Afdeling 1

 

De Volgoefeningen A, B en C Algemeen

De geleider dient met zijn hond het patroon te volgen dat door de keurmeester is aangegeven. (zie tekening)

omschrijving van het terrein

Voor de uitvoering van de volgoefeningen moet een overzichtelijk, goed begaanbaar en met de fiets berijdbaar terrein aanwezig zijn van zodanige afmetingen dat de oefeningen naar behoren uitgevoerd kunnen worden.

omschrijving van de te gebruiken materialen

Piketten of pionnen om het te volgen patroon te markeren zoals op de tekening is aangegeven.

Aanwijzingen voor de keurmeester

Bij alle volgoefeningen dient de keurmeester zich bij plaats A op te stellen.

De keurmeester wijst de geleider het te volgen patroon aan.

De volgoefeningen mogen slechts met uitmuntend worden gewaardeerd, indien het geheel correct wordt uitgevoerd.

 Uitmuntend gedrag van de geleider

·       De geleider dient met zijn hond het patroon te volgen dat door de keurmeester is aangegeven.

Hij volgt met zijn hond van "A" via "B" naar "C", dan naar "D" en vervolgens terug naar "A".

·       De markeringen dienen aan de buitenkant gepasseerd te worden, behalve bij  markering  “A”, daar mag het naar keuze van de geleider.

Uitmuntend gedrag van de hond

De hond mag de geleider niet hinderen en het volgen moet opmerkzaam gebeuren.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-  de geleider

        -       afwijkend gedrag

·         De geleider mag geen enkel voorwerp in de hand dragen.

·         Behalve voor het geven van de noodzakelijke commando’s mag de geleider tijdens het volgen niet tegen de hond spreken of op enige andere wijze een teken aan de hond geven.

-       de hond
        -       tolerantie

·         Tijdens het volgen hoeft de hond niet naar de baas te kijken om met uitmuntend gewaardeerd te kunnen worden.

Het volgen moet opmerkzaam gebeuren, wat ook kan betekenen aandacht voor de omgeving.

        -       afwijkend gedrag

·       De hond hindert de geleider.

·       De hond volgt niet opmerkzaam of volgt te ver voor, achter of zijwaarts.

·         De hond passeert de markering aan de binnenzijde.


A. Het aangelijnd volgen.

1

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint als de hond is aangelijnd en eindigt als hij is afgelijnd.

omschrijving van de materialen

 De lijn moet een lengte hebben van 1 meter.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De keurmeester zegt wanneer de geleider de hond moet aanlijnen.

Uitmuntend gedrag van de hond

De hond volgt met de schouder dicht naast de geleider.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de hond
-       afwijkend gedrag

·         Bij het volgen is de lijn gespannen.


B. Het onaangelijnd volgen.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint op een teken van de keurmeester en eindigt als de geleider met zijn hond weer naast de keurmeester heeft plaatsgenomen.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De keurmeester geeft de geleider de twee plaatsen aan, waar hij de hond hoorbaar voor de keurmeester moet omcommanderen.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·       Bij het omcommanderen op de aangegeven plaatsen moeten de commando’s hoorbaar zijn voor de keurmeester.

Uitmuntend gedrag van de hond

De hond volgt met de schouder dicht naast de geleider.

Op commando van de geleider moet de hond achter de geleider om van plaats verwisselen.

Het verwisselen van plaats moet door de hond op vlotte wijze gebeuren, zonder dat hij daarbij zijwaarts afwijkt.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de geleider
-       tolerantie

·         De geleider mag commando’s geven om de hond aan de gewenste zijde te krijgen.

 

        -       afwijkend gedrag

·       De oefening wordt ten hoogste met 2 punten gewaardeerd als de geleider op de aangegeven plaats(en) geen commando geeft.

-       de hond
        -       afwijkend gedrag

·       De oefening wordt ten hoogste met 2 punten gewaardeerd als de hond beide malen op commando van de geleider niet van plaats verwisselt.

1 Punt wordt in mindering gebracht als de hond 1 keer niet van plaats verwisselt.

·       1 Punt wordt in mindering gebracht telkens als de hond uit zichzelf van plaats verwisselt.


