

Vector-Tekenen
Deze oefening/instructie heeft geenszins de pretentie volledig te zijn, het geeft een beeld van de basismogelijkheden en ook dat zal niet volledig zijn.
Hoe beperkt ook, het zal in ieder geval inzicht geven in het gebruik van het gereedschap Tekenen .
Het onderwerp Tekenen in de Help van het programma PSP, geeft veel extra informatie.
A01. Open in PSP een nieuw venster, 300 x 300, transparant, 24-bits.
A02. Activeer
Tekenen en open de
.
In het optie-venster vindt je onder Type , vier keuze-mogelijkheden:
a. Eén lijn , resultaat van deze optie geeft een enkele rechte lijn
b. Bézier-curve , deze optie maakt het mogelijk gebogen/gedraaide lijnen te maken
c. Vrije lijn , elke lijnvorm is met deze optie direct te tekenen.
d. Van punt tot punt , door tekenpunten gevormde lijnsegmenten.
De optie Lijnstijl in het optie-venster geeft diverse lijnvormen, klik op het driehoekje en loop de lijst eens door.
Bij gebruik van het gereedschap Tekenen is het Palet kleur altijd van belang.
De tekening wordt gemaakt met de in het Palet kleur ingestelde voorgrond- achtergrondkleur, verlopen, patronen, texturen.
Stel daarom altijd eerst Stijlen en Texturen in, bij gebruik van het tekengereedschap.
A03. Stel de
in volgens voorbeeld.
A04. Plaats de muisaanwijzer in het werkvenster en sleep met ingedrukte linkermuisknop naar rechts.
Je ziet een
Contour ontstaan.
Laat de muisknop los, de eerste lijn is getekend en omgeven door het frame met de handgrepen.
Het is mogelijk de lijnen in alle richtingen te slepen.
Wil je een lijn tekenen met een exacte hoek van 45 graden, druk de Shift - toets in en sleep met ingedrukte linkermuisknop in de richting van de hoek waarin je de lijn wilt plaatsen.
De voorgrondkleur bepaalt de vulling van de contour.
A05. Plaats de muisaanwijzer ergens op de reeds getrokken lijn en sleep een nieuwe lijn.
Herhaal dat enkele malen, waarbij telkens de de laatst getrokken lijn het beginpunt van de nieuwe lijn is.
Variant
A06. Het is ook mogelijk een nieuwe lijn met het uiteinde van de voorgaande te verbinden.
Open een nieuw venster, trek de eerste lijn.
Druk de Alt - toets in, klik in het werkvenster op het punt waar je de nieuwe lijn wilt laten eindigen, schuif iets met de muis tot je de contour ziet ontstaan.
Laat de Alt -toets los, daarna de muisknop loslaten, de nieuwe lijn is verbonden met het einde van de vorige lijn.
Let op dat je bij deze manier de goede volgorde met de Alt - toets aanhoudt, anders wordt de serie onderbroken en lukt het niet.
Variant
A07. Een lijn kan bestaan uit verschillende segmenten, elk segment heeft zijn begin- en eindpunt.
Open een nieuw venster.
Houdt de Alt - toets ingedrukt, plaats de muisaanwijzer in het werkvenster op het punt waar je de lijn wilt beginnen, linksklik.
Alt - toets blijft ingedrukt, plaats de muisaanwijzer op het punt in het werkvenster waar je het lijnsegment wilt eindigen, linksklik.
Alt - toets blijft ingedrukt, plaats de muisaanwijzer op het punt in het werkvenster waar je het volgende lijnsegment wilt eindigen, linksklik.
Alt - toets blijft ingedrukt, plaats de muisaanwijzer op het punt in het werkvenster waar je het, voor deze keer, laatse lijnsegment wilt eindigen, Alt - toets los, linksklik.
Zoals je ziet wordt het gebied binnen de lijnen opgevuld met de achtergrondkleur.
B01. Open een nieuw venster.
B02. Wijzig in de
het Type in Bézier-curve.
B03. Plaats de muisaanwijzer in het werkvenster, sleep met ingedrukte linkermuisknop de aanwijzer naar een ander deel van het venster, laat de muisknop los.
B04. De contour van de lijn is in het werkvenster geplaatst.
B05. Klik nu eens boven de contour.
Er wordt een handvat geplaatst op het aanklikpunt,
deze is altijd verbonden met het startpunt van de contour.
Bovendien heeft de contour een curve gemaakt vanuit het startpunt tot halverwege de lijn naar het handvat.
B06. Klik nu onder de contour en houdt de muisknop ingedrukt.
Je ziet dat het aanklikpunt nu verbonden wordt met het eindpunt van de contour, ook is er weer een curve ontstaan.
Laat de muisknop los.
Er is nu een gebogen lijn ontstaan, alles tussen de getrokken rechte lijn en de lijnbogen wordt opgevuld met de achtergrondkleur.
Op voorgaande figuur heb je niet zoveel eigen inbreng gehad, de figuur is door twee klikken min of meer spontaan ontstaan.
