|
| |


Over
noodzaak en bijzaak
De markt wordt overspoeld door verschillende soorten paardenvoer. Iedere voerproducent
heeft een scala aan paardenvoerders, van eenvoudige onderhoudsbrok tot de meest exclusieve
paardenmuesli. Daarnaast is er een onuitputtelijk aanbod van extra vitamines, mineralen en
sporenelementen in de meest uiteenlopende voedingsupplementen. Iedere paardeneigenaar
heeft zijn eigen mening over het rantsoen van zijn viervoeter, maar wat heeft het dier nu
eigenlijk nodig?
Tekst: Pim Koudijs / de Hoefslag
Een schep haver, een plak hooi en een voederbiet, daar moesten de werkpaarden het mee
doen. Blijkbaar leverde het de dieren genoeg energie om van s morgens vroeg tot
s avonds laat voor de ploeg of platte wagen te staan. Vervlogen tijden. De haverkist
en de baal hooi hebben plaatsgemaakt voor elektrisch voortbewogen voederwagens met
kleurige zakken paardenvoer, stofvrij verpakte ruwvoeders en een kast vol ditjes en datjes
die dagelijks aan het rantsoen van het paard worden toegevoegd. De werkpaarden van vroeger
kunnen niet worden vergeleken met de hoog in het bloedstaande sportpaarden van
tegenwoordig, maar de vraag blijft: wat heeft het paard nodig? Om de juiste voeding te
geven moeten we de behoefte van het dier kennen. We moeten weten wat hij nodig heeft en
hoeveel we hem daarvan moeten geven. De behoefte van een paard kunnen we verdelen in de
onderhoudsbehoefte en de behoefte voor arbeid.
Onderhoudsbehoefte
Zelfs wanneer het paard geen arbeid hoeft te verrichten, heeft het bepaalde voedingstoffen
nodig om de essentiële lichaamsfuncties zoals regulatie van de lichaamstemperatuur,
herstel en onderhoud van lichaamsweefsels, zenuw- en hartfunctie en ademhaling in stand te
houden. In deze zogenaamde onderhoudsbehoefte wordt rekening gehouden met spierarbeid voor
het staan en enige beweging. Onder de behoefte voor productie verstaan we de extra
voedingstoffen die nodig zijn voor bijkomende lichaamsfuncties zoals spierkracht voor
groei, arbeid of dracht. Het is belangrijk dat we de noodzakelijke voedingstoffen in
voldoende mate en in de goede verhoudingen aan het paard toedienen. De belangrijkste
bestanddelen in voeding zijn: energie, eiwit, mineralen, vitaminen en water. Het is dus
belangrijk dat dagelijks wordt voldaan aan de benodigde hoeveelheid energie. De
onderhoudsbehoefte van een paard is afhankelijk van het gewicht. Ook temperament en
geslacht zijn van invloed op de energiebehoefte. Een zenuwachtig, beweeglijk paard
verbruikt meer energie dan een rustig paard. Hengsten hebben gemiddeld een tussen 10 en
20% hogere onderhoudsbehoefte dan merries en ruinen.
Energiewaarde paard
Om te weten hoeveel energie je een paard moet geven, moet je weten hoeveel energie hij
verbruikt en hoeveel energie in een bepaalde voedingstof aanwezig is. Sinds 1 januari 2005
wordt de hoeveelheid energie in paardenvoer uitgedrukt in EWpa (energiewaarde paard). De
aanduiding voor de hoeveelheid eiwit is VREp (verteerbaar ruw eiwit paard). De
onderhoudsbehoefte van een gemiddeld warmbloedpaard van 600 kilogram bedraagt 4.98 EWpa en
365 VREp per dag. Wanneer men het EWpa- en VREp-gehalte van het paardenvoer per kilogram
weet, kan men gemakkelijk uitrekenen hoeveel men het paard moet voeren om het niet in
conditie achteruit te laten gaan. Paarden die arbeid of productie verrichten (sport,
dracht) hebben een hogere energie- en eiwitbehoefte. De behoefte is afhankelijk van het
lichaamsgewicht van het paard, de intensiteit en duur van de arbeid, conditie en training,
gewicht en gedrag van ruiter, vermoeidheidstoestand en omgevingstemperatuur. Hoe harder
het paard moet werken, hoe meer energie hij nodig heeft. Een makkelijke rekensom zou je
denken, maar niets is minder waar. Iedere paardeneigenaar zal je tot op de gram nauwkeurig
kunnen vertellen wat het paard aan krachtvoer krijgt, maar het rantsoen van een paard
bestaat natuurlijk niet alleen uit krachtvoer. Een paard neemt per dag gemiddeld 1 tot
1.5% van zijn lichaamsgewicht op aan droge stof (ruwvoer als gras, hooi of voordroog) Voor
een paard van 600 kilogram betekent dat een behoefte van 6 tot 9 kilogram ruwvoer per dag.
