
|
|
Fort Pannerden door de eeuwen heen |
Geschiedenis
De geschiedenis van
het Fort Pannerden hangt nauw samen met het beheersen van de rivieren Rijn
en Waal. Deze geschiedenis begint met
Maarten
Schenk (ca. 1548-1589), een nogal berucht krijgsoverste in de
Tachtigjarige Oorlog, die het initiatief nam om op het toenmalige
splitsingspunt van Rijn en Waal (niet ver van Kleef in Duitsland) een
versterking te bouwen. De Engelse stadhouder Leicester steunde zijn plan
en vanaf 18 mei 1586 werd gebouwd aan een geduchte versterking, die onder
de naam
Schenkenschans in Europa bekend werd.
Het verzanden van de Rijn bij Lobith had de betekenis van deze rivier als waterhindernis tot nul gereduceerd. Lodewijk XIV, de ”Zonnekoning”, had dit in 1672 duidelijk aangetoond.
Sterreschans
Ons militair antwoord
op de nadelig veranderde situatie was de bouw van een retranchement (wal)
met voorgelegen gracht door
Menno
van Coehoorn onder het plaatsje Doornenburg in 1701. Niet lang daarna
vonden rivierverbeteraars en defensiespecialisten elkaar in het graven van
een afsnijding tussen Pannerden en Huissen: het Pannerdensch kanaal. Voor
de ene een waterhindernis voor een uit het Oosten komende vijand, voor de
ander een betere afwatering en een nieuw splitsingspunt, enkele kilometers
stroomafwaarts van Lobith. Op dat punt werd in 1742 het ‘Fort te
Pannerden’ gebouwd, dat wij tegenwoordig de ‘Sterreschans’ noemen en
waarvan bij de veerstoep te Doornenburg nog resten aanwezig zijn. Binnen
de onregelmatige 6-hoekige schans lagen een stenen reduit en een
kruithuis.
Op initiatief van de Stichting Fort Pannerden werden de nog aanwezige resten van de Sterreschans op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.
Ontwerpen voor een fort
Een ‘Fort op den Hoofddam van Pannerden’ is in 1819 ontworpen door Kap. Ing. J.C. Ninaber in opdracht van generaal Kraijenhoff, als onderdeel van diens plan voor het Oostelijk frontier: een fort ter afsluiting van de Rijnarmen. Dit plan kwam niet tot uitvoering en eerst 1860, naar aanleiding van het rapport van het ‘Comité van Defensie’, werd het fort in het verdedigingssysteem opgenomen. Bij de begroting van 1863 werden de eerste uitgaven ervoor toegestaan, maar de aanleg werd verscheidene jaren door Waterstaat tegengehouden, vanwege rivierkundige bezwaren. Inmiddels was al aan de eis van een technisch beter splitsingspunt voor waterverdeling en stroomverbetering voldaan, door het leggen van een dam, een zogenaamd ‘schephoofd’.
Sperfort
In de periode
1869-1872 is het fort op de hoofddam bij Pannerden in Doornenburg
(gemeente Lingewaard) gebouwd. De belangrijkste taak van het sperfort was,
te voorkomen dat de vijand het begin van de Rijn zou afdammen, waardoor de
Nieuwe
Hollandse Waterlinie droog zou vallen en de weg naar het ‘hart van
Holland’ begaanbaar zou zijn. Neventaken waren het beheersen van de
scheepvaart over de Rijn (Bylands kanaal en Pannerdensch kanaal) en
de Waal, alsmede het legeren van troepen.
Het trapeziumvormige
gebouw heeft uitbouwen op de hoekpunten. Men noemt dit het
polygonaal-caponnière-systeem. De kleine halfronde caponnières op de
hoekpunten zorgden voor flankerend nabijheidsvuur, en de rest van het fort
kon worden benut voor frontaal vuur om de vijand reeds op grote afstand
aan te grijpen. Het fort dat, volgens berekening van van de
luitenant-kolonel ingenieur J.H. Kromhout in 1880, een belegering van 30
dagen moest kunnen doorstaan, was zwaar bewapend, hetgeen een
voorbijvarende tijdgenoot het deed zien als een ‘eene soort van bergtop
vol met kanonnen’.
Klik op de afbeelding hierboven om een dwarsdoorsnede van het fort te
bekijken.
Pantserfort
De hoofdbatterij bestond oorspronkelijk uit aarde en met ijzer bekleed eikenhout die de naam Haxo-batterij droeg. Dit was een tijdelijke oplossing waarvoor men moest kiezen omdat er nog onderzoek gaande was naar de constructie van pantseringen. Bij de grote verbetering van het fort (1885-‘90) werd deze tegen het Bylands kanaal gerichte batterij door een moderne pantserconstructie vervangen. Tevens werden toen de hoger gelegen Rijn- en Waalbatterijen gebouwd. Franse pantserplaten en Duitse pantsersteunen kwamen naast elkaar te staan. Terecht spreekt men na de verbouwing van een pantserfort.
