Home Paardenopfok Grosso Z Vilt Dekking 2008-09 Dekking-geboren Trakehner

 

portret.jpg (172320 bytes)

 

 

 

 

 

Te_koop_Dressuur_Paarden_kwpn_nrw_Pferde.jpg (131559 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  
   
 

Boven: Thuis 3 dagen van de moeders af, onder hun nieuw verblijf voor de komende jaren.

Klik

Paarden_opfokbedrijf_de_Burd.jpg (14931 bytes)    spenen de burd.jpg (56592 bytes)

klik voor de aankomst op de Burd met muziek

 

 

 

 

 

 

Over noodzaak en bijzaak

De markt wordt overspoeld door verschillende soorten paardenvoer. Iedere voerproducent heeft een scala aan paardenvoerders, van eenvoudige onderhoudsbrok tot de meest exclusieve paardenmuesli. Daarnaast is er een onuitputtelijk aanbod van extra vitamines, mineralen en sporenelementen in de meest uiteenlopende voedingsupplementen. Iedere paardeneigenaar heeft zijn eigen mening over het rantsoen van zijn viervoeter, maar wat heeft het dier nu eigenlijk nodig?



Tekst: Pim Koudijs / de Hoefslag



Een schep haver, een plak hooi en een voederbiet, daar moesten de werkpaarden het mee doen. Blijkbaar leverde het de dieren genoeg energie om van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat voor de ploeg of platte wagen te staan. Vervlogen tijden. De haverkist en de baal hooi hebben plaatsgemaakt voor elektrisch voortbewogen voederwagens met kleurige zakken paardenvoer, stofvrij verpakte ruwvoeders en een kast vol ditjes en datjes die dagelijks aan het rantsoen van het paard worden toegevoegd. De werkpaarden van vroeger kunnen niet worden vergeleken met de hoog in het bloedstaande sportpaarden van tegenwoordig, maar de vraag blijft: wat heeft het paard nodig? Om de juiste voeding te geven moeten we de behoefte van het dier kennen. We moeten weten wat hij nodig heeft en hoeveel we hem daarvan moeten geven. De behoefte van een paard kunnen we verdelen in de onderhoudsbehoefte en de behoefte voor arbeid.



Onderhoudsbehoefte

Zelfs wanneer het paard geen arbeid hoeft te verrichten, heeft het bepaalde voedingstoffen nodig om de essentiële lichaamsfuncties zoals regulatie van de lichaamstemperatuur, herstel en onderhoud van lichaamsweefsels, zenuw- en hartfunctie en ademhaling in stand te houden. In deze zogenaamde onderhoudsbehoefte wordt rekening gehouden met spierarbeid voor het staan en enige beweging. Onder de behoefte voor productie verstaan we de extra voedingstoffen die nodig zijn voor bijkomende lichaamsfuncties zoals spierkracht voor groei, arbeid of dracht. Het is belangrijk dat we de noodzakelijke voedingstoffen in voldoende mate en in de goede verhoudingen aan het paard toedienen. De belangrijkste bestanddelen in voeding zijn: energie, eiwit, mineralen, vitaminen en water. Het is dus belangrijk dat dagelijks wordt voldaan aan de benodigde hoeveelheid energie. De onderhoudsbehoefte van een paard is afhankelijk van het gewicht. Ook temperament en geslacht zijn van invloed op de energiebehoefte. Een zenuwachtig, beweeglijk paard verbruikt meer energie dan een rustig paard. Hengsten hebben gemiddeld een tussen 10 en 20% hogere onderhoudsbehoefte dan merries en ruinen.



