4      

Deze oefening sluit de serie rond het Palet Kleur  af.  


Open PSP.

Open een nieuw venster 350 x 300, wit, 24-bits.

Stel een voor- en achtergrondkleur in.

Zet de voorgrondkleur op Effen en de achtergrondkleur op Verloop.

Selecteer het verloop Speciale verf en Radiaal verloop.

Activeer  Vlakvulling, zet in de Opties de dekking op 90.

Vul het werkvenster met de achtergrondkleur.


Als je bovenstaande opdracht vlot hebt uitgevoerd, is de opgedane kennis blijven hangen.

Klik in  stijlopties van de voorgrondkleur op het icoon tweede van rechts, negen puntjes in een vierkant.

Dit icoon noemen wij Patroon .

Patroon.

Klik nu in de button voorgrondkleur van Stijlen  en bijgaand voorbeeldvenster wordt getoond.

Ook hier zie je weer een voorbeeldvenstertje waarin het geselecteerde patroon wordt getoond.

Daarboven staat de naam van het patroon.

Klik op het zwarte driehoekje en alle voorgeprogrammeerde patronen zie je in een tabel.

Klik maar eens een patroon aan, het voorbeeldvenstertje wordt ermee gevuld.

Het vakje Schaal  geeft aan in welke schaalgrootte het patroon zichtbaar is.

Wijzig het getal in 10 en klik weer op het driehoekje, er is niet veel meer van de fraaie patronen over.

Probeer nu zelf eens wat waarden uit.

Het vakje Hoek  ben je al eerder tegengekomen in Verloop .

Er zijn nu alleen wat andere mogelijkheden.

Wijziging van het getal in het witte venstertje is je nu wel bekend, maar naast dit venster zie je een cirkel met een vanuit het middelpunt getrokken lijn.

De hoek waarin de lijn staat correspondeert met het getal in het venstertje, in dit geval 56.

Je kunt de hoek ook wijzigen door de muisaanwijzer op de lijn te plaatsen, linker muisknop indrukken en de muis bewegen.

Is alles naar wens ingesteld, klik OK  en het patroon wordt ook getoond in de button voorgrondkleur  van Stijlen .

Linksklik in het werkvenster.

Probeer voor jezelf nog eens wat andere patronen uit.

Het vak Stijlen  in het Palet Kleur  hebben wij nu behandeld.


Volgende en laatste stap in het Palet Kleur  is het behandelen van het vak Texturen .

De basisfuncties van dit vak zijn gelijk aan die van Stijlen .

Voorgrond (linksklik), achtergrond (rechtsklik), driehoekje om de opties te openen zijn van die kenmerken.

De verschillen zullen wij doornemen.

Texturen.

Klik op het driehoekje van het voorgrondvak, de  textuuropties worden geopend.

Het ziet er gelukkig niet zo ingewikkeld uit als de stijlopties.

Het linkervakje aanklikken betekent dat een textuur gekozen kan worden, aanklikken van het rechtervakje is het uitschakelen van de functie textuur.

Het laatste hoef ik niet uit te leggen, het eerste behandelen wij meteen.

Klik op het linkse icoon, met deze handeling wordt de knop geactiveerd.

Klik in de voorgrondbutton en het venster Textuur  wordt geopend.(zie voorbeeld)

Mogelijkheden ken je wel als je dit ziet.

Voorbeeldvenster, structuurnaam er boven, driehoekje om de tabel op te roepen, het is uit voorgaande soortgelijke vensters bekend.

Probeer daarom zelf eens wat texturen te selecteren en in het werkvenster in te brengen.

De texturen werken alleen in combinatie met voor-en/of achtergrondkleur.

Wanneer bijvoorbeeld de voorgrondkleur is uitgeschakeld  en je wilt een textuur aanbrengen met linksklikken, dan accepteert het systeem dit niet en krijg je dit venster te zien.

 

 

Deze tekst begrijp je wel, eerst de voorgrondkleur in het vak Stijlen  activeren met een van de opties, daarna linksklikken in het werkvenster.

Onder het vak Texturen  is de optie  vergrendelen geplaatst.

Deze kan je in- en uitschakelen door in het witte vakje te klikken.

Wil je dezelfde textuur gebruiken voor alle gereedschappen die in het werkstuk worden gebruikt, dan schakel je vergrendelen in (het vakje aangevinkt).

Doe je dit niet zal elk gereedschap zijn eigen voorinstellingen gebruiken.

Na deze eerste vier oefeningen ken je de werking van het Palet Kleur .

Met de diverse gereedschappen zijn er in combinatie met het Palet Kleur  veel mogelijkheden.

Deze komen wellicht in latere oefeningen aan bod.

Het hoofdstuk Palet Kleur  is hiermee afgehandeld, neem e.e.a. nog maar eens goed door, oefen met de diverse mogelijkheden want in elk werkstuk heb je dit palet nodig.

Paden bewerken.

Nietwaar zal de opmerkzame lezer denken, want zowel in het venster Verloop  als in het venster Patroon  en Texturen  kom ik een knop Paden  bewerken  tegen en daarover wordt niets gezegd.

Klopt, bewust is dat gedaan want voorlopig moet je verre hiervan blijven.

Wil je er desondanks al iets meer van weten, klik de knop aan en kies in het geopende venster voor de knop Help , maar doe in het venster zelf helemaal niets.

OK / Annuleren.

Voor de volledigheid worden ook deze twee knoppen uit de vensters genoemd alhoewel deze niet specifiek zijn voor het programma en je ze in normaal computergebruik overal tegenkomt.

Heb je instellingen in een venster aangepast en je wilt ze gebruiken/behouden klik dan op OK .

Wil je een geopend venster met instellingsopties sluiten zonder dat wijzigingen worden doorgevoerd, dan is Annuleren  de juiste keus.


Vragen staat vrij:
versterrehjm@chello.nl

Naar beginners-oefening 5

Naar Overzichtspagina

Voorwaarde