7

Deze oefening geeft uitleg over twee nauw samenhangende en zeer belangrijke functies die het programma PSP biedt.

Het gaat in deze om:

Palet materialen en vormen (gereedschappen)

Opties voor gereedschappen


Palet Materialen en Vormen (gereedschapbalk)

Deze balk bevat veel gereedschappen nodig voor het werken in PSP.

De balk komt pas in functie wanneer er een werkvenster in PSP is geopend, doe dat eerst.

Standaard staat het aan de linkerzijde van het hoofdvenster van PSP.

Je kunt het Palet ook naar een andere zijde van het venster slepen door in een vrij stukje achtergrond van de balk, veelal boven de witte pijl, de muisaanwijzer te plaatsen en met ingedrukte linkermuisknop te slepen.

Ook kan je er een zwevend   palet van maken dat je overal in het hoofdvenster kunt plaatsen.

Dubbelklik daartoe op een vrij stukje achtergrond van de balk, veelal boven de witte pijl.

Je kunt dit zwevend  palet ook verkleinen.

Plaats de muisaanwijzer aan boven- of onderzijde van het palet totdat je een  dubbele pijl ziet en sleep met ingedrukte linkermuisknop naar de tegenoverliggende zijde tot het palet is verkleind.

Wil je het weer vergroten, plaats de muisaanwijzer aan de onderzijde, je ziet de dubbele pijl, met ingedrukte linkermuisknop naar beneden slepen.

 

Werkbalken zijn in PSP in en uit te schakelen (zichtbaar/onzichtbaar).

Klik in de menubalk op Beeld / Werkbalken  . In het geopende venster Werkbalken   vindt je alle in PSP aanwezige werkbalken.

Blanco hokje betekent uitgeschakeld/onzichtbaar, aangevinkt hokje ingeschakeld/zichtbaar.

Wil je meer weten, klik in dit venster eens op de Help  .

 

Elk gereedschap heeft een eigen vorm voor de muisaanwijzer.

Klik eens op een icoon uit de werkbalk om het te activeren.

Plaats de muisaanwijzer in het werkvenster, je ziet dat de muisaanwijzer van vorm is veranderd en aangeeft welk gereedschap je gebruikt.

Opmerkelijk is ook dat niet altijd alle gereedschappen beschikbaar zijn.

Is een icoon in grijs   afgebeeld dan kan je het gereedschap niet activeren.

Wanneer je bijvoorbeeld werkt op een vectorlaag, dan zijn de teken- en schildergereedschappen onbruikbaar.

Bovendien zijn er gereedschappen die slechts bruikbaar zijn in grijswaarden- dan wel 24-bitskleuren, het is dan noodzaak om in de menubalk van PSP te klikken op Kleuren / Kleurdiepte uitbreiden / 16 miljoen kleuren (24 bits) .

Nu zou het mooi zijn wanneer in deze oefening per gereedschap werd uitgelegd wat de functie is.

Dat zou een beetje onlogisch zijn, want de Help   van het programma voorziet reeds over een duidelijke uitleg die de moeite waard is om eens aandachtig door te nemen.

Klik in de menubalk van PSP op Help / Help onderwerpen  .

In het geopende venster zie je linksbovenaan  drie tabs  , klik op het sleuteltje   en type het woord materialen.

In het venster eronder wordt materialen en vormen   gearceerd weergegeven, klik daar op en aan de rechterzijde vindt je de complete behandeling.

Klik op de rode tekst naast een icoon en de uitleg over het icoon wordt weergegeven.

Klik nu onder de menubalk op de tab Vorige  , de hoofdpagina wordt weer getoond, roep de uitleg van een ander icoon op.


Opties voor Gereedschap

Wanneer een gereedschap uit de gereedschapbalk wordt geactiveerd, zal er altijd voor gezorgd dienen te worden dat het gereedschap functioneert zoals wij dat willen.

Omdat elk gereedschap zijn eigen voorwaarden kent, heeft men voorzien in een ook weer voor elk gereedschap apart venster waarin de specifieke instellingen kunnen worden vastgezet.

Het Opties  -venster is een losstaand venster dat je overal in het scherm kunt neerzetten.

Je ziet het nu nergens? Via Beeld / Werkbalken   kan je Palet Opties voor gereedschap  aanvinken.

De titelbalk van het venster   ziet er altijd zo uit, achter het streepje wordt de naam vermeldt van het gereedschap dat door jou is geactiveerd.

Links van het kruisje in de titelbalk, zie je een driehoekje.

Staat het pijltje naar beneden zoals hier, dan is het venster ingeklapt en blijft slechts de balk zichtbaar.

Plaats de muisaanwijzer op de titelbalk en het venster klapt open.

Wil je het venster constant open laten staan, klik dan op het driehoekje.

Het driehoekje is omgedraaid, pijltje staat naar boven ten teken dat het niet meer automatisch dichtklapt.

Direct onder de titelbalk vindt je een aantal iconen.

Sommige Opties  hebben er meer, maar deze kom je in elk Opties  -venster tegen.

Meest links wordt altijd het gereedschap-icoon getoond.

Het icoon er naast laat nevenstaand venster zien.

Normaliter is het vak Cursors  als in het voorbeeld ingevuld waardoor de muisaanwijzer in het werkvenster wordt getoond als het gereedschap-icoon.

Indien je de precisiecursor activeert zie je de muisaanwijzer in het werkvenster als  dit teken.

Probeer de verschillen maar eens uit.

Het vak Opties voor drukgevoeligheid   is alleen bestemd voor hen die werken met een tekenpen  .

Rechts onder de titelbalk vindt je    dit icoon.

Klik hierop en je ziet een versie van de gereedschapbalk.

Door op een van de opties te klikken, activeer je het aangeklikte gereedschap en wijzigt ook meteen het Optie  -venster.

 

Het gaat te ver om alle Optie  -vensters en hun instellingen in deze te behandelen.

In lessen/oefeningen worden altijd instellingswaarden opgegeven, deze waarden dienen ingevuld te worden in het Optie  -venster van het betreffende gereedschap.

Eigenlijk zou het zo moeten zijn dat je na het activeren van een gereedschap meteen in het venster Opties   kijkt welke instellingsgegevens zijn ingevuld.

Het kan wel eens tot een snelle oplossing van een probleem leiden.

 


Vragen staat vrij:
versterrehjm@chello.nl

Naar beginners-oefening 8

Naar Overzichtspagina

Voorwaarde