OVER VLEERMUIZEN

Vrijwel iedereen heeft wel eens een vleermuis gezien. 's Avonds in de

tuin, op straat of in het park. In de schemering komen ze tevoorschijn

om als ware luchtacrobaten achter muggen en motjes aan te jagen.

Voor sommige mensen een fascinerend tafereel, voor anderen een ware

nachtmerrie. Vleermuizen roepen immers bij veel mensen akelige gedachten op. Zo zouden vleermuizen in je haren vliegen, je aanvallen om bloed te zuigen en zouden ze allerlei ziektes verspreiden. Niets is echter minder waar. Dat veel mensen hieraan denken is niet zo vreemd. Het gezegde "onbekend maakt onbemind" gaat zeker voor vleermuizen op. Dat vleermuizen hele bijzondere dieren zijn en een belangrijke plaats in ons de natuur innemen beseffen maar weinig mensen.

 

VLIEGENDE ZOOGDIEREN

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Om te kunnen vliegen hebben ze vleermuisvleugels. Die bestaan niet uit veren maar uit huid : de vlieghuid. Deze vlieghuid zit tussen de de romp, de lange armen en vingers, de achterpoten en meestal ook de staart. Het grootste deel van de vleermuisvleugels zit tussen de vingers. Vleermuizen hebben dan ook hele lange vingers. Alleen de duimen en de voeten steken buiten de vlieghuid uit. De meeste vleermuizen klappen de vleugels helemaal in als ze niet vliegen. Andere vleermuizen (zoals de grote hoefijzerneus) vouwen hun vleugels om zich heen.

 

                 HOE LEVEN VLEERMUIZEN

                 Hoe vleermuizen leven is het beste uit te leggen door te vertellen wat ze

                 per dag en nacht doen en wat ze gedurende een jaar doen. In de

                 avondschemering verlaten vleermuizen hun verblijfplaats om te gaan jagen. Meestal jagen ze maar een paar uur en keren dan in de nacht weer naar de verblijfplaats terug. Alleen op warme avonden en als ze jongen hebben gaan ze in één nacht meerdere keren op jacht. Afhankelijk van de soort kan de verblijfplaats een gebouw, boom of ondergrondse ruimte zijn. Dat vleermuizen ´s nachts jagen is omdat dat ze dan minder concurrentie hebben van andere dieren (vooral vogels) die ook op insecten jagen. Daarnaast zijn ze ´s nachts minder zichtbaar voor dieren die op vleermuizen jagen. Om in het donker op insecten te kunnen jagen hebben vleermuizen aan alleen hun ogen niet genoeg. Daarom kijken ze ook met hun oren: echolocatie.

 

ECHOLOCATIE: ZIEN MET JE OREN

Om in het donker de weg te kunnen vinden en voedsel te kunnen zoeken hebben dieren speciale aanpassingen nodig. Veel dieren die 's nachts leven hebben opvallend grote ogen en een reflecterende laag achterin het oog ("kattenogen"). Met deze ogen kunnen ze bij heel weinig licht toch nog zien. Maar dergelijke ogen zijn onvoldoende als je op kleine insecten jaagt en dat ook vaak in het pikdonker moet doen. Daarom gebruiken vleermuizen niet hun ogen maar hun oren om te "zien". Om zich te oriënteren zendt een vleermuis een signaal uit dat weerkaatst op voorwerpen in de omgeving. Die weerkaatsing (echo) vangt ze op met haar oren en daardoor kan ze plaats (locatie) en vorm van die voorwerpen bepalen. We noemen deze manier van "kijken met je oren" echolocatie. De vleermuis maakt de geluiden met zijn stembanden. Om aan de hand van echo's een scherp beeld te kunnen horen moet een vleermuis zeer hoge geluiden maken (ultrasone geluiden). De echolocatiegeluiden van vleermuizen zijn daarom zo hoog (van ongeveer 15 Khz tot 120 Khz) dat mensen het meestal niet kunnen horen. Mensen kunnen geluiden tot 20 Khz horen. De echolocatie geluiden van vleermuizen zijn niet altijd hetzelfde. Sommige vleermuizen zenden de geluiden uit via hun mond, andere via hun neus. Verschillende soorten kunnen erg verschillen in het echolocatie geluid wat ze maken. Daarnaast kan een vleermuis zijn echolocatie aanpassen aan de omgeving waar hij vliegt en zijn manier van jagen. Aan het uiterlijk van vleermuizen kun je goed zien dat echolocatie voor vleermuizen erg belangrijk is. De vorm van de oren en snuit zijn vaak helemaal aangepast aan het uitzenden en ontvangen van echolocatie. Naast de echolocatie geluiden maken vleermuizen ook zogenaamde sociale geluiden. Die zijn meestal veel lager van toonhoogte en vooral voor jonge mensen goed te horen. Hiertoe behoort onder andere de baltsroep van de dwergvleermuis. Ook de sociale geluiden van onderling communicerende vleermuizen in een kolonie zijn door mensen vaak te horen.