Energiewaarde paard

Om te weten hoeveel energie je een paard moet geven, moet je weten hoeveel energie hij verbruikt en hoeveel energie in een bepaalde voedingstof aanwezig is. Sinds 1 januari 2005 wordt de hoeveelheid energie in paardenvoer uitgedrukt in EWpa (energiewaarde paard). De aanduiding voor de hoeveelheid eiwit is VREp (verteerbaar ruw eiwit paard). De onderhoudsbehoefte van een gemiddeld warmbloedpaard van 600 kilogram bedraagt 4.98 EWpa en 365 VREp per dag. Wanneer men het EWpa- en VREp-gehalte van het paardenvoer per kilogram weet, kan men gemakkelijk uitrekenen hoeveel men het paard moet voeren om het niet in conditie achteruit te laten gaan. Paarden die arbeid of productie verrichten (sport, dracht) hebben een hogere energie- en eiwitbehoefte. De behoefte is afhankelijk van het lichaamsgewicht van het paard, de intensiteit en duur van de arbeid, conditie en training, gewicht en gedrag van ruiter, vermoeidheidstoestand en omgevingstemperatuur. Hoe harder het paard moet werken, hoe meer energie hij nodig heeft. Een makkelijke rekensom zou je denken, maar niets is minder waar. Iedere paardeneigenaar zal je tot op de gram nauwkeurig kunnen vertellen wat het paard aan krachtvoer krijgt, maar het rantsoen van een paard bestaat natuurlijk niet alleen uit krachtvoer. Een paard neemt per dag gemiddeld 1 tot 1.5% van zijn lichaamsgewicht op aan droge stof (ruwvoer als gras, hooi of voordroog) Voor een paard van 600 kilogram betekent dat een behoefte van 6 tot 9 kilogram ruwvoer per dag. Een paard haalt 60 tot 80% van zijn totale energiebehoefte uit dit ruwvoer. Het is dus van het grootste belang dat men weet hoeveel ruwvoer en van welke kwaliteit het paard krijgt.



Voederwaarden

Om een evenwichtig rantsoen voor het paard samen te stellen is het noodzakelijk de voedingswaarden en de kenmerken van de voedermiddelen te kennen. Paarden zijn van nature planteneters. Bij de voedermiddelen onderscheid men ruwvoeders (stengels, bladeren, bloemen en wortels van planten) en krachtvoeders (granen, zaden van andere planten).

Onder ruwvoer verstaan wij gras, hooi, kuilvoer, wortel en knolgewassen en bijproducten van landbouwgewassen zoals stro. Vers ruwvoer (vers gras) heeft een hoog watergehalte en dus een laag percentage aan droge stof. Het ruwecelstofgehalte van ruwvoeders is hoog en over het algemeen is de energiewaarde laag. Door het hoge ruwecelstofgehalte moeten paarden ruwvoer intensief kauwen. Dit stimuleert de speekselaanmaak en speeksel bevordert weer de spijsvertering. Ruwvoer geeft het paard ook afleiding en dat voorkomt stalondeugden.

Gedroogd ruwvoer (hooi) heeft een laag vochtgehalte. Het drogestofgehalte is hoog (meer dan 80%). De voederwaarde van een gedroogde product is lager dan die van het verse product.

Alleen voordroogkuil van gras met een wat hoger drogestofgehalte is geschikt voor paarden. Kuilen met minder dan 50% droge stof zijn voor paarden minder geschikt.

Wortels en knolgewassen zijn smaakvol en verfrissend. Als versproduct worden zij zeer graag gegeten, zelfs door paarden die moeilijk eten.