Bewapening
In de loop der tijden is de geschutbewapening meer dan eens gewijzigd. Gedurende de mobilisatieperiode 1914-’18 was het volgende geschut ingedeeld:
Batterij tegen het Bylands kanaal: 4 x 15 cm lang 25 (fabrikaat Krupp, Essen), op minimaal-schietgataffuit met hydraulische bediening voor elevatie (type C/84, fabrikaat Gruson, Maagdenburg).
Rijnbatterij: 2 x 10 cm brons (achterlaadkanon van Nederlands fabrikaat).
Waalbatterij: 2 x 10 cm brons
Landbatterij: 6 mitrailleurs M.18 (Vickers) 7,7 mm; 1 x 6 cm luchtafweerkanon (een omgebouwd kazematkanon; was oorspronkelijk het enige keel-flankementkanon van het fort bij Edam).
Escarpgalerij: infanterie-opstelling, vroeger ook mortieren.
Caponnières: 5 x mitrailleuse M.83 (systeem Christophe-Montigny).
Met handvuurwapens kon bovendien vuur uitgebracht worden op de gracht en op het glacis.
Enkele z.g. Coehoornmortieren hadden geen vaste opstellingsplaats.
Na de eerste wereldoorlog
De drastische bezuinigingen na de Eerste Wereldoorlog troffen ook het fort Pannerden; het werd in 1926 tot ‘geen klasse’ verklaard en ging een steeds eenzamere toekomst tegemoet. Tot mei 1940.
Mei 1940
10 Mei 1940. Het is
rond klokslag vier uur in de ochtend. In het oosten krijgt de hemel al een
rode gloed. Plots flikkert in de schemering een geheimzinnig goudachtig
licht op. Het alarmsignaal van een groepje soldaten, dat Herwen en Aerdt
moet waarschuwen voor een Duitse inval.
De Duitsers zijn bij Spijk - en op tal van andere punten langs de grens -
ons land binnengerukt. Terwijl de lucht is vervuld van een onheilspellend
geronk van vliegtuigen, beweegt zich een lange rij Duitse wielrijders en
auto's voorafgegaan door zwaar bewapende motoren, in de richting van de
Betuwe.
Gewaarschuwd door het schitterlicht, brengt kapitein G.W. Westerveld,
commandant van fort Pannerden, zijn troepen in staat van alarm. De
commandant is zich ten volle bewust van het belang van zijn vesting.
Vijandelijke ondernemingen te water moeten worden bestreden. Evenals
pogingen van de Duitsers om het Pannerdens Kanaal af te dammen. Pogingen
die tot doel hebben de Nederlanders de mogelijkheid te ontnemen om het
voorterrein van Grebbelinie en Vesting Holland blank te zetten.

Ten behoeve van deze taken beschikt Westerveld binnen het fort over
tientallen infanteristen en marinesoldaten. Het marinepersoneel is belast
met het bedienen van de twee marinekanonnen van 75 millimeter kaliber.
Geschut, dat in de winter hier is opgesteld en waarvan de lopen dreigend
in de richting van de Rijnsplitsing wijzen.
De overige verdediging van het nog uit de tijd van de Frans-Duitse oorlog
(1870/71) daterende fort bestaat uit mitrailleurs. Ze zijn opgesteld in
bunkers, die pas rondom het schanswerk zijn verrezen. Om te verkomen, dat
de Duitsers in de rug van de vesting de rivier overwippen, zijn aan de
binnenzijde van de dijken langs Waal en Pannerdens Kanaal met planken en
graszoden mitrailleurposten ingericht. Terwijl venijnig prikkeldraad langs
de rivieroevers is uitgerold.
Een van de eerste taken op die tiende mei is het vernielen van de veerpont
bij Doornenburg (destijds in Pannerden-West). Maar, gelegen achter de
dijk, wachten de soldaten vergeefs op het moment, dat het vaartuig met een
daverende knal de lucht in vliegt. Nader onderzoek wijst uit - zo wordt
later over dit voorval verteld - dat de aangebrachte dynamietstaven niet
met kruit maar met zand zijn gevuld!
Ook een poging om de pont met een salvo uit een zware mitrailleur lek te
schieten, strandt. Uiteindelijk is het de in de buurt varende
kanonneerboot Hr. Ms. ‘Braga', die de pont met haar boordbewapening naar
de kelder jaagt.