C. Het volgen naast de fiets.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint als de geleider met zijn hond op 2 meter van de fiets is aangekomen.

De oefening is geëindigd nadat de geleider de fiets heeft weggezet en zijn hond heeft meegenomen.

omschrijving van de te gebruiken materialen

Een fiets van deugdelijke kwaliteit.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·       Om deze oefening uit te voeren gaat de geleider met zijn hond naar de fiets, die op ongeveer 10 meter van de keurmeester staat.

·       Vervolgens gaat hij met de fiets aan de hand en de hond rechts daarnaast naar de keurmeester toe en stelt zich rechts naast de keurmeester op.

Het ophalen en terugbrengen van de fiets moet lopend gebeuren.

Na het wegzetten van de fiets keert de geleider met zijn hond terug naar de keurmeester.

Uitmuntend gedrag van de hond

Bij de fiets aangekomen moet de hond - al of niet op commando van de geleider - achterom naar de rechterzijde van de fiets gaan.

De hond dient steeds rechts en onmiddellijk naast de fiets te volgen, ook wanneer de geleider de fiets aan de hand meevoert.

Bij het wegzetten van de fiets moet de hond via de achterkant van de fiets bij de geleider terugkomen.

Als de hond eerder halt heeft gehouden dan is deze regel uiteraard niet van toepassing.

De hond mag niet zijwaarts afwijken of verder vooruit lopen dan met de neus ongeveer ter hoogte van de as van het voorwiel en niet verder naar achteren dan ongeveer met de neus ter hoogte van de trapas.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de geleider     
-       tolerantie

·         Bij hoge uitzondering en slechts met toestemming van de keurmeester mag de geleider in plaats van te fietsen de fiets aan de hand meevoeren.

        -       afwijkend gedrag

·       De geleider mag de fiets niet naast de hond zetten.


-       de hond

-           tolerantie

·         Zowel bij het ophalen als het wegbrengen van de fiets mag de hond -al of niet op commando van de geleider - binnen twee meter van de plaats waar de fiets staat of moet worden weggezet, halt houden.

        -       afwijkend gedrag

·       1 Punt wordt in mindering gebracht als de hond het - al of niet op commando van de geleider - achterom naar de rechterzijde van de fiets gaan niet heeft getoond.

·       Hetzelfde is van toepassing als de hond bij het wegzetten van de fiets niet via de achterzijde terug komt met uitzondering van de situatie dat de hond eerder halt heeft gehouden.

·       Er vindt een lagere waardering plaats als de hond niet steeds rechts en onmiddellijk naast de fiets volgt.


D. Het blijven liggen.

De hond moet op de plaats die de keurmeester heeft aangewezen, blijven liggen.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint als de geleider van de keurmeester een teken krijgt om zich van zijn hond te verwijderen.

De oefening is geëindigd als de geleider, na het teken van de keurmeester, bij zijn hond is teruggekomen.

omschrijving van het terrein

Het terrein moet zodanig van aard zijn dat de hond er goed kan liggen en de geleider uit het zicht van de hond kan gaan en de keurmeester daarentegen de hond goed kan observeren.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De keurmeester wijst de geleider de plaats aan waar de hond moet blijven liggen.

De keurmeester geeft een teken wanneer de geleider zich dient te verwijderen en wijst hem de plaats aan waar hij uit het zicht moet.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·       Op een teken van de keurmeester gaat de geleider naar een plaats die de keurmeester hem aangeeft voor uit het zicht te gaan.

·       Nadat de geleider van de keurmeester een teken heeft gekregen om zich van de hond te verwijderen, mag hij zijn hond geen teken of commando meer geven.

·       Bij de hond mag niets worden achtergelaten.

Uitmuntend gedrag van de hond

De hond moet 3 minuten met aandacht voor zijn omgeving op zijn plaats blijven liggen.


Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de geleider
        -       afwijkend gedrag

·       Als de geleider zich verder dan 2 meter van de hond verwijderd heeft en toch nog aan zijn hond een commando of teken geeft mag deze oefening niet worden gewaardeerd.

-       de hond
        -       afwijkend gedrag

·       1 Punt wordt in mindering gebracht, als de hond even opstaat, maar daarna direct gaat liggen.

