Hoofdstuk 6      20e eeuw:

 

A.  1e helft van de 20e eeuw

 

“In de 20e eeuw komt het tot de verdere vergroting van het bewoonde dorpsgebied, aanvankelijk door de bouw van woningen aan de Burenlaan en het Laantje ten NO van de kerk, in een later stadium gevolgd door een meer planmatige uitbreiding ten westen hiervan.” 1
Op 18 dec 1911 wordt de tussen Witmarsum en Pingjum staande coöperatieve electriciteitscentrale ”Witmarsum-Pingjum-Arum” in gebruik genomen. 2 De coöperatie stelt zich ten doel de levering van elektrische stroom tegen een zo laag mogelijk tarief. Uit veiligheidsoverwegingen is men verplicht lampen met een bajonetfitting te gebruiken.
afb. 10

afb. 11

Een kaatser van uitzonderlijk groot formaat is de Pingjumer ‘bindebaes’ en dorsmachine-voorman Jan Reitsma (1869-1959) (zie afbeelding 10). 3 Hij wint 9x de PC in Franeker, waarvan 3x het koningsschap (1893, 1899, 1903) en 4x de Bondspartij (zie afbeelding 11). Reitsma gaat te voet naar de kaatspartijen, gedurende welke hij voortdurend in een kiezelsteen knijpt (de voorloper van warming up??). Voorts onderbreekt hij slechtlopende kaatspartijen om in de nabije kroeg het toilet te bezoeken en enkele beerenburgers te nuttigen, met de motivering: “nou haw ik better sicht op ‘e ballen krigen” (de time out in statu nascendi?). Na het behalen van een eerste prijs - hij wint er tenslotte 258 - legt de kaatsreus ’s avonds laat bij het passeren van het huis van zijn verloofde Tryn een bloem uit de zegekrans in de vensterbank van haar woning.
De jaren dertig brengen werkloosheid. De aanleg van de afsluitdijk in de nabijheid biedt niet voor iedere Pingjumer passende arbeid; werkloze arbeiders worden dagdelen bezig gehouden met figuurzagen in de ‘bierhalle’. In dit decennium beschikt het dorp overigens nog over een florerende middenstand: café (1) café/logement (1) benzinepomphouders (2) petroleumventers (2) bakkers (4) slagers (3) barbier (1) kapper (1) schoenmakers (2) kleermaker (1) kruidenier (1) drogist (1) kleine kruideniers(talrijke) fotograaf (1) vrachtrijders (2) wagenmaker/klokkenluider (1) turfschippers (2) brandstofhandelaren (2) eierhandelaar (1) galanteriewinkel (1) klompenhandelaren (2) autobeurtdiensten (2) melkboeren (2) winkels voor garen/textiel (2) rijwielherstellers (2) dorpsomroeper (1) timmerbedrijven (3) beurtschipper (1) groentewinkels (3) huisschilders (2) ijzer/hoefsmeden (2).
In de landbouwbedrijven wordt nog uitsluitend van biologische tractie (1pk) gebruik gemaakt. Het dorpsleven voltrekt zich nog steeds volgens gedetailleerde protocollen: ¹het ‘leed’ aanzeggen door het ganse dorp bij overlijden, waarbij een overleden vrouw is ‘bekleed’ door vrouwen en een overleden man door mannen; de samenstelling van de begrafenisstoet: vóórop de leedaanzegger/leider van de stoet, vervolgens de dragers met zwarte lijkbaar, dan de mannen met zwarte hoge hoed, tenslotte de vrouwen (met zwarte voile); 3x een rondgang om het kerkhof bij een begrafenis onder het luiden van beide klokken in ‘vierkante slag’, voorafgegaan door het luiden van de kleine klok bij een overleden vrouw en voorafgegaan door de zware klok bij een overleden man; ²bij geboorte volgt de (voor)naamgeving een vast patroon: de eerste zoon krijgt de voornaam van de vader van de vader, de tweede zoon de voornaam van de vader van de moeder, de volgende zoons de voornaam van de broers van de vader/moeder; bij de geboorte van dochters zien we de matriarchale pendant: de eerste dochter wordt genoemd naar de moeder van de moeder, de tweede dochter naar de moeder van de vader, de volgende dochters naar de zusters van de moeder/vader; ³het kaatsen van eerste klassers op de eerste zondag in september(kermis) met behoud van respect voor de locale kerkgang(ers), een week eerder de kaatspartij voor de leden van de eigen kaatsvereniging (lyts Penjumer merke). 