Energiegehalte ruwvoer per kg product

Product Vocht EWpa VREp

Gras (lang) 840 0.137 32

Hooi (goede kwaliteit) 170 0.550 52

Voordroogkuil 410 0.396 39



Krachtvoer

Krachtvoer wordt gekenmerkt door een hoog gehalte aan drogestof en een laag ruwecelstofgehalte. Het energiegehalte is hoog. Krachtvoer is onder te verdelen in enkelvoudig en samengesteld krachtvoer of mengvoer. Een mengvoeder is een mengsel van twee of meer enkelvoudige krachtvoeders aangevuld met mineralen, vitamines en eventueel andere toevoegingen. Enkelvoudige krachtvoeders (granen) zijn een zeer goede energiebron voor paarden die arbeid moeten verrichten. Ze bevatten veel energie in de vorm van zetmeel. Het eiwitgehalte van krachtvoer voor paarden is over het algemeen laag (met uitzondering van merriebrok en veulenbrok). Granen bevatten weinig mineralen. Bij een rantsoen gebaseerd op enkelvoudige krachtvoeders moet men zorgen dat het paard voldoende mineralen kan halen uit de andere voedermiddelen van het rantsoen. De bekendste granen zijn haver, gerst, mais en tarwe. Haver wordt van oudsher het meest gebruikt wordt bij paarden die arbeid moeten verrichten. Het zetmeelgehalte van haver is weliswaar laag en daardoor wordt de energiewaarde ook als laag gekenschetst, maar de verteerbaarheid van het zetmeel van haver is voor paarden zeer hoog, waardoor een paard veel energie uit haver kan halen, vandaar het heet makende effect. De energiewaarde van gerst lijkt weliswaar hoog, maar een paard kan maar 30% van het zetmeel van hele gerst verteren, de rest wordt door het paard niet verteerd, maar door de bacteriën in de dikke/blindedarm. De energie is dus wel ‘weg’, maar niet beschikbaar gekomen voor het paard. Maïs is het graan met de hoogste energiewaarde, maar met een zeer laag eiwitgehalte en een tekort aan bepaalde aminozuren. Tarwe is zeer energierijk, maar heeft bij grotere hoeveelheden een stoppende werking, die koliek tot gevolg kan hebben.

Samengestelde (kracht)voeders zijn een mengsel van grondstoffen – granen, graanbijproducten), producten met wat meer ruwe celstof zoals luzerne en soms soja als er extra eiwit in het voer moet zitten – aangevuld met vitamines en mineralen.



Bouwstenen

Mineralen en sporenelementen spelen een belangrijke rol in de dagelijkse stofwisseling. Het zijn onmisbare bouwstenen in belangrijke levensprocessen. Mineralen en sporenelementen werken zeer nauw samen. Een bepaald mineraal kan de opname en werking van een ander beïnvloeden. Een aanvullend supplement van mineralen en sporenelementen moet daarom goed overwogen worden. Mineralen worden onderverdeeld in hoofdelementen zoals fosfor, calcium, natrium, kalium, chloor en magnesium en sporenelementen als ijzer, koper, kobalt, mangaan, zink en jodium. Calcium en fosfor hebben een belangrijke functie bij het vormen van het skelet. Vitamine D zorgt voor de opname van calcium en fosfor via de darmwand. Calcium speelt ook een belangrijke rol bij de zenuwfunctie in de spieren. Natrium, kalium en chloor zijn van invloed op de prestatie, vruchtbaarheid en eetlust van het paard en spelen een grote rol bij het handhaven van het waterevenwicht in het lichaam. Een zouttekort veroorzaakt verminderde eetlust, ruigere vacht, verminderde prestatie. Aanvullen van zout is eenvoudig in de vorm van een liksteen. Sommige paarden echter nemen niks op van een liksteen. Te veel zout veroorzaakt een verhoogde urineproductie. Magnesium speelt een rol bij onder andere het overbrengen van prikkels in het zenuwstelsel. Sporenelementen spelen een essentiële rol bij processen als zuurstofopname en spierstofwisseling. Een tekort kan leiden tot verminderd effect of zelfs blokkade van deze processen.

Vitaminen zijn organische stoffen die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft voor een normaal verloop van de levensprocessen als groei, productie, voortplanting en algemene gezondheidstoestand van het paard. Bacteriën in de dikke darm produceren bij hun stofwisseling vitaminen, maar deze zijn niet toereikend. Het rantsoen dient dus voldoende vitaminen te bezitten om in de behoefte te voorzien. Alle vitaminen moeten in het rantsoen aanwezig zijn. We onderscheiden vitamine A en pro-vitamine A, vitamine D, E, K en vitamine B-complex. Deze laatste zijn van belang bij energieleverende processen en vitamine C.