·       2 Punten worden in mindering gebracht, als de hond blijft zitten of staan zonder dat hij van zijn plaats gaat.

Een hond, die meer keren opstaat en weer gaat liggen wordt hetzelfde beoordeeld en gewaardeerd als een hond, die blijft zitten of staan, zonder dat hij van zijn plaats gaat.


E. Het weigeren van aangeboden en toegeworpen voedsel.

De hond wordt getest op het weigeren van aangeboden en toegeworpen voedsel.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint als de geleider van de keurmeester een teken krijgt om zich van zijn hond te verwijderen.

De oefening is geëindigd, zodra de geleider met zijn hond de plaats van uitvoering daadwerkelijk heeft verlaten.

omschrijving van de te gebruiken materialen

Het voedsel moet zodanig zijn, dat het niet kan wegrollen.

Ook moet het voedsel voldoende groot en makkelijk hanteerbaar zijn voor de helper.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De keurmeester wijst de geleider de plaats aan waar de hond moet blijven.

De keurmeester  geeft een teken wanneer de geleider zich dient te verwijderen en wijst hem de plaats aan waar hij uit het zicht moet.

Richtlijnen voor de helper

De helper nadert in gewone pas de hond aan de voorkant.

De helper dient, wanneer hij de hond tot op ongeveer 5 meter genaderd is, het voedsel duidelijk aan de hond te laten zien door zijn hand met voedsel op heuphoogte te houden.

De helper biedt zowel met de linker- als met de rechterhand de hond een stukje voedsel aan.

Het aanbieden mag slechts met één hand te gelijk gebeuren.

Als de hond weigert laat de helper het voedsel vallen.

Het voedsel mag niet tegen de neus of in de bek van de hond worden geduwd.

De helper loopt na het aanbieden enige passen achteruit, staat dan stil en werpt de hond hierna nog een stukje voedsel toe, waarbij hij erop let dat het voedsel niet op of tegen de hond terechtkomt.

Daarna verwijdert hij zich enige passen achterwaarts van de hond.

Als de hond tijdens de oefening de helper aanvalt, mag de helper dan pas weer voedsel aanbieden als de hond hem heeft losgelaten.

Taken van de leider

De leider moet ervoor zorgen dat er voldoende geschikt voedsel aanwezig is.

De leider moet ervoor zorgen dat na het einde van de oefening het voedsel wordt weggehaald.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·       Op een teken van de keurmeester gaat de geleider naar een plaats die de keurmeester hem aangeeft voor uit het zicht te gaan.

 

·       Nadat de geleider van de keurmeester een teken heeft gekregen om zich van de hond te verwijderen, mag hij zijn hond geen teken of commando meer geven.

Uitmuntend gedrag van de hond

De oefening mag alleen met “uitmuntend” gewaardeerd worden als de hond het voedsel ook werkelijk weigert zonder zich van zijn plaats te verwijderen.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

- de geleider
        -       afwijkend gedrag

·       Als de geleider zich verder dan 2 meter van de hond verwijderd heeft en toch nog aan zijn hond een commando of teken geeft mag deze oefening niet worden gewaardeerd. 

-       de hond
-       tolerantie

·         Voor de beoordeling van de oefening maakt het geen verschil of de hond staat, zit of ligt.

-       afwijkend gedrag

·        Telkens als de hond aan het aangeboden of toegeworpen voedsel likt, wordt 1 punt in mindering gebracht.

·        2 Punten worden in mindering gebracht als de hond het aangeboden of toegeworpen voedsel even in de bek neemt, maar direct weer uitspuwt.

·        Valt de hond de helper tijdens de oefening aan, dan mag deze oefening ten hoogste met een 3 worden gewaardeerd.

De hond moet dan de helper wel uit zichzelf loslaten.

Is het voedsel nog niet aangeboden of toegeworpen, dan moet dit alsnog gebeuren, tenzij de keurmeester “einde oefening” heeft aangegeven.

·        Toont de hond angst, door bij het aanbieden of toewerpen van het voedsel zich van zijn plaats te verwijderen, dan kan de waardering ten hoogste een 2 zijn.