Een paard haalt 60 tot 80% van zijn totale energiebehoefte uit dit ruwvoer. Het is dus van
het grootste belang dat men weet hoeveel ruwvoer en van welke kwaliteit het paard krijgt.
Voederwaarden
Om een evenwichtig rantsoen voor het paard samen te stellen is het noodzakelijk de
voedingswaarden en de kenmerken van de voedermiddelen te kennen. Paarden zijn van nature
planteneters. Bij de voedermiddelen onderscheid men ruwvoeders (stengels, bladeren,
bloemen en wortels van planten) en krachtvoeders (granen, zaden van andere planten).
Onder ruwvoer verstaan wij gras, hooi, kuilvoer, wortel en knolgewassen en bijproducten
van landbouwgewassen zoals stro. Vers ruwvoer (vers gras) heeft een hoog watergehalte en
dus een laag percentage aan droge stof. Het ruwecelstofgehalte van ruwvoeders is hoog en
over het algemeen is de energiewaarde laag. Door het hoge ruwecelstofgehalte moeten
paarden ruwvoer intensief kauwen. Dit stimuleert de speekselaanmaak en speeksel bevordert
weer de spijsvertering. Ruwvoer geeft het paard ook afleiding en dat voorkomt
stalondeugden.
Gedroogd ruwvoer (hooi) heeft een laag vochtgehalte. Het drogestofgehalte is hoog (meer
dan 80%). De voederwaarde van een gedroogde product is lager dan die van het verse
product.
Alleen voordroogkuil van gras met een wat hoger drogestofgehalte is geschikt voor paarden.
Kuilen met minder dan 50% droge stof zijn voor paarden minder geschikt.
Wortels en knolgewassen zijn smaakvol en verfrissend. Als versproduct worden zij zeer
graag gegeten, zelfs door paarden die moeilijk eten.
Energiegehalte ruwvoer per kg product
Product Vocht EWpa VREp
Gras (lang) 840 0.137 32
Hooi (goede kwaliteit) 170 0.550 52
Voordroogkuil 410 0.396 39
Krachtvoer
Krachtvoer wordt gekenmerkt door een hoog gehalte aan drogestof en een laag
ruwecelstofgehalte. Het energiegehalte is hoog. Krachtvoer is onder te verdelen in
enkelvoudig en samengesteld krachtvoer of mengvoer. Een mengvoeder is een mengsel van twee
of meer enkelvoudige krachtvoeders aangevuld met mineralen, vitamines en eventueel andere
toevoegingen. Enkelvoudige krachtvoeders (granen) zijn een zeer goede energiebron voor
paarden die arbeid moeten verrichten. Ze bevatten veel energie in de vorm van zetmeel. Het
eiwitgehalte van krachtvoer voor paarden is over het algemeen laag (met uitzondering van
merriebrok en veulenbrok). Granen bevatten weinig mineralen. Bij een rantsoen gebaseerd op
enkelvoudige krachtvoeders moet men zorgen dat het paard voldoende mineralen kan halen uit
de andere voedermiddelen van het rantsoen. De bekendste granen zijn haver, gerst, mais en
tarwe. Haver wordt van oudsher het meest gebruikt wordt bij paarden die arbeid moeten
verrichten. Het zetmeelgehalte van haver is weliswaar laag en daardoor wordt de
energiewaarde ook als laag gekenschetst, maar de verteerbaarheid van het zetmeel van haver
is voor paarden zeer hoog, waardoor een paard veel energie uit haver kan halen, vandaar
het heet makende effect. De energiewaarde van gerst lijkt weliswaar hoog, maar een paard
kan maar 30% van het zetmeel van hele gerst verteren, de rest wordt door het paard niet
verteerd, maar door de bacteriën in de dikke/blindedarm. De energie is dus wel
weg, maar niet beschikbaar gekomen voor het paard. Maïs is het graan met de
hoogste energiewaarde, maar met een zeer laag eiwitgehalte en een tekort aan bepaalde
aminozuren. Tarwe is zeer energierijk, maar heeft bij grotere hoeveelheden een stoppende
werking, die koliek tot gevolg kan hebben.