412 mei als datum ingang voor contracten vaste landarbeiders, dienstboden e.d. Het iedere dag 5luiden van de torenklok stipt na klokslag 12.00 (warme maaltijd) & 18.00 (avondbrood) uur is dan ook nog in gebruik.
Tijdens de mobilisatie van het Nederlandsche leger in 1939 wordt er ten zuiden van Pingjum aan de weg naar Wons een legerbarak gebouwd voor legering van vaderlandse militairen in hun onpraktische uniformen met stijve, opstaande, knellende uniformkraag, poeties om de onderbenen en zware ‘kistjes’ aan de voeten. Het is bij deze tijdelijke legering gebleven, want Pingjum heeft geen specifieke rol - behoudens een bescheiden inundatie op Bûtendyk - in de ‘stelling Wons’ gespeeld. Inmiddels is de stelling Kornwerderzand met de bouw van moderne kazematten van gewapend beton gereed om een aanval in de rug van de marinehaven den Helder en de ‘vesting Holland’ te blokkeren.
Voor de ligging van de kazematten is als uitgangspunt aangenomen dat van alle kanten artillerievuur kan komen, zij het het meest waarschijnlijk uit de NO tot ZO richting (de Friese kust dus). Voor de bovendekkingen is een betondikte aangenomen van 2 meter; de muurdikte bedraagt 2½ tot 3 meter, de binnenmuren tenslotte hebben een dikte van 1½ meter gekregen. Hiermee kunnen de kazematten weerstand bieden aan een voortgezette beschieting met geschut tot een kaliber van 21 cm en aan incidentele treffers tot kaliber van 28 cm. De kazematten liggen in twee linies en bestrijken beide kanten van de afsluitdijk. De stelling is bewapend met 21 zware mitrailleurs type Schwarzlose kaliber 7.9 mm., drie kanonnen van het kaliber 5 cm en een marine anti-tankkanon van 5 cm.” 4
De organieke bezetting van Kornwerderzand bestaat uit 7 officieren en 220 onderofficieren en manschappen. De kanonbedieningen zijn afkomstig van het Regiment kustartillerie. Het zoeklicht wordt bediend door het Regiment Genietroepen. Commandant van de stelling is kapitein C.F.J. Boers. Op 10 mei 1940 breekt de tweede wereldoorlog uit. In de vroege ochtend overschrijden de Duitschers op enkele plaatsen de grens van Noord Nederland en hun opmars verloopt vlot. Onder bevel van generaal-majoor Kurt Feldt rukt de 15.000 sterke 1.Duitse Kavallerie Division - de latere 24.Panzer Division - snel op naar de kop van de afsluitdijk (de dagorder van generaal Feldt luidt: ”naar voren kijken, naar voren denken en naar voren rijden”); de eerste Duitse verkenners op motorfiets met zijspan bereiken Pingjum onder prachtige weersomstandigheden op 11 mei om 4 uur ’s middags (zie afbeelding 12). Tijdens de eerste dagen van de ‘Blitzkrieg’ maakt een toestel van de Deutsche Luftwaffe - vanuit de stelling Wons door het 9e Depôtbataljon onder commando van 1e lt. J.P. Winsemius geraakt door twee voltreffers in de benzinetank - een noodlanding langs de weg naar Wons (zie afbeelding 13a). 5 In en rond Pingjum zelf wordt geen strijd geleverd.
afb. 12