·        Er vindt een lagere waardering plaats als de hond zich tijdens de oefening

van zijn plaats verwijdert, zonder daarbij angst voor het aanbieden en/of toewerpen van het voedsel te tonen.

·        Geen waardering zal plaatsvinden als een hond tijdens de oefening zover van zijn plaats is gegaan dat het aanbieden en toewerpen van het voedsel niet mogelijk is.

·        De oefening wordt met 0 punten gewaardeerd als de hond van het voedsel eet.


F. Het weigeren van gevonden voedsel.

De hond mag van het voedsel dat verspreid op het veld en in de bak achter de hindernis ligt niet eten en er niet aan likken.

 

omschrijving van het terrein

Op het gedeelte van het terrein, waar de volg- en springoefeningen en “het blijven liggen” worden uitgevoerd, moet ruimschoots voedsel verspreid liggen.

omschrijving van de te gebruiken materialen

Aan de achterzijde van de hindernis staat een bak met voedsel.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De keurmeester bepaalt waar het voedsel komt te liggen.

Taken van de leider

De leider zorgt ervoor dat op aanwijziging van de keurmeester voldoende geschikt voedsel verspreid wordt en verwijdert dit na afloop van de oefeningen.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de hond
-       afwijkend gedrag

·        Telkens als de hond aan het voedsel likt wordt 1 punt in mindering gebracht.

·        2 Punten worden in mindering gebracht als de hond het voedsel even in de bek neemt, maar direct weer uitspuwt.

·        Als de hond van het voedsel eet, worden geen punten toegekend.


G. Het stil zijn.

De hond mag zijn aanwezigheid tijdens de oefening niet verraden.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint als de keurmeester een teken geeft en zegt:” Nu begint de oefening”.

De oefening is geëindigd als de keurmeester daartoe het teken geeft.

omschrijving van het terrein

De oefening moet worden uitgevoerd in een gedeeltelijk bedekt terrein.

Aanwijzingen voor de keurmeester

Het aanwijzen van de plaats waar de oefening zal plaatsvinden dient door de keurmeester op gedempte toon te gebeuren.

Deze plaats moet zodanig zijn gekozen, dat de geleider met zijn hond - te rekenen vanaf de keurmeester - nog ongeveer 10 meter moet lopen.

De keurmeester die op ongeveer 10 meter van de plaats van uitvoering staat, geeft bij het begin en het einde van de oefening een teken op zodanige wijze, dat het duidelijk waarneembaar is voor de keurmeester die zich op ongeveer 20 meter van de plaats van uitvoering bevindt.

Bij het begin van de oefening moet de keurmeester aan de geleider duidelijk zeggen “nu begint de oefening”.

Taken van de leider

Op een afstand van ongeveer 20 meter van de geleider en zijn hond bevinden zich enige personen, die na een teken van de keurmeester een woordenwisseling nabootsen waarbij éénmaal wordt geschoten.

Om de oefening goed tot zijn recht te laten komen dient tussen de woordenwisseling en het schot een kleine pauze in acht genomen te worden.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·       De geleider neemt met zijn hond de plaats van uitvoering in, die hem door de keurmeester wordt aangewezen.

·       Alle commando’s van de geleider mogen tijdens de oefening niet hoorbaar zijn voor de keurmeester die op 20 meter staat.

Uitmuntend gedrag van de hond

De hond mag tijdens de oefening zijn aanwezigheid niet verraden door te blaffen of door andere geluiden te maken, die hoorbaar zijn op ongeveer 20 meter van de geleider en zijn hond.

Hij mag zich evenmin van de geleider verwijderen.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de geleider
-       tolerantie

·         Op de door de keurmeester aangegeven plaats aangekomen, mag de geleider zijn vlakke hand losjes op de rug van de hond laten rusten.

-       afwijkend gedrag

·        2 Punten moeten in mindering worden gebracht op “de wijze van voorbrengen” als de geleider tijdens de oefening een luid commando geeft.

Bij herhaling zal deze aftrek nogmaals worden toegepast.

-       de hond
-       tolerantie

·         De hond mag bij deze oefening staan, zitten of liggen.

-                afwijkend gedrag

·         Als de hond tijdens de oefening uit eigen beweging uit het terrein komt, worden voor de oefening geen punten toegekend.

