond de plaats
voor de hindernis heeft ingenomen en eindigt op een teken van de keurmeester.
omschrijving
van de te gebruiken materialen
De hindernis moet dicht zijn, ongeveer 1.00 meter hoog,
1.25 meter breed en niet dikker dan
5 centimeter.
De hond springt zowel heen als terug vrij over de
hindernis.
·
Telkens als de hond niet vrij over de hindernis springt,
wordt 1 punt in mindering gebracht.
Steunt
de hond op de hindernis, dan worden telkens 2 punten in mindering gebracht.
Op commando van de geleider moet de hond over de schutting
klimmen.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING.
De oefening begint als de geleider met zijn hond de plaats
voor de schutting heeft ingenomen en eindigt als de geleider zijn hond heeft
meegenomen.
omschrijving
van de te gebruiken materialen
De
schutting moet ongeveer 1.75 meter hoog en 1.25 meter breed zijn.
Aan de achterzijde moet een afloopschot van dezelfde
breedte als de schutting aangebracht zijn onder een hoek van 45 graden en
beginnende 25 centimeter onder de bovenkant van de schutting.

De
schutting mag uitsluitend bestaan uit vlakke planken van gelijke dikte.
Het afloopschot moet zodanig geconstrueerd zijn, dat de
hond niet wegglijdt.
De keurmeester geeft de geleider een teken om zijn hond op
te halen.
·
De geleider haalt de hond op na een teken van de
keurmeester.
Op commando van de geleider moet de hond over de schutting
klimmen, het afloopschot benutten om op de grond te komen en daar blijven.
Daar
wacht de hond, al of niet op commando, tot hij opgehaald wordt door de geleider.
-
de
geleider
-
afwijkend gedrag
· 1 Punt moet in mindering worden gebracht als de geleider zijn hond ophaalt zonder een teken van de keurmeester
·
1 Punt wordt in mindering gebracht als de hond het
afloopschot niet benut.
·
1 Punt wordt in mindering gebracht als de hond van de
schutting terugvalt.
·
1 Punt wordt in mindering gebracht
als de hond de geleider tegemoet komt.
Op commando van de geleider moet de hond zowel heen als
terug over de kuil springen.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING
De oefening begint als de geleider met zijn hond de plaats
voor de kuil heeft ingenomen en eindigt op een teken van de keurmeester.
omschrijving
van de te gebruiken materialen
De kuil dient 2.25 meter breed, 3 meter lang en ongeveer 1
meter diep te zijn.
·
Als de hond met de achterhand tegen de rand van de kuil
springt, wordt 1 punt in mindering gebracht.
De hond moet drie kleine voorwerpen waaraan menselijke
lucht zit, opzoeken en apporteren. Voor deze oefening wordt een tijd van 7
minuten toegestaan.
HET
BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING.
De oefening begint als de geleider zijn hond laat zoeken
en eindigt als hij de kleine voorwerpen bij de keurmeester heeft ingeleverd,
tenzij de keurmeester de oefening beëindigt.
omschrijving
van het terrein
Er zijn 3 zoekterreinen beschikbaar en deze mogen niet aan
elkaar grenzen.
Elk
zoekterrein moet een afmeting hebben van 14 bij 14 meter.
Het moet laag begroeid zijn, bij voorkeur een kort gemaaid
grasveld.
Het zoekterrein moet gemarkeerd worden d.m.v. hoopjes
grond, graszoden, kalkstrepen of kalkhoeken.
omschrijving
van de te gebruiken materialen
Drie
kleine voorwerpen waaraan menselijke lucht moet zitten en van zodanig materiaal
vervaardigd, dat zij niet stuk gebeten kunnen worden. Eén der voorwerpen dient
een open patroonhuls van een pistool of revolver te zijn met een diameter van 9
mm en een lengte van
19 mm.
onderdelen:
1.
De wijze van zoeken.
2.
De wijze van apporteren van kleine voorwerpen.
De voorbereiding van de oefening zal uit het zicht van de
geleider en zijn hond plaatshebben.
De
keurmeester legt de kleine voorwerpen verspreid weg.
Bij meer keuringsdagen moet variatie in het wegleggen
worden aangebracht.
De op te zoeken voorwerpen mogen op geen enkele wijze
worden verstopt.
De keurmeester geeft de zijde aan waar de geleider moet
beginnen.
Als
de keurmeester ervan overtuigd is dat er geen door hem verspreide voorwerpen
meer liggen in het zoekterrein omdat de hond één of meer voorwerpen heeft
ingeslikt, geeft hij de geleider in overweging de oefening te beëindigen.
