6

 

Het komt nogal eens voor dat wij in een werkstuk een stukje tekst of anderszins letters willen gebruiken.

In deze oefening zullen wij ons beperken tot de meest eenvoudige vorm.

Het gaat erom dat je bekend raakt met de werking van bovenstaand voorbeeldvenster.

Open in PSP een nieuw venster, 300 x 300, wit, 24-bits.

Dit venster kan je gebruiken als oefenvenster.


Activeer nu  Tekst  door het icoon in de gereedschapbalk (palet materialen en vormen) aan te klikken.

Dit gereedschap heb je dus altijd nodig bij het invoegen van tekst.

Plaats de muisaanwijzer in het werkvenster.

Je ziet nu  dit teken in plaats van de normale aanwijzer.

Plaats dit teken in het midden van het venster en linksklik.

Resultaat is dat het venster Tekstinvoer  ( zie voorbeeld boven) zich opent.

Naam:

Klik op het pijltje, in het uitklapmenu zie je alle beschikbare lettertypen.

De aanwezige lettertypen zijn allemaal opgeslagen in de map C:\Windows\Fonts , dus heb je elders ook nog lettertypen opgeslagen, dan komen ze hier niet voor.

Kies uit de lijst een lettertype dat je wilt gaan gebruiken, klik er op en het wordt geselecteerd.

Grootte:

Klik ook hier op het pijltje en alle beschikbare in te stellen grootten van de letter worden getoond.

Klik op een te gebruiken lettergrootte en het wordt geselecteerd.

Het komt wel eens voor dat je een lettergrootte wilt of moet gebruiken die niet in het lijstje voorkomt.

Doe dan het volgende.

Klik op de cijfercombinatie die in het vak Grootte  staat, de achtergrond krijgt een andere kleur.

Type nu de cijfers in die gebruikt moeten gaan worden.

Druk op de Tab -toets van het toetsenbord en de nieuwe combinatie is geactiveerd.  

Schrift:

Wijzigingen zijn hier in de meeste gevallen niet mogelijk.

Voorbeeldtekst:

In dit deel van het venster wordt een deel van de tekst, als voorbeeld, geplaatst in lettertype en grootte zoals eerder ingesteld.

SpatiŽring tekenpaar:

Hiermee kan je de afstand tussen de tekens (letters, cijfers, etc.) beÔnvloeden.

Ten opzichte van de automatisch vooringestelde programmaspatie kan je de afstand hiermee dus verkleinen of vergroten.

(Zie ook Automatisch spatiŽren .)

Regelafstand:

Hiermee kan je de gebruikelijke regelafstand vergroten of verkleinen.

(Zie ook Automatisch spatiŽren .)

Automatisch spatiŽren:  

Het programma gebruikt een standaardwaarde voor de afstand van de spatie en de regel.

Wil je deze waarden gebruiken, klik in het witte vakje, een vinkje geeft aan of deze optie is geselecteerd en daarmee wordt toegepast.

Wil je zelf de waarden bepalen dan dient het hokje blanco te blijven (staat er een vinkje, klik in het hokje en het vinkje verdwijnt).

Dit betekent tegelijkertijd dat de opties SpatiŽring tekenpaar  en Regelafstand  de functie overnemen en je deze opties dient te bewerken.

Stijlen en Texturen:

Deze vakken zijn gelijk aan die uit het Palet Kleur  , werking en instellingswijzigingen in eerdere beginnersoefeningen uitvoerig besproken.

Bij opening van het venster Tekstinvoer  zijn de waarden gelijk aan de ingestelde waarden in het Palet Kleur .  

Het verschil met de instellingen van het Palet Kleur  is, dat nu de voor- en achtergrond dienen om de letters een gekleurde omlijning te geven ofwel de letter met de ingestelde kleur te vullen.

De mogelijkheden zijn hier zo'n beetje oneindig en ik raad je aan om eens flink met deze opties te oefenen.  

Standaardtekst:

Deze knop activeren, alle instellingen verdwijnen en worden teruggebracht tot slechts de vulling van de letter.

Uiteraard kan je hierna in stijlen  en texturen  de gewenste opties weer inbrengen.

Invoervak:

In het grote witte vensterdeel kan je de tekst invoeren, maar eerst bespreken wij even de balk voor de tekstopmaak die rechts boven dit venster staat.

 

Uitvoerig hoeven wij hier niet op in te gaan, want deze balk kom je in alle tekstverwerkende programma's tegen.

Het activeren van de eerste vier iconen, beginnend vanaf links, zorgt voor het wijzigen van de lettervorm in:

vet / cursief / onderstreept / doorstreept.

De drie iconen daarnaast ken je ook wel maar behoeven toch enige toelichting.

Zoals je wel bekend zult zijn betreft het hier een optie om de tekst uit te lijnen.

De ingebrachte tekst wordt dus of links of in het midden of rechts uitgelijnd.

In een tekstverwerker is het zo dat je regels afzonderlijk kunt uitlijnen, hier kan dat niet, de volledig ingebrachte tekst kan slechts op ťťn manier worden uitgelijnd.

Nu komen wij aan het witte tekstinvoervak.

Er zijn drie mogelijkheden:

1. er is geen tekst aanwezig

Klik in het vak, een cursor staat te knipperen, type de tekst in.