·        Er moet 1 punt gekort worden op de oefening als de geleider duidelijk moeite moet doen om de hond op zijn plaats te houden.


De springoefeningen H, I en J algemeen.

De hond moet zowel heen als terug over de hindernis en de kuil springen.

Bij de schutting is de terugsprong niet van toepassing.

omschrijving van het terrein

Er moeten terreingedeelten beschikbaar zijn, waar de hindernis, de schutting en de kuil voor de geleider en de hond goed bereikbaar zijn.

De hindernis en de schutting dienen geheel vrij te staan en de kuil dient geheel vrij te liggen.

Er dienen 3 springoefeningen uitgevoerd te worden, te weten:

H, de hindernis;

I, de schutting;

J, de kuil.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De keurmeester geeft een teken aan de geleider voor de heensprong en voor de terugsprong.

Hij dient de geleider voldoende gelegenheid te geven tot het geven van maximaal 4 extra commando’s.

Reageert de geleider niet, of springt de hond niet, dan moet hij een duidelijk teken geven voor het einde van de oefening.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·        De geleider neemt met de hond naast zich plaats op ongeveer 1 meter voor de hindernis, de schutting en de kuil.

·        De geleider geeft de hond na een teken van de keurmeester een commando om te springen.

Uitmuntend gedrag van de hond

De hond wacht, geplaatst voor de hindernis, de schutting en de kuil naast de geleider, het commando voor de heensprong af en volgt dat commando op.

De hond wacht het commando voor de terugsprong, aan de andere zijde, voor de hindernis en de kuil af en volgt dat commando op.


Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de geleider
-       tolerantie

·         Als de hond niet direct op het eerste commando heen- of terugspringt, mag de geleider maximaal 4 extra commando’s geven.

·         Zodra de hond aan de andere kant van de hindernis, de schutting en de kuil is aangekomen, mag de geleider één commando geven teneinde de hond daar te doen blijven.

-       afwijkend gedrag

·         2 Punten worden in mindering gebracht als de geleider een commando tot springen geeft voordat de keurmeester een teken gegeven heeft.

-       de hond
-       tolerantie

·         Na de heensprong mag de hond enige meters doorlopen, voordat hij zich opstelt, voor de terugsprong, of om opgehaald te worden.

·         Na de terugsprong mag de hond eveneens enige meters doorlopen, voordat hij naar de geleider gaat.

         -     afwijkend gedrag

·         2 Punten worden in mindering gebracht als een hond het commando tot springen niet afwacht.

·         Als de hond de heensprong niet maakt, worden geen punten toegekend voor de oefening.

·         3 Punten worden in mindering gebracht, als een hond niet terugspringt.


H. De vrije sprong over de hindernis.

De hond moet op commando van de geleider zowel heen als terug vrij over de hindernis springen.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint als de geleider met zijn hond de plaats voor de hindernis heeft ingenomen en eindigt op een teken van de keurmeester.

omschrijving van de te gebruiken materialen

De hindernis moet dicht zijn, ongeveer 1.00 meter hoog, 1.25 meter breed  en niet dikker dan 5 centimeter.

Uitmuntend gedrag van de hond

De hond springt zowel heen als terug vrij over de hindernis.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de hond
-      afwijkend gedrag

·       Telkens als de hond niet vrij over de hindernis springt, wordt 1 punt in mindering gebracht.

Steunt de hond op de hindernis, dan worden telkens 2 punten in mindering gebracht.


I. De klimsprong over de schutting.

Op commando van de geleider moet de hond over de schutting klimmen.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING.

De oefening begint als de geleider met zijn hond de plaats voor de schutting heeft ingenomen en eindigt als de geleider zijn hond heeft meegenomen.

omschrijving van de te gebruiken materialen

De schutting moet ongeveer 1.75 meter hoog en 1.25 meter breed zijn.

Aan de achterzijde moet een afloopschot van dezelfde breedte als de schutting aangebracht zijn onder een hoek van 45 graden en beginnende 25 centimeter onder de bovenkant van de schutting.

De schutting mag uitsluitend bestaan uit vlakke planken van gelijke dikte.

