


|
Heb je een griezelig gedicht? Stuur mij dan een e-mail en misschien plaats ik ‘m wel!
De engste jongen van de griezelklas (gedicht van Bo)
|

|
Dit is de engste jongen van de grote griezelklas Met muizen in zijn schoenen en met kikkers in zijn jas Er kleven enge beestjes aan zijn armen en zijn benen Soms kruipen er zelfs slakken op zijn voeten en zijn tenen
Ze zeggen dat hij af en toe een dikke bromvlieg snoept Hij veegt zijn billen ook niet af wanneer hij heeft gepoept Dat niemand met hem spelen wil, dat vindt hij niet zo fijn Zou jij misschien zijn vriendje of vriendinnetje willen zijn? |
|
Ik ben voor niets en niemand bang niet voor gezichten op 't behang. 't Is elke avond dikke pret met het skelet onder m'n bed. Ook heb ik helemaal geen last van al die monsters in mijn kast. En springt er 's nachts om twaalf uur alweer een mummie uit de muur, dan zeg ik: Jammer beste vent, dat jij zo ingewikkeld bent!
© R. Betzema, 2001 |
|
MIJN TANTE DRACULIEN Laatst kwam mijn tante Draculien bij ons thuis op bezoek. 't Was leuk om haar weer eens te zien. Ik kreeg van haar een boek. 't ging over Transsylvanie, een land heel ver van hier. Daar woont ze met haar pa, zie je, 'n gediplomeerde vampier.
Haar vader is een echte graaf. Het is een rare man. Z'n huisdier is een zwarte raaf, een raaf die praten kan! Ook vreemd is trouwens tante zelf: ze slaapt niet in een bed, maar in een kist, in een gewelf, met naast haar een skelet.
Mijn tante heeft een trouwe vrind: Zo'n vieze stoepenschijter, die elke dag een kind verslindt: haar bloedhond billenbijter. Tante is ijdel: ze is gek op grote rode kralen, dus draagt ze om haar nek een snoer van bloedkoralen.
Als ik naar haar gezondheid vraag, dan roept ze rood van woede: Mijn bloeddruk is nog steeds te laag en ik heb bloedarmoede! Dus stel ik haar die vraag maar niet, want ach je bloedverwanten, die doe je toch niet graag verdriet, niet je bloedeigen tante!
Toch heeft mijn tante een gebrek: ze zoent me altijd in mijn nek. En daarna heb ik altijd trek in bloedworst, vind je dat niet gek?
© R. Betzema, 2001 |
|
PIET DE WEERWOLF Wij hebben een gezin van elf: m'n vader, moeder en ikzelf, plus zeven zussen en dan nog m'n broer Piet, een bijzonder joch.
Hij draagt een bril en heeft rood haar. Hij praat en loopt een beetje raar. Hij is wat anders dan de rest en daarom wordt hij vaak gepest.
Ze roepen: "uilebril" of "rooie", terwijl ze steentjes naar hem gooien. Ze trekken hem soms van z'n fiets. Piet lacht erom en doet zelf niets. Dat doet ons allen veel verdriet. Dus zeggen we steeds weer: "Toe Piet, bijt eens een keertje van je af! Vooruit joh, wees toch niet zo laf!" Piet haalt alleen z'n schouders op en zegt: "Zeur niet zo aan m'n kop!" Maar eens per maand, bij volle maan, is 't met zijn geduld gedaan. Dan gaat hij als een beest te keer en schreeuwt: "Nou pik ik 't niet meer!" Dan ken je hem niet meer terug: er groeien haren op z'n rug, z'n armen barsten uit z'n mouwen, z'n nagels worden scherpe klauwen, hij krijgt een monsterlijk gezicht. Dan knijpt hij stijf z'n ogen dicht en doet hij ze daarna weer open dan zijn ze rood en bloeddoorlopen, zodat - als je hem goed bekijkt - hij sprekend op een ……weerwolf lijkt! Hij is de hele nacht van huis, komt 's morgens vroeg weer rustig thuis. Dan maakt mijn moeder een ontbijtje met een gebakken scharreleitje. Wat Piet 's nachts uitspookt? Geen idee! Wel zijn er daarna meestal twee pestkoppen minder op 't plein. Maar ach, dat zal wel toeval zijn …. De ouders klagen steen en been omdat er wéér een kind verdween. Maar meester zegt: "'t Is best wel fijn; zo wordt de klas gezellig klein!"