 

afb. 13a

De Duitsers gebruiken het dorp als bivak, nestelen zich in de boerderijen in het stro van waaruit een Nederlands detachement is verdwenen, doen zich te goed aan ‘Eiercognac’ (advocaat) en ‘Bohnenkaffee’ en jagen hun paarden in de wei om te grazen. De Duitse legerleiding besluit in de namiddag van 13 mei (pinkstermaandag) met de versterkte gevechtsgroep van Reichsfreiherr luitenant-kolonel Von Edelsheim de stelling Kornwerderzand aan te vallen. De aanval wordt met ca. 600 man uitgevoerd, verdeeld over vijf stootgroepen. Op een afstand van 800 meter laat kapitein Boers het vuur openen met brisantgranaten uit het 5cm-geschut van kazemat II en VI. De aanval mislukt volkomen, de Duitsers voeren hun gewonden en gevallenen zo snel mogelijk af. Over de werkelijke verliezen is nimmer iets in een gevechtsrapport vermeld. De Duitse verlieslijst spreekt slechts van enkele gesneuvelden, maar uit het dagboek van de Duitse divisiearts blijkt achteraf dat op 17 mei nog tientallen gewonden in het ziekenhuis te Leeuwarden verblijven. 6 De Duitse verlieslijsten zijn niet altijd betrouwbaar geweest ! 
Kapitein Boers laat zich wél uit over een schatting van de Duitse verliezen in een brief dd 18 jan 1941:
"C.F.J. Boers, Pasteurstr. 21, Amersfoort, 18 Jan. 41 Hoog. Edelgestrenge Heer, Uwe toezegging gedaan in Uw schrijven d.d. 15 dezer geeft mij aanleiding U thans gaarne de door U gewenste inlichtingen te verstrekken temeer daar ik mij met Uw oordeel omtrent de in de M.S. (militair tijdschrift) verschenen bijdragen betreffende de gebeurtenissen van 10-15 Mei 1940 geheel kan verenigen ... 
7
Ook de Pingjumers hebben zo hun eigen idee:”it bloed stroamde ta de Dútske legerauto’s út.”
afb. 14 De oorlog laat het dorp tot 1945 vrijwel onberoerd. Pingjum -hoewel niet massaal actief in het verzet- is anti Duits; slechts een enkeling is aangesloten bij de NSB, er schuilt menig onderduiker 8 en op “Hania” is het verzet geconcentreerd. Vrijheid en democratische rechten zijn tot nul gereduceerd: er is identificatieplicht (zie afbeelding 14); er is aan voedsel geen gebrek. Onder de 600.000 vaderlandse dwangarbeiders die naar Duitsland moeten vertrekken, is het aantal Pingjumers te tellen op de vingers van één hand. Het aantal onderduikers is beduidend groter.