Samengestelde (kracht)voeders zijn een mengsel van grondstoffen granen,
graanbijproducten), producten met wat meer ruwe celstof zoals luzerne en soms soja als er
extra eiwit in het voer moet zitten aangevuld met vitamines en mineralen.
Bouwstenen
Mineralen en sporenelementen spelen een belangrijke rol in de dagelijkse stofwisseling.
Het zijn onmisbare bouwstenen in belangrijke levensprocessen. Mineralen en sporenelementen
werken zeer nauw samen. Een bepaald mineraal kan de opname en werking van een ander
beïnvloeden. Een aanvullend supplement van mineralen en sporenelementen moet daarom goed
overwogen worden. Mineralen worden onderverdeeld in hoofdelementen zoals fosfor, calcium,
natrium, kalium, chloor en magnesium en sporenelementen als ijzer, koper, kobalt, mangaan,
zink en jodium. Calcium en fosfor hebben een belangrijke functie bij het vormen van het
skelet. Vitamine D zorgt voor de opname van calcium en fosfor via de darmwand. Calcium
speelt ook een belangrijke rol bij de zenuwfunctie in de spieren. Natrium, kalium en
chloor zijn van invloed op de prestatie, vruchtbaarheid en eetlust van het paard en spelen
een grote rol bij het handhaven van het waterevenwicht in het lichaam. Een zouttekort
veroorzaakt verminderde eetlust, ruigere vacht, verminderde prestatie. Aanvullen van zout
is eenvoudig in de vorm van een liksteen. Sommige paarden echter nemen niks op van een
liksteen. Te veel zout veroorzaakt een verhoogde urineproductie. Magnesium speelt een rol
bij onder andere het overbrengen van prikkels in het zenuwstelsel. Sporenelementen spelen
een essentiële rol bij processen als zuurstofopname en spierstofwisseling. Een tekort kan
leiden tot verminderd effect of zelfs blokkade van deze processen.
Vitaminen zijn organische stoffen die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft voor
een normaal verloop van de levensprocessen als groei, productie, voortplanting en algemene
gezondheidstoestand van het paard. Bacteriën in de dikke darm produceren bij hun
stofwisseling vitaminen, maar deze zijn niet toereikend. Het rantsoen dient dus voldoende
vitaminen te bezitten om in de behoefte te voorzien. Alle vitaminen moeten in het rantsoen
aanwezig zijn. We onderscheiden vitamine A en pro-vitamine A, vitamine D, E, K en vitamine
B-complex. Deze laatste zijn van belang bij energieleverende processen en vitamine C.
Water
Ruim 70% van het lichaamsgewicht van het paard is water. Door ademhaling, zweten en het
uitscheiden van mest en urine verliest het paard dagelijks grote hoeveelheden water. Het
is dus belangrijk dat paarden altijd over voldoende vers drinkwater beschikken. De
dagelijkse behoefte aan water is afhankelijk van de samenstelling van het voer, de
buitentemperatuur, de mate van transpireren en uitscheiding van waterdamp en natuurlijk de
intensiteit van de arbeid. Een groot gedeelte van de waterbehoefte haalt een paard uit
zijn voeding. Sommige voeders bevatten tot 80% water (vers gras). De dagelijkse
waterbehoefte van een paard ligt tussen de 20 en de 80 liter.