Met behulp van een ultrasoon-ontvanger, een zogenaamde bat-

detector, zijn de geluiden van vleermuizen voor mensen hoorbaar te

maken. Bovendien kunnen, na enige oefening, de meeste soorten aan

de hand van hun geluiden op naam worden gebracht. Met de komst

van de bat-detector is vleermuisonderzoek veel eenvoudiger geworden.

 

VERBLIJFPLAATSEN

Bij vleermuizen zijn hun armen en benen helemaal aangepast om te kunnen vliegen. Daardoor kunnen vleermuizen niet zelf een nest maken, een gat in een boom hakken of een hol graven. Vleermuizen zijn daardoor voor hun verblijfplaatsen helemaal aangewezen op al bestaande verblijfplaatsen. Over het algemeen zijn vleermuizen nogal opportunistisch in de keuze van verblijfplaats. Dat wil zeggen dat ze de beste verblijfplaats kiezen die voorradig is. Toch kennen verschillende soorten wel sterke voorkeuren in het soort verblijfplaats. Laatvliegers en gewone dwergvleermuizen zijn bijvoorbeeld typische gebouwenbewoners. In zowel de zomer als de winter zijn ze vooral in gebouwen te vinden. Ze zitten dan bijvoorbeeld in spouwmuren, onder de dakpannen, achter het dakbeschot of achter vensterluiken. Sommige soorten, bijvoorbeeld vale vleermuizen, ingekorven vleermuizen en grijze grootoren, hebben een voorkeur voor grote open ruimten zoals kerkzolders.

Watervleermuizen en rosse vleermuizen zijn weer typisch boombewonende vleermuizen. In de zomer vinden we kolonies van deze soorten vooral in bomen. Ze gebruiken dan vaak verlaten spechtenholen. Om als goed vleermuisverblijf te dienen moet zo'n gat dan wel naar boven uitgerot zijn, zodat de vleermuizen boven de opening kunnen hangen. Rosse vleermuizen gebruiken ook holle bomen als winterslaapplaats. Watervleermuizen gebruiken voor de winterslaap vooral mergelgroeve, forten, bunkers en ijskelders. Gewone grootoorvleermuizen en baardvleermuizen hebben geen duidelijke voorkeur: ze worden in de zomer zowel in gebouwen als bomen aangetroffen.

 

VOEDSEL EN JAGEN

Alle Nederlandse vleermuissoorten zijn insecteneters. Een vleermuis moet om te overleven per nacht een kwart tot een derde van zijn lichaamsgewicht eten. Voor een vleermuis betekent dat per nacht wel 300 muggen, motjes en kevertjes. Dat betekent dat bijvoorbeeld een enkele watervleermuis in de periode van 15 mei tot 15 oktober ruim 40.000 muggen kan verorberen. Een gemiddelde kolonie eet per zomer enkele tientallen kilo's insecten. Er zijn geen andere dieren die zoveel nachtinsecten eten.  Sommige soorten vleermuizen eten grote hoeveelheden insecten die schadelijk zijn voor de land- en bosbouw. Grootoren eten bijvoorbeeld onder andere veel nachtvlinders waarvan de rupsen schadelijk zijn: Zaaduil, Groenteuil en Eikebladroller. Het zal duidelijk zijn dat vleermuizen een heel eigen en belangrijke rol in de natuur spelen. Bij het jagen vangen vleermuizen de insecten meestal in de vlucht en gebruiken daarbij hun vleugels of staartvlieghuid als vangnet. De grillige manier van vliegen van vleermuizen volgt uit het achtervolgen. Sommige soorten kunnen ook prooien op de grond, op het water of van een blad aan een boom ontdekken en daar vanaf pakken.