De schoorstenen van talrijke boerderijen leveren voldoende gerookt spek, slachtvee is vlak bij de hand, bij het dorsen wordt genoeg tarwe onder de ogen van controleurs van de CCD bemachtigd. De plaatselijke smid is in het bezit van een ‘molen’, om uit koolzaad olie te persen en er is een overvloed aan aardappelen, groente, erwten, bonen en zuivelproducten. Bepaalde voedingsmiddelen en artikelen vallen onder een ‘distributiesysteem’; de bonkaarten worden verstrekt door vertoon van op naam gestelde “stamkaarten”. Engelse vliegtuigen gooien met regelmaat propagandaboekjes “de wervelwind” af, benevens aluminiumstrips ter verstoring van de Duitsche afweer. Alle radio’s en koperen gebruiksvoorwerpen moeten worden ingeleverd. Midden in de oorlog schrikt het dorp op van een daverende explosie, als er een Duits gevechtsvliegtuig neerstort op het landbouwareaal van de firma Sieswerda. Slechts de leden van de vrouwenclub Nut & Genoegen (‘it einebit’ in de volksmond) zijn zich van niets bewust, het aantal ‘gekeuvel’ decibels op hun bijeenkomst in de ‘bierhalle’ overschrijdt blijkbaar in aanzienlijke mate dat van de crash. Af en toe worden er paarden en fietsen gevorderd. De Hunnen ontzien zich bovendien niet de luidklokken uit de toren te roven. Af en toe verschijnt een Duitsche patrouille op de fiets, meestal om een praatje bij de leugenbank te maken.
Op een zondag overigens hebben zij andere plannen. Bij het uitgaan van de gereformeerde kerk vatten ze een dorpsgenoot bij de kraag. Die vraagt om een sanitaire stop thuis, hetgeen wordt toegestaan. Prompt ontvlucht de arrestant via een over het hoofd geziene zijdeur het huis via de ‘oorlogssteeg’ naar zijn ouders op de Kamp. De parmantige Pruisen moeten bij het passeren van de menigte dorpelingen spitsroeden lopen en keren met hun vlezige, lege handen terug bij Herr Hafenkapitän in Harlingen.
afb. 15 Aan het einde van de oorlog komen er in het dorp nog enkele tientallen Duitse militairen van de Luftwaffe onder leiding van herr Heuer bij de burgers in kwartier ter bediening van een grondgeleidelicht voor hun Messerschmidt-110 nachtjagers van het "Haifischgeschwader" (zie afbeelding 15) op weg naar de "Fliegerhorst" Leeuwarden. Uit zijn historisch onderzoek naar grondgeleidelichten schrijft Gerlof Langerijs uit Amsterdam ons:
afb. 16 "Inmiddels zijn er nieuwe ontwikkelingen. Onlangs is een vergelijkbaar geleidelicht met de codenaam "Katrin" (zie afbeelding 16) gevonden in Callantsoog. De theorie is thans dat het geleidelicht "Katrin" in Callantsoog en dat van Pingjum met elkaar in verband staan ..."  9
De non politieke militairen gedragen zich correct, integreren snel in het dorp, alles en iedereen gaat ongecompliceerd zijn/haar gang, inclusief zo nu en dan ongehinderd een vrijpostige onderduiker. Eind 1944 verdwijnt de eenheid plotsklaps, wegens deelname aan het Ardennen offensief naar alle gedachten.
afb. 17