Het afloopschot moet zodanig geconstrueerd zijn, dat de hond niet wegglijdt.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De keurmeester geeft de geleider een teken om zijn hond op te halen.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·         De geleider haalt de hond op na een teken van de keurmeester.

Uitmuntend gedrag van de hond

Op commando van de geleider moet de hond over de schutting klimmen, het afloopschot benutten om op de grond te komen en daar blijven.

Daar wacht de hond, al of niet op commando, tot hij opgehaald wordt door de geleider.


Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-                de geleider

 

-               afwijkend gedrag

 

·         1 Punt moet in mindering worden gebracht als de geleider zijn hond ophaalt zonder een teken van de keurmeester

-         de hond
        -       afwijkend gedrag

·         1 Punt wordt in mindering gebracht als de hond het afloopschot niet benut.

·         1 Punt wordt in mindering gebracht als de hond van de schutting terugvalt.

·         1 Punt wordt in mindering gebracht  als de hond de geleider tegemoet komt.


J. De breedtesprong over de kuil

Op commando van de geleider moet de hond zowel heen als terug over de kuil springen.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING

De oefening begint als de geleider met zijn hond de plaats voor de kuil heeft ingenomen en eindigt op een teken van de keurmeester.

omschrijving van de te gebruiken materialen

De kuil dient 2.25 meter breed, 3 meter lang en ongeveer 1 meter diep te zijn.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van:

-       de hond
-       afwijkend gedrag

·         Als de hond met de achterhand tegen de rand van de kuil springt, wordt 1 punt in mindering gebracht.


K. Het opzoeken en apporteren van kleine voorwerpen.

De hond moet drie kleine voorwerpen waaraan menselijke lucht zit, opzoeken en apporteren. Voor deze oefening wordt een tijd van 7 minuten toegestaan.

HET BEGIN EN HET EINDE VAN DE OEFENING.

De oefening begint als de geleider zijn hond laat zoeken en eindigt als hij de kleine voorwerpen bij de keurmeester heeft ingeleverd, tenzij de keurmeester de oefening beëindigt.

omschrijving van het terrein

Er zijn 3 zoekterreinen beschikbaar en deze mogen niet aan elkaar grenzen.

Elk zoekterrein moet een afmeting hebben van 14 bij 14 meter.

Het moet laag begroeid zijn, bij voorkeur een kort gemaaid grasveld.

Het zoekterrein moet gemarkeerd worden d.m.v. hoopjes grond, graszoden, kalkstrepen of kalkhoeken.

omschrijving van de te gebruiken materialen

Drie kleine voorwerpen waaraan menselijke lucht moet zitten en van zodanig materiaal vervaardigd, dat zij niet stuk gebeten kunnen worden. Eén der voorwerpen dient een open patroonhuls van een pistool of revolver te zijn met een diameter van 9 mm en een lengte van

19 mm.

onderdelen: 

1. De wijze van zoeken.

2. De wijze van apporteren van kleine voorwerpen.

Aanwijzingen voor de keurmeester

De voorbereiding van de oefening zal uit het zicht van de geleider en zijn hond plaatshebben.

De keurmeester legt de kleine voorwerpen verspreid weg.

Bij meer keuringsdagen moet variatie in het wegleggen worden aangebracht.

De op te zoeken voorwerpen mogen op geen enkele wijze worden verstopt.

De keurmeester geeft de zijde aan waar de geleider moet beginnen.

Als de keurmeester ervan overtuigd is dat er geen door hem verspreide voorwerpen meer liggen in het zoekterrein omdat de hond één of meer voorwerpen heeft ingeslikt, geeft hij de geleider in overweging de oefening te beëindigen.

De geleider bepaalt zelf of hij de oefening beëindigt.

In dat geval, wordt het getoonde werk tot op dat moment beoordeeld en gewaardeerd.

Het moment van inlevering van de geapporteerde voorwerpen bij de keurmeester is tijdsbepalend voor de beoordeling en waardering van deze oefening.

Taken van de leider

Hij brengt de zoekterreinen in orde en zorgt voor de markering.

Uitmuntend gedrag van de geleider

·       De geleider moet aan het begin van de oefening buiten het zoekterrein plaatsnemen aan de door de keurmeester te bepalen zijde.