Toeslag voor arbeid
Om de juiste hoeveelheid voer te bepalen telt men de behoefte die nodig is voor het
leveren van de gevraagde arbeid op bij de onderhoudsbehoefte. De energiebehoefte voor
arbeid is afhankelijk van het gewicht en de duur en intensiteit van de arbeid. Er wordt
altijd uitgegaan van het gemiddelde paard en het kan dus per individu verschillen. Een
tekort aan energie kan vermagering, verminderde vruchtbaarheid, trage groei en
tegenvallende prestaties tot gevolg hebben. Een teveel aan energie veroorzaakt vooral
vervetting. Afhankelijk van de rijke of schrale conditie waarin het paard verkeert wordt
het rantsoen aangepast. Het oog van de meester blijft van groot belang bij het
samenstellen van het rantsoen. Paarden die arbeid verrichten hebben een verhoogde behoefte
aan energie en eiwit. Maar hoeveel energie heeft een paard nodig om een bepaalde arbeid te
verrichten? De energiebehoefte is afhankelijk van het lichaamsgewicht van het paard, de
intensiteit en duur van de arbeid, conditie en training, gewicht en gedrag van ruiter,
vermoeidheidstoestand en omgevingstemperatuur. Bij het berekenen van de energiebehoefte
wordt uitgegaan van verschillende arbeidsklasse. In de praktijk komt het op het volgende
neer:
arbeidsklasse I Alle sporten tot niveau L,
recreatief rijden zoals bosritten en manegearbeid
arbeidsklasse II Alle sporten in de klassen M - Z
arbeidsklasse III Alle sporten zwaar tot zeer zwaar
(Z-ZZ) nationaal en internationaal
arbeidsklasse IV Eventing en draf- en rensport
nationaal en internationaal
Als we van een gemiddeld warmbloedpaard van 600 kilogram
uitgaan en een ruglast van ongeveer 80 kilogram:
1 uur arbeid (arbeidsklasse I) toeslag van 1.18 EWpa en 85 VREp
1 uur arbeid (arbeidsklasse II) toeslag van 1.90 EWpa en 140 VREp
1 uur arbeid (arbeidsklasse III) toeslag van 2.47 EWpa en 180 VREp
1 uur arbeid (arbeidsklasse VI) toeslag van 5.80 EWpa en 430 VREp
Gormley
Karin Donckers
Discipline: eventing
Stamboek: Iers volbloed
Geslacht: ruin
Gewicht: tussen 495 en 520 kilogram, vlak voor een wedstrijd altijd onder de 500 kilo
Dagelijkse arbeid: In de aanloop naar een wedstrijd is de arbeid altijd gericht op
conditietraining. Dat doe ik door berg op en berg af te trainen en in het water te
trainen. Eén keer per week dressuurtraining en één keer per week springtraining.
Daarnaast krijgt Gormey een uur stappen en 3, 4 uur weidegang. Eén rust dag per
week.
Soort krachtvoer: Verschillende voeders van het merk Spillers, wereldwijd
verkrijgbaar maar oorspronkelijk uit Engeland.
Dagelijks rantsoen: Wanneer Gormley volop in training is, krijgt hij tot 6 kilogram
krachtvoer bestaande uit haver, brok en mix. Wanneer een volbloed in training is, kan de
eetlust afnemen. Dan stap ik over op Powermix, een zeer geconcentreerd voer waar ik dan
maar weinig van hoef te geven.
Ruwvoer: Zelf gewonnen voordroog van speciaal gezaaid gras en enkele uren weidegang
per dag.
Ruwvoerrantsoen: Eigenlijk krijgt Gormley zoveel ruwvoer al hij lust. Ik houd wel de
algehele conditie in de gaten. Wordt hij te zwaar, dan neem ik hem terug in het voer. In
praktijk zal een volbloed niet snel te zwaar worden.
Aantal voerbeurten: Om 7.30 uur krachtvoer en om 17 uur krachtvoer. Na de arbeid
krijgt hij ook altijd een klein portie, maar dat is meer als beloning.
Supplementen: De paardenvoeders zijn tegenwoordig zo uitgebalanceerd dat het niet
echt noodzakelijk is om supplementen te geven. Ieder jaar laat ik een bloedonderzoek doen
en naar aanleiding daarvan geef ik iets extra's, mocht dat nodig zijn. Wanneer de training
echt zwaar wordt, krijgt hij iets bij voor de spieren en ik gebruik een artrosegelatinaat
voor de gewrichten. Wanneer het warm is en Gormley erg veel zweet, krijgt hij
elektrolyten.
Now or Never
Piet Raijmakers
Discipline: springen
Stamboek: KWPN
Geslacht: ruin
Gewicht: een kleine 600 kilogram
Dagelijkse arbeid: De dagelijkse arbeid van Now or Never op het moment dat hij volop
in training is bestaat uit iedere morgen een uur stappen onder de man, vervolgens wordt
hij een half uur gelongeerd. In de middag rijd ik hem ongeveer drie kwartier. Op dinsdag
is de training gericht op het springen. Als Now or Never niet op concours is, maken we op
donderdag ook enkele sprongen.
Soort krachtvoer: De brok die wij voeren is van Havens en de mix is van
Equiral.
Dagelijks rantsoen: Wij praten hier niet over kilo's, maar over scheppen, omdat een
schep lang niet altijd een kilo is. Now or Never krijgt wanneer hij volop in training is 2
scheppen brok, 2.5 schep mix, 2.5 schep harde haver en 1 schep natte zemelen per
dag.
Ruwvoer: Het ruwvoer bestaat uit hooi en stro omdat Now or Never op krullen
staat.