Afbeelding - kaartje van de bevrijding van FrieslandEen tweede inkwartiering komt enkele dagen vóór de bevrijding, als zich een groep Duitsche scherpschutters in het dorp nestelt, die Pingjum tegen de Qeens Own Rifles met hun tanks van het 1. Canadese leger onder bevel van generaal Harry Crerar  moeten verdedigen als rechter flankbescherming van over de afsluitdijk terugtrekkende Duitse troepen, NSB'ers en Landwachters. Omdat de 2e Canadese infanteriedivisie inmiddels ver op de Groninger bodem staat, is de vluchtweg naar Duitsland afgesloten. Nu de afgrendelijk van de route via het IJsselmeer en/of Afsluitdijk naar West-Nederland nog (zie afbeelding 17).  10

"Het is zondag 15 april 1945. Opeens worden de bewoners van 't kleine dorpje Pingjum opgeschrikt door karrengeratel. Weldra zien zij wie de bestuurders van de karren zijn, de verdrukkers, de Duitschers. Trots en hoog opgericht zitten de Duitschers op hun wagens, een onderdeel van het eerst zo machtige Duitsche gemotoriseerde leger ... 11
Een sommatie van de Canadezen aan hun vijand om te capituleren, wordt afgewezen. 12 Na twee dagen Canadees mortiervuur en vlammenwerperacties is het dorp zwaar beschadigd; op maandag 16 april 19.30 uur openen de Canadezen het vuur en leggen gedurende een nacht en een dag een tapijt van granaten over het dorp. De meeste Pingjumers vluchten langs binnenpaden naar onder anderen Arum en Kimswerd; enkelen zoeken - gedwongen door Duitse militairen, die zwaar bewapend in hun mitrailleursnesten verspreid in en om het dorp liggen - schuil in zowel degelijke als primitief uitgevoerde kelders. 
Op dinsdag 17 april krijgt de Nederlandse Canadees kapitein Ben Dunkelman bij Pingjum contact met een verzetsman. Dunkelman eist per telefoon dat de Duitseers zich overgeven aan de geallieerden, maar die houden zich op de vlakte. Van verzetsmensen hoort de Canadese kapitein, dat het noordelijk deel van Pingjum minder zwaar wordt verdedigd. Hij maakt een plan waarbij een deel van zijn compagnie een omtrekkende beweging gaat maken om Pingjum vanuit het noorden aan te vallen. Luitenant John Hancock krijgt drie tanks en andere zware wapens mee om noordwaarts te trekken. De Duitsers worden opnieuw een ultimatum gesteld: overgave binnen twee uur, anders volgt de Canadese aanval. Twee uur later meldt Hancock dat hij op zijn uitgangspositie is aangekomen. De Duitsers worden vanuit het zuiden aangevallen om hun aandacht van Hancock's actie af te leiden. Daarna krijgt John bevel op te rukken. Inmiddels hebben vlammenwerpers een tiental boerderijen, waarin Duitse verzetshaarden zitten, in brand gestoken en in rokende puinhopen doen veranderen. Ook in Pingjum-zuid kraait de rode haan uitbundig!
  Pas 's avonds 21.30 uur verschijnen de eerste Canadezen in brencariers en BS'ers met oranje armbanden om en vooroorlogse Nederlandse helmen op in het dorp om met hun stenguns de Duitsers die zich zonder tegenstand overgeven te verzamelen bij de bovenmeester op de bleek. Leden van de SS en SA worden afgezonderd.
 

Volgens het Nederlandse Ministerie van Defensie zijn er 46 Duitsers en 1 Canadees aan militaire zijde gesneuveld. Er zijn 6 burgerslachtoffers:

  • Mw. Akke Wallinga
  • Mw Akke Smit-Roorda
  • Mw. Tjamkje Blanksma-Buwalda
  • Dhr. Siebren M. Banning
  • Dhr. Gerke Gerkema
  • Dhr. Hidde de Vries

In de strijd om en voor Makkum sneuvelt de Pingjumer verzetsstrijder Schelte D. Bruinsma. Later horen wij dat tijdens de Japanse bezetting van Nederlands Oost-Indië op 1 maart 1945 Sækele R. de Vries gestorven is. 13

afb. 18

afb. 18a

Afbeelding - Bevrijding van Pingjum in 1945In het dorp heerst chaos na het inferno: dode paarden, koeien, geiten, gesneuvelde soldaten, militair materieel, puin, glas, telefoon- en stroomdraden, geweren, rugzakken, bajonetten, uniformen, helmen, laarzen, munitie, Panzerfausten, kwartiermutsen, koppelriemen met de aanmatigende tekst “Gott mit uns” op de gesp, meubilair; in deze wanorde in een nog brandend dorp stinkend naar buskruit, 14 waarin loeiende niet gemolken koeien her en der lopen en loslopende paarden met de oren plat op de kop door de straten galloperen, weten onverlaten uit de open woningen zich met vele kostbare instrumenten van de muziekvereniging “Harmonie” en met de sedert 1896 door de kaatsvereniging/afd.Pingjum gewonnen medailles - waaronder talrijke zilveren exemplaren - uit de voeten te maken. Aan het "griene leantsje" liggen de lichamen van drie gevallen Duitse officieren, onder wie het lijk van de voormalige commandant. De zware, doorzeefde zadeldakreus - met uitgerukte tong -, domineert nadat het stof is neergedwarreld, uiteindelijk een dorp met uitsluitend beschadigde en tijdelijk onbewoonbare huizen (zie afbeelding 18).
afb. 19 Enkele weken later spoedt de jeugd van Pingjum zich naar rijksweg 43 om toe te kijken, hoe duizenden soldaten (zie afbeelding 19) van de Wehrmacht - Pruisisch militant - marcherend op gepoetste laarzen ohne Sieg und ohne Heil bezig zijn met hun laatste militaire operatie: “Der Weg zuruck”. In 1946 keren de Pingjumer torenklokken anno 1598 (gegoten door Willem Wegewart) en anno 1628 (gegoten door Andreas Obertin) terug. Van de Friese torenklokken blijven uiteindelijk 4212 gespaard.

