Voordat de werkelijke oefening begint, zal er eerst wat voorwerk gedaan moeten worden.

Je hebt de keuzemogelijkheid A en B.

Om optimaal van de oefening te profiteren kan je het best beide keuzes maken omdat beiden een ander resultaat geven en je ook binnen die keuzes weer nieuwe wetenswaardigheden zult tegenkomen.

Het uiteindelijk resultaat is bijvoorbeeld op te slaan en te gebruiken als Textuur  of Patroon .

De menu-optie Afbeelding / Berekeningen  wordt gebruikt.

Keuze A.

A.01. Open in PSP een nieuw venster, 200 x 200, wit, 24-bits.

A.02. Kies een voorgrond- én een achtergrondkleur door in de button te klikken en een kleur te bepalen.

In Stijlen  beide buttons op de meest linkse icoon, Effen .

In Texturen  beide buttons op Geen .

A.03. Dubbelklik op het gereedschap-icoon Selectie , het venster Gebied selecteren  wordt geopend.

A.04. Geef de volgende instellingen in:

L. 0 (nul) , R. 100 , B. 0(nul) , O. 200.

OK .

A.05. Activeer Vlakvulling , linksklik binnen de selectie.

A.06. Klik in de menubalk op Selecties / Omkeren .

Rechtsklik binnen de selectie.

A.07. Klik in de menubalk op Selecties / Niets selecteren .

A.08. Activeer Retouche .

Stel de in zoals hiernaast aangegeven.

A.09. Plaats de muisaanwijzer in één van de twee kleurdelen van het werkvenster.

Sleep met ingedrukte linker muisknop zig-zag-gewijs over het gebied waar de kleuren elkaar raken zodat erna geen duidelijke scheidslijn meer bestaat.

Sleep daarna met ingedrukte linker muisknop van het ene kleurdeel in het andere, herhaal de handeling tot een beeld is ontstaan dat iets weg heeft van nevenstaand, verkleind, voorbeeld.

A.10. Klik in de menubalk op Effecten / Grofkorreligheid / Toevoegen .

Zet Ruis:  op 10, activeer Gelijkmatig , klik OK .

A.11. Herhaal de stappen A.01 t/m A.09.

In de Retouche  wijzig je de Hardheid  in 30.

Sleep met ingedrukte linker muisknop van het ene kleurdeel zeer ruim in het andere kleurdeel, zie het verkleinde voorbeeld.

Je hebt nu de twee werkvensters waarmee je de eigenlijke oefening begint.

Ga verder bij punt 01.

Keuze B.

B.01. Open in PSP twee verschillende plaatjes, afbeeldingen, foto's of andere afbeeldingsbestanden uit eigen archief.

Voorwaarde is dat de plaatjes een formaat hebben groter dan 200 x 200.

B.02. Klik in de menubalk op Venster / Dupliceren .

Sluit het origineel door op het kruisje in de titelbalk te klikken.

B.03. Klik in de titelbalk van het andere origineel.

Voer punt B.02 uit.

B.04. Dubbelklik op Bijsnijden .

Geef in het geopende venster de volgende waarden in:

L. 0 (nul) , R. 200 , B. 0 (nul) , O. 200 .

klik OK .

B.05. Plaats de muisaanwijzer binnen het 'gesneden' gebied, sleep met ingedrukte linker muisknop het gebied naar een volgens jou geschikte plaats binnen de afbeelding.

Maakt niets uit waar in de afbeelding je het gebied plaatst, kies bij voorkeur een kleurrijk deel.

Klik in de menubalk op Afbeelding / Bijsnijden .

B.06. Activeer het andere venster door in de titelbalk te klikken.

Voer de punten B.04 en B.05 uit.

Keuze B is voltooid, met deze twee vensters wordt de oefening gemaakt.

Ga verder bij punt 01.


01. Klik in de menubalk op Afbeelding / Berekeningen .

Stel de waarden van de groepen Functie, Kanaal  en Wijzigende factoren  van het venster Berekeningen  in als bijgaand voorbeeld.

Het bovenste deel van het venster is, nadat de instellingen zijn vastgelegd, van belang.

Je gaat van twee vensters een combinatie maken.

Het belang zit in het feit dat je dus achter Afbeelding nr. 1:  en Afbeelding nr. 2:  de juiste werkvensters selecteert.