Ruwvoerrantsoen: Iedere morgen krijgt Now or Never ongeveer 5 kilo stro, dat door
zijn stal wordt verdeeld en een flinke hoeveelheid hooi van goede kwaliteit, ook ongeveer
5 kilo. Om 15.30 uur krijgt hij opnieuw een flinke portie hooi en 's avonds tussen 21.00
en 21.30 uur nogmaals.
Aantal voerbeurten: 's morgens krijgt Now or Never 1 schep brok, 1 schep mix en 1
schep harde haver. Tussen de meiddag 0.5 schep haver, 0.5 schep mix en 1 schep natte
zemelen. 's Middags opnieuw 1 schep brok, 1 schep mix en 1 schep haver.
Supplementen: Omdat de pezen en gewrichten van sportpaarden op het hoogste niveau
onder zware belasting staan krijgt Now or Never het supplement Artro Gold, speciaal voor
pezen en gewrichten. Verder wordt bij de sportpaarden minimaal één keer in de zes weken
het bloed gecontroleerd, naar aanleiding van die uitslagen werken we, indien nodig,
gericht met supplementen.
Adagix
Gert Schrijvers
Discipline: mennen
Stamboek: Arabo Fries
Geslacht: ruin
Gewicht: ongeveer 460 kilogram
Dagelijkse arbeid: In de aanloop naar een wedstrijd worden de paarden dagelijks in
het vierspan getraind. Adje loopt linksvoor. De trainingen duren gemiddeld anderhalf uur.
De paarden worden dan serieus gewerkt. Soms worden de paarden één keer per week in
enkelspan of onder het zadel gewerkt. De paarden krijgen dagelijks weidegang. Na een
wedstrijd krijgen de paarden meestel twee dagen rust.
Soort krachtvoer: Wij voeren brokken en granenmix van PAVO.
Dagelijks rantsoen: Ik heb wel eens het idee dat paarden overvoerd worden wanneer
mensen spreken van 8 of meer kilo krachtvoer per dag. Adagix krijgt in totaal 3.5 kilo
krachtvoer per dag.
Ruwvoer: Wij hebben speciaal voor ons gewonnen voordroog van een grasland waar geen
meststoffen op worden gebracht. Het gras moet hard zijn en gaat nagenoeg droog in het
pak.
Ruwvoerrantsoen: Tweemaal daags krijgen de paarden een flinke hoeveelheid voordroog,
dat zal ongeveer 6 kilo zijn. Daarnaast krijgen ze dagelijks twee uur weidegang.
Aantal voerbeurten: Wij voeren in twee voerbeurten. 's Morgens en 's avonds krijgt
Adje 1.5 kilo brokken en ongeveer een 0.25 schep granenmix.
Supplementen: Als supplement geef ik de paarden aan het begin van het seizoen een
vitaminekuur. Vervolgens krijgen zij vanaf vier dagen voor een wedstrijd een
vitaminesupplement van PAVO, zodat ik zeker weet dat zij niets tekortkomen. Het is vooral
om verzuring van de spieren te voorkomen.
Sunrise
Imke Schellekens
Discipline: dressuur
Stamboek: Hannoveraan
Geslacht: merrie
Gewicht: 600 kilogram
Dagelijkse arbeid: De dagelijkse arbeid van Sunrise op het moment dat zij volop in
training is, bestaat uit dagelijks 20 minuten stappen aan de hand. De dressuurtraining
neemt dagelijks een tot anderhalf uur in beslag. Daarnaast krijgt ze anderhalf tot twee
uur weidegang.
Soort krachtvoer: Haver, muesli, slobber en brokken, allemaal van Havens. De haver
is gepunte haver die wij zelf pletten.
Dagelijks rantsoen: 2 Kilo haver, 4 kilo brok en 2 kilo muesli.
Ruwvoer: Sunrise staat op stro en krijgt voordroogkuil.
Ruwvoerrantsoen: Sunrise krijgt tweemaal per dag ruwvoer. Om 10.00 en om 14.00 uur.
Daarnaast krijgt zij anderhalf tot twee uur weidegang.
Aantal voerbeurten: Viermaal per dag krachtvoer en tweemaal per dag ruwvoer. Om 8.00
uur 2 kilo haver en 1 schep slobber, om 12.00 uur 2 kilo brokken, om 14.00 uur 2 kilo
muesli en zemelen en om 21.00 uur 2 kilo brokken.
Supplementen: Een week voor een wedstrijd krijgt Sunrise extra vitamine C voor
verbetering van de algemene weerstand. Wanneer zij last heeft van een kriebelhoest krijgt
zij Foenegriek en bij warm weer en overmatig zweten krijgt ze extra elektrolyten.
|
|