 

B. 2e helft van de 20e eeuw
Bij de herbouw van de zwaar beschadigde oostrand van het dorp, heeft het herstel ter plaatse nauwelijks invloed gehad op de dorpsstructuur. Er vindt in die periode van wederopbouw voorts uitbreiding plaats aan de NW zijde van de dorpskom.
In 1953 moeten er en nieuwe o.l. school en een chr. school worden gebouwd. De gemeente laat één gebouw verrijzen. Op de ene gevel staat: “School met de Bijbel” en op de andere: “Openbaar Onderwijs”. Elk deel heeft zijn eigen ingang en speelplaats, maar het gymnastieklokaal en de cv is gemeenschappelijk. De chr. school heeft twee lokalen, de openbare drie. De samenwerking in deze compromis-school is uitstekend.
Jaargang 1960 van het nws.bulletin kon.ned.oudheidk.bond, afl.5, archeol. nws.7759a pag 264 bericht: ”Bij het egaliseren van een kleine, niet meer bebouwde woonstede onder Pingjum bleek, dat deze was gegrondvest op een klein terpje. Er konden dankzij de activiteiten van de heer P. Postma jr. nog een aantal vondsten worden verzameld en waarnemingen worden gedaan. Uit het gevondene blijkt, dat het terpje vermoedelijk omstreeks het begin der jaartelling werd verlaten en sedert de Middeleeuwen weer opnieuw bewoond was. Tot het oudste materiaal behoort een fragment van een vuurstenen sikkel en scherven van terpaardewerk met gefacetteerde en kartelrand. Een fraaie, 4½ cm grote speelschijf van leisteen kwam mede aan het licht.”
Jaargang 1961 van het nws.bulletin kon.ned.oudheidk. bond, afl.2, archeol. nws.7759a pag 123 publiceert: ”Te en rond Pingjum verzamelde de heer P. Postma jr. weer een hoeveelheid scherven, die de documentaire kennis van het grondgebied rond deze plaats in verheugende mate aanvult. Op verschillende punten werd Frankisch aardewerk verzameld en op één plaats terra sigillata. Een en ander rond het begin onzer jaartelling te dateren terpaardewerk.”
Jaargang 1962 van het nws.bulletin kon.ned.oudheidk.bond afl.12, archeol. nws.7759a pag 186 meldt: ”bij het maken van een kalkput op het kerkhof te Pingjum ten behoeve van de torenrestauratie werd op 2.5 m afstand van de zuidelijke torenmuur een zandstenen sarcofaag gevonden van licht trogvormig model, geheel onversierd, maar wel met rolstaven in de hoeken(type III volgens Martin,1957). De kist mat buitenwerks ruim 2 m en was vervaardigd van gele Bentheimer zandsteen en afgedekt met enige niet bij elkaar behorende brokken van rode zandstenen onversierde deksels. Volgens mededeling van de vinders bevonden zich enige schedelresten en andere skeletfragmenten van één individu in de kist. De kist was evenwijdig met de torenmuur juist aan de westzijde van de muur van het schip geplaatst en bevond zich vrijwel zeker nog op de oorspronkelijke plaats.”
Medio jaren zestig verschijnt letterlijk en figuurlijk de kleinkunstenaar Rients Gratama ten tonele. Gratama - verbonden met de Amsterdamse Kleinkunstacademi - is een artiest, wiens veelzijdigheid recht evenredig is met de diverse beroepsgenres waarmee hij op het kleinkunstpodium in de volle schijnwerpers zal komen te staan, aller aandacht trekt en alom grote waardering oogst in: revu, zang en cabaret, entertainment, one man show, toneelstuk, TV serie, reclamespot, musical (schrijver en acteur) film en gelegenheidsproductie (Simmer 2000, Thialf Stjerre jûn, optreden in concert met het (top)muziekcorps "de Bazuin" van Oenkerk, zang a capella voor de S.C. Heerenveen en "King Lear" met Tryater). In B. Boersma "101 markante Friezen van de twintigste eeuw" lezen wij de ontboezoeming van de theaterman: "It Frysk sit tichter op myn hert en dus kin ik myn wurk better dwaan as dat yn it Frysk giet". Verderop komen wij zijn uitlatingen tegen "zelf te sociaal ingesteld te zijn voor het niets ontziende Hollandse cabaret." "Ik hâldt dingen tsjin it ljocht, knoei der wat mei om en meitsje se op dy manier ferrassend."
In het midden van de jaren zeventig is aan de onbebouwde ZW zijde van de Grote Buren een aantal woonblokken gebouwd tot aan de ‘âld haven’. 15 In de jaren tachtig valt het Pingjum omringende land onder de ingrijpende ruilverkaveling “Wûnseradiel Noard”. 16 Het dorp zelve krijgt een traditioneel beklinkerde stoepbestrating terug in de plaats van de ‘stads’ aandoende betegelde trottoirs.
afb. 20 Op 1 jan 1998 telt volgens teletekst van omrop Fryslân Wûnseradiel met een opp. van 317.69 km² 27 dorpen en 11.444 inwoners. Enkele inwoners van Pingjum schatten het inwonertal van hun dorp ultimo jan 1998 op ca.500. Eind 1999 sluit de láátste (bakkers)winkel annex bakkerij voorgóéd de deur. De twee middeleeuwse torenklokken doen er vooralsnog vanaf hun voorname plaats via de galmgaten (zie afbeelding 20) níét het zwijgen toe en betekenen een constánte op de tijdbalk van het dorp, dat 2 millennia geleden is ontstaan op de zuidelijke kwelderwal van de voormalige Marneslenk.