Water

Ruim 70% van het lichaamsgewicht van het paard is water. Door ademhaling, zweten en het uitscheiden van mest en urine verliest het paard dagelijks grote hoeveelheden water. Het is dus belangrijk dat paarden altijd over voldoende vers drinkwater beschikken. De dagelijkse behoefte aan water is afhankelijk van de samenstelling van het voer, de buitentemperatuur, de mate van transpireren en uitscheiding van waterdamp en natuurlijk de intensiteit van de arbeid. Een groot gedeelte van de waterbehoefte haalt een paard uit zijn voeding. Sommige voeders bevatten tot 80% water (vers gras). De dagelijkse waterbehoefte van een paard ligt tussen de 20 en de 80 liter.



Toeslag voor arbeid

Om de juiste hoeveelheid voer te bepalen telt men de behoefte die nodig is voor het leveren van de gevraagde arbeid op bij de onderhoudsbehoefte. De energiebehoefte voor arbeid is afhankelijk van het gewicht en de duur en intensiteit van de arbeid. Er wordt altijd uitgegaan van het gemiddelde paard en het kan dus per individu verschillen. Een tekort aan energie kan vermagering, verminderde vruchtbaarheid, trage groei en tegenvallende prestaties tot gevolg hebben. Een teveel aan energie veroorzaakt vooral vervetting. Afhankelijk van de rijke of schrale conditie waarin het paard verkeert wordt het rantsoen aangepast. Het oog van de meester blijft van groot belang bij het samenstellen van het rantsoen. Paarden die arbeid verrichten hebben een verhoogde behoefte aan energie en eiwit. Maar hoeveel energie heeft een paard nodig om een bepaalde arbeid te verrichten? De energiebehoefte is afhankelijk van het lichaamsgewicht van het paard, de intensiteit en duur van de arbeid, conditie en training, gewicht en gedrag van ruiter, vermoeidheidstoestand en omgevingstemperatuur. Bij het berekenen van de energiebehoefte wordt uitgegaan van verschillende arbeidsklasse. In de praktijk komt het op het volgende neer:



arbeidsklasse I Alle sporten tot niveau L, recreatief rijden zoals bosritten en manegearbeid

arbeidsklasse II Alle sporten in de klassen M - Z

arbeidsklasse III Alle sporten zwaar tot zeer zwaar (Z-ZZ) nationaal en internationaal

arbeidsklasse IV Eventing en draf- en rensport nationaal en internationaal



Als we van een gemiddeld warmbloedpaard van 600 kilogram uitgaan en een ruglast van ongeveer 80 kilogram:

1 uur arbeid (arbeidsklasse I) toeslag van 1.18 EWpa en 85 VREp

1 uur arbeid (arbeidsklasse II) toeslag van 1.90 EWpa en 140 VREp

1 uur arbeid (arbeidsklasse III) toeslag van 2.47 EWpa en 180 VREp

1 uur arbeid (arbeidsklasse VI) toeslag van 5.80 EWpa en 430 VREp

Gormley

Karin Donckers

Discipline: eventing

Stamboek: Iers volbloed

Geslacht: ruin

Gewicht: tussen 495 en 520 kilogram, vlak voor een wedstrijd altijd onder de 500 kilo

Dagelijkse arbeid: ‘In de aanloop naar een wedstrijd is de arbeid altijd gericht op conditietraining. Dat doe ik door berg op en berg af te trainen en in het water te trainen. Eén keer per week dressuurtraining en één keer per week springtraining. Daarnaast krijgt Gormey een uur stappen en 3, 4 uur weidegang. Eén rust dag per week.’