Hij mag zich tijdens de duur van de oefening niet van deze zijde verwijderen.

·       Alleen het op rustige wijze aanmoedigen tot het zoeken is toegestaan.

Uitmuntend gedrag van de hond

Voor onderdeel 1, “de wijze van zoeken”, worden ten hoogste 6 punten toegekend.

Dit zal het geval zijn, als de hond de 3 voorwerpen binnen 3 minuten heeft gevonden en geapporteerd. Of de hond “hoog” of “laag” zoekt doet niet ter zake.

Het apporteren moet op een vlotte manier gebeuren en omvat het geheel van het oppakken van het voorwerp tot en met het bij de geleider brengen.

Voor ieder geapporteerd voorwerp worden ten hoogste 3 punten toegekend.

Keuringsmethodiek voor de beoordeling van

-       de geleider
-       tolerantie

·         Verwijdert de hond zich tijdens het zoeken te ver van het zoekterrein, dan mag de geleider hem terugroepen.

·         De geleider mag, als de hond een voorwerp heeft geapporteerd en bij de geleider gebracht, een commando geven om los te laten.

·         Het is niet noodzakelijk dat de hond bij het apporteren het voorwerp in de hand van de geleider deponeert.

Het is toegestaan dat de geleider het geapporteerde voorwerp uit de bek van de hond haalt.

-       afwijkend gedrag

·       In geen geval mag er een commando of een teken tot apporteren worden gegeven. Doet de geleider dit toch, dan wordt het betreffende voorwerpje als niet gevonden beschouwd.

·       Het is niet toegestaan, dat een geleider - nadat zijn hond één of twee voorwerpen heeft gevonden en geapporteerd - op eigen initiatief de oefening beëindigt.

De keurmeester dient in dit geval te eisen, dat de volle toegestane tijd wordt uitgezocht. Beëindigt de geleider de oefening toch op eigen initiatief, dan vindt ervoor de gehele oefening geen waardering plaats.

De geleider mag niet binnen het zoekterrein komen of zijn hond op overdreven wijze aanmoedigen tot zoeken.


de hond

-       tolerantie

·         Wanneer de hond tijdens het apporteren het voorwerp één keer laat vallen, maar het direct weer oppakt en naar de geleider brengt, vindt geen lagere waardering plaats voor onderdeel 2, “de wijze van apporteren van kleine voorwerpen”.

·         Bij de geleider gekomen mag de hond - al dan niet op commando - het voorwerp laten vallen.

·         Het licht beschadigen van de voorwerpen is toegestaan.

·         De hond mag tijdens het zoeken buiten het zoekterrein lopen.

-       afwijkend gedrag

·       Indien meer dan 3 minuten nodig zijn voor het vinden en het apporteren van de 3 voorwerpen, wordt het onderdeel 1, “de wijze van zoeken”, met ten hoogste 4 punten gewaardeerd.

·       Laat de hond ander, niet bij het zoeken behorend, gedrag zien, dan wordt op het onderdeel 1, “de wijze van zoeken”, minimaal 1 punt in mindering gebracht.

·       Indien geen der voorwerpen wordt gevonden, kan het onderdeel 1, “de wijze van zoeken”, ten hoogste met 2 punten worden gewaardeerd.

 

·       Door de hond ingeslikte voorwerpen worden als niet gevonden beschouwd. Hetzelfde geldt voor voorwerpen, die wel gevonden zijn maar waar om diverse redenen geen waardering voor kan worden toegekend.

·       Wanneer de hond een voorwerp ernstig beschadigt, vindt voor het onderdeel 2, “de wijze van apporteren van kleine voorwerpen” een aftrek van minimaal 1 punt plaats.

·       Slechts wanneer de hond het gevonden voorwerp laat vallen op of over de helft van de afstand tussen de geleider en de plaats waar het voorwerp is gevonden, mag de geleider het voorwerp gaan halen.

De geleider gaat daarna onmiddellijk met zijn hond naar de zijde van het terrein, waar hij bij het begin van de oefening diende plaats te nemen.

In dit geval vindt voor onderdeel 2, “de wijze van apporteren van kleine voorwerpen”, een lagere waardering plaats.