 


Noten: 1 Monumentenzorg, rijksdienst van de, Pingjum, gemeente Wûnseradiel, beschermde stads- en dorpsgezichten, 1988
2 Frieswijk, Joh. e.a., Geschiedenis van Friesland 1750-1995, pag. 73
3 Huizinga,Tj., Yn ‘e bân 1896-1996 fan Penjum, pag. 221
4 Stichting Kornwerderzand, geschiedenis van de verdedigingswerken, pag. 5, 10
5 Ebbens, O., en E. Wijga, Dodendam MCMXLVI, pag. 108
Stichting Kornwerderzand, geschiedenis van de verdedigingswerken, pag. 17
6 Brongers, overste E.H., opening kazemattenmuseum, LC
7 Boers, kapitein C.F.J., Duitsche verliezen afsluitdijk mei 1940, archief Drs. J.J. Sieswerda, historicus, Bakkeveen
8 Osinga, A., H. Bakker, tusken Vinea en Aggema, 1999, pag. 44
9 Langerijs, G., historisch onderzoek grondgeleidelichten, archief Drs. J.J. Sieswerda, historicus, Bakkeveen
10 Harlinger Courant d.d. 8-10-1965, Vj 34, Pingjum: dorpje met ’n rijke geschiedenis
Jong, Dr L. de, het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dl. 10b het laatste jaar II, pag. 1094
11 Ooggetuigeverslag 13-jarige Pingjumer MULO scholier, de bevrijding van Pingjum 16/17 april
12 Algra, A., De historie gaat door het eigen dorp VI, 1960, pag. 147
13 Gemeentevoorlichter gemeente Wûnseradiel, 46 gesneuvelde Duitsers ; Siebren Banning, 56 1/2 gesneuvelde Duitsers
14 Sieswerda, drs. D., ooggetuige
15 Monumentenzorg, rijksdienst van de, Pingjum, gemeente Wûnseradiel, beschermde stads- en dorpsgezichten, 1988
16 Osinga, A., H. Bakker, tusken Vinea en Aggema, 1999, pag. 199

 

Voor meer informatie: friesies@hotmail.com