Vuistregel is dat voor Afbeelding nr. 1  altijd het werkvenster met het laagste 'image-nummer' wordt geselecteerd.

Het 'image-nummer' vindt je in de titelbalk van het werkvenster.

Stel de juiste 'image-nummers' in.

Klik OK .

Een nieuw werkvenster wordt geopend.

02. Klik in de menubalk op Venster / Dupliceren .

Klik in de menubalk op Afbeelding / Omkeren .

Klik in de menubalk op Afbeelding / Berekeningen , let er op dat je de juiste 'image-nummers' selecteert, de overige instellingen niet wijzigen, OK .

Je zult begrijpen dat je altijd de 'image-nummers' van de laatst geopende twee werkvensters kiest.

03. Klik in de menubalk op Venster / Dupliceren .

Klik in de menubalk op Afbeelding / Spiegelen .

Klik in de menubalk op Afbeelding / Berekeningen , let er op dat je de juiste 'image-nummers' selecteert, de overige instellingen niet wijzigen, OK .

04. Klik in de menubalk op Venster / Dupliceren .

Klik in de menubalk op Kleuren / Histogramfuncties / Egaliseren .

I.p.v. Egaliseren  uit voorgaande zin, zou je ook Kleuren / Negatief  of Kleuren / Solariseren  kunnen gebruiken.

Klik in de menubalk op Afbeelding / Berekeningen , let er op dat je de juiste 'image-nummers' selecteert, de overige instellingen niet wijzigen, OK .

05. Klik in de menubalk op Venster / Dupliceren .

Klik in de menubalk op Afbeelding / Roteren , kies Rechts  90 graden, OK .

Klik in de menubalk op Afbeelding / Berekeningen , let er op dat je de juiste 'image-nummers' selecteert, de overige instellingen niet wijzigen, OK .

06. Klik in de menubalk op Kleuren / Aanpassen / Kleurtoon-Verzadiging-Helderheid .

In dit venster moet je zelf eens experimenteren met de instellingen, de optie Inkleuren  wel of niet ingeschakeld geeft vaak een wonderlijk verschil.

Wat je nu hebt gemaakt is een volkomen naadloos patroon.

Je kunt het voor divers gebruik opslaan, waartoe hieronder enkele mogelijkheden worden aangereikt.

-A- Achtergrondbestand.

Klik in de menubalk op Bestand / Exporteren / JPEG-optimalisatie , in sommige gevallen kan het zijn dat i.p.v. JPEG de optie GIF-optimalisatie  beter uitpakt. Probeer het maar eens uit.

Dit bestand zou je als achtergrond in e-mail of webpagina kunnen gebruiken.

-B- Textuur en/of Patroon.

Vindt je de structuur van het plaatje interessant genoeg om het later in PSP te gaan gebruiken als Textuur of Patroon, kies dan voor deze optie.

Klik in de menubalk op Bestand / Opslaan als... .

In het vak Opslaan in:  zoek je de map waarin je de Texturen of Patronen hebt staan, meestal is dat in de programmamap van PSP in Program Files maar je kunt er elders op de schijf ook zelf een map voor hebben aangemaakt, klik de map aan.

In het vak Opslaan als type:  zoek je naar Windows- of OS/2-bitmap(*bmp),  klik dat aan.

In het vak Bestandsnaam:  type je de naam die je het bestand wilt geven, zonder toevoeging van de extensie, dat gebeurt automatisch doordat je Opslaan als type:  al correct hebt ingevuld.

Klik op Opslaan .

-C- Zelfstandig bestand.

Klik in de menubalk op Afbeelding / Randen toevoegen , stel de waarden in, OK .

Selecteer de rand met Toverstaf  en klik in de menubalk op Effecten / 3D-effecten / Afschuining binnen , kies eigen waarde-instellingen, OK .

Klik in de menubalk op Selecties / Niets selecteren .

Klik in de menubalk op Bestand / Exporteren / JPEG-optimalisatie , in sommige gevallen kan het zijn dat i.p.v. JPEG de optie GIF-optimalisatie  beter uitpakt. Probeer het maar eens uit.

Herinnering:

Heb je beide keuzemogelijkheden uitgeprobeerd?

 

 


Vragen staat vrij:
versterrehjm@chello.nl

Naar Overzichtspagina

Voorwaarde