Grote vleermuissoorten eten bij voorkeur grote prooien, kleine soorten kleine prooien. Zo eet de laatvlieger graag meikevers, en de dwergvleermuis vooral muggen en kleine vlinders. Welke plaats een vleermuis kiest om te foerageren (voedsel te zoeken) wordt vooral bepaald door het insectenaanbod. Waar veel insecten zijn vind je meestal ook veel vleermuizen. Doordat iedere vleermuissoort op een andere manier jaagt dan een andere is er weinig concurrentie tussen vleermuissoorten. Boven bijvoorbeeld een plas kun je verschillende soorten vleermuizen op verschillende manieren zien jagen:

De rosse vleermuis jaagt dan hoog in de lucht, vaak boven de boomtoppen. De laatvlieger vliegt een stuk lager, op 5-10 meter hoogte en is veel wendbaarder. De dwergvleermuis vliegt op dezelfde hoogte als de laatvlieger maar veel dichter bij de begroeiing en jaagt op kleinere insecten. De watervleermuis jaagt enkele centimeters boven het wateroppervlak op insecten die vlak boven of op het watervlak zitten. Tussen de takken van de bomen jaagt een grootoorvleermuis op insecten die op de bladeren zitten.

 

VLEERMUIZEN WERELDWIJD

Vleermuizen vormen binnen de Klasse der zoogdieren een grote groep (Orde), zowel in aantallen soorten als het aantal vleermuizen in totaal. Van de Orde der vleermuizen zijn op dit moment ongeveer 925 soorten bekend. Met betrekking tot de aantallen vleermuizen (dus alle vleermuizen opgeteld) zijn er zo veel vleermuizen dat één op de vijf zoogdieren een vleermuis is. Vleermuizen komen over heel de wereld voor, met uitzondering van de poolgebieden. De wetenschappelijk naam voor vleermuizen is "Chiroptera" . dat betekent "handvleugelig". Vleermuizen worden om te beginnen onderverdeeld in Megachiroptera en Microchiroptera, dus de "groot handvleugeliggen en de "klein handvleugelen".

 

Megachiroptera : grote vleermuizen

De Megachiroptera worden ook wel vliegende honden of kalongs genoemd. Megachiroptera zijn overwegend grote soorten. De grootste soort daarvan heeft een spanwijdte van 1,70 en weegt bijna een kilo. Een belangrijk verschil met de Microchiroptera is dat de Megachiroptera geen echolocatie gebruiken. Alleen de Rousetvleermuis is een Megachiroptera met echolocatie, maar deze is erg primitief en verschilt enorm van de echolocatie bij Microchiroptera. Megachiroptera hebben grote ogen en vinden hun weg in het donker op zicht. Niet alle Megachiroptera zijn groot. Er zijn er ook die niet groter dan een muis zijn. De meeste soorten leven van fruit, sommige ook van stuifmeel en nectar. Er zijn 166 soorten bekend. Deze vallen allemaal binnen één Familie (Pteropodidae) en hebben ongeveer hetzelfde uiterlijk Megachiroptera komen alleen voor in Afrika, Azië, Australië en sommige eilanden van Oceanië.

 

Microchiroptera : kleine vleermuizen

Van de 925 bekende vleermuissoorten behoren er 759 tot de Microchiroptera. De variatie binnen deze onderorde is ontzettend groot. De Microchiroptera zijn ingedeeld in 17 families. Sommige families bestaan maar uit één soort. De familie van de Vespertilionidae is de grootste familie met 318 soorten. Bijna alle in Europa en Nederland voorkomende soorten behoren tot deze familie. Alle Microchiroptera gebruiken een vorm van echolocatie. De meeste Microchiroptera zijn insecteneters, maar er zijn ook een flink aantal soorten die wat anders eten. Er zijn stuifmeel en nectar etende soorten, vissen en kikkers vangende soorten, en soorten die muizen, vogels of zelfs andere vleermuizen vangen. Berucht zijn de bloed drinkende vleermuizen: de vampiervleermuizen. Vampiervleermuizen komen alleen voor in Zuid- en Midden-Amerika. Microchiroptera verschillen erg in grootte Er zijn hele kleine vleermuizen bij, zoals de hommelvleermuis. Deze weegt maar 2 gram en past makkelijk in een vingerhoedje. Andere zijn groter dan sommige Megachiroptera. De grootste Microchiroptera is de Onechte Vampier (Vampyrum Spectrum). Deze vleermuis is geen bloeddrinker en heet dus ten onrechte vampier. Deze op vogels, muizen en andere vleermuizen jagende vleermuis heeft een spanwijdte van bijna één meter. De Australische Ghost Bat (Macroderma gigas) behoort ook tot de grootste Microchiroptera. Ook met betrekking tot hoe de vleermuizen er uitzien zijn er veel verschillen in Microchiroptera. Er zijn vleermuizen met kleine oren en grote oren, vleermuizen met allerlei aanhangsels op hun neus en zonder die aanhangsels, vleermuizen met rare huidflappen onder hun kin, vleermuizen met gerimpelde bekken en gewone bekken, vleermuizen in allerlei kleuren, etcetera.