2. er is niet geselecteerde tekst aanwezig

Niet geselecteerde tekst is tekst die op het witte vlak staat, het heeft geen gekleurde achtergrond.

De bestaande tekst wil je blijven gebruiken en er alleen iets aan toevoegen.

Plaats de muisaanwijzer op het punt in de tekst waar je extra tekst wilt inbrengen en voeg de nieuwe tekst toe.

De bestaande tekst moet vervallen.

Plaats de muisaanwijzer aan het eind van de tekst en sleep met ingedrukte linkermuisknop naar het begin van de tekst, de tekst krijgt nu een gekleurde achtergrond.

Type jouw tekst in, deze vervangt de geselecteerde tekst.

3. er is geselecteerde tekst aanwezig

Geselecteerde tekst is tekst met een gekleurde achtergrond.

Indien je deze tekst niet wilt gebruiken type dan meteen de gewenste tekst in, extra handelingen zijn verder niet nodig.

Wil je deze tekst wel gebruiken, klik in het venster en de selectie vervalt.

Plaats de muisaanwijzer op de plek waar je tekst wilt toevoegen, linksklik en type de tekst in.

De backspace -toets, de delete -toets en de pijltjes -toetsen van het toetsenbord zijn handige hulpmiddelen om de tekst mee te bewerken.

Dubbelklikken op een woord in de tekst, selecteert het woord.

Slepen van de muis met ingedrukte linkermuisknop is ook een probaat selectiemiddel.

Met al deze gegevens moet het mogelijk zijn tekst te plaatsen.

CreŽren als:

Hier vindt je vier gebruiksopties.

De eerste drie zijn niet gelijktijdig te gebruiken, je moet dus altijd kiezen uit ťťn van de drie.

De vierde optie is onafhankelijk van de eerste drie.

Vector

Bij het gebruik van deze optie is het mogelijk vervormingen aan te brengen, omdat wij nu nog in een beginnersfase zitten, zal ik hier verder niet op ingaan en moet je deze optie nog maar even niet gebruiken.

Selectie

Bij het gebruik van deze optie verschijnt de tekst in het werkvenster als lege tekst.

Dat wil zeggen dat de letters transparant worden weergegeven omringd door stippellijnen.

Dit geeft de mogelijkheid de tekst in het werkvenster te bewerken met inkleuren, effecten en andere opties.

Het verplaatsen van de geselecteerde tekst in het werkvenster doe je door op het gereedschap verplaatsing  te klikken, de muisaanwijzer op de selectie te zetten zodanig dat je deze  vorm ziet en met ingedrukte rechter muisknop de tekst te verslepen.

Het is mogelijk dat de tekst niet in het werkvenster past, met deze optie krijg je de niet zichtbare letters ook niet terug in het werkvenster, voer dan onderstaande handelingen uit.

Activeer  Tekst , plaats de muisaanwijzer in de tekst zodanig dat je  dit teken ziet, rechtsklik en de tekst verdwijnt.

Linksklik in het midden van het werkvenster, stel de grootte  van de letter lager in, klik OK .

Zwevend

Deze optie gebruik je wellicht het meest.

Het geeft de tekst in het werkvenster weer met alle opties die in het vak tekstinvoer  zijn ingesteld.

Zolang de tekst geselecteerd is (spikkellijn er omheen) is de tekst bewerkbaar.

Zet de muisaanwijzer in de tekst zodanig dat je  dit teken ziet, druk de linkermuisknop in en sleep met ingedrukte muisknop de tekst naar een ander deel in het venster.

In tegenstelling tot de optie selectie  kunnen nu de buiten het venster vallende letters terug in het venster gezet worden door de tekst te verslepen.

In de titelbalk van het werkvenster zie je de tekst zwevende selectie  staan.

Dat wil zeggen dat de tekst op een voorlopig nieuwe laag is geplaatst, later leer je de voordelen hiervan wel.

Is de tekst zoals je het wilt hebben en staat het op de juiste plaats, klik in de menubalk op Selecties / Niets selecteren  en de tekst komt op de onderliggende laag te staan, kijk maar naar de titelbalk van het werkvenster.

Anti-alias

Het weergeven van tekst verloopt niet altijd vloeiend, er zijn soms wat rafelige  randen te zien.

De functie anti-alias  probeert de lijnen rond de letters zo vloeiend mogelijk te doen verlopen.

Deze functie is werkzaam indien in het hokje ervoor een vinkje staat weergegeven.

Klik in het blanco vakje, het vinkje verschijnt, anti-alias  is geactiveerd.

Dť-activeren door in het vakje met het vinkje te klikken, vinkje verdwijnt, anti-alias is uitgeschakeld.

Proef:

Dit venstertje  zie je helemaal rechtsonder in het venster Tekstinvoer .

Is het pijltje ingedrukt  dan zal de tekst altijd meteen als voorbeeld in het werkvenster worden getoond.

Na het sluiten van het venster Tekstinvoer  blijft deze instelling gehandhaafd.

Is het pijltje niet ingedrukt dan wordt geen voorbeeld in het werkvenster weergegeven.

Door op het oog  te klikken wordt het voorbeeld wel weergegeven.

Na het sluiten van het venster Tekstinvoer  vervalt deze instelling.


Vragen staat vrij:
versterrehjm@chello.nl

Naar beginners-oefening 7

Naar Overzichtspagina

Voorwaarde