Soort krachtvoer: ‘Verschillende voeders van het merk Spillers, wereldwijd verkrijgbaar maar oorspronkelijk uit Engeland.’

Dagelijks rantsoen: ‘Wanneer Gormley volop in training is, krijgt hij tot 6 kilogram krachtvoer bestaande uit haver, brok en mix. Wanneer een volbloed in training is, kan de eetlust afnemen. Dan stap ik over op Powermix, een zeer geconcentreerd voer waar ik dan maar weinig van hoef te geven.’

Ruwvoer: ‘Zelf gewonnen voordroog van speciaal gezaaid gras en enkele uren weidegang per dag.’

Ruwvoerrantsoen: ‘Eigenlijk krijgt Gormley zoveel ruwvoer al hij lust. Ik houd wel de algehele conditie in de gaten. Wordt hij te zwaar, dan neem ik hem terug in het voer. In praktijk zal een volbloed niet snel te zwaar worden.’

Aantal voerbeurten: ‘Om 7.30 uur krachtvoer en om 17 uur krachtvoer. Na de arbeid krijgt hij ook altijd een klein portie, maar dat is meer als beloning.’

Supplementen: ‘De paardenvoeders zijn tegenwoordig zo uitgebalanceerd dat het niet echt noodzakelijk is om supplementen te geven. Ieder jaar laat ik een bloedonderzoek doen en naar aanleiding daarvan geef ik iets extra's, mocht dat nodig zijn. Wanneer de training echt zwaar wordt, krijgt hij iets bij voor de spieren en ik gebruik een artrosegelatinaat voor de gewrichten. Wanneer het warm is en Gormley erg veel zweet, krijgt hij elektrolyten.’

Now or Never

Piet Raijmakers

Discipline: springen

Stamboek: KWPN

Geslacht: ruin

Gewicht: een kleine 600 kilogram

Dagelijkse arbeid: ‘De dagelijkse arbeid van Now or Never op het moment dat hij volop in training is bestaat uit iedere morgen een uur stappen onder de man, vervolgens wordt hij een half uur gelongeerd. In de middag rijd ik hem ongeveer drie kwartier. Op dinsdag is de training gericht op het springen. Als Now or Never niet op concours is, maken we op donderdag ook enkele sprongen.’

Soort krachtvoer: ‘De brok die wij voeren is van Havens en de mix is van Equiral.’

Dagelijks rantsoen: ‘Wij praten hier niet over kilo's, maar over scheppen, omdat een schep lang niet altijd een kilo is. Now or Never krijgt wanneer hij volop in training is 2 scheppen brok, 2.5 schep mix, 2.5 schep harde haver en 1 schep natte zemelen per dag.’

Ruwvoer: ‘Het ruwvoer bestaat uit hooi en stro omdat Now or Never op krullen staat.’

Ruwvoerrantsoen: ‘Iedere morgen krijgt Now or Never ongeveer 5 kilo stro, dat door zijn stal wordt verdeeld en een flinke hoeveelheid hooi van goede kwaliteit, ook ongeveer 5 kilo. Om 15.30 uur krijgt hij opnieuw een flinke portie hooi en 's avonds tussen 21.00 en 21.30 uur nogmaals.’

Aantal voerbeurten: ‘'s morgens krijgt Now or Never 1 schep brok, 1 schep mix en 1 schep harde haver. Tussen de meiddag 0.5 schep haver, 0.5 schep mix en 1 schep natte zemelen. 's Middags opnieuw 1 schep brok, 1 schep mix en 1 schep haver.’

Supplementen: ‘Omdat de pezen en gewrichten van sportpaarden op het hoogste niveau onder zware belasting staan krijgt Now or Never het supplement Artro Gold, speciaal voor pezen en gewrichten. Verder wordt bij de sportpaarden minimaal één keer in de zes weken het bloed gecontroleerd, naar aanleiding van die uitslagen werken we, indien nodig, gericht met supplementen.’