De
geleider bepaalt zelf of hij de oefening beëindigt.
In dat geval, wordt het getoonde werk tot op dat moment
beoordeeld en gewaardeerd.
Het moment van inlevering van de geapporteerde voorwerpen
bij de keurmeester is tijdsbepalend voor de beoordeling en waardering van deze
oefening.
Hij brengt de zoekterreinen in orde en zorgt voor de
markering.
·
De geleider moet aan het begin van de oefening buiten het
zoekterrein plaatsnemen aan de door de keurmeester te bepalen zijde.
Hij mag zich tijdens de duur van
de oefening niet van deze zijde verwijderen.
·
Alleen het op rustige wijze aanmoedigen tot het zoeken is
toegestaan.
Voor
onderdeel 1, “de wijze van zoeken”, worden ten hoogste 6 punten toegekend.
Dit zal het geval zijn, als de hond de 3 voorwerpen binnen
3 minuten heeft gevonden en geapporteerd. Of de hond “hoog” of “laag”
zoekt doet niet ter zake.
Het
apporteren moet op een vlotte manier gebeuren en omvat het geheel van het
oppakken van het voorwerp tot en met het bij de geleider brengen.
Voor ieder geapporteerd voorwerp worden ten hoogste 3
punten toegekend.
·
Verwijdert de hond zich tijdens het zoeken te ver van het
zoekterrein, dan mag de geleider hem terugroepen.
·
De geleider mag, als de hond een voorwerp heeft
geapporteerd en bij de geleider gebracht, een commando geven om los te laten.
·
Het is niet noodzakelijk dat de hond bij het apporteren
het voorwerp in de hand van de geleider deponeert.
Het is toegestaan dat de
geleider het geapporteerde voorwerp uit de bek van de hond haalt.
·
In geen geval mag er een commando of een teken tot
apporteren worden gegeven. Doet de geleider dit toch, dan wordt het betreffende
voorwerpje als niet gevonden beschouwd.
·
Het is niet toegestaan, dat een geleider - nadat zijn hond
één of twee voorwerpen heeft gevonden en geapporteerd - op eigen initiatief de
oefening beëindigt.
De keurmeester dient in dit
geval te eisen, dat de volle toegestane tijd wordt uitgezocht. Beëindigt de
geleider de oefening toch op eigen initiatief, dan vindt ervoor de gehele
oefening geen waardering plaats.
De geleider mag niet binnen het zoekterrein komen of zijn hond op overdreven wijze aanmoedigen tot zoeken.
de hond
·
Wanneer de hond tijdens het apporteren het voorwerp één
keer laat vallen, maar het direct weer oppakt en naar de geleider brengt, vindt
geen lagere waardering plaats voor onderdeel 2, “de wijze van apporteren van
kleine voorwerpen”.
·
Bij de geleider gekomen mag de hond - al dan niet op
commando - het voorwerp laten vallen.
·
Het licht beschadigen van de voorwerpen is toegestaan.
·
De hond mag tijdens het zoeken buiten het zoekterrein
lopen.
·
Indien meer dan 3 minuten nodig zijn voor het vinden en
het apporteren van de 3 voorwerpen, wordt het onderdeel 1, “de wijze van
zoeken”, met ten hoogste 4 punten gewaardeerd.
·
Laat de hond ander, niet bij het zoeken behorend, gedrag
zien, dan wordt op het onderdeel 1, “de wijze van zoeken”, minimaal 1 punt
in mindering gebracht.
·
Indien geen der voorwerpen wordt gevonden, kan het
onderdeel 1, “de wijze van zoeken”, ten hoogste met 2 punten worden
gewaardeerd.
·
Door
de hond ingeslikte voorwerpen worden als niet gevonden beschouwd. Hetzelfde
geldt voor voorwerpen, die wel gevonden zijn maar waar om diverse redenen geen
waardering voor kan worden toegekend.
·
Wanneer de hond een voorwerp ernstig beschadigt, vindt
voor het onderdeel 2, “de wijze van apporteren van kleine voorwerpen” een
aftrek van minimaal 1 punt plaats.
·
Slechts wanneer de hond het gevonden voorwerp laat vallen
op of over de helft van de afstand tussen de geleider en de plaats waar het
voorwerp is gevonden, mag de geleider het voorwerp gaan halen.
De geleider gaat daarna
onmiddellijk met zijn hond naar de zijde van het terrein, waar hij bij het begin
van de oefening diende plaats te nemen.
In dit geval vindt voor
onderdeel 2, “de wijze van apporteren van kleine voorwerpen”, een lagere
waardering plaats.