Inmiddels is er grote commotie ontstaan aan het Pannerdens Kanaal, in de
rug van het fort. Plots zijn hier Nederlandse soldaten van de voorpost in
Herwen en Aerdt ten tonele verschenen. Ze willen hals over kop het kanaal
over, om zich aan te sluiten bij de hoofdmacht in de Betuwe.
Prompt bieden enkele burgers en een militair de helpende hand. Met veel
geluk weten ze de angstige landgenoten over te zetten. Al moet schipper
Eduard Lucassen voor zijn spontane hulpverlening een hoge tol betalen. Als
hij bezig is zijn motorvlet aan de Doornenburgse kant van het kanaal vast
te leggen, wordt hij dodelijk getroffen door machinegeweervuur van op de
oostelijke kanaaldijk verschenen Duitsers.
Ondertussen is de bemanning van fort Pannerden al in het geweer gekomen.
Volgens een rapport zou het bolwerk zelfs ‘goede diensten' hebben
bewezen door in die vroege ochtend meermalen Duitse pogingen om het
Bijlands Kanaal over te steken of af te zakken, te verijdelen. Bij een van
die pogingen slaan de granaten van het fortgeschut zo dicht bij de boeg
van een Duits schip in, dat dit spoorslags een veilig heenkomen zoekt in
de haven van Millingen.
Isolement
Toch begint de toestand stilaan somberder te worden voor kapitein
Westerveld en zijn manschappen. Rond 07.00 uur is, door beschietingen
vanaf de oostkant van het kanaal, de telefonische verbinding met de
superieuren in Elst - een kwetsbaar lijntje hangend aan palen - verbroken.
Erger nog is, dat omstreeks 10.00 uur een totaal isolement van het fort
begint te dreigen. De Duitsers hebben namelijk een punt gevonden waar ze
de rivier kunnen oversteken.
Dat is precies achter een bocht van het kanaal, tegenover de Roswaard in
Doornenburg. Daar peddelen ze met hun rubberbootjes het water over, buiten
het bereik van de Nederlandse mitrailleurs. De luitenant, belast met het
bevel over de verdedigers die verder zuidoostwaarts langs het kanaal
liggen, laat nog snel machinegeweren uit de stellingen halen om de
overvarende tegenstanders te bestoken. De afstand is echter te groot.
Meteen buiten de Duitsers hun succes uit. Al om 12.00 uur is bij de
Roswaard een militair veer in bedrijf en wordt er geschut overgezet.
Duitse infanterie is onderwijl doorgedrongen in Doornenburg. Van daaruit
gaat zij alle tegenstanders in de oostelijke tip van de Boven-Betuwe met
omsingeling bedreigen. Om de dans te ontspringen, trekken de soldaten die
hier nog aan het Pannerdens Kanaal staan, zich in de middag terug. En wel
richting het voetveer over de Waal bij café ‘De Holenoever".
Vandaar begeven ze zich, sneller dan hun commandant lief is, naar Elst.
Die middag bouwen de aanvallers hun bruggenhoofd over de Rijn in
Doornenburg alsmaar verder uit. Duitse soldaten bezetten de verlaten
Nederlandse stellingen ten noorden van de veerovergang. En kanonnen worden
opgesteld bij de Peppelgraaf. Wegen worden afgesloten en de dijken nabij
het fort liggen onder vuur van Duitsers die zich in Millingen en Pannerden
achter de dijk verschanst houden. Als het avond is, zijn de meeste
Nederlandse troepen aan de Waaldijk in de Boven-Betuwe, om afsnijding te
ontlopen, uitgeweken naar Bemmel. Fort Pannerden is nu eenzamer dan ooit.
Als een rots
Toch blijft de bezetting van de vesting actief. Zo gauw aan de overzijde
van het Pannerdens Kanaal of de Waal Duitse verkenners opdoemen, wordt
hierop het vuur geopend. Fort Pannerden staat - als we degenen die op die
tiende mei de radioberichten hoorden, mogen geloven - als een rots in de
branding. Opmerkelijk is, dat het garnizoen plots versterking krijgt van
onverwachte zijde.
In de loop van de dag is de toestand van de kanonneerboot ‘Braga'
onhoudbaar geworden. Het schip dreigt de volle laag te krijgen van Duitse
opstellingen achter de duiken bij Millingen en Pannerden. De kapitein laat
zijn schip daarom tussen twee kribben vlakbij het fort op het zand lopen.
Met meeneming van een zware mitrailleur en een kanon van 37 millimeter
kaliber plus munitie reppen de meeste opvarenden zich naar de afgelegen
vesting. De volgende dag, zaterdag 11 mei, wordt de toestand pas echt
zorgwekkend. Om 08.00 uur openen plotseling zes Duitse vliegtuigen een
moorddadig mitrailleurvuur op het Pannerdense bolwerk. De fortbezetting
schiet terug, waarbij een soldaat van de ‘Braga' krachtig optreedt. De
knaap heeft met de meegenomen zware mitrailleur bovenop het fort
postgevat. Met ware doodsverachting vuurt hij van daaruit op de
aanstormende toestellen. Zelfs weet hij een ervan tot dalen te dwingen.