Variant
B07. Voer de punten B01 t/m B05 uit.
B08. Klik nu op het handvat, houdt de muisknop ingedrukt en sleep het handvat tot een gewenste vorm is ontstaan.
Heb je gemerkt dat het eerste handvat op zijn plaats is gebleven en dat er een nieuw handvat is ontstaan dat met het einde van de contour is verbonden, waardoor je van daaruit de contour vorm geeft?
Laat de muisknop los, ook nu is er weer een gebogen lijn ontstaan en is de ruimte tussen de lijnbogen en de rechte lijn opgevuld met de achtergrondkleur.
Variant
B09. Voer de punten B01 t/m B04 uit.
B10. Klik boven de contour, houdt de muisknop ingedrukt en sleep tot een gewenste vorm is ontstaan.
B11. Herhaal punt B10 maar nu onder de contour.
C01. Open een nieuw venster.
C02. Wijzig in de
het Type in Vrije lijn.
C03. Plaats de muisaanwijzer in het werkvenster.
Sleep de muisaanwijzer met ingedrukte linkermuisknop over het venster en maak een vrije vorm.
Er zijn geen beperkingen v.w.b. de vorm.
Laat de muisknop los, de figuur is geplaatst.
De ruimte tussen de lijnbogen is opgevuld met de achtergrondkleur.
Het is mogelijk dat je een lijn met veel krommingen hebt getekend, maar dat het resultaat toch een vrijwel rechte lijn is geworden.
Klik in de
op de tweede tab.
Het onderste item Precisie curven is voor deze tekenvorm van belang.
Het getal geeft de afstand tussen tekenpunten weer.
Des te lager het getal, des te groter het aantal tekenpunten met als gevolg dat de getekende krommingen beter worden gevolgd.
C04. Voer punt C03 nog enkele malen uit met verschillende waarden in het vak Precisie curven .
Ter controle op het aantal tekenpunten, voer je na elke nieuwe vorm de volgende handelingen uit:
- activeer
Objectselectie
- rechtsklik in het werkvenster, kies Tekenpuntbewerking , bekijk het aantal tekenpunten
- rechtsklik in het werkvenster, kies Tekenpuntbewerking afsluiten
- activeer
Tekenen
D01. Open een nieuw venster.
D02. Wijzig in de
het Type in Lijn van punt tot punt.
D03. Linksklik in het werkvenster op het punt waar je de lijn wilt beginnen.
D04. Linksklik op een tweede punt in het werkvenster.
Er is een rechte lijn getrokken tussen de twee punten.
D05. Linksklik nogmaals op weer een ander punt in het werkvenster.
Het tweede punt is door een rechte lijn verbonden met het laatste punt.
D06. Linksklik buiten het werkvenster.
De figuur wordt nu gemaakt volgens de instellingen in de Opties .
De ruimte binnen de lijnen wordt opgevuld met de achtergrondkleur.
Variant
D07. Druk op de Delete - knop om het werkvenster leeg te maken.
D08. Klik in het werkvenster op het punt waar je de lijn wilt beginnen en sleep met ingedrukte linkermuisknop over het werkvenster.
Je ziet tijdens het slepen dat er vanuit het aanklikpunt aan beide zijden een lijn ontstaat met aan de uiteinden een handgreep.
Hiermee kan je bepalen welke curve de lijn straks krijgt wanneer een tweede tekenpunt wordt geplaatst.
Laat de muisknop los.
Plaats de muisaanwijzer op een handgreep en je ziet de aanwijzer veranderen in dit
icoon.
Sleep, ter oefening, de handgreep met ingedrukte linkermuisknop over het werkvenster, het slepen kan zelfs buiten het werkvenster doorgaan.
D09. Klik in het werkvenster op de plaats waar je het tweede tekenpunt wilt hebben en sleep met ingedrukte linkermuisknop over het werkvenster.
Tijdens het slepen zie je meteen welke curve de lijn tussen de tekenpunten aanneemt.
Laat de muisknop los.
Heb je een nieuw tekenpunt gemaakt zonder de muisknop ingedrukt te houden en te slepen, is dit punt gewijzigd in een eindpunt .
Rechtsklik in het werkvenster, kies Bewerken / Ongedaan maken .
D10. Herhaal punt D09 bij elk nieuw te plaatsen tekenpunt.
D11. Linksklik buiten het werkvenster.
De figuur wordt nu gemaakt volgens de instellingen in de Opties .
De ruimte binnen de lijnen wordt opgevuld met de achtergrondkleur.
Welnu, de Type - varianten uit de Opties voor gereedschap - Tekenen zijn hiermede uitgelegd.
Je kunt de gemaakte vector-figuren ook als vector-object behandelen.
Je kunt de figuren ook als raster-object maken, door in de Opties de functie Als vector creëren uit te schakelen.
Je kunt de figuur aaneengesloten maken door in de Opties de functie Pad sluiten te activeren.
Zoals in de aanheft reeds gemeld, de beschreven oefeningen geven slechts de basisfuncties weer.
Vragen staat vrij:
versterrehjm@chello.nl