Adagix

Gert Schrijvers

Discipline: mennen

Stamboek: Arabo Fries

Geslacht: ruin

Gewicht: ongeveer 460 kilogram

Dagelijkse arbeid: ’In de aanloop naar een wedstrijd worden de paarden dagelijks in het vierspan getraind. Adje loopt linksvoor. De trainingen duren gemiddeld anderhalf uur. De paarden worden dan serieus gewerkt. Soms worden de paarden één keer per week in enkelspan of onder het zadel gewerkt. De paarden krijgen dagelijks weidegang. Na een wedstrijd krijgen de paarden meestel twee dagen rust.’

Soort krachtvoer: ‘Wij voeren brokken en granenmix van PAVO.’

Dagelijks rantsoen: ‘Ik heb wel eens het idee dat paarden overvoerd worden wanneer mensen spreken van 8 of meer kilo krachtvoer per dag. Adagix krijgt in totaal 3.5 kilo krachtvoer per dag.’

Ruwvoer: ‘Wij hebben speciaal voor ons gewonnen voordroog van een grasland waar geen meststoffen op worden gebracht. Het gras moet hard zijn en gaat nagenoeg droog in het pak.’

Ruwvoerrantsoen: ‘Tweemaal daags krijgen de paarden een flinke hoeveelheid voordroog, dat zal ongeveer 6 kilo zijn. Daarnaast krijgen ze dagelijks twee uur weidegang.’

Aantal voerbeurten: ‘Wij voeren in twee voerbeurten. 's Morgens en 's avonds krijgt Adje 1.5 kilo brokken en ongeveer een 0.25 schep granenmix.’

Supplementen: ‘Als supplement geef ik de paarden aan het begin van het seizoen een vitaminekuur. Vervolgens krijgen zij vanaf vier dagen voor een wedstrijd een vitaminesupplement van PAVO, zodat ik zeker weet dat zij niets tekortkomen. Het is vooral om verzuring van de spieren te voorkomen.’

Sunrise

Imke Schellekens

Discipline: dressuur

Stamboek: Hannoveraan

Geslacht: merrie

Gewicht: 600 kilogram

Dagelijkse arbeid: ‘De dagelijkse arbeid van Sunrise op het moment dat zij volop in training is, bestaat uit dagelijks 20 minuten stappen aan de hand. De dressuurtraining neemt dagelijks een tot anderhalf uur in beslag. Daarnaast krijgt ze anderhalf tot twee uur weidegang.’

Soort krachtvoer: ‘Haver, muesli, slobber en brokken, allemaal van Havens. De haver is gepunte haver die wij zelf pletten.’

Dagelijks rantsoen: ‘2 Kilo haver, 4 kilo brok en 2 kilo muesli.’

Ruwvoer: ‘Sunrise staat op stro en krijgt voordroogkuil.’

Ruwvoerrantsoen: ‘Sunrise krijgt tweemaal per dag ruwvoer. Om 10.00 en om 14.00 uur. Daarnaast krijgt zij anderhalf tot twee uur weidegang.’

Aantal voerbeurten: ‘Viermaal per dag krachtvoer en tweemaal per dag ruwvoer. Om 8.00 uur 2 kilo haver en 1 schep slobber, om 12.00 uur 2 kilo brokken, om 14.00 uur 2 kilo muesli en zemelen en om 21.00 uur 2 kilo brokken.’

Supplementen: ‘Een week voor een wedstrijd krijgt Sunrise extra vitamine C voor verbetering van de algemene weerstand. Wanneer zij last heeft van een kriebelhoest krijgt zij Foenegriek en bij warm weer en overmatig zweten krijgt ze extra elektrolyten.’

 

 


 

This page was last updated on 01/03/10

www.DuitseHengsten.nl

Konie na sprzedaz mail

  counter free hit unique web