Overigens raakt er niemand in het fort gewond tijdens de beschieting.
Kapitein Westerveld heeft intussen uit berichten van uitgezonden
patrouilles in burger kunnen opmaken, dat zijn toestand uitzichtloos is.
Hij hoort dat de landgenoten, die de linie van bunkers tussen
Nijmegen-Bemmel-Huissen (de hoofdstelling) moesten verdedigen, de vorige
dag hun hielen hebben gelicht. Rond drie uur 's middags hoort de
commandant, dat de Duitsers in Doornenburg artillerie en mortieren hebben
opgesteld om zijn vesting direct te kunnen beschieten.
Uitstel
Tegen kwart voor zeven 's avonds nadert het moment van de beslissing.
Opeens verschijnen op de fortweg twee Duitse onderhandelaars. Een van hen
houdt een geweest met bajonet in de hand waarop een witte lap is bevestig.
Terwijl zes vliegtuigen als reusachtige adelaars boven het fort cirkelen,
overhandigen de Duitsers een ultimatum. Het garnizoen moet zich meteen
overgeven. Zo niet dan zal het fort door zware artillerie en Stuka's
worden bestookt..
"Onze pantservoertuigen staan klaar voor de aanval. U bent volkomen
ingesloten. Tegenstand is volkomen nutteloos. Wij staan per radio in
contact met onze vliegers. Wij komen niet als vijanden maar als vrienden
en willen daarom onnodig bloedvergieten vermijden".
Desgevraagd verlenen de Duitsers uitstel van de beslissing tot 19.30 uur.
Voor kapitein Westerveld is nu wellicht het zwaarste moment van zijn leven
genaderd. Weliswaar is het moreel van zijn manschappen nog goed, maar
verder vechten heeft inderdaad geen zin meer. Het fort is aan weerszijden
door de vijand omtrokken. De bewapening van het fort is niet berekend op
een aanval vanaf de Betuwse kant. Te meer omdat de kanonnen slechts
richting het Bijlands Kanaal kunnen schieten
Een luchtaanval met bommen kan zelfs uitdraaien op een ware ramp. De
vesting is immers van boven geheel open. Daarnaast is een deel van het
beton van de gebouwde versterkingen nog vers, omdat het pas is gestort.
Ook is er nog geen zanddekking aangebracht. Er is geen
pantserafweergeschut en er is onvoldoende luchtafweergeschut. Ook is de
munitievoorraad geslonken. Kortom reden genoeg voor Westerveld om bakzeil
te halen. Zaterdag 11 mei om 19.30 uur geeft de bezetting van het fort
zich over.
Meer info over de
meidagen van 1940 op
Pannerden
Online.
Na de tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog was Fort Pannerden een welkome bron van bouwmaterialen voor de wederopbouw, en een handige plek om van puin en munitie af te komen.
In
1959 werd het gedeklassificeerd tot een vestingwerk van 'geen klasse'. En op 1
januari 1988 ging het fort naar Staatsbosbeheer die nog steeds eigenaar is. Het
bleef leeg tot een stichting zich in ging zetten voor een restauratie. Dit
initiatief ging echter verloren, en na opnieuw jarenlang verloederd te zijn werd
het gebouw op 12 juni 2000 gekraakt. In 2005 werd het fort alsnog toegevoegd aan
de Hollandse Waterlinie.
Nadat het fort weer ontruimd werd, werd het opnieuw gekraakt.
De gemeente Lingewaard sloot daarna een convenant met de krakers dat ze
tijdelijk wel zouden fuctioneren als beheerders van het object tegen verdere
verloedering, echter men mocht er niet meer slapen.
De huidige situatie (2009) is dat men druk bezig is met de 1e fase van de
restauratie. Deze wordt uitgevoerd door
Heijmans
restauratiewerken.
Bezichtiging van dit fort is tijdens de
restauratiefase niet mogelijk. Meer info hierover vindt u op de website van
gemeente lingewaard -fort Pannerden. Hier vindt u ook een aantal foto's van
de binnenzijde van het fort.
Nieuwsgierig naar nog meer geschiedenis van het fort ?? klik dan op de links hieronder:
|
|
|
|
|
Info over de kraakacties en ontruimingen van het fort:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tros:
|
|
|
Nos: overzicht diverse uitzendingen ontruiming fort Pannerden |
Gegevens hierboven zijn
o.a. ontleend aan de (voormalige) website van de
Stichting
Fort Pannerden, die thans jammer genoeg offline is..