 

VLEERMUIZEN IN NEDERLAND

In Nederland zijn tot nu toe 21 verschillende vleermuissoorten aangetroffen. Daarvan komen er 7 soorten algemeen of redelijk algemeen voor. 9 soorten worden als vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam beschouwd en 3 andere soorten zijn de afgelopen 50 jaar geheel uit Nederland verdwenen. 2soorten zijn als dwaalgast slechts 1 keer in Nederland waargenomen. Alle in Nederland aangetroffen vleermuissoorten zijn wettelijk beschermd. Voor 9 soorten geldt daarnaast dat deze zijn opgenomen op de Nederlandse Rode Lijst van Bedreigde en Kwetsbare Zoogdieren.

 

VLEERMUIZEN IN HUIS

Het aantreffen van één of meerdere vleermuizen in huis is vaak even schrikken.

Een rondvliegende vleermuis in een kamer is meestal zo verholpen; zet in de avondschemering de ramen open en de vleermuis vliegt meestal vanzelf weg. Als u één of meerdere vleermuizen in huis hebt is het belangrijk of te weten dat:

· vleermuizen wettelijk beschermde dieren zijn : het is verboden vleermuizen te vangen, te verstoren en te doden

· ze niet in haren vliegen

· niet bijten (misschien alleen als u ze vastpakt)

· geen gaten knagen of nesten bouwen

 

Als de vleermuis ergens in uw kamer zit /hangt en geen aanstalten maakt om te vliegen (omdat hij bijvoorbeeld ziek of verzwakt is) of als vleermuizen overlast veroorzaken is het raadzaam om contact op te nemen met een vleermuisdeskundige. Omdat verkeerd handelen nadelig kan zijn voor de vleermuis en omdat twee soorten vleermuizen in Nederland hondsdolheid kunnen hebben moet u op de volgende punten letten:

1. Pak vleermuizen niet beet maar laat de vleermuis zitten en bel een vleermuisdeskundige

2. Als u de vleermuis toch moet verplaatsen probeer dan de vleermuis in een doosje of potje te doen, door het doosje of potje over de vleermuis te plaatsen en er een kartonnetje achter te schuiven

3. Ook als u een dode of gewonde vleermuis vindt, bel dan een vleermuisdeskundige

4. Wordt u onverhoopt toch gebeten raadpleeg dan onmiddellijk uw huisarts en zoek contact met een vleermuisdeskundige

5. Vleermuizen in een spouw of onder het dak vormen geen gevaar. Als u ze met rust laat, bijten ze niet. Zieke vleermuizen worden niet dol of agressief, zoals honden, maar verzwakken en gaan tenslotte dood.

 

Overigens is de kans dat een vleermuis in Nederland hondsdolheid overbrengt vrijwel nul. De ziekte is alleen ontdekt bij laatvliegers en meervleermuizen. Van de jaarlijks gemelde vondsten van laatvliegers en meervleermuizen is slechts een heel klein deel besmet. De andere 19 soorten zijn niet besmet. De ziekte wordt alleen maar overgebracht door een beet van een vleermuis. Een vleermuis zal nooit uit zichzelf bijten. Alleen als het dier wordt opgepakt kan het uit zelfverdediging bijten.

 

VAMPIERVLEERMUIS

Vampiervleermuizen leven in Zuid-Amerika en drinken bloed uit schapen, varkens en runderen, ongeveer 2 eetlepels per dag. Er zijn er zoveel dat ze worden gezien als een bedreiging voor het vee. In Mexico gooien boeren vaak dynamiet in grotten om ze te doden. De vampiervleermuizen danken hun naam aan de verhalen over vampiers in Europa, waarvan de bekendste Dracula is. Om te blijven leven moet Dracula net als een vampiervleermuis het bloed zuigen uit de halsslagader van onschuldige slachtoffers.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekstvak: E-mail