© R. Betzema, 2001 |
|
DUIVELSE SOEP De kindertjes van de duivel, die brouwen hun eigen soep. Ze stoppen er gras in en onkruid en andere lekkere troep: een fietsband, een touw, een pantoffel, een roestige veer uit een klok, een asbak vol peuken en kauwgom, een broek uit een sloot en een sok, een doosje met schoensmeer, gitzwart, een vuilniszak die een week oud is, een pleeborstel, nat en keihard, en dan nog wat brommende vliegen en kronkelende wormen erbij, ze dansen en juichen en roeren verwoed in de donkere brij. Maar `t lekkerste moet er nog in, en het hele stel duiveltjes wacht tot de kindertjes van de mensen diep slapen, in `t holst van de nacht. Dan gaan ze de slaapkamers binnen en loeren er onder het bed om te zien of er soms niet toevallig een po met een plas is gezet. En als ze die plasjes dan vinden, dan kwijlen ze al van genot, en ze gieten de potjes gauw leeg in hun dampende duivelse pot. Ze eten de soep gloeiend heet en worden als kreeften zo rood. Geen druppeltje soep blijft er over, hun honger is altijd te groot... Dus als je vanavond gaat slapen, probeer niet de po te vergeten; die duivelse kindertjes willen ten slotte ook groeien en eten.
Gedicht van Vampierella |
|
Laatst, onder de trap, hoorde ik, wolven huilen, meisjes krijsen, moeder zegt dat dat niet kan laatst, op de zolder, hoorde ik, voetstappen zetten, spoken gieren, vader zegt dat dat niet kan
maar toch ben ik zeker dat ik dat hoorde ook al zit er zo'n groot monster onder m'n ouders hun bed of loeren ze vanuit de kast die zeker heeft gezegd ik ben helemaal niet het spook dat over de zolder loopt dat krijst in de kelder
ik ben alleen maar jullie zoontje
Gedicht van Emilie |
|
Griezelige Nacht als ik s'avonds moet slapen gaan, blijf ik nog even op, dan kijk ik door het venster naar de volle maan, en zet mij mooie gedachte stop!
als ik dan eindelijk slapen ga, hoor ik het geruis van de bomen, ik denk dan even heel goed na, en weet dat er vreselijke dingen komen.
na een tijdje doe ik het licht maar aan, en ik zie buiten rare lichtjes, en als ik dan korter bij het raam ga staan, zie ik griezelige gezichtjes.
opeens hoor ik een akelig gelach, droom ik nu of niet? och het is zeker maar een gedachte, fantasie die zich even horen liet.
ik hoop dat ik snel ontwaken zal, en dat dit niet echt is gebeurt, nachtmerries vertonen zich overal, ik hoop dat de onze wordt goedgekeurd!
Gedicht van Kim en Evy |
|
Soep voor je ex Paddenoog, varanenstaart Kraaienklauw en vrouwenbaard Stamp de ratten Aai de katten Nog een onsje zwart venijn O, wat zal dit smakelijk zijn!
Neem nog een slokje mijn liefste Ik hoop dat je heel gelukkig wordt Bij die ander Bij die ander
Cobratand en spinnenbloed Maal ze fijn en roer ze goed Egelstekel, gifboleet Nachtmerriehoef en trollenscheet Nog een scheutje zombiewijn O, wat zal dit smakelijk zijn!
Neem nog een slokje mijn liefste Ik hoop dat je heel gelukkig wordt Bij die ander Bij die ander
Gedicht van Nele
|